Cruciaal bewijsmateriaal slachtoffer kwijtgeraakt

Maar u weet wel zeker dat bepaalde zaken al vanaf het begin ontbreken?

advocaat-generaal – Ars Aequi
Advocaat-generaal bij de Hoge Raad geeft adviezen aan de Hoge Raad

Deze vraag wordt mr. Aben, advocaat-generaal bij de Hoge Raad, gesteld.

Niet alleen de veelbesproken 4-delige podcast van De Stentor, maar ook het interview van deze krant met de man die sinds 2014 onderzoek doet naar een aantal aspecten van de Deventer Moordzaak, heeft veel stof doen opwaaien.

Mr. Aben windt er geen doekjes om, maar het moet hem toch zwaar zijn gevallen te bevestigen dat in een moordzaak cruciaal bewijsmateriaal is kwijtgeraakt. Zoek dus!

Ja, dat klopt. De broek en het vest van het slachtoffer zijn al vrij snel in het onderzoek kwijtgeraakt. We hebben geen idee waar ze gebleven zijn. Politie en NFI wijzen naar elkaar.

Desgevraagd voegt hij er nog aan toe dat er volgens hem geen sprake is van opzet.

Dat vermoed ik niet en daar heb ik ook geen aanwijzingen voor. De meeste missers zijn te verklaren door vergissingen, fouten en blunders. Opzet is meer uitzondering dan regel. Ik heb dit al zo vaak meegemaakt. Maar het blijft een blunder.

Mr. Aben heeft het hier dus niet over een spellingsfout in een proces-verbaal (daar zijn er overigens honderden van), maar over vergissingen, fouten en – nog erger – blunders.

Op de vraag of deze zaak anders zou zijn gelopen als die spullen er wel nog allemaal waren geweest, antwoordt mr. Aben:

Dat weet je nooit zeker. Misschien was de zaak tegen Ernest Louwes dan wel veel sterker geweest en hadden we dit hele onderzoek niet hoeven doen. Maar die discussie nu nog voeren, is zinloos. Nu wordt dat allemaal veel zorgvuldiger gedaan. Ik mag hopen dat zoiets nu niet meer gebeurt.

Hij had natuurlijk ook ruiterlijk kunnen beamen dat een dergelijke blunder de zaak wel een heel andere wending in het voordeel van Louwes had kunnen geven. Bewijsmateriaal zoek, het is nogal wat.

Maar zover wil mr. Aben niet gaan.

Integendeel, hij suggereert impliciet dat het allemaal niet zoveel zou hebben uitgemaakt. Sterker nog, de zaak tegen Louwes zou zelfs aan overtuiging hebben kunnen winnen.

Dit alles zal wel niet voldoende zijn voor een herziening maar als burger frons je toch wel je wenkbrauwen.

“Ik mag hopen dat zoiets niet meer gebeurt.” Daar schiet Ernest Louwes niet veel mee op.

Geef een antwoord

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *