‘De Veroordeling’ berust op drijfzand

De film De Veroordeling komt later in september alsnog in de bioscoop. Spannend voor de makers: wat zal er eerst zijn, de film of de uitkomst van het herzieningsonderzoek van mr. Aben?

Gezien het moordende tempo van Abens onderzoek hoeven de makers van de film zich niet al teveel zorgen te maken.

Wat weten we over de film die eigenlijk vorig jaar zou verschijnen maar door de corona-pandemie zoveel vertraging opliep? Binnenkort zal hij daadwerkelijk te zien zijn. Op de website van Pathé valt te lezen dat de release van de film op 2 september 2021 zal zijn.

Hoe kondigt Pathé de film aan?

Televisiejournalist Bas Haan (Fedja van Huêt) creëert zijn eigen monster wanneer hij in zijn onderzoek naar de Deventer moordzaak steeds meer in het kamp wordt gezogen van degenen die ‘de klusjesman’ van moord beschuldigen.

Een cryptische aankondiging die geen rush op de bioscoopzalen zal veroorzaken, maar zo te lezen lijkt de film over de Deventer moordzaak te gaan.

Maar dat is schijn. Deze geruchtmakende zaak die de gemoederen al 22 jaar bezighoudt, is slechts een vehikel. Het boek gaat grotendeels over de rol van Maurice de Hond die de ‘klusjesman’ aanwees als de echte dader. De rechter vond dit onrechtmatig en veroordeelde hem daarvoor.

De filmbezoeker wordt dus eigenlijk op het verkeerde been gezet. Hij denkt dat de film over de Deventer moordzaak gaat: over de vele blunders (ook volgens advocaat-generaal Aben), over het onderzoek door TNO naar het mobiele netwerk, het nieuwe DNA-onderzoek, de nieuwe post mortem inzichten vastgelegd in diverse processen verbaal, een zeer waarschijnlijk onschuldige Louwes. Maar niets van dit alles.

Hij krijgt een jacht op Maurice de Hond voorgeschoteld.

De vrijwel ongewijzigde herdruk van Haans boek De Deventer moordzaak (2020) lijdt aan hetzelfde manco. Daar is al veel over geschreven. Niet zo gek, want de film is gebaseerd op dit boek. Op de voorkaft staat te lezen: ‘Nu verfilmd als De Veroordeling’. Inderdaad, het boek gaat maar zeer ten dele over de Deventer moordzaak en bevat vele fouten, maar de associatie met deze moordzaak verkoopt wel beter.

De Deventer moordzaak van Bas Haan gaat over een van de langstlopende en meest omstreden Nederlandse strafzaken. Verfilmd als De Veroordeling met Fedja van Huêt in de hoofdrol.

Als teaser voor de film De Veroordeling ziet eerder dit jaar een podcast het licht: de Deventer mediazaak. Gemaakt door Annegriet Wietsma, met een dikke vinger in de pap van Bas Haan.

Er wordt niet vergeten te noemen dat het over de Deventer moordzaak gaat, want de naamsbekendheid van deze zaak is groot. Wanneer de podcast de titel De rol van de media en nepnieuws zou hebben gekregen, zou er geen Haan naar hebben gekraaid. Maar dit terzijde, marketing is een vak.

Maar verder dekt de titel van de podcast de inhoud al wat beter. Hoewel, het lijkt erop dat de media in het verdachtenbankje zitten, maar de luisteraar komt er al gauw achter dat het voornamelijk Maurice de Hond is die op de korrel wordt genomen.

De luisteraars is dat zeker niet ontgaan. De reacties, bijvoorbeeld op twitter, hebben het dan ook nauwelijks over de media. Het is Maurice de Hond die van velen de volle laag krijgt. Ach, we kennen dit type reacties op de social media wel.

Maar er zijn ook andere, serieuzere reacties. Weliswaar veel minder, dat moet worden toegegeven. Maar zeker niet onbelangrijk.

De maakster van de podcast, Annegriet Wietsma, krijgt het verwijt dat de waarheid op veel plaatsen geweld wordt aangedaan. Ze mag dan wel een zekere overtuiging hebben over de kwalijke rol van Maurice de Hond, in een dergelijk journalistiek onderzoeksproject (onder de paraplu van Argos) moeten de feiten wel kloppen. En dat is aantoonbaar niet het geval.

Annegriet Wietsma reageert op deze aantijgingen niet rechtstreeks, maar laat dan plotseling in een tweet weten:

… Graag wil ik nogmaals benadrukken dat het fundament voor dit project ligt bij de analyse van @bas_haan over de rol van de media, zie ‘De Deventer Moordzaak, het complot ontrafeld’ …

Lijkt dit op afschuiven van verantwoordelijkheid? Als er onjuistheden in mijn podcast voorkomen, moet je bij Bas Haan zijn, niet bij mij?

De vele feitelijke onjuistheden in de podcast worden haar in een document van minuut tot minuut voorgelegd. In de onderzoekswereld is het gebruik dat hierop wordt gereageerd. Dat brengt ons dichter bij de waarheid. Maar niets van dit alles. Ze blijft muisstil.

Een sterke reactie is dit niet.

Nog even een korte samenvatting van het voorafgaande.

Een boek van Bas Haan dat slechts zeer ten dele over de Deventer moordzaak gaat, vele aantoonbare fouten bevat, en het vooral heeft gemunt op Maurice de Hond.

Een podcast die zich baseert op het boek van Bas Haan moet dienen als een teaser van de film, maar aan dezelfde kwaal lijdt.

Een film die ook is gebaseerd op dit boek, idem, idem.

Wat wordt de bezoeker van de film wijzer van de Deventer moordzaak? Niets.

Weggegooid geld dus.

Video over Vlekje #10

Vlekje #10 is voor veel mensen het ultieme bewijs dat Louwes de moord heeft gepleegd. Zijn bloed zit toch op haar blouse!? Maar het is helemaal niet het bloed van Louwes. De video legt uit hoe dat zit.

We hebben dit vlekje al eerder beschreven, natuurlijk onder verwijzing naar de Vraagbaak Deventer Moordzaak. De vraag die we ons toen stelden was: Hoe belastend is Het Bloedvlekje eigenlijk? Het antwoord is ondubbelzinnig: Vlekje #10 combineert een bloedvlekje van het slachtoffer met een speekselspoor van Louwes.

Niks geen bloed van Louwes dus.

In de video (een van de vele die zijn te vinden op deemzet.nl) wordt uitgegaan van hetgeen Hof Den Bosch in zijn arrest schrijft over Vlekje #10 (het noemt het vlekje een bloedspoor).

We lezen in dat arrest onder punt 2.1.2 het volgende:

Deze passage bevat niet minder dan zes fouten. Toch wel slordig voor een gerechtshof.

En het zijn ook niet zo maar fouten. Ze vormden de belangrijkste basis voor de veroordeling van Louwes.

In de video worden ze stuk voor stuk langsgelopen. Van elke fout wordt in woord en beeld uitgelegd waarom we ondubbelzinnig met een fout te maken hebben.
1. Het vlekje zat niet op de kraag;
2. Het spoor zat op de ruche en wel op de voorzijde;
3. Het waren meerdere sporen;
4. Het spoor is voor hooguit 10% bloed, de rest is niet zeker;
5. Het DNA profiel komt vrijwel zeker uit die rest;
6. Het spoor is geen enkelvoudig profiel.

Kijk naar de video die minder dan 10 minuten duurt en laat je overtuigen.

De roze olifant in de kamer

In de rapportages van het NFI is speeksel de roze olifant. Alom aanwezig, maar je praat er liever niet over. Alleen Prof. De Knijff van het FLDO (Forensisch Laboratorium voor DNA Onderzoek) onderstreepte het belang van speeksel.

In het geval van deze zaak lijkt het mij heel goed mogelijk dat langs een normale weg (overdracht middels speekseldruppeltjes) DNA van verdachte vooral op de voorkant van de blouse van het slachtoffer terecht kan komen. Ik heb uitsluitend bedoeld om aan te geven wat voor andere mogelijkheden er zijn om de aanwezigheid van DNA op kledingstukken te verklaren”.

Toch wel een duidelijke verklaring zou je zeggen.

Maar het Hof negeerde dit statement, want het NFI had heel andere verklaringen. Het NFI zag liever bloed, zoals in spoor #10 (vlekje #10).

Spoor #10 werd door het NFI gepresenteerd als een enkelvoudig profiel, dat wil zeggen dat het uitsluitend afkomstig zou zijn van verdachte Louwes.

Als je alle kenmerken (pieken) die behoren bij het profiel van Louwes weghaalt, zou je geen andere pieken meer mogen overhouden. Een enkelvoudig profiel dus, van Louwes en van niemand anders.

Maar dat bleek achteraf bij dit spoor niet te kloppen. Toen het NFI het profiel aan de verdediging moest overdragen, bleken er nog vier piekjes te bestaan.

Behoorden deze vier piekjes ook bij Louwes? Nee, dat maakte ze juist zo bijzonder. Ze behoorden alle vier bij het profiel van mevrouw Wittenberg.

Het spoor was dus geen enkelvoudig spoor (van alleen Louwes), maar een zogeheten mengspoor (van zowel Louwes als Wittenberg).

Overigens waren drie van de vier piekjes door het NFI niet onopgemerkt gebleven. Ze waren wel degelijk aangeduid als bijzondere pieken. Maar het NFI hield deze informatie alleen voor intern gebruik. Opmerkelijk.

Dergelijke kleine piekjes worden normaal gesproken niet als bewijs opgevoerd om iemand te veroordelen. Maar je mag ze ook niet weglaten als daarmee een andere verklaring aannemelijk kan worden gemaakt.

Maar daar denkt het NFI kennelijk anders over zoals ook al bij de Schiedammer Parkmoord was gebleken.

Het NFI heeft op dit punt trouwens een slechte historie.

Zo vond het NFI in 2006 weer DNA van Louwes in een enkelvoudig spoor. Dat spoor werd nu wel gecontroleerd door het FLDO (Forensisch Laboratorium voor DNA Onderzoek) en ook in dat geval bleek het een mengspoor te zijn, precies van hetzelfde type als spoor #10.

Je zou verwachten dat het NFI zo’n fout snel zou rectificeren. Helaas, dit gegeven werd gewoon weggemoffeld.

Er is nog iets raars aan de hand met spoor #10.

Dit spoor is zo klein, dat het niet mogelijk was om het heel precies uit de blouse te knippen.

De grootte van het monster dat uit de blouse geknipt was bedroeg ruim 50 mm2. Om een idee van de grootte te geven, dat is een stukje van 7×7 mm2. Het bloedvlekje erin mat ongeveer 8 mm2 (zeg 3×3 mm2).

Dus er werd 42 mm2 aan loze ruimte meegeknipt? Dat zou je zeggen. Maar was dat wel loze ruimte? Nee, we hebben hier te maken met een roze olifant, zie later.

Daarvoor moeten we kijken naar de hoeveelheid DNA in een spoor die kan worden weergegeven door een DNA-meter.

Dit kleine spoor #10 had een heel hoge DNA-waarde, de meter liep op zeker moment op tot een waarde van 5000 eenheden. Dat is heel hoog.

Laten we deze waarde eens vergelijken met een ander bloedvlekje van Louwes in de broekzak van de pantalon die in beslag was genomen.

De DNA-waarde van dit vlekje was iets minder dan 1000. Dat zou dus ongeveer zo groot moeten zijn als een speldenprik!

Hoe zit het met de bloedvlekken van mevrouw Wittenberg zelf elders op de blouse?

Die variëren in grootte van 1 tot 1,5 cm2 en geven een DNA-waarde te zien van 2000 tot 8000 eenheden.

Dat is opvallend. Hun DNA-waarde is gemiddeld vergelijkbaar met dat van vlekje #10, terwijl dit maar liefst tien tot twintig keer kleiner is.

Hoe komt het dat vlekje #10 relatief zoveel meer DNA bevat?

We kunnen dit alleen maar verklaren, als we ervan uitgaan dat het bloedvlekje van spoor #10 een heel klein bloedvlekje van mevrouw Wittenberg is dat samen met heel veel andere soortgelijke vlekjes door contaminatie op de blouse is gekomen. En dat dit kleine bloedvlekje van mevrouw Wittenberg (met weinig DNA) is vermengd met een spoor van Louwes (met relatief veel DNA).

Dat is gebeurd in het mortuarium van het Deventer ziekenhuis. De Technische Recherche is toen overduidelijk aan het knoeien geweest met het stoffelijk overschot en veroorzaakte zodoende veel onderzoekerssporen.

Het fotografisch bewijs hiervan werd aangetroffen op de beruchte CDROM die in de Volkskrant is besproken en zelfs in de Tweede Kamer.

Daarmee wordt ook verklaard dat er kleine pieken van mevrouw Wittenberg in dat profiel zitten, maar naar verhouding precies even hoog als de pieken in de profielen van de andere bloedvlekken van mevrouw Wittenberg.

En hoe zit het dan met het DNA van Louwes?

Hier komt de roze olifant uit de mouw.

Overal op de bovenzijde van de blouse zit DNA van Louwes. Soms gewoon in vlekken, soms vlak bij een bloedvlekje (spoor #10), soms vlak bij een roze vlek, zoals spoor #9.

Hoe weten we dat en waar komt dit DNA vandaan?

Hier komt black-light te hulp.

Sommige sporen zijn alleen maar in black-light zichtbaar. In dit geval gewoon speeksel.

Speeksel, dat iedereen overdraagt als je dicht bij iemand in de buurt iets gaat zeggen. Als je wetenschappelijke onderzoeken naleest, kun je uitrekenen, dat iedereen in 2 minuten zoveel DNA overdraagt, dat je daar gemiddeld 1000 tot 5000 complete profielen mee kunt produceren. Maar daar hoor je het NFI niet over.

Dat speeksel zat wél over het hele lapje, dat het NFI had uitgeknipt. En dan is de hoge uitslag van de DNA-meter ineens helemaal niet zo verrassend  hoog meer. Zeker niet als je weet, dat de door het NFI gebruikte techniek veel gevoeliger is voor speeksel dan voor bloed.

Alleen werd dit pas na 2005 goed duidelijk.

Dit wordt ook in de beeldbank getoond.

Den Bosch vs. Arnhem

Advocaat-generaal Brughuis maakte gehakt van de eerdere veroordeling van Louwes door het hof Arnhem: “… had dan ook niet tot een bewezenverklaring kunnen komen.

In haar requisitoir van 26 januari 2004 gaat ze uitgebreid in op het herzieningsproces dat eerder voor het Hof Arnhem werd gevoerd en komt tot de conclusie dat Hof Arnhem niet tot een veroordeling had mogen komen.

Ze begint gelijk over het motief dat werd gevonden in Louwes’ mogelijke interesse in vakantiehuizen, bijvoorbeeld op Malta.

Daar maakt ze korte metten mee.

Van dit motief blijft volgens de advocaat-generaal dus niet veel over.

Dan het mes dat ook gelijk door haar wordt afgeserveerd. Het had niet als bewijsmiddel gebruikt mogen worden, vindt ze.

Aan twee andere eigenaardige opvattingen over onder andere de vindplaats van het mes en het tijdstip waarop het gevonden werd, maakt ze weinig woorden vuil.

We hebben hier al vaak op gewezen.

De kwalificaties spreken boekdelen.

Ze gaat verder in op allerlei aspecten van het mes: de lengte van 18 cm die niet past bij de even diepe steekwonden van ongeveer 10 cm, het lemmet dat niet past bij de afdruk op de blouse, etc.

Wel gaat ze uit de bocht wanneer ze meent:

Niks volgens de regels der kunst uitgevoerd. Er is ronduit fraude gepleegd. Met (veel te lichte) veroordelingen van ambtsedige politiemensen tot gevolg.

Tenslotte komt ze op het telefoongesprek waarover we inmiddels veel meer weten, zie het TNO-rapport. Maar toch komt ze tot de volgende conclusie.

Dat is nogal wat. Volgens de advocaat-generaal had Louwes op grond van de voorliggende bewijsmiddelen door Hof Arnhem gewoon vrijgesproken moeten worden.

Gelukkig (pfff) kon het OM nog een vlekje op de blouse tevoorschijn toveren zodat het proces kon verdergaan en uiteindelijk tot een veroordeling leidde.

Over dit vlekje is inmiddels veel meer bekend geworden, zie daarvoor de Vraagbaak Deventer Moordzaak deemzet.nl.

De conclusie van dit alles is duidelijk: Louwes had al niet veroordeeld mogen worden door Hof Arnhem en evenmin door Hof Den Bosch.

Het zal je maar gebeuren.

Het ochtendbezoek

Cruciaal in het verweer van Louwes was het bezoek dat hij op donderdagmorgen aan mevrouw Wittenberg had gebracht. Na eerdere ontkenning bevestigde de recherche dit.

Voor de aanwezigheid van DNA van Louwes op de blouse werd door de verdediging een duidelijke en toetsbare verklaring gegeven (speekseldepositie). Die verklaring werd evenwel niet getoetst, het NFI kwam met eigen verklaringen.

En dus claimde advocaat-generaal mr. Annemarie Brughuis nog tijdens het herzieningsproces Den Bosch:

Daar komt bij dat ik kan aantonen dat verdachte op 23 september 1999 niet in de ochtend bij het slachtoffer is geweest, zodat hij toen niet zijn DNA-materiaal kan hebben achtergelaten.

Er zijn echter niet minder dan 12 belangrijke aanwijzingen dat het bezoek wel degelijk heeft plaats gevonden:

1. de notitie in haar agenda;
2. de mededeling van een getuige op 26 september 1999;
3. een telefoongesprek op 22 september 1999;
4. de grafbrief in Louwes’ archief;
5. hij wist van afspraak mevrouw Wittenberg met huisarts;
6. hij wist van de ladders bij de buurman;
7. hij wist van het gebruik van spiritus van de werkster;
8. de telefoongesprekken uit Deventer;
9. vraagt om inkomensgegevens van zijn cliënt;
10. een afspraak in Deventer;
11. inkomensgegevens doorgegeven;
12. verklaringen van de werkster.

Lees verder in de beeldbank bij de foto’s 4 en 5. Ook de andere foto’s zijn de moeite waard.

Niet minder dan drie messen

In het begin van de Deventer moordzaken speelden niet minder dan drie messen een rol. Het eerste mes (Het Mes) werd uiteindelijk als moordwapen gezien. En de andere twee messen dan?

Op deemzet.nl (de Vraagbaak Deventer Moordzaak) wordt in 17 foto’s met toelichting het verhaal van deze messen verteld: waar zijn zij gevonden, leken ze wel op de bloedafdruk op blouse, hoe zijn zij als potentieel bewijs behandeld, hoe is het ze verder vergaan, etc.

Nog steeds ongelooflijk dat Het Mes het tot en met het Hof Arnhem heeft geschopt.

Als dit zo erg mis heeft kunnen gaan, hoeveel vertrouwen moet je dan hebben in de verdere gang van zaken?

Het Boek van Bas Haan

De laatste tijd is er sprake van een drieluik. In 2019 verscheen een herziene versie van Haans eerste boek, dit jaar een podcast en later dit jaar een film in de bioscoop.

Ter introductie een tweet d.d. 21 april 2021;

Alexander Klöpping schreef:

De inhoudelijke kritiek op De Hond is daarmee verzopen en daar kan ik vrede mee hebben. Ik heb het niet zo op podcasts, dat eindeloze geleuter van mensen die meestal te lui zijn om schriftelijk iets onder woorden te brengen.

Dat was kennelijk tegen het zere been van Bas Haan die als door een wesp gestoken reageerde:

Anderen zijn dan weer te lui om een beetje op te letten voordat ze hun mening in een column knallen (of die retweeten). De podcast is namelijk gebaseerd op een boek, met daarin nog veel meer inhoudelijke kritiek op De Hond. Gewoon te lezen.

Haan kan het maar niet laten. Elke keer dat hij iets over de Deventer moordzaak te berde brengt, moet hij een sneer uitdelen aan het adres van Maurice de Hond. In DWDD in januari 2019 doet hij dat en ook in de trailer van de Deventer Mediazaak. Eigenlijk te pas en te ompas. Dat maakt niet uit. Zo ook dus deze keer.

Maar daarover willen we het hier niet hebben. Het gaat om de passage … gebaseerd op een boek …. Goh, een boek.

Het zijn eigenlijk zelfs twee boeken. Het eerste boek De Deventer moordzaak, het complot ontrafeld verscheen in 2009. In 2019 volgde een herdruk met dezelfde titel met een extra hoofdstuk.

Daarom kijken we eens wat beter naar de boeken. Tenminste, dat is al gedaan door de website deemzet.nl, inmiddels bekend als de Vraagbaak Deventer Moordzaak.

Op die website worden beide boeken besproken. Niet in globale termen. Nee, heel precies. Bijna elke regel wordt getoetst aan de feiten. Het gaat immers om belangrijke details die het verschil maken tussen wel of niet een veroordeling.

Het commentaar op het eerste boek betreft 14 pagina’s.

Het commentaar op de herziene uitgave nog steeds niet minder dan 7 pagina’s.

En het moet worden gezegd, daar komt Haan als onderzoeksjournalist niet goed vanaf.

Via bovenstaande links kunnen alle onnauwkeurigheden of fouten rustig worden nagelezen. In latere artikelen zullen ook hier diverse voorbeelden worden besproken.

We bekijken er alvast een paar.

Op pagina 46-47 lezen we:
Haan: Louwes, die zelf zegt dat hij dertig kilometer verderop bij ‘t Harde op de snelweg reed, was volgens het hof in Deventer en is dus een leugenaar.
deemzet.nl: In commissie met het recherche onderzoek wordt hier een voor Louwes nadelige vermelding herhaald: Louwes wist helemaal niet, vanwaar hij belde, maar uit zijn verklaringen volgt, dat het ergens tussen Hardewijk en Nunspeet of ‘t Harde was (hoor 19 november 1999, narijden traject op 24 november 1999 en verslag daarvan d.d. 25 november 1999).
Was het bij Nunspeet, dan is de verklaring van Louwes ineens veel waarschijnlijker. Op basis van ‘presumed innocent’ moet men in afwegingen van “Nunspeet” uitgaan.

Nog een voorbeeld, nu over Haans geliefde prooi De Hond.

Op pagina 152 lezen we:
Haan: Nu, jaren later, heeft Maurice de Hond een heel nieuw alibi voor Louwes geconstrueerd.
deemzet.nl: Onjuiste voorstelling van zaken. Op 19 november 1999 meldt Louwes al, dat hij vanuit de file gebeld heeft. Uit [Tactisch Journaal; red.] TJ 941 (20 november 1999), TJ964 (22 november 1999), TJ999 (23 november 1999), TJ1011 (24 november 1999), TJ1031 en TJ1032 (26 november 1999) blijkt duidelijk, dat de recherche dit als een potentieel alibi ziet. [Niks jaren later geconstrueerd, toch wel heel slordig; red.]

Voorlopig een laatste voorbeeld.

Op pagina 163 lezen we:
Haan: Hij stort het geld echter niet op een rekening van de Dokter Wittenberg Stichting, want daar had hij nog geen rekening voor geopend. Ook stort hij het niet op een rekening van het accountantskantoor waarvoor hij werkt. In plaats daarvan stort hij het geld op een rekening die hij, een dag voordat hij het geld ophaalt, heeft geopend bij de SNS-bank in zijn woonplaats Lelystad. Het is een privérekening op naam van Ernest Louwes. Dat is verdacht.
[Leuk verzonnen. Maar het is in werkelijkheid anders in zijn werk gegaan, zoals kan worden gelezen in het proces verbaal van de betreffende bankmedewerkster; red.]
deemzet.nl: De auteur gaat hier verder dan de recherche, dus stelt dit ter eigen overtuiging en doet daarbij een onterechte suggestie. Storting op de rekening van VVAA zou betekenen, dat Louwes als executeur-testamentair gelden onder zijn beheer toegankelijk zou maken aan derden, de gemachtigden van desbetreffende rekening. Vermoedelijk een illegale actie. Voorts staat geheel niet vast dat Louwes überhaupt vanuit zijn functie toegang had tot een dergelijke rekening, het gaat immers om storting ‘op eigen rekening’. Dat kan zomaar niet. Ook de wel geuite suggestie, dat het wijzer was om het geld op de rekening van de weduwe te storten gaat vermoedelijk niet op.
Voorts was het de recherche bekend, dat de genoemde SNS-rekening tijdens het openen ‘geoormerkt’ was als ‘boedelrekening’ met als titel ‘beheer Wittenberg’.

Voor een onderzoeksjournalist zijn dit toch wel vervelende onnauwkeurigheden.

Zeker wanneer de film is gebaseerd op zo’n boek.

GSM: in 1999 en na 2000

Op het artikel Wat was er mis met het bewijs titel werd onmiddellijk gereageerd door de auteur van deemzet.nl. Hij weet bijna alles van de Deventer moordzaak.

Nu blijkt dat bezoekers aan deze website wel de artikelen lezen, maar vaak niet de moeite nemen de Reacties door te nemen.

Dat is jammer, ook in dit geval. Want – en dat was al aangekondigd – er was zoveel meer mis met de Deventer moordzaak. En dat zou voor de lezer verborgen blijven. Daarom hieronder de reactie.

De categorie mishandeld bewijs verdient nog een aanvulling.

De verdediging ontdekte dat tijdens het GSM-gesprek van 23 september 1999 vanaf de A28 via de zender in Deventer speciale atmosferische omstandigheden heersten. Een deskundige bestreed dit evenwel onder verwijzing naar een weerbericht uit december (!).

Het Hof accepteerde dat.

Louwes had van meet af aan gesteld dat hij vanuit de omgeving Harderwijk had gebeld.

Het OM maakte daar ‘t Harde van.

Het Hof accepteerde de verdediging van Louwes niet en sprak recht op basis van de onmogelijkheid om vanuit ‘t Harde te bellen.

Later beoordeelden GSM-deskundigen het GSM-gesprek op basis van de werking van GSM in het jaar 2000 en later.

Maar het gesprek vond plaats in 1999 en toen werkte het GSM-systeem anders en kon dat gesprek wel plaatsvinden (zie de toelichting).

De advocaat-generaal in de herziening van 2007 gebruikte de netwerkgegevens van KPN uit 2005 om de situatie in 1999 te beoordelen en daarmee maakte hij een grote fout.

Hij ging uit van alternatieven die nog helemaal niet bestonden.

Op deze wijze werd het verweer van Louwes op verkeerde gronden verworpen en dat heeft zijn zaak ernstig geschaad.

Wat was er mis met het bewijs?

Deze website heeft niet tot doel Louwes vrij te pleiten. We willen slechts dat niemand in Nederland onschuldig achter de tralies belandt op basis van ondeugdelijk bewijs.

En dus ook Louwes niet.

Laten we hieronder samenvatten wat er zoal mis is met de bewijsmiddelen.

Let op, de lijst is niet uitputtend.

Frauduleuze bewijsmiddelen
1. Het Mes werd schoongeveegd alvorens het als bewijsmiddel voor de geurproef aan te bieden.
2. Uit het verslag van onderzoek naar de blouse in het mortuarium werden relevante passages gewist.

Mishandelde bewijsmiddelen
1. De blouse werd besmeurd met bloedvlekken en roze vlek(ken) na veiligstelling.
2. De verdediging vond uit dat tijdens het GSM-gesprek van 23 september vanaf de A28 via de zender in Deventer speciale atmosferische condities heersten.
Een deskundige bestreed dit met een weerbericht uit december (!). Het Hof accepteerde dat.
3. Louwes had van meet af aan en consistent verklaard dat hij belde vanuit de omgeving Harderwijk. Het OM maakte daar ‘t Harde van. Het Hof accepteerde de verdediging van Louwes niet en sprak recht op basis van de onmogelijkheid om vanuit ‘t Harde te bellen.

Verkeerd gecategoriseerde bewijsmiddelen
1. Spoor #20 zou eerst rechts en dan weer links op de blouse gezeten hebben, het bijbehorende etiket op het zakenformulier is blanco, evenals de andere etiketten van spoor #15.
2. De bijschriften van de nagelmonsters werden verwisseld in diverse rapportages.
3. De aard van de nagelmonsters veranderde van nagelknipsel in nagelvuil (wat heel veel verschil maakt).
4. Het moment van verzamelen van de nagelknipsels is in twee verschillende PV’s op twee verschillende data vastgelegd.
5. De vochtsporen uit de gang kregen een onjuiste code en werden daardoor terzijde gelegd.

Verdwenen bewijsmiddelen
1. Vest en broek van het slachtoffer (dit is misser in de buitencategorie).
2. Inventarisatie van voorwerpen uit de keuken.

Achtergehouden bewijsmiddelen
1. In 2006 kon worden vastgesteld (NF)), dat de blouse ernstig was verontreinigd; dit gegeven is weggestopt in een der bijlagen van het Oriënterend Onderzoek.
2. Ook in dit onderzoek (nu 2007) werd bevestiging gevonden van het gegeven, dat een belangrijke getuige juist niet op vrijdag heeft gebeld naar het slachtoffer. Ook dit feit zit in een bijlage, waarvan de betekenis niet is besproken.
3. De lijst met financiële transacties van recente datum ontbreekt, waardoor zowel de datum van overlijden als het motief niet goed konden worden onderzocht; ook is niet uitgewerkt, wat met de opbrengst van grondverkoop (volgens PV 1,8 miljoengulden) precies is gebeurd.
4. Een kennis van het slachtoffer heeft gemeld, dat het slachtoffer hem op donderdag (23 september) telefonisch heeft bevestigd, dat Louwes was langs geweest. Dit kan in het Tactisch Journaal worden afgelezen. Het proces verbaal van deze mededeling is officieel gevoegd bij het procesdossier (Den Bosch 2003/4) maar toch heeft mr. Knoops (verdediger) het niet.

Veroordeeld worden is nooit leuk, ook niet als je de dader bent.

Wanneer je de dader niet bent, maar je wordt toch veroordeeld omdat deugdelijk bewijs tegen je pleit, is dat dubbel niet leuk.

Wanneer je de dader niet bent, en je wordt veroordeeld op ondeugdelijk bewijs, dat is nauwelijks te verteren.

Top-10 Vragen en Antwoorden

Met enige regelmaat ontvangt de redactie via allerlei media vragen en opmerkingen over de Deventer moordzaak. Op basis hier hebben we een Top-10 samengesteld.

De lijst is verre van volledig. Wie alles over de Deventer moordzaak wil weten moet zeker een bezoek brengen aan de website deemzet.nl.

Een aanrader is ook het boek In het pak genaaid dat in begrijpelijke bewoordingen vaak ingewikkelde technische zaken samenvat.

VraagAntwoord
  
1. De bedoeling van deze weblog is alleen maar Louwes vrijpleiten. Niet objectief dus. Hij is toch veroordeeld tot op het hoogste niveau?Louwes is inderdaad veroordeeld. Het doel van deze website is niet hem alsnog vrij te pleiten. Wel wordt gekeken of hij terecht is veroordeeld: is het bewijs deugdelijk, zijn er geen ernstige fouten gemaakt, is zijn verweer goed onderzocht. Kortom, wij zijn van mening dat het bewijs veel te mager is om hem te veroordelen.
  
2. Te mager, te mager. Maar het was toch wel een behoorlijk dik dossier, daar kun je toch niet omheen?Dat klopt, maar wel met veel fouten zoals frauduleuze, onoordeelkundig behandelde, verkeerd gecategoriseerde, verdwenen en achtergehouden bewijsmiddelen. Het is triest dit in Nederland te moeten vaststellen. En natuurlijk extra triest voor Louwes die daarvan het slachtoffer was.
  
3. Louwes voerde aan dat hij mevrouw Wittenberg vanaf de A28 heeft gebeld via een zendmast in Deventer. Dat is zijn verweer, zijn alibi. Deskundigen verklaarden voor het hof dat dit vrijwel onmogelijk is. Dan concludeert het OM toch terecht dat Louwes ongeloofwaardig is?De auteur van de website deemzet.nl toont aan dat Louwes’ verweer op de betreffende avond onder andere door atmosferische omstandigheden wel degelijk mogelijk is. Later trekt een eerdere getuige-deskundige zijn verklaring in en toont TNO aan dat het verweer van Louwes wel degelijk mogelijk is.
  
4. Louwes is financieel adviseur van mevrouw Wittenberg. Hij adviseert haar bij haar nieuwe testament en wordt bij haar overlijden de executeur-testamentair en voorzitter van de Dr. Wittenberg Stichting. Zo heeft hij zich toch in een positie gemanoeuvreerd waarin hij na haar dood over haar miljoenen kon beschikken. Hij had dus wel degelijk een financieel motief?Deze opvatting klinkt plausibel maar wordt niet ondersteund door de feiten. Daarom ontkent het Hof Den Bosch in zijn arrest expliciet een financieel motief. Op zichzelf al frappant: een moord zonder wapen, motief en getuigen.
  
5. Hij wilde toch geld uit de kluis van mevrouw Wittenberg doorsluizen naar zijn eigen rekening?Nee, dat wilde hij juist nadrukkelijk niet. Hij kreeg hierover bijna ruzie met de bankmedewerkster. Hij wilde een nieuwe rekening openen op naam van de Dr. Wittenberg Stichting. Omdat die nog geen KvK-nummer had, was dit niet mogelijk en opende hij op advies van de medewerkster van de bank tijdelijk een beheer-rekening op zijn eigen naam. Deze lezing staat in een proces-verbaal.
  
6. “Eerst was ik ervan overtuigd dat Louwes niet de dader was. Maar toen een bloedvlekje met zijn DNA in de kraag de blouse van mevrouw Wittenberg was gevonden, was ik om. Hij is de dader, want hoe komt anders dat vlekje daar dan?”Het bloedvlekje wordt in 2003 ontdekt, vlak voor het herzieningsproces voor het Hof Den Bosch. In 1999 vlak na de moord is dat vlekje op foto’s niet waargenomen. Het moet daar dus tussen 1999 en 2003 zijn gekomen door een onoordeelkundige behandeling van de blouse, door contaminatie dus.
Bovendien bevat het betreffende vlekje geen bloed van Louwes maar speeksel.
  
7. Maar het DNA van Louwes kan toch alleen op de blouse terecht zijn gekomen op de plaats delict? Hij heeft haar toch niet eerder, voor de moord, ontmoet?Louwes is op donderdagmorgen bij mevrouw Wittenberg op bezoek geweest om een document over grafrechten op te halen. Lange tijd heeft het OM dit bezoek ontkend, maar ging uiteindelijk overstag.
Het DNA van Louwes kan dus op die morgen zijn overgedragen tijdens een gesprek (bijvoorbeeld door spreken met consumptie).
  
8. Het telefoontje dat Louwes met mevrouw Wittenberg voerde, duurde maar 16 seconden. Heel kort dus. Misschien stond hij wel bij haar voor de deur en belde alleen maar om te zeggen dat hij er aan kwam. Geraffineerd toch?Op die drukke donderdagavond met veel verkeer op de weg, kon Louwes na zijn vertrek uit Utrecht niet al om 20:36 uur in Deventer bij mevrouw Wittenberg op de stoep staan. Bovendien was de Zwolseweg opgebroken en moest hij ook nog een stuk lopen.
  
9. Zijn de verklaringen van de getuigen die het slachtoffer vrijdag nog zagen wel betrouwbaar?Meerdere getuigen zagen het slachtoffer onafhankelijk van elkaar in dezelfde situatie, zoals thuiskomst met de auto, op weg om boodschappen te doen. Overigens werden diverse potentiële getuigen genegeerd (vriendinnen, bloemenkiosk).  
  
10. Plotseling blijken forensisch-medische gegevens te bestaan die aantone dat de moord 24 uur later is gepleegd. Is dat niet een beetje vreemd?Inderdaad is dat niet een beetje maar zelfs heel erg vreemd. Het is te danken aan een oplettende chemicus die na intensief onderzoek moest concluderen dat lijkvlekken, lijkstijfheid en de vertroebeling van het hoornvlies een overlijden op donderdagavond onmogelijk maakten. Andere experts deelden zijn conclusies.
Zie hierover blog1 en blog 2.

Blunders en missers

Mr. Aben noemde het in zijn interview met De Stentor. In de Deventer moordzaak is er sprake van blunders. Blunders in een moordzaak! Dat is heel ernstig.

Maar over hoeveel blunders en missers hebben we het dan?

We hebben de belangrijkste maar weer even op een rijtje gezet. Niet in een speciale volgorde want in een moordzaak met mogelijke gevangenisstraf als consequentie is elke blunder heel ernstig.

1. Het Mes is niet het moordwapen
Jarenlang wist het OM het zeker. Het Mes was het moordwapen, aangetoond met geurproef en al. Vlak voor het herzieningsproces voor het Hof Den Bosch in 2003 liet het OM Het Mes als een baksteen vallen. Verrassing en verbazing alom.

2. De geurproef was frauduleus en is afgeschaft
De geurproef vormde de basis van het bewijs maar bleek op fraude te berusten. De schuldige ambtenaren die valse ambtsedige (!) verklaringen hadden ondertekend, kregen milde straffen.
De geurproef wordt niet meer toegepast.

3. Mobiel gesprek vanaf A28
De ene na de andere deskundige verklaarde voor de rechters dat een mobiele telefoon onmogelijk vanaf de A28 een zendmast in Deventer zou kunnen bereiken.
Onderzoek van TNO wees jaren later anders uit en een belangrijke getuige-deskundige kwam op zijn eerdere verklaring terug.

4. Geen schouwrapport
Hoewel het Tactisch Journaal anders vermeldde heeft de schouwarts geen rapport opgemaakt, zo verklaarde hij in 2014. Hij mocht van de technische recherche op plaats delict het slachtoffer niet onderzoeken en kon dus geen temperatuurmeting doen. Dus weigerde hij een rapport op te maken. Met grote gevolgen voor alibi’s.

5. Geen reconstructie
Hoe is de moord precies in zijn werk gegaan? Dat wil elke politieman, -vrouw of rechter weten. Waar heeft de moord plaats gevonden, onder welke omstandigheden etc. Maar helaas, dat is er in al die jaren niet van gekomen. Een grote blunder, zeker in de Deventer moordzaak.

6. Getuigen niet serieus genomen
Diverse getuigen hebben onafhankelijk van elkaar en op overtuigende wijze verklaard mevrouw Wittenberg op vrijdag nog te hebben gezien. Wanneer de moord niet op donderdag is gepleegd maar ca. 24 uur later, heeft dat grote gevolgen voor alibi’s. Een zeer goede reden dus om deze getuigenissen serieus te nemen, maar dat is niet gebeurd.

7. Onoordeelkundige behandeling van de blouse
In de loop der jaren verschenen op de blouse steeds weer nieuwe sporen die afkomstig waren van de bronsporen. Foto’s in 2003 toonden op de blouse vele sporen die in 1999 niet waren waargenomen. Contaminatie dus, die optreedt na onoordeelkundige behandeling van de blouse. Is dat zeker? Ja, heel zeker! De blouse is zelfs een tijdlang zoek geweest.

8. Post mortem aanwijzingen over het hoofd gezien
Het is te danken aan een oplettende chemicus dat post mortem waarnemingen aan het slachtoffer wezen op een heel ander tijdstip van overlijden dan eerder werd aangenomen, wel 24 uur later. Forensisch-deskundigen bevestigen dit.

9. ‘t Harde of tussen ‘t Harde en Harderwijk
In diverse documenten (PV’s, requisitoirs, etc.) werd stelselmatig gemeld dat Louwes zou hebben verklaard tijdens het mobiele gesprek bij ‘t Harde te hebben gereden. Een kwestie van pure misleiding want Louwes heeft van meet af aan en bij herhaling verklaard ergens tussen ‘t Harde en Harderwijk te hebben gereden, waarschijnlijk in de buurt van Nunspeet.

10. Herzieningsonderzoek duurt al 8 jaar
Natuurlijk ook een blunder van de eerste orde. Welk onderzoek moet zo lang duren? Wereldoorlogen worden in die tijd gewonnen, vliegdekschepen gebouwd, maar mr. Aben slaagt er maar niet in zijn onderzoek af te ronden. Ten tijde van de processen duurden dergelijk onderzoeken hooguit enkele maanden.
Is er nu helemaal niemand die mr. Aben tot de orde kan roepen?

Het kan niet anders dan dat deze blunders en missers het vertrouwen ondermijnen dat de burger moet en ook wil hebben in ons rechtssysteem.

Contaminatie

Vroeger kon men in krant nog wel eens twee tekeningen aantreffen met de kop Vind de 7 verschillen. Dat viel vaak niet mee. Na veel zoeken lukte dat toch wel.

In de Deventer moordzaak kan men een dergelijke vraag ook stellen.

We tonen hieronder de blouse van het slachtoffer op de plaats delict nadat ze daar dood is aangetroffen en gefotografeerd (zaterdag 25 september 1999, 13:24 uur).

Ook tonen we een foto van dezelfde blouse eind 2003. Het aantal verschillen is veel groter dan 7.

Hoe komt dat en waarom pas eind 2003?

Vlak voordat de herzieningszaak in 2003 zou beginnen liet het OM Het Mes als moordwapen tot ieders verbazing plotseling vallen en kwam het met Het Vlekje als nieuw bewijs op de proppen.

Maar dat vlekje was op foto’s in 1999 helemaal niet waargenomen, en in 2003 wel? Dat wekte verbazing. Vlekjes ontstaan in de loop der jaren toch niet zo maar vanzelf?

Inderdaad, dat gaat niet vanzelf.

Maar wel als zo’n blouse niet volgens strenge voorschriften wordt behandeld. Bijvoorbeeld wanneer het onoordeelkundig wordt opgevouwen en plekken met bronsporen in aanraking worden gebracht met plekken die tot dan brandschoon waren.

Dan creëer je sporen die er eerst helemaal niet waren. Dat proces wordt contaminatie genoemd.

De blouse is van meet af aan niet volgens de regels behandeld. Niet een enkele keer, maar meermalen.

De blouse is zelfs een keer lange tijd zoek (!) geweest. Dat is in forensische kringen een doodzonde.

En zo kon het gebeuren dat op de blouse tussen 1999 en 2003 nogal wat vlekken bij zijn gekomen.

Sterker, dat gebeurde al tussen het moment van aantreffen van het slachtoffer op 25 september 1999 op de plaats delict en ‘s avonds in het mortuarium en zondagmiddag tijdens de sectie.

Bron: Beeldbank deemzet.nl

Links de foto genomen op de plaats delict (25 september 1999) en rechts bij het NFI (eind 2003).

Op de linker foto staan de vermoedelijke bronvlekken. We merken onmiddellijk op dat er rechts veel nieuwe vlekken zijn bijgekomen.

De nieuwe vlekken op de rechter foto zijn gemarkeerd in dezelfde kleur als de vermoedelijke bronvlekken.

Uit de vouwsporen kan worden opgemaakt dat de blouse is gevouwen.

Door de blouse tweemaal dubbel te vouwen zijn alle nieuwe veronderstelde vlekken verklaard.

Wat betekent dit alles?

Dit betekent dat een spoor dat in 2003 is aangetroffen in 1999 helemaal niet op die plaats hoefde te bestaan. Foto’s bewijzen dat ook. En dat conclusies trekken uit de plaats van een spoor in 2003 speculatief is en niets toevoegt aan het bewijs.

In tegendeel, het proces van bewijsvoering alleen maar verwart.

Geen officieel tijdstip van overlijden

Een schouwarts moet de dood vaststellen, metingen aan het lichaam doen en een mogelijke doodsoorzaak vaststellen. Ook bij de moord op mevrouw Wittenberg moest dat zo.

Als de schouwarts de temperatuur van het lichaam had kunnen meten, was veel juridische ellende voorkomen.

In het Tactisch Journaal (mutatie 035 op 27 september 1999) wordt gerapporteerd dat alles naar wens is verlopen. Het verslag [van de lijkschouwer, red.] is ontvangen en in de map SLO gevoegd.

In het proces verbaal dat op 12 maart 2014 door de Nationale Recherche is opgemaakt naar aanleiding van een expert meeting van forensisch deskundigen verklaart de betreffende schouwarts dat hij geen meting had mogen doen en dus ook geen rapportage heeft opgesteld, zie de onderstaande passages uit het Tactisch Journaal en het proces verbaal.

De forensisch deskundigen wilden vanzelfsprekend het officieel vastgestelde tijdstip van overlijden weten, maar de schouwarts kon hun dat dus niet vertellen.

Op grond van hun eigen waarnemingen aan de foto’s van het lichaam van het slachtoffer stelden zij zelf vast dat de moord ca. 24 uur later is gepleegd dan eerder gedacht en dat het slachtoffer tussen 6 en 24 uur na overlijden nog is verplaatst.

Deze conclusies pleiten Louwes vrij.

Hoe belastend is Het Bloedvlekje?

“Eerst geloofde ik ook dat Louwes onschuldig was. Maar toen ze dat bloedvlekje van hem vonden, wist ik het zeker: Louwes is de dader!”

Velen redeneren zo en dat is begrijpelijk: Louwes’ bloed op haar blouse! Hoeveel bewijs wil je nog meer hebben?

Maar zoals met veel aspecten in deze complexe zaak ligt de waarheid toch weer wat ingewikkelder.

Op de site deemzet.nl vallen heel veel details over dit bloedvlekje te lezen. En dat moet de geïnteresseerde lezer zeker doen. Maar wees gewaarschuwd, eenvoudig is deze materie allerminst en vergt veel kennis van DNA.

Gelukkig heeft de auteur de moeite genomen de vele onderzoeken (bijvoorbeeld over mobiele netwerken, post mortem verschijnselen) in een boek samen te vatten: In het pak genaaid.

En om het de lezer nog gemakkelijker te maken heeft hij van dit boek een synopsis geschreven. Alle hoofdstukken van het boek worden kort en krachtig, op begrijpelijke wijze samengevat.

Lees de synopsis eens rustig door, maar de tekst uit hoofdstuk 9 Bloed zien gaat over het bloedvlekje en die is hieronder alvast integraal te lezen.

Het DNA-bewijs tegen Louwes werd op de valreep van het herzieningsproces in Den Bosch (2003/4) geïntroduceerd. Heel belastend hierin was de vondst van een bloedvlekje (spoor #10) op de blouse van het slachtoffer. Hierin werd het DNA van Louwes gevonden.

Tijdens een latere herziening werd door de verdediging aangevoerd, dat er in dit bloedvlekje ook sporen van het slachtoffer zichtbaar waren.

Terzelfder tijd werd ook duidelijk, dat er veel bloedvlekjes van het slachtoffer op de blouse zaten, waarin zich helemaal géén DNA-kenmerken bevonden.

Hiermee werd een alternatieve verklaring voor spoor #10 mogelijk en zelfs waarschijnlijk: spoor #10 combineert een bloedvlekje van het slachtoffer met een speekselspoor van Louwes.

Qua vorm lijkt vlekje #10 ook heel sterk op die andere bloedvlekjes. Bloedvlekjes, die pas op de blouse kwamen, nadat de recherche het stoffelijk overschot had afgevoerd [ten gevolge van contaminatie, red.]. Foto’s bewijzen dat.

Vlekjes, die dus niets met de moord te maken hebben. Kort voor de moord was Louwes bij het slachtoffer op bezoek geweest en had hij met haar een indringend gesprek gevoerd.

In dit boek wordt dit spoor voor het eerst volledig geanalyseerd en van een alternatieve verklaring voorzien. Deze steunt op een wetenschappelijke onderbouwing, die tegelijkertijd verduidelijkt, waarom er zoveel bloedsporen zonder DNA konden worden gevonden.

Lees vooral verder in het boek. Het geeft een duidelijk beeld van veel aspecten van de Deventer moordzaak.

Moordzaak wordt Mediazaak?

Bas Haan begon er in 2009 mee. Zijn boek ging voornamelijk over Maurice de Hond. Het deel dat over de moordzaak zelf ging, bevatte veel fouten. Daarover heeft hij het liever niet.

De Deventer moordzaak is een bijzonder lastige zaak met veel belangrijke, technische details.

Het gaat over ingewikkelde zaken als protocollen in het mobiele telefoonverkeer waarop je al snel je tanden stukbijt.

En die protocollen waren sinds 1999 ook nog eens gewijzigd met alle verwarring van dien voor het Hof Den Bosch.

Of het lastig te begrijpen natuurkundige verschijnsel van afbuigende elektromagnetische stralen.

En wat te zeggen van de forensische implicaties (livor en rigor mortis, vertroebeling van de cornea) die pas in 2014 tot een schokkend proces verbaal van een team van forensische experts leidden.

Tenslotte zijn er de ingewikkelde DNA-aspecten waar zelfs het NFI niet goed raad mee wist en die pas werden opgehelderd door een oplettende, geduldige en wel deskundige chemicus (zie zijn website deemzet.nl)

Kortom, allemaal ingewikkelde, technische zaken waarvoor veel verstand van zaken en doorzettingsvermogen nodig is. Bij diegenen die commentaar leveren op de moordzaak ontbreekt de deskundigheid veelal.

Het is daarom veel eenvoudiger te schrijven over de rol van de media in de Deventer moordzaak en over Maurice de Hond in het bijzonder dan over de moordzaak zelf.

Dat is Bas Haan ook gewend, een one-liner hier, een platitude daar.

Zie bijvoorbeeld zijn bijdragen via Twitter.

Natuurlijk is het belangrijk de rol van de media in deze zaak te belichten, dat is altijd nuttig. Dat is ook de reden van de waardering voor de podcast de Deventer mediazaak.

Maar we moeten niet vergeten dat ook Bas Haan deel uitmaakt van de media en dat hij als onderzoeksjournalist in januari 2019 in DWDD zonder blikken of blozen verklaarde dat iemand die geen bal met de zaak te maken had als dader werd aangewezen.

Of die aangewezen dader nu wel of niet schuldig is, is hier niet het punt.

Wel dat Bas Haan van iemand die op 12 oktober 1999 door de politie bij een verhoor als verdachte werd aangemerkt, zegt dat hij geen bal met de zaak te maken heeft.

En dat jaren later in een trailer van de Deventer mediazaak nog eens herhaalt.

Ook dat doet de media geen goed.

Kleine chronologie van een moord (volgens deemzet.nl)

Het is op deze plaats al vaak genoemd: alle aspecten van de Deventer moordzaak worden door deemzet.nl in detail beschreven. Ook geeft hij een chronologie.

De reconstructie is opgesteld door Demo, de auteur van deemzet.nl.

De reconstructie bevat vanzelfsprekend de nodige onzekerheden. Demo was er immers ook niet bij.

Maar uit de lucht gegrepen is deze reconstructie evenmin. De activiteiten van mevrouw Wittenberg op donderdag tot en met het telefoontje om 20:36 uur zijn algemeen bekend en onomstreden.

Anders ligt het met haar handel en wandel op vrijdag.

Volgens het OM was zij op donderdagavond rond 21 uur vermoord en daarmee hielden haar activiteiten op.

Maar diverse getuigen hebben onafhankelijk van elkaar verklaard haar op vrijdag nog te hebben gezien.

Er was niet slechts een getuige, nee, er waren niet minder dan vijf getuigenissen die ronduit sterk en overtuigend waren.

Deze getuigen hadden haar op vrijdag nog zien lopen, autorijden.

Niettemin werden ze door het OM niet serieus genomen.

Lees de chronologie en – voor de belangstellenden – ook de diverse getuigenverklaringen.

Mr. Aben: hier nog een paar blunders

Eind januari 2021 verscheen het artikel Mr. Aben bevestigt blunders. Demo, de auteur van deemzet.nl schreef hierop een reactie die niet iedereen heeft gelezen.

De 23 gemelde blunders zijn er al ongelooflijk veel voor een moordzaak waar hoge gevangenisstraffen kunnen worden geëist en opgelegd. Elke blunder in zo’n zaak is er een teveel.

Daarom is het extra schokkend dat Demo er in zijn reactie zo maar 9 blunders aan kan toevoegen. En let wel, dit soort acties zijn core business van de recherche die op een moordzaak wordt gezet.

Ze waren te lezen in de reactie van bovenstaand artikel, maar we noemen ze hier nog maar even.

1. Nagelaten sporen te onderzoeken die op onschuld Louwes hadden kunnen wijzen (DNA op rugpand blouse).

2. Nagelaten de roze vlekken fysisch-chemisch te onderzoeken op herkomst roze kleur (vrijwel zeker bloed met schoonmaakmiddel en geen make-up).

3. Nagelaten te onderzoeken of bloedsporen vóór of na overlijden werden opgeleverd (bleven zo lang vochtig, dat het er wel na moet zijn geweest).

4. Nagelaten te onderzoeken of de vochtsporen in gang en woonkamer DNA bevatten.

5. Geen onderzoek in de keuken naar resten afval en voedsel.

6. Geen onderzoek betekenis notitie “chemisch afval”.

7. Geen onderzoek betekenis notities naast de telefoon.

8. Geen onderzoek naar recente banktransacties.

9. Geen onderzoek naar binnenkomende telefoongesprekken.

Wie bij elke nalatigheid het naadje uit de kous wil weten, kan zijn hart ophalen in deemzet.nl.

PV uit 2014 van Nationale Recherche pleit Louwes vrij

Op 12 maart 2014 maakte een inspecteur van de Dienst Nationale Recherche een proces verbaal op naar aanleiding van twee expert meetings van forensisch artsen.

Het gezelschap bestond uit vijf forensische deskundigen en een chemicus. Zij kwamen op 11 december 2013 en 18 februari 2014 bijeen vanwege een rapport van de chemicus. Deze had daarin een aantal post mortale verschijnselen beschreven die niet overeenstemden met het tijdstip van overlijden van mevrouw Wittenberg.

Hieronder worden een paar passages uit dit proces verbaal getoond die vrijwel zeker aantonen dat de moord niet op donderdagavond 23 september 1998 tussen 20:37 en 21:00 kon zijn gepleegd.

En waarmee Louwes wordt vrijgepleit.

Het volledige proces verbaal kan hier ook integraal worden gelezen.

De inhoud is ronduit schokkend te noemen.

Laten we eerst even kijken naar de vertroebeling van de cornea (hoornvlies) van het slachtoffer. Er is nog enige twijfel in de conclusie te bespeuren, maar die twijfel op zichzelf is al schokkend.

In de volgende passsage wordt onomwonden vastgesteld dat de wegdrukbaarheid van de lijkvlekken niet verenigbaar is met een overlijden op 23-9. Maar als deze datum niet mogelijk is, dan kan Louwes ook niet de dader zijn geweest.

De livor mortis patronen (lijkvlekken) zijn even overtuigend. Het lichaam is minstens 6 uur na overlijden verplaatst. Ook deze constatering pleit Louwes vrij want die heeft voor die periode een alibi.

In hetzelfde proces verbaal wordt ook een verklaring opgenomen van de schouwarts die geen onderzoek mocht uitvoeren. Hierdoor kon hij onder meer het tijdstip van overlijden niet vaststellen, met veel ellende tot gevolg.

De conclusies en overwegingen van het proces verbaal vatten de inhoud nog eens samen:

Wie deze passages leest, vraagt zich in gemoede af waarmee mr. Aben zich de afgelopen 7 jaar in het herzieningsverzoek heeft beziggehouden.

Zijn conclusie zou toen toch al moeten zijn geweest dat een herziening van de zaak onontkoombaar is?

En dan hebben we het nog niet eens over Het Telefoontje en het DNA-onderzoek.

Rancune Bas Haan hoort niet thuis in wetenschap

Bas Haan is een onderzoeksjournalist die zijn sporen heeft verdiend met onderzoek naar ongerechtigheden in het openbaar bestuur, met name in Den Haag.

Dit soort onderzoek is toch weer wat anders dan wetenschap bedrijven, een tak van sport met eigen strikte normen en waarden.

Toen Haan zich op de Deventer Moordzaak wierp, dacht hij op dezelfde manier te werk te kunnen gaan als op de departementen. Documenten opvragen, informatie krijgen van anonieme bronnen (het zogenaamde netwerk) en klagende partijen een luisterend oor bieden.

En wanneer alle informatie zou leiden tot een echte ongerechtigheid, verscheen van zijn hand een rapport en mocht hij van zijn werkgever de onthulling in Nieuwsuur aan het volk presenteren.

Het zou heel plezierig zijn geweest wanneer hij tijdens zijn onderzoek in de Deventer Moordzaak op dezelfde wijze documenten boven tafel zou hebben gekregen die de schuld van Louwes ondubbelzinnig zouden aantonen.

Of wanneer hij getuigen binnen het OM zou hebben kunnen vinden die zouden willen verklaren dat Louwes willens en wetens, opzettelijk onjuist zou zijn beschuldigd.

En dat hij daar door maar geduldig te blijven wroeten achter zou zijn gekomen. Dat zou groot nieuws zijn geweest.

Maar zo werkt het dus niet. Daar moet je met bewijzen komen en niet met speculaties.

En wat je als onderzoeker zeker niet moet doen, is je laten leiden door rancune. In zijn boek uit 2009 ademt bijna elke bladzijde zijn afkeer van Maurice de Hond.

Of zijn kritiek terecht is of niet, doet er niet toe. Zijn boek met de titel De Deventer moordzaak hoort daarover niet over te gaan.

Die rancune zit bij Haan erg diep.

Ook tijdens een gesprek in DWDD in januari 2019 kon hij er maar niet over ophouden.

En opnieuw, in een trailer van de Deventer Mediazaak, had hij maar een woord genoeg om op Maurice de Hond los te gaan.

Een onderzoeksjournalist kan toch beter?

‘In het pak genaaid’

Toen Louwes door Hof Arnhem voor het eerst tot 12 jaar cel werd veroordeeld was menigeen verbaasd. In het e-book In het pak genaaid staat waarom die verbazing zo terecht was.

Eerst even een korte terugblik.

De artikelen in HP/De Tijd van Stan de Jong hadden al in 2002 voor de nodige onrust gezorgd en dat was alleen maar erger geworden na de publicatie van zijn boek in 2003.

En niet alleen de burger had flinke twijfels, de drie rechters van de rechtbank Zwolle hadden hem al eerder vrijgesproken. Zo erg overtuigend was het bewijsmateriaal dus ook weer niet.

Sindsdien hebben velen het rommelige dossier onder de loep genomen, met vaak schokkende resultaten. Dat begon al met Maurice de Hond met in zijn kielzog een hele rij vrijwillige deskundigen op allerlei terreinen: politiemensen, forensische deskundigen, etc.

Het resultaat was onder meer de website geenonschuldigenvast.nl. Wanneer je deze doorleest, slaat de schrik je om het hart: dat had ook mij kunnen gebeuren.

En je denkt onwillekeurig aan die andere zaken: Lucia B., de Schiedammer Parkmoord, de Puttense moordzaak, Ina Post.

Daar bleef het echter niet bij. Het werd maar niet rustig rond de Deventer Moordzaak. Diverse cassatieverzoeken volgden met wisselende resultaten.

Inmiddels had ook de website deemzet.nl zich op het toneel gemeld.

Een website die zich onderscheidt door gedegen wetenschappelijk onderzoek op uiteenlopende terreinen: forensisch onderzoek, mobiele netwerken, DNA.

Een verademing vergeleken met het onderzoek van politie en OM.

Zo toonde de auteur aan, door diep in de protocollen van mobiele netwerken te duiken (niet zijn expertise) en deze te koppelen aan diverse atmosferische verschijnselen, dat een mobiele telefoon vanaf de A28 wel degelijk een zendmast in Deventer kan bereiken.

Zijn resultaten werden later door TNO bevestigd.

Tot die tijd werd dit door deskundigen steeds voor onmogelijk gehouden.

Alle resultaten van zijn onderzoek, met referenties en al, zijn op de website te lezen.

Op dezelfde grondige wijze dook hij in de complexe materie van DNA, een gebied dat dichter bij zijn expertise ligt.

En ook hier zijn de resultaten ronduit schokkend. Knoeiwerk van het NFI, weggeraakt materiaal, enzovoort.

Als je dit alles leest is het gênant dat mr. Aben – de advocaat-generaal bij de Hoge Raad die al bijna 7 jaar een herzieningsonderzoek leidt – het toch nog nodig achtte in 2020 een speciaal Cold Case team uit Amsterdam naar het DNA-bewijsmateriaal te laten kijken.

Hij zou ook eens een blik hebben kunnen werpen op deemzet.nl en had dit trouwens ook veel eerder kunnen doen, want zijn onderzoek loopt al bijna 7 jaar, sedert 2014.

Voor veel mensen zijn de onderzoeksresultaten van deemzet.nl minder toegankelijk. De materie is vaak ingewikkeld en specialistisch.

Daarom heeft de auteur in zijn boek In het pak genaaid alle onderzoeksonderwerpen begrijpelijk opgeschreven zonder daarbij de nauwkeurigheid geweld aan te doen.

Een goed leesbaar, begrijpelijk en bijna spannend boek.

Aan te bevelen.

Lees het en vraag je af: Kan flinterdun bewijs nog dunner?

Vragen die raadsheren hadden kunnen (moeten) stellen (2)

Rechters moeten het dossier beoordelen dat hun wordt voorgelegd. Ze stellen vragen en horen de meningen van deskundigen. Toch werden veel vragen niet gesteld.

In het eerste deel over de rol van de raadsheren hebben we al vier vragen genoemd die de raadsheren hadden kunnen, maar eigenlijk hadden moeten stellen.

Nu een nieuwe serie belangrijke vragen.

Mevrouw de advocaat-generaal.
Uit het dossier blijkt niet overtuigend dat de verdachte een financieel motief had, terwijl dat tot dusver zo’n grote rol heeft gespeeld, ook nog voor het hof Arnhem.
Kunt u andere, wel overtuigende motieven noemen, want een moord zonder motief …

Mevrouw de advocaat-generaal.
Het mes waarmee de moord zou zijn gepleegd werd door een bewoner in de buurt van een kelderportiek gevonden, op 1 km afstand van de plaats delict? Ik zou dan niet gelijk denken dat hiermee het moordwapen zou zijn gevonden, al vermoedde de vinder dat wel. Waarom hebt u toch gelijk gedacht met het moordwapen te maken te hebben?

Mevrouw de advocaat-generaal.
De verdachte kwam bij u in beeld als verdachte vanwege het telefoontje. Volgens hem belde hij vanaf de A28, volgens u was dat niet mogelijk. Waarom hebt u toen niet onmiddellijk alle mogelijke gegevens over dit mobiele gesprek opgevraagd, zoals de Time Advance data? Dat zou het onderzoek aanzienlijk hebben vereenvoudigd.

Mevrouw de advocaat-generaal.
Op de plaats delict is alleen de vingerafdruk van verdachte aangetroffen. Verder niets. Het huis bleek zeer grondig gereinigd. Hebt u enig idee hoeveel tijd de verdachte daarvoor nodig zou hebben gehad, afgezien van andere handelingen zoals de moord zelf? Heeft de reconstructie hierover uitsluitsel gegeven …? O nee, er is geen reconstructie gedaan. Maar in het dossier wordt hierover helemaal niets gemeld.

Vragen die raadsheren hadden kunnen (moeten) stellen (1)

Rechters moeten het dossier beoordelen dat hun wordt voorgelegd. Ze stellen vragen en horen de meningen van deskundigen. Toch werden veel vragen niet gesteld.

In de Deventer Moordzaak hebben de raadsheren te vaak achterover geleund en vertrouwd op wat de advocaten-generaal hen voorschotelden.

Ook de deskundigen werden op hun woord geloofd – en dat moet ook.

Hoewel, ook dat ging een paar keer goed mis.

Maar vragen stellen of toelichting vragen over belangrijke onderwerpen is niet een blijk van wantrouwen.

We weten dat dit soort gemiste kansen van de raadsheren geen onderwerp van het herzieningsonderzoek zijn dat onder leiding van advocaat-generaal mr. Aben wordt uitgevoerd en al bijna 8 jaar duurt.

Bij dat onderzoek moet het immers gaan over ‘nova’.

Maar schrijnend is het allemaal wel. Een belangrijke oorzaak van de frustratie die bij de Deventer Moordzaak wordt gevoeld.

Hieronder sommen we een aantal vragen op die de raadsheren hadden kunnen en eigenlijk hadden moeten stellen.

We gaan hierbij uit van de verdenking dat Louwes op donderdag 23 september 1999, rond 9 uur ‘s avonds mevrouw Wittenberg heeft vermoord.

De vragen die de raadsheren hadden moeten stellen aan de advocaten-generaal:

Mevrouw de advocaat-generaal.
Ik zie in het dossier dat de schouwarts geen tijdstip van overlijden heeft vastgesteld. Het is toch zeer gebruikelijk dat dit wel wordt gedaan? Waarom is dat in dit geval niet gebeurd? En hoe weet u dan zo zeker dat de moord op donderdagavond is gepleegd en dan ook nog wel op zo’n precies tijdstip?

Mevrouw de advocaat-generaal.
In het dossier ontbreekt het resultaat van een reconstructie. Kunt u me vertellen waarom die niet heeft plaatsgevonden? Er zijn nogal wat vragen over de plaats waar het slachtoffer is aangetroffen en waar ze is vermoord? Kunt u daarover wat meer vertellen?

Mevrouw de advocaat-generaal.
Uit het dossier blijkt dat Louwes om 19 uur van de Jaarbeurs is vertrokken en dat hij later die avond is thuisgekomen tussen 21 uur (zijn verklaring) en 23 uur (uiterste andere mogelijkheid). Kunt u toelichten waarom u ervan overtuigd bent dat Louwes voldoende tijd had om de moord en alle bijkomende handelingen uit te voeren: de moord, doorzoeken en grondig reinigen van het huis, verplaatsen van een zwaar stoffelijk overschot, van en naar de auto wandelen, etc.? Heeft u een plausibel scenario?

Mevrouw de advocaat-generaal.
Het slachtoffer heeft donderdagmiddag boodschappen gedaan. Ze heeft onder meer vlees, vleeswaren en broodjes gekocht. Een belangrijk deel hiervan is niet meer aangetroffen, niet in het huis en evenmin door de sectiearts. Deze zouden dus door Louwes moeten zijn meegenomen. Hebt u er een logische verklaring voor waarom hij dat zou hebben gedaan. Graag een andere dan ‘het creëren van een dwaalspoor’?

Datum van overlijden

Wanneer werd mevrouw Wittenberg vermoord? Lang werd aangenomen donderdag 23 september 1999. Veel later werd hieraan steeds meer getwijfeld.

De twijfel kon ontstaan doordat de politie de schouwarts niet toestond een temperatuurmeting te doen (wanneer je dit leest, kun je je ogen niet geloven).

Zo’n meting is immers noodzakelijk om een preciezer tijdstip van overlijden te kunnen vaststellen. Dat dit niet is gebeurd heeft Louwes jarenlang ernstig parten gespeeld.

In 2014 werd door een team van forensische deskundigen in een proces verbaal vastgesteld dat het tijdstip van overlijden minimaal 24 uur later moet zijn geweest, dus op vrijdagavond of -nacht.

Los van deze ontwikkelingen is er iets opmerkelijks.

Op de grafsteen van mevrouw Wittenberg lezen we twee opvallende dingen.

In de eerste plaats dat haar voornaam wordt geschreven zonder ‘c’, dus Jaqueline in plaats van Jacqueline (de laatste komen we het vaakst tegen), maar dat is een onbeduidend detail.

Maar ook de datum van overlijden valt op: 25 september 1999. Niet 23 september zoals tot 2014 steeds is volgehouden.

We moeten niet gaan complotdenken. Het zal wel een vergissing zijn geweest door de maker van de grafsteen.

Maar opvallend is het wel.

Plotseling staken van onderzoek

We hebben de afgelopen jaren nogal wat bijzondere moordzaken meegemaakt. Bijzonder omdat de gedoodverfde dader na vele jaren werd vrijgesproken.

We herinneren ons nog de geruchtmakende zaken van Lucia de Berk, Ina Post en de Schiedammer Parkmoord.

Wie even op internet zoekt, kan zonder moeite nog vijf of meer van dergelijke zaken vinden.

Zaken die het vertrouwen in politie en justitie ernstig hebben geschokt. Jarenlang heeft iemand vastgezeten en dan blijkt die de dader te zijn!

Ook de Deventer Moordzaak is zo’n bijzondere zaak.

Al vanaf het eerste begin werd de argeloze krantenlezer getroffen door de vele missers en onbegrijpelijke keuzes van politie en Openbaar Ministerie.

We denken aan Het Mes, de twee briefjes, het gedoe over wel of niet een ochtendbezoek, het openen van een rekening nu wel of niet verdacht was, het Telefoontje, het zoekraken van bewijsmateriaal, toch niet Het Mes, dan plotseling een Vlekje, enzovoort. Dat maakt de burger argwanend. Zijn politie en OM wel berekend op hun taak?

Er is ook nog een andere opvallende gebeurtenis die tot op de dag van vandaag vragen oproept.

Voordat Louwes als verdachte in beeld kwam en vervolgens in november 1999 werd gearresteerd, waren er ook nog twee andere personen voor wie de politie bijzondere belangstelling had en die zelfs op enig moment als verdachte werden aangemerkt.

Van de ene op de andere dag werd het onderzoek naar beide personen gestaakt en daarna is er niets meer van die onderzoeken vernomen.

Dat zou logisch zijn ingeval een ander de moord heeft bekend.

Of wanneer het bewijsmateriaal tegen een ander overweldigend en zeer overtuigend is.

Maar van beide mogelijkheden was in deze zaak geen sprake. Dat blijkt wel uit de vrijspraak door de rechtbank Zwolle.

Dus blijft de vraag nog steeds zeuren: waarom is dat onderzoek plotseling gestaakt?

Saaie Piet

Wanneer je de Deventer Moordzaak rustig doorleest, dan vraag je je af hoe de politie en het OM ooit Ernest Louwes als dader hebben kunnen zien.

Het lijkt allemaal te zijn begonnen met het mobiele telefoongesprekje dat Louwes naar eigen zeggen vanaf de A28, ergens tussen Harderwijk en ‘t Harde, waarschijnlijk in de buurt van Nunspeet heeft gevoerd.

Dat kon helemaal niet, vond een deskundige de KPN. Zijn mobieltje kan Deventer vanaf die plaats nooit bereiken.

Dus Louwes liegt. Dat is dus zeer verdacht. En dus zal hij wel de dader zijn. Vonden politie en OM.

En dus werd het onderzoek naar andere verdachten plotseling stopgezet, terwijl die de politie nog wel wat hadden uit te leggen.

Zeker hebben dat telefoontje en de gebrekkige kennis van de deskundige van de KPN en twee hoogleraren Louwes helemaal in het begin parten gespeeld.

Maar toch.

Al snel zou het OM toch tot de ontdekking moeten zijn gekomen dat ze met Louwes helemaal op het verkeerde spoor zaten.

Want er waren nogal wat goede redenen, om hem niet langer als verdachte te zien.

In willekeurige volgorde.

  1. De omstandigheden van de moord wijzen erop dat er hevige emoties in het spel waren (gesleep met slachtoffer, onder schilderij leggen, nauwkeurig geplaatste messteken).
  2. Louwes werd juist gekenmerkt (niet in de laatste plaats door hemzelf) als een saaie piet, wars van emoties.
  3. Hij had geen financieel motief, zoals later door het Hof Den Bosch werd vastgesteld.
  4. Evenmin werd een ander motief vastgesteld (dat is vaak een probleem, een moord zonder motief!).
  5. Hij was geen goede bekende of huisvriend van het slachtoffer.
  6. Hoewel de dader met het bloedige mes het huis heeft verlaten, werden op Louwes noch in zijn auto bloedsporen aangetroffen.
  7. Politie en OM hadden al meteen afstand moeten nemen van het gevonden mes als moordwapen. Daarmee zou hen tevens een gênante vertoning bespaard zijn gebleven.
  8. De zeven weken dat hij als executeur-testamentair heeft geopereerd, heeft hij dat correct gedaan, zeker als in aanmerking wordt genomen dat hij deze taken naast zijn overige werkzaamheden moest uitvoeren.
  9. Zelfs wanneer de moord op donderdagavond zou zijn gepleegd (de deskundigen denken daar in meerderheid anders over, getuige een proces verbaal), dan zou hem de tijd hebben ontbroken.

Niet alle individuele punten pleiten Louwes voor de volle 100% vrij want er is altijd ruimte voor twijfel. Maar gezamenlijk maken zij zijn daderschap onmogelijk.

De enige reden dat mr. Aben zo lang over het herzieningsonderzoek doet, kan alleen maar zijn: het zoeken naar een uitweg uit deze negen punten.

Het tweede mes

Twee dagen na de moord werd op een onwaarschijnlijke plaats een vleesmes gevonden. Dit zou wel eens het moordwapen kunnen zijn, dacht de politie.

Ondanks de bijzondere vindplaats (1 km vanaf de Zwolseweg 157, onderaan een trap naar een fietskelder) raakten politie en OM ervan overtuigd dat Het Mes het moordwapen zou zijn.

Voor de geuridentificatie werd de geur veiliggesteld en Het Mes werd door het NFI onderzocht, zonder DNA-resultaat.

Geen DNA maar toch bleven politie en OM Het Mes als het moordwapen zien.

Totdat …

Ja, totdat op 10 januari 2000 een bewoonster aan de Arnold Moonenstraat in Deventer meldde dat in haar openstaande garage een scherp mes was aangetroffen. Zij bracht dit zelf in een mogelijk verband met de moord op de Zwolseweg.

Gezien het voorgaande zou de politie haar moeten hebben meedelen dat ze al waren voorzien: er was al een moordwapen gevonden. Bedankt voor uw oplettendheid.

In plaats daarvan meldt het Tactisch Journaal dat Het Tweede Mes werd veiliggesteld en, om geen sporen te vernietigen, voor onderzoek naar het NFI te Rijswijk werd gestuurd.

Tegelijk werd na overleg met de Officier van Justitie een aanvraag machtiging DNA onderzoek aangevraagd om eventueel aan te treffen DNA-materiaal te vergelijken met het profiel van het slachtoffer Wittenberg.

Zo overtuigd was het OM er dus niet van dat Het Eerste Mes het moordwapen zou zijn. Het liet voor de zekerheid ook Het Tweede Mes onderzoeken.

Niet geschoten is altijd mis, moeten deze professionals hebben gedacht.

Toch was Het Eerste Mes voor de veroordeling door het Hof Den Bosch een belangrijk bewijsmiddel!

Klungeliger kan het toch niet?

Wie heeft geen belang bij heropening Deventer Moordzaak?

Er zijn veel mensen in Nederland die er steeds meer van overtuigd zijn dat de Deventer Moordzaak de grootste rechterlijke dwaling tot dusver is. Zij kunnen niet wachten op de heropening en hopelijk de uiteindelijke vrijspraak.

Maar niet iedereen denkt er zo over.

Er zijn ook mensen die – ondanks alle nieuwe bewijsmateriaal van het tegendeel – ervan overtuigd blijven dat Louwes de dader is. Dat is hun goed recht.

Ze zijn niet echt tegen een herziening, maar van hen hoeft die niet zo nodig.

Er is ook een groep personen die om de een andere reden tegen een herziening zijn. Zij hebben helemaal geen belang bij een herziening.

Integendeel, wanneer de Hoge Raad de zaak doorverwijst naar een gerechtshof is de kans groot dat alle zaken weer worden opgerakeld: PV’s, onderzoeksrapporten, getuigenverklaringen en zo meer.

Welke personen en/of categorieën zitten echt niet op een herziening te wachten?

1. De echte dader (of daders)
In de allereerste plaats natuurlijk de echte dader. Die heeft de afgelopen jaren 22 jaar met genoegen gezien hoe Louwes in het verdachtenbankje werd geplaatst en definitief werd veroordeeld. De dader moest steeds glimlachen bij alle trucjes die het OM uit de hoge hoed toverde om Louwes achter de tralies te krijgen of houden.
Deze dader heeft dus geen enkele behoeft aan een nieuw proces. Dat kan alleen maar in zijn nadeel uitpakken.
De kans om te worden ontmaskerd acht de echte dader na zovele jaren weliswaar niet groot, maar je weet nooit.

2. De politie
Jaap Visscher is er nog steeds van overtuigd dat het onderzoek dat onder zijn leiding heeft plaats gevonden, goed is geweest.
Er zijn veel fouten gemaakt, dat erkent hij ook. En zelfs blunders, zo vindt zelfs mr. Aben, de advocaat-generaal die momenteel het herzieningsonderzoek leidt.
Inderdaad, fouten en blunders.
Wat te denken van de politiemensen die de schouwarts nader onderzoek verboden, van het kwijtraken van een vest en broek van het slachtoffer, van het bestempelen van Het Mes als moordwapen.
Allemaal fouten en blunders van de politie, maar dat maakte voor het resultaat verrassend genoeg geen verschil. Volgens Visscher.
Maar wie weet wat tijdens een nieuw proces nog meer wordt onthuld. Daar zit Jaap Visscher niet op te wachten.
Nee, geen nieuw proces!

3. Het OM
Dit is de derde, niet onbelangrijke, partij die niet enthousiast is over een nieuw proces. Dan zullen alle fouten en blunders – en nog erger, leugens – weer breed worden uitgemeten: het ochtendbezoek, alle gekonkel om maar aan te tonen dat Louwes niet op de A28 kon hebben gebeld. Ach, alle ellende is uitgebreid te lezen op de website deemzet.nl.
Nee, allemaal zaken waar het OM met afschuw op terugkijkt.
Dit alles nog een keer in gewreven krijgen op een nieuw proces? Nee dank je wel, heel veel liever niet.

4. Het NFI
Dit instituut wil al helemaal geen nieuw proces. In de jaren 1999-2004 heeft het NFI veel ondeskundigheid ten toon gespreid, die zelfs werd aangetoond door de Raad van Accreditatie (RVA). Aan die periode wil het NFI liever niet worden herinnerd, want het is behoorlijk schadelijk voor de reputatie als deskundig onderzoeksinstituut. Weliswaar is hoofdpersoon ing. Richard Eikelenboom snel na deze zaak bij het NFI vertrokken, maar dan nog.
Nee, liever geen nieuw proces. En over tot de orde van de dag.

5. De deskundigen
Deze hebben een belangrijke rol gespeeld. De gerechtshoven moeten kunnen vertrouwen op hun expertise. Hoewel wat meer alertheid van hun kant ook geen kwaad had gekund (winterse buien in september).
De raadsheren moesten voor waar aannemen dat van de A28 niet een zendmast in Deventer kon worden aangestraald omdat deskundigen dat hadden verklaard.
De raadsheren moesten ook voor waar aannemen wat door het NFI werd gezegd over DNA-monsters (heel stellig en toch met veel onzin). Er zat voor de raadsheren niets anders op want ze zijn verre van deskundig op dit terrein. Dus ing. Richard Eikelenboom kon hier dus op zijn gemak orakelen over DNA-sporen. Er bestond tussen de deskundigen ook nog veel verschil van mening, wat de raadsheren niet zo maar hadden mogen laten passeren.
Tijdens een nieuw proces zouden de deskundigen (voor zover nog in leven) alles nog eens goed ingewreven krijgen.
Nee, als het aan hen ligt, liever geen nieuw proces. Het was al erg genoeg. de eerdere keren.

6. De rechterlijke macht
De rechtbank Zwolle kan niets worden verweten. Die heeft Louwes vrijgesproken wegens gebrek aan bewijs.
De gerechtshoven zouden wel wat alerter de zaken hebben kunnen leiden.
Hoezo, er is geen tijdstip van overlijden?
Hoezo, een winterse bui in september?
Waarom werden getuigen die zeiden mevrouw Wittenberg nog op vrijdag te hebben gezien niet serieus genomen, een behandeling die ook de huishoudster ten deel viel?
Waarom is er niet doorgevraagd of er wel voldoende tijd was voor Louwes om de moord te plegen en weer op tijd thuis te zijn?
Raadsheren hebben na deze processen hun carrière succesvol voortgezet en willen niet hun bedenkelijke rol van ongeveer 20 jaar geleden nog eens ingewreven krijgen.
Nee, hun carrière wordt door een nieuw proces niet meer geschaad want ze zijn met pensioen. Maar hun reputatie loopt wel een stevige buts op.
Dus, als het even kan, niet doen.

7. Goede bekenden of intimi van het slachtoffer
Last but not least.
Niets is zeker in deze wereld, maar algemeen wordt aangenomen dat mevrouw Wittenberg door een goede bekende van het leven is beroofd.
Wie je tot de goede bekenden rekent, blijft een open vraag want een betrekkelijke buitenstaander als Louwes werd ook als zodanig gezien.
Als Louwes wordt vrijgesproken, komen andere goede bekenden weer in beeld. Of dit na zovele jaren nog wat zal kunnen opleveren, blijft de vraag.
Maar het blijft wel een feit.

Waarheid vs. Leugens

Het is gebruikelijk dat daders halve waarheden of ronduit leugens vertellen. Ze komen op eerdere versies van hun verhalen terug. Dat maakt hen extra verdacht.

Op die wijze proberen ze zichzelf vrij te pleiten.

In de Deventer Moordzaak ligt dat heel anders. De verdachte Louwes heeft van meet af aan consistente en correcte verklaringen afgelegd. Geen gedraai, geen gekonkel. Gewoon, zo is het gegaan en niet anders.

Hij heeft steeds precieze, controleerbare verhalen verteld.

Of het nu ging om zijn bezoek aan mevrouw Wittenberg op donderdagmorgen om een grafrechtenbrief op te halen.

Of over zijn telefoontje vanaf de A28 tussen Harderwijk en ‘t Harde (en niet vanaf ‘t Harde)

Of over de schilders of dakbedekkers met ladders vlakbij het huis van mevrouw Wittenberg.

Steeds bleken zijn verklaringen correct te zijn.

Hoe anders ligt dit aan de zijde van het OM dat met leugens en halve waarheden (en ook nog blunderend) het bewijs tegen Louwes sluitend probeert te krijgen.

Of het nu gaat om de geuridentificatieproeven die niet correct zijn uitgevoerd.

Of het lange tijd blijven beweren dat Louwes op donderdagmorgen niet op bezoek bij mevrouw Wittenberg was geweest, ondanks een getuigenverklaring van de werkster.

Of verklaringen van getuigen die hadden verklaard mevrouw Wittenberg op vrijdag nog te hebben gezien, zodanig op papier te zetten (bijvoorbeeld: meent te hebben gezien in plaats van heeft verklaard te hebben gezien) dat de lezer ernstig twijfelt aan de waarde van de verklaring.

Of jarenlang blijft stellen dat Louwes belde vanaf ‘t Harde terwijl hij vanaf het eerste begin had verklaard dat hij belde tussen Harderwijk en ‘t Harde, waarschijnlijk in de buurt van Nunspeet. Vergissing of moedwil?

Het is de Waarheid tegenover de Leugens.

Om met de huidige minister van VWS Hugo de Jonge te spreken: Hier is geen kruid tegen gewassen.

Nederlands Juristenblad 2008

Ook in het NJB van 18 juni 2008 werd aandacht besteed aan de Deventer Moordzaak. In een artikel heeft Hieke Snijders-Borst ernstige twijfels over het daderschap van Louwes.

Zoals kan worden verwacht van een gepensioneerd inspecteur vennootschapsbelasting formuleert ze haar opvatting zorgvuldig en nauwkeurig.

In haar artikel legt ze de vinger regelmatig op de vele zere plekken.

Let op: dit artikel is zes jaar eerder verschenen dan het herzieningsonderzoek (2014) dat sedertdien door mr. Aben wordt gedaan.

Over het type verdachte.

Mr. Ernest Louwes was de meest onaannemelijke verdachte die men zich kan voorstellen: een harde werker, zeer toegewijd aan zijn gezin, weinig fantasierijk en op 46-jarige leeftijd nog nimmer van enig kwaad beticht.

Over het type misdrijf.

De moord zelf en het verslepen van het slachtoffer tot vóór het schilderij van haar man, waar zij zevenmaal in de borst is gestoken, wezen op bepaalde emoties die bij Louwes ontbraken. 

Over het type moordwapen

Dit mes was 1,5 km van de woning van mevrouw in een portiek gevonden. Het lemmet was te breed, te dik, te lang en te recht om te kloppen met de steekwonden in mevrouw. Bij later onderzoek werd noch van mevrouw noch van Louwes lichaamsmateriaal op het mes aangetroffen.

Over het handelen van de Technische Recherche.

Eerst nu is vast komen te staan dat kort na de ontdekking van de moord de Technische Recherche één van de belangrijkste voorschriften heeft veronachtzaamd: de stukjes plakfolie om van huid en kleding van het slachtoffer slecht zichtbaar bewijsmateriaal te verzamelen – bijvoorbeeld haren van de dader – zijn diverse malen op het voorpand van de blouse hergebruikt. 

Over de aard en hoeveelheid bewijs.

De wetenschappelijke basis voor het toch al schamele en wankele beetje bewijs tegen Louwes is daarmee geheel vervallen. Het is te hopen dat een gezwinde afhandeling van een derde herzieningsverzoek van hem nu snel een einde maakt aan deze beschamende zaak.

Daarmee zijn de beginselen geschonden van artikel 6 EVRM (…), in het bijzonder van het ‘audi et alteram partem’ en van de ’sub iudice’-regel.

Over het proces Hof Den Bosch.

… Deze schendingen klemmen temeer, wanneer men zich rekenschap geeft dat ook de behandeling indertijd in Den Bosch niet vlekkeloos is verlopen. De verdediging is opvallend weinig tijd gegund om zich te weren (…) heeft het Hof op 9 februari 2004 arrest gewezen: op de veertiende dag dus na de zitting …

Over de Hoge Raad.

… de Hoge Raad gelast een onderzoek en benoemt daartoe een raadsheer-commissaris uit zijn midden (art. 465 Sv), waarna dat onderzoek buiten aanwezigheid van pers en publiek plaatsvindt (art. 466 Sv). Zodoende zijn bij het verzoek van Louwes gegevens uit een geheim gehouden onderzoeksrapport in het geheim onderzocht en zijn nieuwe getuigen ondervraagd op een niet-openbare zitting.

Over de geheimhouding.

… De geheimhouding van de rapporten van het OM van het ‘oriënterend vooronderzoek’ is gemotiveerd met de noodzaak de privacy van derden te beschermen. Maar de feiten en de namen van die derden zijn in een handomdraai te verwijderen zonder tekort te doen aan de inhoud. Het lijkt dan ook evident dat de geheimhouding slechts dient om de incompetentie en andere tekortkomingen van vele betrokkenen en – vooral! – de werkelijke feiten voor het oog van pers en publiek verborgen te houden …

Over de grondbeginselen van de rechtsstaat.

Wie nodeloos een strafrechtelijk onderzoeksrapport geheimhoudt heeft niet alleen een krachtig bewijs geleverd voor de incompetentie van zichzelf en/of van sommige collega’s en/of ondergeschikten, maar ook de grondbeginselen van de rechtsstaat geweld aangedaan.

Dit alles moet de Hoge Raad niet zijn ontgaan?

Mr. Aben bevestigt blunders

In een interview met De Stentor bevestigde mr. Aben dat in de Deventer Moordzaak veel blunders zijn gemaakt. “De meeste missers zijn te verklaren door vergissin­gen, fouten en blunders.”

De Stentor:
Is dat dan bewust gebeurd?

Dat vermoed ik niet en daar heb ik ook geen aanwijzingen voor. De meeste missers zijn te verklaren door vergissingen, fouten en blunders

Iedereen vraagt zich af hoe het mogelijk is dat in zo’n belangrijke zaak zoveel fouten zijn gemaakt.

Met grote gevolgen: 12 jaar gevangenisstraf.

Laten we eens nagaan aan welke blunders mr. Aben zoal zou kunnen denken (klik door naar de betreffende pagina).

  1. Geen moordwapen (eerst een mes, toen drie, nu geen).
  2. Geen reconstructie (had veel, o.a. duur moord, kunnen aantonen).
  3. Geen schouwrapport (schouwarts mocht geen onderzoek doen, weggestuurd).
  4. Dus geen nauwkeurig tijdstip overlijden (slechts op basis van ‘stille getuigen’, dus veel twijfel).
  5. Leugens over DNA (DNA kan ook zonder geweld op weduwe zijn gekomen, zie Prof. Derksen).
  6. Ernstige contaminatie blouse (nieuwe vlekken), blouse was zelfs een keer zoek.
  7. Vest en broek zoek, beide op de PD nadrukkelijk te zien: weg, foetsie, kan gebeuren.
  8. Geen Time Advance gegevens opgevraagd (had locatie Louwes op A28 kunnen aantonen).
  9. Geknoei met agenda mevrouw Louwes (‘wel of niet komen eten’).
  10. Onderzoek naar andere verdachten abrupt gestopt (politieman en klusjesman).
  11. Geen nader onderzoek naar tegenstrijdige alibi’s. Politie slikt wijzigingen als zoete koek.
  12. Tot 2003/2004 achterhouden van verklaring medewerkster bank (rekening openen).
  13. Geurproef verkeerd toegepast (mag alleen als moordwapen is vastgesteld).
  14. Fraude met uitvoering hondenproef (agenten veroordeeld, mochten bij politie blijven werken).
  15. Expert herroept onjuiste verklaring voor hof (A28), bekend geworden tijdens recent onderzoek.
  16. Verkeerde voorlichting NFI over DNA (test kan wel met minder cellen, en zelfs met een standaard test).
  17. Daderkennis verdachte niet verder onderzocht.
  18. Alibi’s voor vrijdag tot 24 uur niet onderzocht (al stond tijdstip donderdagavond niet vast).
  19. De opvallende post-mortem verschijnselen (rigor en livor mortis) niet op waarde geschat.
  20. Getuigen zeggen weduwe vrijdag te hebben gezien (worden niet serieus genomen).
  21. Een profiler zou zich hebben moeten uitspreken over dader van atypische moord.
  22. Briefjes in tuin gevonden over diefstal met excuses (niet echt onderzocht).
  23. Opzettelijk primitieve tekst. ‘Schrijf eens een briefje met spelfouten!’ Dan krijg je dit.

De punten zonder link komen nog later aan bod.

Blunders en misleidingen

In de Deventer moordzaak zijn nogal wat blunders begaan. Zelfs mr. Aben is die mening toegedaan. Ook is er vaak sprake van misleiding. Wat ging er zoal mis?

Volgens de auteur van deemzet.nl komen in het onderzoek en de gerechtelijke procedures van de Deventer moordzaak veel blunders en misleidingen voor.

Een betrekkelijke buitenstaander als Louwes heeft hierdoor voor het delict een gevangenisstraf van 12 jaar uitgezeten en wordt een andere betrokkene – vrijwel zeker onterecht – beschuldigend nagewezen.

Ondertussen lopen de dader of daders vrij rond (die zeker niet enthousiast zullen zijn over de aandacht die de moordzaak maar blijft krijgen, ook na 21 jaar).

In een aparte sectie van de website loopt de auteur niet minder dan 46 gevallen langs waarop iets valt aan te merken. Per onderwerp wordt een uitgebreide toelichting gegeven.

Hieronder een voorbeeld (punt 27).

Peter R. de Vries (juist, die!) meldt:

Volgens Ernst L. was hij om 21.00 uur weer thuis in Lelystad. Hij heeft echter een nogal opvallende route naar huis genomen. Hij rijdt via Amersfoort, Harderwijk en ‘t Harde naar Lelystad. Bepaald niet de snelste weg vanuit Utrecht. Logischer lijkt het om via Almere naar Lelystad te rijden. Deze route is namelijk zo’n 50 kilometer korter.

Het commentaar op deze uitspraak is nogal onthutsend.

De bedoelde autorit werd op 23 september 1999 gemaakt, maar de door PRdV bedoelde route werd op 13 december 1999 geopend.

Toch wel belangrijk dat deze blunder in zo’n zaak wordt opgemerkt.

Het is zeker de moeite waard de andere punten ook eens te bekijken.

De 114 vragen van H.J. Vonk

De laatste jaren is in de Deventer moordzaak de focus komen te liggen op zaken als Het Telefoontje, post-mortem verschijnselen en DNA-onderzoek.

Al vanaf het eerste begin speelden in deze zaak allerlei rare kwesties. Iedereen kan zich nog herinneren op welke klungelige wijze Het Mes tot moordwapen werd gebombardeerd.

Op ruim een kilometer afstand, na twee dagen gevonden, met een lemmet dat niet paste bij een afdruk op de blouse en ook nog met een gefraudeerde geuridentifcatieproef aan Louwes gelinkt. Brrr.

Ook andere kwesties wekten op zijn zachtst gezegd veel bevreemding. Kledingstukken die het slachtoffer had gedragen, waren verdwenen, de onprofessionele manier waarop met de blouse was omgegaan, en zo kunnen we nog wel even doorgaan.

Bij het grote publiek leefden dus veel vragen, over van alles en nog wat.

Een van hen, H.J. Vonk, heeft zijn vragen toentertijd gebundeld en op papier gesteld in een document met 114 vragen.

Ook na zoveel jaren is het nuttig deze vragen terug te lezen, zeker wanneer het herzieningsonderzoek van mr. Aben zou leiden tot vrijspraak van Louwes.

Website deemzet.nl

De Deventer moordzaak is een van de meest onderzochte moordzaken van de afgelopen decennia en heeft veel stof doen opwaaien. Tot op de dag van vandaag.

Dat begon in 2002/2003 met een serie artikelen in HP/De Tijd door Stan de Jong, kort daarna gevolgd door zijn boek.

Vanaf 2005 begon Maurice de Hond zich met de affaire te bemoeien. Hij heeft zich geroerd op radio, tv en internet. Het is zijn verdienste dat de moordzaak daarmee nationale bekendheid kreeg.

Nog belangrijker is zijn rol als aanjager van uitgebreid onderzoek door veel deskundige vrijwilligers (onder andere politiemensen en forensische deskundigen). De website geenonschuldigenvast.nl is hiervan het resultaat.

Sinds 2011 is er een belangrijke informatiebron bij gekomen: deemzet.nl.

De auteur achter deze website heeft in de loop der jaren niet alleen nauwkeurig verslag gedaan van de zaak maar is ook zelf onderzoek gaan doen.

Het telefoontje
Zo heeft hij zich ontwikkeld als deskundige op het gebied van mobiele telefonie. Door nauwgezet alle aspecten te bestuderen, kwam hij erachter dat door atmosferische omstandigheden het telefoontje wel mogelijk was, dat tot dan door verschillende deskundigen voor onmogelijk werd gehouden. De verklaringen van Louwes kregen hiermee een onderbouwing.

Post-mortem kenmerken
Door uitgebreid literaratuuronderzoek naar post-mortem kenmerken ontdekte hij dat het lichaam ongeveer 6-24 uur na overlijden moet zijn verplaatst, wat Louwes een alibi verschafte. Hij werd hierin gesteund door een team van deskundigen. Lees de artikelen Expert team 1 en Expert team 2.

DNA
Een omvangrijk deel van zijn onderzoek in de Deventer moordzaak betrof het DNA-onderzoek. Hij stuitte op diverse tekortkomingen (onder andere van het NFI) en kwam tot de conclusie dat de DNA-sporen op de blouse daar op vreedzame wijze op zijn terechtgekomen (vochtig spreken, lichte aanraking, etc.).

Dit alles en nog veel meer is op zijn website te lezen in een groot aantal artikelen. Het is niet alleen een kwestie van lezen. De teksten gaan vaak gepaard met uitgebreide illustraties.

Ook heeft hij over de belangrijkste onderdelen van het onderzoek een aantal YouTube-video’s gemaakt. Die nemen de kijker mee in de vaak ingewikkelde materie.

De ochtend voor de moord

Louwes heeft verklaard dat hij de ochtend voor de moord op bezoek was bij mevrouw Wittenberg. En toen mogelijk sporen heeft achtergelaten.

Lang heeft het OM deze versie ontkend en dat deed het niet altijd even eerlijk (lees in het boek van Ton Derksen hoe soms wordt gelogen).

Het wrong zich in allerlei bochten om toch maar te kunnen aantonen dat Louwes het slachtoffer die dag niet eerder had bezocht.

En dat dus eventuele (DNA) sporen op de plaats delict er ‘s avonds moeten zijn achtergebleven, tijdens de moord.

En dan zou het daderschap van Louwes zijn aangetoond.

In het hoofdstuk IJzersterk bewijs op de website deemzet.nl maakt de auteur korte metten met dit rare gekonkel.

Hij toont aan de hand van tenminste 9 punten aan dat de lezing van Louwes onmiskenbaar de juiste is.

Het OM gaat uiteindelijk overstag maar van harte gaat het niet.

Zo kan het gebeuren dat in een notitie wordt beweerd:

Vanaf de kant van het Noorderplein kon de Zwolseweg niet worden ingereden. Die ochtend is verdachte ook bij het slachtoffer geweest. Hij is toen van de kant van Wijhe gekomen. Van die kant kon hij wel met de auto bij haar woning komen.

Maar de advocaat-generaal merkt dan toch nog op:

… is er maar één conclusie mogelijk: verdachte is die ochtend NIET in het huis van de weduwe geweest …

Er wordt inmiddels allang voor zeker aangenomen dat Louwes ‘s morgens wel in het huis van de weduwe is geweest.

Ook is het vrijwel zeker dat de moord niet op donderdagavond is gepleegd, maar op vrijdag ongeveer 24 uur later.

Slechte verliezers daar bij het OM.

Lees het gehele verhaal met alle argumenten nog eens rustig terug op de website deemzet.nl.

Advocaat-generaal wordt voor leugenaar uitgemaakt

Prof. Ton Derksen schreef een boek over de Deventer moordzaak. De titel loog er niet om: Leugens over Louwes. Hij introduceerde de Leugenbox.

In zijn boek bevat de Leugenbox de schuilnamen van betrokkenen in de Deventer moordzaak die aantoonbaar hebben gelogen. Dat is niet mis.

Zulke betrokkenen zijn bijvoorbeeld een officier van justitie, een advocaat-generaal of een getuige-deskundige.

Tja, je zult als officier van justitie of advocaat-generaal je naam in zo’n Leugenbox zien staan. Dat is schrikken.

Weliswaar maakt Derksen een onderscheid tussen platte en professionele leugens, maar dat maakt het er niet beter op.

Al op pagina 53 is het raak. De officier van justitie in Zwolle (1x), de advocaat-generaal in Den Bosch (3x) en twee deskundigen zien hun naam genoemd in de eerste Leugenbox.

Laten we een leugen van de advocaat-generaal in Den Bosch als voorbeeld wat nader bekijken. Een leugen met verstrekkende gevolgen.

De advocaat-generaal:

De verdachte zegt, dat hij vanuit zijn auto belde, terwijl hij in de buurt reed van ’t Harde, komende vanaf Utrecht’ (requisitoir, p. 19).

Derksen:

Maar Louwes zei nog vóór het hof Den Bosch dat hij belde tussen Harderwijk en ’t Harde. Dat is een wezenlijk verschil omdat bij ’t Harde het aanklikken van 14501 vanwege de Woldberg nagenoeg onmogelijk zal zijn.

Deze leugen heeft Louwes nog heel lang parten gespeeld, zie dit artikel.

Je zult maar als gezagsdrager je naam in een Leugenbox aantreffen. In een Leugenbox! Niet in een discussiegroepje waar meningen worden uitgewisseld.

Je wordt dus keihard in het openbaar voor leugenaar uitgemaakt.

Wat doet zo’n advocaat-generaal? Een aanklacht indienen tegen Derksen wegens smaad of laster?

Nee, ze doet niets.

Het Mes: de risee van politie en OM

Een paar dagen nadat het dode lichaam van mevrouw Wittenberg door de politie was ontdekt, werd een mes gevonden. Niet bij het lichaam, niet in het huis.

Waar dan wel?

In de T.G. Gibsonstraat die op 1 km afstand van de Zwolseweg 157 ligt.

Op deze onwaarschijnlijk grote afstand had het twee dagen in weer en wind gelegen, tenminste als de moord op donderdag zou zijn gepleegd.

Het kost wel enige moeite om de plaats te vinden waar het mes door een oplettende burger was aangetroffen.

De lange Zwolseweg uit, rotonde om, de T.G. Gibsonstraat in, vanuit de straat rechtsaf, nog een keer rechtsaf, een trap af en daar had hij het gevonden, in het trapgat.

De vinder liet de politie weten dat hij het voorzichtig met zijn mouw had opgepakt en zeker gesteld. Voorzichtig, want hij had van de moord gehoord en wilde geen sporen wissen.

Iedere weldenkende burger zou nu al hebben gedacht: laat dat mes maar zitten. Dat wordt niets.

Niet de politie.

Een plus een is twee, moeten ze daar hebben gedacht. De moord is gepleegd met een mes en er is een verdacht mes gevonden. Dat komt goed uit!

Nog even een geuridentificatieproef doen en dan is de zaak rond.

Maar in de jaren die volgden stapelden de problemen met dit mes zich op.

Allereerst had de geurproef alleen met het mes mogen worden uitgevoerd wanneer had vastgestaan dat de moord ermee was gepleegd. En dat was niet het geval. Verre van dat.

Er was nog een ander probleem. De afdruk op de blouse van een mes paste niet bij de vorm van het gevonden mes. Een gevonden mes met een recht lemmet en een afdruk in de vorm van een kromme snavel, van een Global GS8 mes.

Bovendien had het gevonden mes een lemmet van 18 cm, terwijl de steekwonden rond de 10 cm diep waren.

En tot overmaat van ramp bleek tenslotte dat bij het afnemen van de geuridentificatieproef was gefraudeerd.

De gehardste aanklager zou na al deze feiten allang het bijltje erbij hebben neergegooid. Dan mogen er misschien nog wel andere aanwijzingen in de richting van Louwes zijn geweest, maar dit Mes is in elk geval niet het moordwapen.

Maar het OM besloot hier pas toe een paar dagen voordat een herzieningsproces voor het Hof Den Bosch zou beginnen, eind 2003.

Dus pas vijf jaar na de moord.

Beschamend. Het Mes bleek de risee van OM en politie.

Maar zat het OM nu met de handen in het haar?

Welnee, want er was inmiddels een plekje op de blouse van het slachtoffer ontdekt en alles kon weer van voren af aan beginnen.

En daarmee ging het al niet veel beter.

Vlekje #10

Plotseling, na jaren en als een donderslag bij heldere hemel, had het OM Het Mes als belangrijkste bewijsmiddel laten varen. Nu was opeens vlekje #10 de troef.

Wat iedereen al jarenlang belachelijk had gevonden, was Het Mes. Weliswaar na een paar dagen op 1 km afstand van de Zwolseweg 157 gevonden, maar dat maakte niet uit. Dit was Het Mes, het moordwapen!

Geuridentificatie ‘bewees’ dat Louwes hiermee de moord had gepleegd, maar later bleek dat daarbij fraude was gepleegd.

Uiteindelijk bewezen verborgen gehouden sporen op Het Mes dat dit helemaal niets met het misdrijf te maken had.

Maar vlak voor het herzieningsproces voor het Hof Den Bosch kwam een nieuwe aap uit de mouw van het OM. Er was een vlekje #10 op de kraag van de blouse van mevrouw Wittenberg gevonden.

En dat toonde overduidelijk het daderschap aan van Ernest Louwes.

Volgens het NFI.

Op de website deemzet.nl zijn diverse YouTube-video’s geplaatst over dit vlekje. Kijk nu naar de video Bloodstain on your collar … en huiver!

Kijk ook even naar de belachelijke sketch.

Stan de Jong: Ere wie ere toekomt (2)

Al eerder hebben we op deze site Maurice de Hond genoemd als degene die het dossier van de Deventer Moordzaak aan de kaak stelde. Maar er is nog iemand die deze eer verdient.

Dat is Stan de Jong, de schrijver van een serie artikelen in HP/De Tijd en een boek over deze geruchtmakende moordzaak.

De artikelen verschenen in 2002/2003. Ze veroorzaakten de nodige ophef. Weer een gerechtelijke dwaling? Hadden we er al niet genoeg gehad?

Zijn boek verscheen in 2003.

Sinds die publicaties is er veel gebeurd.

Er waren herzieningen, cassatieverzoeken, Maurice de Hond ging zich luidruchtig met de zaak bemoeien met rechtszaken en al.

Ook mag niet vergeten worden de omvangrijke website GeenOnschuldigenVast die veel vrijwilligers wist te mobiliseren om allerlei taken aan te pakken. De site heeft lange tijd een prominente rol gespeeld al was het maar als vraagbaak voor allerlei details.

En natuurlijk de auteur van de website deemzet.nl waarin sinds 2011 alle facetten van de zaak met wetenschappelijke precisie worden onderzocht en die ook diverse successen heeft geboekt.

En tenslotte het herzieningsonderzoek dat tot grote ergernis van velen zich al sinds medio 2014 onder leiding van de advocaat-generaal bij de Hoge Raad mr. Aben tergend langzaam voortsleept.

Door al deze ontwikkelingen is het boek van Stan de Jong een beetje op de achtergrond geraakt.

En dat is ten onrechte. Hoewel hij zeker ook veel aandacht besteedt aan allerlei feitelijke details, komen ook veel andere, wat meer sociale aspecten aan bod.

Hij beschrijft de bijzondere praktijk van zenuwarts/psychiater dr. Willem Wittenberg.

En dus de vele patiënten die voor behandeling bij hem aan huis kwamen en waaruit gaandeweg ook privérelaties ontstonden met de heer en mevrouw Wittenberg.

Stan de Jong twijfelt in zijn boek openlijk aan het daderschap van Louwes. Hij windt daar geen doekjes om. Daarvoor zijn hem teveel merkwaardige gebeurtenissen opgevallen.

Zo is er een politieman die op de begrafenis van mevrouw Wittenberg mededelingen doet die op daderkennis wijzen tot ergernis van de aanwezigen.

Er zijn processen verbaal verdwenen, er is sprake van een lekkende rechercheur van het onderzoeksteam, en opvallende en vaak ook ongewenste vriendschappen.

Wat hem ook opvalt en wat tot op de dag van vandaag nog steeds onbegrijpelijk wordt gevonden, is dat het onderzoek naar twee personen die als verdachte waren aangemerkt van de ene op de andere dag ophoudt.

Tenslotte zijn er personen die tot de groep intimi van mevrouw Wittenberg mogen worden gerekend en die op de een of andere manier financiële motieven gehad kunnen hebben.

Het boek zal zeker weer prominent in de belangstelling komen wanneer een herziening tot vrijspraak van Louwes zal leiden.

In dat niet onwaarschijnlijke geval verandert de Deventer Moordzaak plotseling van een opgeloste zaak in een cold case.

En wie zijn dan de nieuwe verdachten?

Het maanpak van Richard Eikelenboom

Richard Eikelenboom was de forensisch onderzoeker die Louwes’ DNA op de blouse van de weduwe vond en daarmee het beslissende bewijs aanleverde.

Tenminste, naar eigen zeggen.

Op 21 september 2019 wordt hij geïnterviewd door De Stentor.

Al in de eerste alinea doet hij een opmerkelijke uitspraak

Als iemand anders dan Louwes het gedaan heeft, dan deed diegene dat in een maanpak.

Die andere dader heeft in het huis geen sporen achtergelaten en dat is alleen mogelijk wanneer je in een maanpak aan het werk bent geweest, is zijn opvatting.

Hij zou zo graag willen dat hij daarmee het beslissende bewijs aanlevert.

En op het eerste gezicht is daar wel wat voor te zeggen.

Maar hoe zit het dan met de sporen die Louwes als mogelijke dader in het huis heeft achtergelaten?

Daar is in de eerste plaats een vingerafdruk. Maar daarvan is komen vast te staan dat die ‘s morgens kan zijn ontstaan toen Louwes op bezoek kwam om de grafrechten op te halen.

En verder is er het DNA-materiaal op de blouse van mevrouw Wittenberg maar hierover verschillen de meningen nogal.

Er is veel bewijs dat deze sporen ook dezelfde morgen op de blouse zijn terecht gekomen door speeksel (vochtig spreken) en lichte aanrakingen bij het bespreken van enkele documenten.

Zijn er dan nog andere sporen van Louwes aangetroffen als hij de moord zou hebben gepleegd?

Nee.

Als, als, als hij de moord op donderdagavond heeft gepleegd en er zijn door hem geen sporen achtergelaten, zou hij dan ook een maanpak hebben gedragen?

Proces verbaal expert team (2)

Een expert team bestaande uit vijf forensische experts en een chemicus moest in 2013 van de advocaat-generaal mr. Aben een aantal post mortem verschijnselen bestuderen.

De experts zijn twee keer bijeen geweest, de eerste keer op 11 december 2013 en vervolgens op 18 februari 2014.

Van hun bevindingen is op 12 maart 2014 een proces verbaal opgesteld dat opzienbarende passages bevat.

We hebben al eerder de resultaten besproken over de cornea (hoornvlies).

Deze keer wordt de ligor mortis (LM) onder de loep genomen, beter bekend als lijkvlekken.

Zo hebben de experts gekeken naar de wegdrukbaarheid van LM. Dat is het verschijnsel dat de paarsblauwe lijkvlekken tijdelijk kunnen worden weggedrukt (net zoals dat het geval is bij zonnebrand).

Het team stelt in het proces verbaal dat er (tijdens de sectie):

Paarsblauwe, slechts in geringe mate wegdrukbare lijkvlekken aan de achterzijde lichaam

zijn waargenomen en concludeert:

Dit verschijnsel is niet verenigbaar met overlijden op 23-9

Over de positie van de lijkvlekken op het lichaam op de plaats delict, rapporteert het team:

De positie van de lijkvlekken in de handen komt niet overeen met de ligging van het lijk

en concludeert volgens het proces verbaal:

Dit kan er op duiden dat het lichaam van het slachtoffer een substantieel aantal uur (grofweg 6 tot 24 uur) na de moord is verplaatst.

Deze conclusie is ronduit zeer ontlastend voor Louwes.

Wanneer hij de moord op donderdagavond omstreeks 21 uur zou hebben gepleegd dan zou hij 6 tot 24 later het slachtoffer nog moeten hebben verplaatst.

Maar dat is onmogelijk. Voor deze periode heeft hij een alibi.

Je zou verwachten dat mr. Aben bij het lezen van deze schokkende conclusies onmiddellijk tot actie zou zijn overgegaan.

Maar dat is niet het geval.

We horen ruim 6 jaar niets meer van hem.

Wanneer deze zaak ooit tot afronding komt, ligt het voor de hand dat mr. Aben hierover verantwoording aflegt.

Proces verbaal expert team (1)

In 2013 heeft advocaat-generaal mr. Aben een expert team gevormd. Dit team is twee keer bijeen gekomen waarvan een proces verbaal is opgesteld.

Dit proces verbaal van 12 maart 2014 bevat een aantal passages die Louwes als dader vrijpleiten of sterke aanwijzingen vormen dat hij de dader niet zou kunnen zijn.

De eerste passage betreft de vertroebeling van de cornea (hoornvlies) zowel op de plaats delict op zaterdag 25 september 2019 om 14:30 als tijdens de sectie op zondag 26 september 2019 om 13:00 uur.

Volgens het proces verbaal is de conclusie van het expert team:

Volgens sommige wetenschappelijke literatuur had bij overlijden op 23-9 de vertroebeling reeds zichtbaar moeten zijn geweest. Kwestie moet worden voorgelegd aan deskundigen.

Dit is een conclusie van forensische artsen met een heel kleine slag om de arm.

Deze experts houden zich niet bezig met de mogelijke consequenties van hun onderzoek. Dat was hun opdracht niet. Maar wij mogen wel conclusies trekken.

Zo maakt het gegeven dat de vertroebeling nog niet zichtbaar was een tijdstip van overlijden op donderdag 23 september op zijn minst twijfelachtig

En dat betekent dat Louwes onmiddellijk als dader uit beeld verdwijnt want voor de volgende dag had hij een sterk alibi.

Jaap Visscher: voor al uw zekerheden

Jaap Visscher leidde het onderzoek in de Deventer Moordzaak. Reden voor De Stentor hem in het kader van de vierdelige podcast over deze slepende zaak te interviewen. Nog steeds is er bij Visscher geen spoor van twijfel.

Weliswaar is er volgens de Hoge Raad geblunderd, maar Visscher vindt dat zijn team het maximale gedaan heeft en blijft bij zijn mening dat Ernest Louwes de dader is.

Dat komt niet vaak voor: veel blunders begaan en toch het juiste resultaat krijgen. Zie bovenstaand voorbeeld.

Dus zijn opvatting is opmerkelijk. Kijk eens rustig naar zijn antwoorden op de vragen van de interviewer.

Deze wil wat weten over de term tunnelvisie. Was daar ook hier sprake van? De vraag wordt open gesteld.

“Bij politieonderzoeken valt vaak de term ‘tunnelvisie’. De politie is dan veel te veel gericht op één mogelijke dader en zoekt daar dan het benodigde bewijs bij. Is dat hier ook gebeurd?”

Het antwoord laat zich raden.

Nee, zeker niet. Zo’n onderzoek begint heel breed, dat zie je niet allemaal in het dossier terug

Nee, dat zie je in het dossier inderdaad niet terug. Wie het bijna van uur tot uur bijgehouden Tactisch Journaal leest, ziet dat er maar even enkele personen in het vizier van de politie komen en dat die even snel uit het dossier verdwijnen als ze erin kwamen.

Ook later is nauwelijks aandacht aan deze potentiële verdachten besteed.

Uiteindelijk, na die paar potentiële verdachten werd Louwes als verdachte aangemerkt. De interviewer wilde weten hoe ze daar zo op waren gekomen.

“Wat was voor jullie het overtuigende bewijs?”

Het financiële motief was heel duidelijk.

Visscher had kunnen antwoorden dat in zulke zaken ook naar mogelijke financiële motieven wordt gekeken. En Louwes was financieel adviseur en executeur-testamentair, en dat zijn dan mogelijke aanknopingspunten. Dus ga je daar eens naar kijken.

Maar dat zei hij niet. Nee, het financiële motief was heel duidelijk. Maar zo duidelijk was het niet. Het Hof Den Bosch verwierp dit motief.

Hoezo heel duidelijk?

De interviewer brengt dan Het Mes ter sprake. Dat zou het moordwapen zijn.

“Maar het mes was ook een belangrijk bewijsstuk. Met de geurproef bleek alleen nogal geblunderd te zijn, waardoor het mes het moordwapen niet kon zijn. Hoe kan dat?”

Visscher had hier met zijn antwoord realiteitszin kunnen tonen. Dat het inderdaad vreemd was een op 1 kilometer afstand in een portiek gevonden mes als het moordwapen te bestempelen, dat de hele procedure met de geurproef klungelig was opgezet en dat er uiteindelijk ook nog sprake was van fraude door de beëdigde ambtenaren die de proef uitvoerden.

Maar hij komt met een lang verhaal over de wijze waarop de geurproef was uitgevoerd en dat deze werkwijze volgens de nieuwe regels niet meer mag.

Nee, Visscher en zijn collega’s hebben toentertijd geblunderd en dat hebben ze nog niet afgeleerd.

Stil rond boek Ton Derksen

Prof. Ton Derksen is niet de eerste de beste. Hij was degene die Lucia de Berk wist vrij te pleiten. Zijn boek over deze zaak was een bestseller die ook succesvol is verfilmd.

Een onderzoeker met een grote reputatie dus.

Op dezelfde grondige manier ging hij te werk in de Deventer moordzaak met als resultaat een boek van 256 pagina’s: Leugens over Louwes, dat al in 2011 verscheen.

Het is in een aantal opzichten een bijzonder boek.

In de eerste plaats is het opnieuw degelijk en uitgebreid gedocumenteerd met een zes pagina’s tellende bibliografie.

Verder zijn er per hoofdstuk vele verwijzingen die samen ongeveer veertig pagina’s tellen: naar requisitoirs, arresten van de Hoge Raad, het zaakdossier, verklaringen in processen-verbaal, getuigen, etc.

Heel precies allemaal.

Ook is het bijzonder dat alle betrokkenen van Derksen een alias hebben gekregen. Zo spreekt hij over OvJ Zwolle, AG Den Bosch, de DNA-man van het NFI, de Schaduw van het NFI, terwijl hij met hetzelfde gemak de echte namen had kunnen gebruiken.

Het is Derksen duidelijk niet te doen om de poppetjes, maar om de zaak zelf.

Toch is het voor de wat meer ingewijde in deze zaak al snel duidelijk wie wordt bedoeld. En dat is voor veel betrokkenen vervelend, want ze komen er in het boek niet allemaal goed vanaf.

Dit is met name te lezen in de leugenboxen waarmee hoofdstukken worden afgesloten. Hierin worden functionarissen ten tonele gevoerd met leugens die Derksen in de zaak heeft geconstateerd.

Je zult maar zo’n herkenbare functionaris zijn en van een leugen worden beticht. Wat doe je dan?

Van Derksen een rectificatie eisen? Dat hij zo’n passage terugneemt?

Of gewoon laten passeren en dan de verdenking op je laden dat je inderdaad hebt gelogen, misschien ter wille van de zaak.

Opmerkelijk is het dat geen van de functionarissen van zich heeft laten horen.

Deskundigen

Wie wil nog als deskundige optreden in een moordzaak? Je geeft de rechtbank of gerechtshof desgevraagd je deskundig oordeel. Maar dat gaat niet altijd goed.

Een bekend voorbeeld is de geruchtmakende rechtszaak waarin Lucia de Berk tot in hoogste instantie tot levenslang werd veroordeeld.

De basis voor haar veroordeling vormden statistische berekeningen die later niet (geheel) correct bleken. Uiteindelijk verscheen een definitief rapport met de titel: Statistisch gezien is Lucia de B. onschuldig en zijn er lessen uit de zaak te leren.

Wie alles van deze schokkende dwaling nog eens rustig wil opfrissen, kan het boek van Ton Derksen goed gebruiken.

En Lucia was weer een vrije vrouw.

Ook in de Deventer Moordzaak hebben diverse deskundigen een belangrijke rol gespeeld bij de veroordeling van Louwes. Klopten hun verklaringen wel?

Om die vraag te beantwoorden is in de artikelen deskundigen 1 en deskundigen 2 gedetailleerde aandacht besteed aan hun bijdragen. Wat verklaarden ze zoal en waren hun verklaringen juist?

De deskundigen deden nogal wat uitspraken die onjuist zijn maar niet alle zijn even desastreus (… zendt afhankelijk van de provider elke 30 of 60 minuten zijn location update …), maar minuten moeten seconden zijn). Die laten we maar voor wat ze waard zijn.

Maar er zijn ook verklaringen met ernstige gevolgen.

Zo verklaarde een hoogleraar dat er op 23 september 1999 geen sprake was van propagatie op de 900 megahertz GSM-band en dat hem een mobiele verbinding tussen de site in Deventer en de A28 bij ‘t Harde bijna uitgesloten lijkt.

Door deze verklaring werd het verweer van Louwes leugenachtig genoemd.

Onjuist, zo bleek later.

Ook verklaarde dezelfde hoogleraar dat … uit rapporten van het KNMI blijkt dat er op die bewuste dag sprake was van (winterse) buien en wind. Hierdoor mengt de atmosfeer zich en ontstaan er geen stabiele lagen …

Heel gênant, want hij had naar de verkeerde rapporten gekeken. Op 23 september 1999 was er natuurlijk geen sprake van dergelijke weersomstandigheden.

Een deskundige van KPN verklaarde dat het onmogelijk is dat een mobiele telefoon vanaf de A28 een zendmast in Deventer zou kunnen bereiken.

Onjuist, zoals hij jaren later erkende.

Ook DNA-deskundigen deden verwarrende, discutabele of onjuiste uitspraken. Lees hun verklaringen nog maar eens rustig na.

En wie van de rol van DNA in de Deventer Moordzaak het naadje van de kous wil weten, kan hier zijn hart ophalen.

Deskundigen hebben dus een belangrijke (te vaak onjuiste) bijdrage geleverd aan de veroordeling van Louwes.

Maar wie van hen wil – net zoals de KPN-deskundige – na zoveel jaren ruiterlijk zijn ongelijk geheel of gedeeltelijk toegeven?

Cruciaal bewijsmateriaal slachtoffer kwijtgeraakt

Maar u weet wel zeker dat bepaalde zaken al vanaf het begin ontbreken?

advocaat-generaal – Ars Aequi
Advocaat-generaal bij de Hoge Raad geeft adviezen aan de Hoge Raad

Deze vraag wordt mr. Aben, advocaat-generaal bij de Hoge Raad, gesteld.

Niet alleen de veelbesproken 4-delige podcast van De Stentor, maar ook het interview van deze krant met de man die sinds 2014 onderzoek doet naar een aantal aspecten van de Deventer Moordzaak, heeft veel stof doen opwaaien.

Mr. Aben windt er geen doekjes om, maar het moet hem toch zwaar zijn gevallen te bevestigen dat in een moordzaak cruciaal bewijsmateriaal is kwijtgeraakt. Zoek dus!

Ja, dat klopt. De broek en het vest van het slachtoffer zijn al vrij snel in het onderzoek kwijtgeraakt. We hebben geen idee waar ze gebleven zijn. Politie en NFI wijzen naar elkaar.

Desgevraagd voegt hij er nog aan toe dat er volgens hem geen sprake is van opzet.

Dat vermoed ik niet en daar heb ik ook geen aanwijzingen voor. De meeste missers zijn te verklaren door vergissingen, fouten en blunders. Opzet is meer uitzondering dan regel. Ik heb dit al zo vaak meegemaakt. Maar het blijft een blunder.

Mr. Aben heeft het hier dus niet over een spellingsfout in een proces-verbaal (daar zijn er overigens honderden van), maar over vergissingen, fouten en – nog erger – blunders.

Op de vraag of deze zaak anders zou zijn gelopen als die spullen er wel nog allemaal waren geweest, antwoordt mr. Aben:

Dat weet je nooit zeker. Misschien was de zaak tegen Ernest Louwes dan wel veel sterker geweest en hadden we dit hele onderzoek niet hoeven doen. Maar die discussie nu nog voeren, is zinloos. Nu wordt dat allemaal veel zorgvuldiger gedaan. Ik mag hopen dat zoiets nu niet meer gebeurt.

Hij had natuurlijk ook ruiterlijk kunnen beamen dat een dergelijke blunder de zaak wel een heel andere wending in het voordeel van Louwes had kunnen geven. Bewijsmateriaal zoek, het is nogal wat.

Maar zover wil mr. Aben niet gaan.

Integendeel, hij suggereert impliciet dat het allemaal niet zoveel zou hebben uitgemaakt. Sterker nog, de zaak tegen Louwes zou zelfs aan overtuiging hebben kunnen winnen.

Dit alles zal wel niet voldoende zijn voor een herziening maar als burger frons je toch wel je wenkbrauwen.

“Ik mag hopen dat zoiets niet meer gebeurt.” Daar schiet Ernest Louwes niet veel mee op.

Wel of niet thuis gegeten?

Op zondag 21 november 1999, twee dagen na de arrestatie van haar man, wordt Anneke verhoord. De agenten nemen met haar de huisagenda in zwart-wit door.

Ze willen meer weten over de aantekening op 23 september 1999. En dan is het oppassen, zo heeft Ina Post ervaren. Vragen over een zwart-wit kopie (de onderste) in plaats van een kleurenkopie (de bovenste).

Wat stond daar nu eerst geschreven. Er zijn twee mogelijkheden.

1. … wel eten daarna weer weg Ernst … Maar wel was doorgehaald en vervangen door niet?

of

2. … niet eten daarna weer weg Ernst … Maar niet was doorgehaald en vervangen door wel?

Op het origineel in kleur is dat al moeilijk te zien, maar in zwart-wit bijna onmogelijk. (Overigens, dezelfde methode is ook toegepast in de zaak Ina Post die een zwart-wit fotokopie kreeg voorgelegd in plaats van een kleurenkopie. Hierdoor kon ze niet goed onderscheiden met welke kleur inkt was geschreven.)

Het woord wel kan worden herkend, maar dat is niet zo eenvoudig met het woord niet.

Het is ook mogelijk dat het woord wel gewoon is doorgehaald.

Wat er eerst heeft gestaan blijkt in het verloop veel verschil te maken.

Op grond van de zwart-wit kopie meent Anneke dat er eerst heeft gestaan niet eten daarna weer weg Ernst (‘Ik denk dat er Niet staat’) en dat door het woordje niet heen is geschreven wel.

Maar er is iets mis met die mening.

Wat is het nut om te schrijven dat Ernest niet komt eten en dan weer weggaat?

Eerst niet maakt van de hele zin onzin. Eerst wel is de enige logische mogelijkheid.

De politie denkt daar toch anders over:

Er stond eerst niet en daar doorheen geschreven wel.

En concludeert dat Ernest dus wel thuis heeft gegeten en daarna weer is weggegaan.

En dus moet hij pas om 22:30 uur zijn thuisgekomen, want dat gebeurt volgens Anneke normaliter als hij thuis heeft gegeten en daarna voor een afspraak weer weggaat. (Die tijd blijkt ook uit een Monte Carlo simulatie van de gebeurtenissen die avond onmogelijk).

Maar voor de politie en het OM is het zonneklaar.

Ernest heeft op 23 september 1999 om 18:00 uur thuis gegeten, is daarna vertrokken en is pas om 22:30 uur weer thuisgekomen. Hij had dus ruim de gelegenheid gehad om even na 20:36 uur in Deventer de moord te plegen. Weg alibi.

Er zijn drie redenen waarom de verklaring van Anneke niet kan kloppen.

  1. Haar oorspronkelijke verklaring dat er zou staan: niet eten daarna weer weg Ernst, tart elke logica;
  2. Nauwgezette bestudering van de kleurenkopie van de huisagenda wijst integendeel op: wel eten daarna weer weg Ernst en dat is een logische zin; ook een animatie van de agenda toont aan dat de e in het woord wel even groot is als in eten. De e in niet is veel groter dan de e in eten. Het woord niet is er later overheen geschreven
  3. Het is feitelijk onmogelijk dat Ernest om 17 uur bij een klant zou zijn vertrokken, thuis om 18 uur hebben gegeten en om 19 uur in de Jaarbeurs de presentielijst hebben getekend.

De betrokken OM’ers hebben bij herhaling de verklaringen van mevrouw Louwes tegen Louwes gebruikt, als waren ze waar, terwijl ze anders wisten. Daarmee hebben ze dus bewust de rechter met onware uitspraken proberen te overtuigen.

Want ook een verbalisant ziet al een probleem en rapporteert:

… dat de verdachte waarschijnlijk niet thuis met zijn gezin heeft gegeten omdat hij anders niet om 18.30 uur op de afspraak in Amersfoort kan zijn geweest en ook niet om 19.00 uur in de Jaarbeurs in Utrecht …

Toch vinden het OM en het hof: wettig en overtuigend bewijs.

Een moord zonder reconstructie?

Wat? Een moord en er heeft geen reconstructie plaats gevonden? Daar zullen de rechters toch geen genoegen mee nemen!

Op de website deemzet.nl worden in een 30 pagina’s tellend document (De dynamiek van de moord op mevr. Wittenberg) vrijwel alle aspecten van de moord beschreven: hoe de moord zou zijn gepleegd, waar in het huis van het slachtoffer, hoe ze is versleept, hoe ze diverse keren in haar borst is gestoken.

Het document begint echter verrassend:

Het is opmerkelijk dat bij de Deventer Moordzaak geen reconstructie heeft plaatsgevonden van de moord, terwijl bij de definitieve veroordeling van Ernest Louwes bij het hof in Den Bosch diverse aannames zijn gedaan over hoe de moord plaatsgevonden zou kunnen hebben. Op basis van het beschikbare sectieverslag en diverse foto’s is veel te vertellen over het verloop van de moord. Dan blijkt ook dat een aantal aannames bij de veroordeling niet worden ondersteund door de forensische bevindingen.

Het komt weinig voor dat bij een ernstig misdrijf een reconstructie ontbreekt. Wie internet raadpleegt over het onderwerp reconstructie van een moord ziet vele zaken voorbijkomen: de moord op Jill Himpe, de zaak Thijs H., de moord Sévèke, kwartetmoord Enschede, moord schoonmaker, etc.

Maar niet in de Deventer Moordzaak.

Was alles dan zo klaar als een klontje? Neen. Waren er geen vragen meer? Zeker wel, een heleboel.

Uit het bovenstaande fragment blijkt dat diverse aannames niet passen bij de forensische resultaten en een reconstructie zou dan zeker verhelderend kunnen werken.

Zo is het niet geheel duidelijk hoe de weduwe aan haar eind is gekomen. Is ze aangevallen met een slagwapen en welk voorwerp zou dat dan wel geweest zijn of is ze na een klap ongelukkig gevallen?

Waarschijnlijk is de weduwe gewurgd op de plaats waar ze is gevallen en is ze daarbij bijna om het leven gekomen.

Ook de omstandigheden rondom de moord (zoeken naar documenten, verdwenen broodbeleg, reinigen van de gang, etc.) zouden in de reconstructie kunnen worden betrokken. De rol van mogelijke verdachten zou essentieel kunnen zijn.

Maar waarom is er dan geen reconstructie geweest? Geen idee, maar het is een onvergeeflijke tekortkoming met grote consequenties.

Niet alleen Louwes had hierbij betrokken moeten worden maar er waren ook andere personen die gedurende enige tijd goede papieren hadden om als verdachte te worden aangemerkt en ook kort als zodanig zijn aangemerkt.

Mr. Aben over de schouwarts

Wettig en Overtuigend bewezen in de Deventer Moordzaak? Is in een aantal voorbeelden Overtuigend wel op zijn plaats?

Deze keer de schouwarts en het rapport dat hij opgemaakt zou moeten hebben.

Op zaterdagmiddag 25 september 1999 werd het lijk van mevrouw Wittenberg door de politie in haar huis aangetroffen. De schouwarts moest de doodsoorzaak vaststellen maar ook een aantal voorlopige onderzoeken doen.

Hij moest bijvoorbeeld de lichaamstemperatuur meten om een zo precies mogelijk tijdstip van overlijden te bepalen. Maar dat is niet gebeurd met grote gevolgen.

We laten advocaat-generaal mr. Aben over dit cruciale onderzoek aan het woord in een interview met De Stentor in september 2019.

Waarom is de lichaamstemperatuur niet gemeten?

mr. Aben:
“Direct meten levert inderdaad het meest betrouwbare resultaat op, maar dat is dus niet gebeurd. Waarom niet? Dat kan ik niet beoordelen. Dat speelde allemaal in 1999, ik onderzoek de zaak pas sinds 2013. We hebben het wel aan de schouwarts van destijds gevraagd en hij vertelde dat hij alleen maar de ruimte kreeg om de dood vast te stellen. Daarna wilde de politie snel en ongestoord verder kunnen werken. Dat soort verhalen hoor je uit die tijd wel vaker. Er is in de twintig jaar daarna veel veranderd bij de technische recherche. We weten nu veel meer dan toen. Met de kennis van nu was dat destijds waarschijnlijk zorgvuldiger gebeurd.”

Elke forensische leek weet dat het bij moord van groot belang is het tijdstip van overlijden zo nauwkeurig mogelijk vast te stellen. Al in detectiveseries uit de jaren zestig is de eerste vraag aan de schouwarts: ‘Wanneer is het slachtoffer overleden?’ Niet zo vreemd: alibi’s hangen ervan af.

Ook in deze zaak speelt dat tijdstip een cruciale rol omdat het tot op de dag van vandaag een punt van onderzoek is.

Waarom hebben rechters in de opeenvolgende processen hierover niet doorgevraagd.

Hoe kan dat nu, geen schouwrapport, hoe weet het Openbaar Ministerie dan dat de moord donderdagavond is gepleegd en niet bijvoorbeeld vrijdagavond?

Dat hebben de rechters nagelaten, maar toch achten de rechters de moord wettig en overtuigend bewezen. Tja.

Tenslotte
Mr. Aben doet ruim 20 jaar later nogal laconiek over deze enorme blunder.

Zijn opmerking: “dat speelde allemaal in 1999. Ik onderzoek de zaak pas sinds 2013”, doet denken aan de legendarische uitspraken van getuige Nobbe in de Van Kooten en De Bie Verhoren in Draaikonten:  

NobbeLaat ik het zo zeggen, meneer van Kooten, als ik tijdens mijn tijd, eh, bij het Rampenfonds zou hebben gezeten, ja? Dan is er nooit iets gebeurd.
Van KootenDus, dus tijdens uw tijd bij het Rampenfonds…
Nobbe…nooit iets gebeurd. Alles was altijd voor of na mijn tijd.