“Mag ik u voorstellen …?”

Gedurende de bijna 22 jaar dat de Deventer Moordzaak loopt, hebben velen geholpen om het recht te doen zegevieren. Een van hen is het onderwerp van dit artikel.

Het begon al in 2003 toen Stan de Jong over de zaak schreef in een serie artikelen in HP/DeTijd, die later ook in boekvorm verschenen.

Vanaf ca. 2005 heeft Maurice de Hond zich intensief met de zaak bemoeid en dat ging niet altijd geruisloos. Hij kreeg daarbij de steun van vele (vaak deskundige) vrijwilligers die er veel energie in staken.

Zij brachten veel fouten en blunders in de Deventer Moordzaak aan het licht.

Weer een paar jaar later kwam een nieuwe onderzoeker in beeld die zich gaandeweg steeds meer in de materie vastbeet en zijn bevindingen en analyses in een website vastlegde: deemzet.nl.

De auteur van deze site wil zijn werk graag in rust doen en maakt zich aan de buitenwereld bekend als Demo.

Zijn inspanningen bleven evenwel niet onopgemerkt.

Een drietal voorbeelden wordt hieronder in het kort behandeld.

Hoornvlies, livor mortis en rigor mortis
In een advies van de Adviescommissie afgesloten strafzaken, beter bekend als ACAS, wordt zijn onderzoek als mede de aanleiding van het advies tot een herzieningsonderzoek genoemd:

Naar aanleiding van een door een anonymus onderhouden website www.deemzet.nl heeft in-specteur [de inspecteur] zich verdiept in vraag op welke datum het slachtoffer is overleden …

Demo had het fotomateriaal van de plaats delict en de sectie grondig onderzocht en kwam op basis van dit onderzoek en wetenschappelijke publicaties tot een belangrijke conclusie.

De vertroebeling van het hoornvlies, de livor mortis (lijkvlekken) en rigor mortis (lijkstijfheid) van het slachtoffer wezen uit dat het tijdstip van overlijden niet op donderdag 23 september 1999 omstreeks 21 uur kon zijn geweest maar vele uren, mogelijk een etmaal later.

Deze conclusie werd op 14 maart 2014 in een proces verbaal door een team van forensische experts gedeeld.

Dit feit op zich sluit Louwes als verdachte uit.

Een groot succes voor Demo.

Mobiele telefonie
Hierbij bleef het niet. Hij richtte zich ook op Het Telefoontje. Louwes had aangegeven dat hij vanaf de A28 met mevrouw Wittenberg had gebeld en niet vanuit Deventer.

Een aantal deskundigen (van KPN en twee hoogleraren), het OM en de gerechtshoven Arnhem en Den Bosch concludeerden dat dit onmogelijk was.

Demo beet zich vast in deze materie (die niet zijn expertise is) en kwam op grond van gedetailleerd onderzoek tot de conclusie dat het wel mogelijk was.

Een conclusie die jaren later door de deskundige van KPN en TNO werd bevestigd.

Een tweede groot succes voor Demo.

DNA
Dit onderwerp sluit beter aan op Demo’s expertise.

Hij onderzocht de onderzoeken, rapporten, claims en conclusies van het NFI en kwam tot de conclusie dat dit instituut in de Deventer Moordzaak knoeiwerk had afgeleverd.

Deskundigen bleken niet zo deskundig of waren dat op een ander terrein.

In een aantal grondige artikelen komt hij tot de conclusie dat de gevonden DNA-sporen op de kleding van het slachtoffer daar op donderdagmorgen tijdens een kort bezoek op vreedzame wijze terecht zijn gekomen (bijvoorbeeld praten met consumptie) en niet tijdens gewelddadige handelingen later die dag.

Niettemin vindt mr. Aben het noodzakelijk een Cold Case team nog eens naar het DNA-bewijs te laten kijken.

Mr. Aben en het herzieningsonderzoek
Je zou verwachten dat deze advocaat-generaal bij Demo de deur plat zou lopen om zich op onpartijdige en zeer deskundige wijze te laten voorlichten en adviseren.

Dat hij de website deemzet.nl als een soort encyclopedie van de Deventer Moordzaak zou beschouwen waarmee hij zijn voordeel zou kunnen doen.

Niets is minder waar.

Het onderzoek duurt nu al bijna 7 jaar en in die tijd is het rond het onderzoek vrijwel voortdurend oorverdovend stil.

Vragen die raadsheren hadden kunnen (moeten) stellen (2)

Rechters moeten het dossier beoordelen dat hun wordt voorgelegd. Ze stellen vragen en horen de meningen van deskundigen. Toch werden veel vragen niet gesteld.

In het eerste deel over de rol van de raadsheren hebben we al vier vragen genoemd die de raadsheren hadden kunnen, maar eigenlijk hadden moeten stellen.

Nu een nieuwe serie belangrjke vragen.

Mevrouw de advocaat-generaal.
Uit het dossier blijkt niet overtuigend dat de verdachte een financieel motief had, terwijl dat tot dusver zo’n grote rol heeft gespeeld, ook nog voor het hof Arnhem.
Kunt u andere, wel overtuigende motieven noemen, want een moord zonder motief …

Mevrouw de advocaat-generaal.
Het mes waarmee de moord zou zijn gepleegd werd door een bewoner in de buurt van een kelderportiek gevonden, op 1 km afstand van de plaats delict? Ik zou dan niet gelijk denken dat hiermee het moordwapen zou zijn gevonden, al vermoedde de vinder dat wel. Waarom hebt u toch gelijk gedacht met het moordwapen te maken te hebben?

Mevrouw de advocaat-generaal.
De verdachte kwam bij u in beeld als verdachte vanwege het telefoontje. Volgens hem belde hij vanaf de A28, volgens u was dat niet mogelijk. Waarom hebt u toen niet onmiddellijk alle mogelijke gegevens over dit mobiele gesprek opgevraagd, zoals de Time Advance data? Dat zou het onderzoek aanzienlijk hebben vereenvoudigd.

Mevrouw de advocaat-generaal.
Op de plaats delict is alleen de vingerafdruk van verdachte aangetroffen. Verder niets. Het huis bleek zeer grondig gereinigd. Hebt u enig idee hoeveel tijd de verdachte daarvoor nodig zou hebben gehad, afgezien van andere handelingen zoals de moord zelf? Heeft de reconstructie hierover uitsluitsel gegeven …? O nee, er is geen reconstructie gedaan. Maar in het dossier wordt hierover helemaal niets gemeld.

Vragen die raadsheren hadden kunnen (moeten) stellen (1)

Rechters moeten het dossier beoordelen dat hun wordt voorgelegd. Ze stellen vragen en horen de meningen van deskundigen. Toch werden veel vragen niet gesteld.

In de Deventer Moordzaak hebben de raadsheren te vaak achterover geleund en vertrouwd op wat de advocaten-generaal hen voorschotelden.

Ook de deskundigen werden op hun woord geloofd – en dat moet ook.

Hoewel, ook dat ging een paar keer goed mis.

Maar vragen stellen of toelichting vragen over belangrijke onderwerpen is niet een blijk van wantrouwen.

We weten dat dit soort gemiste kansen van de raadsheren geen onderwerp van het herzieningsonderzoek zijn dat onder leiding van advocaat-generaal mr. Aben wordt uitgevoerd en al bijna 7 jaar duurt.

Bij dat onderzoek moet het immers gaan over ‘nova’.

Maar schrijnend is het allemaal wel. Een belangrijke oorzaak van de frustratie die bij de Deventer Moordzaak wordt gevoeld.

Hieronder sommen we een aantal vragen op die de raadsheren hadden kunnen en eigenlijk hadden moeten stellen.

We gaan er hierbij van de verdenking dat Louwes op donderdag 23 september 1999, rond 9 uur ‘s avonds mevrouw Wittenberg heeft vermoord.

De vragen die de raadsheren hadden moeten stellen aan de advocaten-generaal:

Mevrouw de advocaat-generaal.
Ik zie in het dossier dat de schouwarts geen tijdstip van overlijden heeft vastgesteld. Het is toch zeer gebruikelijk dat dit wel wordt gedaan? Waarom is dat in dit geval niet gebeurd? En hoe weet u dan zo zeker dat de moord op donderdagavond is gepleegd en dan ook nog wel op zo’n precies tijdstip?

Mevrouw de advocaat-generaal.
In het dossier ontbreekt het resultaat van een reconstructie. Kunt u me vertellen waarom die niet heeft plaatsgevonden? Er zijn nogal wat vragen over de plaats waar het slachtoffer is aangetroffen en waar ze is vermoord? Kunt u daarover wat meer vertellen?

Mevrouw de advocaat-generaal.
Uit het dossier blijkt dat Louwes om 19 uur van de Jaarbeurs is vertrokken en dat hij later die avond is thuisgekomen tussen 21 uur (zijn verklaring) en 23 uur (uiterste andere mogelijkheid). Kunt u toelichten waarom u ervan overtuigd bent dat Louwes voldoende tijd had om de moord en alle bijkomende handelingen uit te voeren: de moord, doorzoeken en grondig reinigen van het huis, verplaatsen van een zwaar stoffelijk overschot, van en naar de auto wandelen, etc.? Heeft u een plausibel scenario?

Mevrouw de advocaat-generaal.
Het slachtoffer heeft donderdagmiddag boodschappen gedaan. Ze heeft onder meer vlees, vleeswaren en broodjes gekocht. Een belangrijk deel hiervan is niet meer aangetroffen, niet in het huis en evenmin door de sectiearts. Deze zouden dus door Louwes moeten zijn meegenomen. Hebt u er een logische verklaring voor waarom hij dat zou hebben gedaan. Graag een andere dan ‘het creëren van een dwaalspoor’?

Datum van overlijden

Wanneer werd mevrouw Wittenberg vermoord? Lang werd aangenomen donderdag 23 september 1999. Veel later werd hieraan steeds meer getwijfeld.

De twijfel kon ontstaan doordat de politie de schouwarts niet toestond een temperatuurmeting te doen (wanneer je dit leest, kun je je ogen niet geloven).

Zo’n meting is immers noodzakelijk om een preciezer tijdstip van overlijden te kunnen vaststellen. Dat dit niet is gebeurd heeft Louwes jarenlang ernstig parten gespeeld.

In 2014 werd door een team van forensische deskundigen in een proces verbaal vastgesteld dat het tijdstip van overlijden minimaal 24 uur later moet zijn geweest, dus op vrijdagavond of -nacht.

Los van deze ontwikkelingen is er iets opmerkelijks.

Op de grafsteen van mevrouw Wittenberg lezen we twee opvallende dingen.

In de eerste plaats dat haar voornaam wordt geschreven zonder ‘c’, dus Jaqueline in plaats van Jacqueline (de laatste komen we het vaakst tegen), maar dat is een onbeduidend detail.

Maar ook de datum van overlijden valt op: 25 september 1999. Niet 23 september zoals tot 2014 steeds is volgehouden.

We moeten niet gaan complotdenken. Het zal wel een vergissing zijn geweest door de maker van de grafsteen.

Maar opvallend is het wel.

Plotseling staken van onderzoek

We hebben de afgelopen jaren nogal wat bijzondere moordzaken meegemaakt. Bijzonder omdat de gedoodverfde dader na vele jaren werd vrijgesproken.

We herinneren ons nog de geruchtmakende zaken van Lucia de Berk, Ina Post en de Schiedammer Parkmoord.

Wie even op internet zoekt, kan zonder moeite nog vijf of meer van dergelijke zaken vinden.

Zaken die het vertrouwen in politie en justitie ernstig hebben geschokt. Jarenlang heeft iemand vastgezeten en dan blijkt die de dader te zijn!

Ook de Deventer Moordzaak is zo’n bijzondere zaak.

Al vanaf het eerste begin werd de argeloze krantenlezer getroffen door de vele missers en onbegrijpelijke keuzes van politie en Openbaar Ministerie.

We denken aan Het Mes, de twee briefjes, het gedoe over wel of niet een ochtendbezoek, het openen van een rekening nu wel of niet verdacht was, het Telefoontje, het zoekraken van bewijsmateriaal, toch niet Het Mes, dan plotseling een Vlekje, enzovoort. Dat maakt de burger argwanend. Zijn politie en OM wel berekend op hun taak?

Er is ook nog een andere opvallende gebeurtenis die tot op de dag van vandaag vragen oproept.

Voordat Louwes als verdachte in beeld kwam en vervolgens in november 1999 werd gearresteerd, waren er ook nog twee andere personen voor wie de politie bijzondere belangstelling had en die zelfs op enig moment als verdachte werden aangemerkt.

Van de ene op de andere dag werd het onderzoek naar beide personen gestaakt en daarna is er niets meer van die onderzoeken vernomen.

Dat zou logisch zijn ingeval een ander de moord heeft bekend.

Of wanneer het bewijsmateriaal tegen een ander overweldigend en zeer overtuigend is.

Maar van beide mogelijkheden was in deze zaak geen sprake. Dat blijkt wel uit de vrijspraak door de rechtbank Zwolle.

Dus blijft de vraag nog steeds zeuren: waarom is dat onderzoek plotseling gestaakt?

Toeslagenaffaire en Deventer Moordzaak

Elke vergelijking gaat mank. Dat zal ook wel het geval zijn met de toeslagenaffaire en de Deventer Moordzaak. Toch zijn er ook opvallende overeenkomsten.

De vergelijking gaat mank wanneer je kijkt naar het aantal benadeelden. In de toeslagenaffaire zijn het er waarschijnlijk tienduizenden en in de Deventer Moordzaak is ogenschijnlijk slechts een persoon met zijn gezin de dupe.

Maar in een aantal opzichten zijn beide affaires heel goed vergelijkbaar.

We noemen er een paar.

1. Overheid is grote boosdoener
In de eerste plaats is in beide gevallen de overheid de boosdoener.
Bij de toeslagenaffaire de belastingdienst en enkele ministeries. Vrijwel ondoordringbare bolwerken die het straffeloos met de regels niet zo nauw nemen.
In de Deventer Moordzaak is het justitiële systeem de tegenstander die regelmatig buiten de lijntjes kleurt.

2. Financieel zwaar getroffen
Veel benadeelden in de toeslagenaffaire zijn financieel (bijna) aan de grond geraakt. Grote schulden met alle ellende met als gevolg huisuitzettingen en scheidingen.

De veroordeelde in de Deventer Moordzaak heeft hetzelfde lot ondergaan. Meer dan tien jaar lang geen inkomen terwijl in zijn gezin de kosten gewoon doorlopen. En ook na het uitzitten van zijn straf wordt hij tegengewerkt.

3. Eindeloos traineren van gang van zaken
De toeslagenaffaire betreft een periode van misschien wel meer dan tien jaar. Klachten werden al die tijd opzettelijk niet of onjuist beantwoord of zo maar terzijde gelegd. Gedupeerden gingen jarenlang gebukt onder de onzekerheid over wat zou gebeuren. De strijd tussen grote en belangrijke instituties aan de ene kant en de individu aan de andere kant, dus.

In de Deventer Moordzaak liggen de zaken wat genuanceerder. Het recht heeft keurig zijn loop gehad: rechtbanken, gerechtshoven en zelfs de Hoge Raad hebben in alle openbaarheid hun werk gedaan.

Maar bij het herzieningsonderzoek door mr. Aben gaat het heel erg mis. Zijn onderzoek betreft slechts drie onderwerpen: mobiel telefoneren, de interpretatie van post mortem kenmerken en de betekenis van DNA-sporen. Dit duurt nu al bijna zeven (!) jaar. Over traineren gesproken.

4. Breder belang
Ín de toeslagenaffaire is het aantal gedupeerden groot en in de Deventer Moordzaak betreft het maar een slachtoffer.

Maar het aantal potentiële gedupeerden is veel groter. Iedereen lijkt op deze manier slachtoffer te kunnen worden van een almachtige overheid die als ze wil, de burger kan vermorzelen.

In de toeslagenaffaire worden gedupeerden jarenlang aan het lijntje gehouden en schendt de overheid de wettelijke regels, zoals het straffeloos overschrijden van wettelijke termijnen. Dat laatste is eerder regel dan uitzondering. Teken maar eens beroep aan tegen een WOZ-beslissing.
In de Deventer Moordzaak worden meinedige(!) geurproeven slechts met een taakstraf afgehandeld, kan het OM kennelijk opzettelijk foutieve uitspraken doen.

Laten we hopen dat de Deventer Moordzaak toch nog een happy end krijgt, net zoals bij de toeslagenaffaire lijkt te gebeuren.

‘Maar toch wil ik’

Onmiddellijk nadat mevrouw Wittenberg dood werd aangetroffen werd in haar tuin een briefje gevonden met veel taalfouten. Later ontving de politie een tweede briefje.

Over beide briefjes is lange tijd veel te doen geweest.

Het eerste briefje werd op 25 september 1999 op de oprit gevonden. Het wekte de suggestie te zijn geschreven door een laaggeletterde persoon.

Vraag aan iemand iets te schrijven met veel taalfouten, dan zou het er zo uit kunnen zien. Knullig handschrift en gekunstelde fouten.

Het tweede briefje werd op 21 oktober 1999 anoniem bij het politiebureau bezorgd. Het zag er verzorgd uit en was in keurig Nederlands geschreven.

We willen het hier niet hebben over de inhoud van beide briefjes, maar over de vraag of ze door dezelfde persoon zijn geschreven.

Er werd grafologisch onderzoek gedaan en de antwoorden op deze vraag liepen zoals valt te verwachten flink uiteen.

Maar er was ook iets anders aan de hand met beide briefjes. In beide kwam dezelfde zinsnede voor: Maar toch wil ik.

Omdat velen van mening waren dat deze zinsnede niet vaak voorkomt, werd al snel gedacht dat beide briefjes door een en dezelfde persoon waren geschreven.

Want dat twee verschillende personen deze niet veel voorkomende zinsnede los van elkaar in verschillende briefjes zouden gebruiken, dat zou wel heel toevallig zijn.

Begin 2000 was het niet gemakkelijk na te gaan hoe vaak de zinsnede Maar toch wil ik voorkomt en hoe groot de kans is dat die zou voorkomen in twee onafhankelijke briefjes.

Nu, in 2021, kunnen we veel beter schatten hoe groot die kans is. En dus ook hoe groot de kans is dat deze zinsnede in twee onafhankelijke teksten voorkomt.

Want we hebben Google.

Zoeken we met deze zoekmachine naar Maar toch wil ik dan krijgen we 188.000 resultaten. Is dat veel of weinig?

Om hiervan een idee te krijgen zouden we moeten weten in hoeveel documenten Google heeft gezocht. Daarom zoeken we ook naar hoeveel hits een ander willekeurig, maar gangbaar woord oplevert. Het woord mogelijk bijvoorbeeld geeft : 233.000.000 resultaten, het woord nieuw geeft 244.000.000 resultaten.

Laten we even uitgaan van 233.000.000 resultaten en een ruwe berekening maken.

Van de ongeveer 233.000.000 resultaten zouden er 188.000 de zinsnede Maar toch wil ik bevatten, dat is dus een kans van ongeveer 0.0008%. De kans dat twee onafhankelijke documenten allebei deze zinsnede zouden bevatten, is dus 6.5*10^(-5)% of 0.000065%.

Een kleine kans dus.

Ongetwijfeld zal bovenstaande berekening kunnen worden verfijnd/verbeterd. Bijvoorbeeld is er nog geen rekening mee gehouden dat de woorden ‘nieuw’ of ‘mogelijk’ vaker in een document voorkomen. Maar de kans dat beide briefjes door verschillende personen zijn geschreven, blijft wel heel erg klein.

Saaie Piet

Wanneer je de Deventer Moordzaak rustig doorleest, dan vraag je je af hoe de politie en het OM ooit Ernest Louwes als dader hebben kunnen zien.

Het lijkt allemaal te zijn begonnen met het mobiele telefoongesprekje dat Louwes naar eigen zeggen vanaf de A28, ergens tussen Harderwijk en ‘t Harde, waarschijnlijk in de buurt van Nunspeet heeft gevoerd.

Dat kon helemaal niet, vond een deskundige de KPN. Zijn mobieltje kan Deventer vanaf die plaats nooit bereiken.

Dus Louwes liegt. Dat is dus zeer verdacht. En dus zal hij wel de dader zijn. Vonden politie en OM.

En dus werd het onderzoek naar andere verdachten plotseling stopgezet, terwijl die de politie nog wel wat hadden uit te leggen.

Zeker hebben dat telefoontje en de gebrekkige kennis van de deskundige van de KPN en twee hoogleraren Louwes helemaal in het begin parten gespeeld.

Maar toch.

Al snel zou het OM toch tot de ontdekking moeten zijn gekomen dat ze met Louwes helemaal op het verkeerde spoor zaten.

Want er waren nogal wat goede redenen, om hem niet langer als verdachte te zien.

In willekeurige volgorde.

  1. De omstandigheden van de moord wijzen erop dat er hevige emoties in het spel waren (gesleep met slachtoffer, onder schilderij leggen, nauwkeurig geplaatste messteken).
  2. Louwes werd juist gekenmerkt (niet in de laatste plaats door hemzelf) als een saaie piet, wars van emoties.
  3. Hij had geen financieel motief, zoals later door het Hof Den Bosch werd vastgesteld.
  4. Evenmin werd een ander motief vastgesteld (dat is vaak een probleem, een moord zonder motief!).
  5. Hij was geen goede bekende of huisvriend van het slachtoffer.
  6. Hoewel de dader met het bloedige mes het huis heeft verlaten, werden op Louwes noch in zijn auto bloedsporen aangetroffen.
  7. Politie en OM hadden al meteen afstand moeten nemen van het gevonden mes als moordwapen. Daarmee zou hen tevens een gênante vertoning bespaard zijn gebleven.
  8. De zeven weken dat hij als executeur-testamentair heeft geopereerd, heeft hij dat correct gedaan, zeker als in aanmerking wordt genomen dat hij deze taken naast zijn overige werkzaamheden moest uitvoeren.
  9. Zelfs wanneer de moord op donderdagavond zou zijn gepleegd (de deskundigen denken daar in meerderheid anders over, getuige een proces verbaal), dan zou hem de tijd hebben ontbroken.

Niet alle individuele punten pleiten Louwes voor de volle 100% vrij want er is altijd ruimte voor twijfel. Maar gezamenlijk maken zij zijn daderschap onmogelijk.

De enige reden dat mr. Aben zo lang over het herzieningsonderzoek doet, kan alleen maar zijn: het zoeken naar een uitweg uit deze negen punten.

Het tweede mes

Twee dagen na de moord werd op een onwaarschijnlijke plaats een vleesmes gevonden. Dit zou wel eens het moordwapen kunnen zijn, dacht de politie.

Ondanks de bijzondere vindplaats (1 km vanaf de Zwolseweg 157, onderaan een trap naar een fietskelder) raakten politie en OM ervan overtuigd dat Het Mes het moordwapen zou zijn.

Voor de geuridentificatie werd de geur veiliggesteld en Het Mes werd door het NFI onderzocht, zonder DNA-resultaat.

Geen DNA maar toch bleven politie en OM Het Mes als het moordwapen zien.

Totdat …

Ja, totdat op 10 januari 2000 een bewoonster aan de Arnold Moonenstraat in Deventer meldde dat in haar openstaande garage een scherp mes was aangetroffen. Zij bracht dit zelf in een mogelijk verband met de moord Zwolseweg.

Gezien het voorgaande zou de politie haar moeten hebben meedelen dat er al een moordwapen was gevonden en moeten danken voor haar oplettendheid.

In plaats daarvan meldt het Tactisch Journaal dat Het Tweede Mes werd veiliggesteld en, om geen sporen te vernietigen, voor onderzoek naar het NFI te Rijswijk werd gestuurd.

Tegelijk werd na overleg met de Officier van Justitie een aanvraag machtiging DNA onderzoek aangevraagd om eventueel aan te treffen DNA-materiaal te vergelijken met het profiel van het slachtoffer Wittenberg.

Zo overtuigd was het OM er dus niet van dat Het Eerste Mes het moordwapen zou zijn. Voor de zekerheid liet het ook Het Tweede Mes onderzoeken.

Niet geschoten is altijd mis, moeten deze professionals hebben gedacht.

Toch was Het Eerste Mes voor de veroordeling door het Hof Den Bosch een belangrijk bewijsmiddel!

Klungeliger kan het toch niet?

Minister Ferd Grapperhaus

Attje Kuiken stelt op 27 maart 2019 over de Deventer Moordzaak Kamervragen aan de minister: schiet het nog een beetje op? De minister antwoordt op 14 mei 2019.

Mevrouw Kuiken stelde deze vragen niet zo maar.

Mr. Aben doet al sinds juli 2014 herzieningsonderzoek en dan wil je na zes jaar toch wel eens weten hoe het ervoor staat. Veel burgers van Nederland vinden dat het veel en veel te langzaam gaat.

Na een lange inleiding meldt de minister dat onderzoek is gedaan naar 1. het tijdstip van overlijden, 2. de telefoonverbinding tussen de A28 en 3. Deventer en de DNA-sporen op de blouse van het slachtoffer.

De brief vervolgt dat 1. en 2. enkele jaren geleden zijn afgesloten en dat 3. nog de nodige tijd vergt:

Op dit moment wordt in overleg met de verdediging nog nagegaan of en zo ja welk onderzoek nodig is voor een betere duiding van de resultaten van het onder (3) genoemde DNA-onderzoek.

Vervolgens geeft de minister nog antwoord op een paar vragen over nieuw ontlastend onderzoek waarover de Volkskrant berichtte.

Ondertussen zijn we al weer bijna twee jaar verder en nog steeds is het herzieningsonderzoek niet afgerond.

Weet de minister dat wel en baart dat hem geen zorgen? Vindt hij niet dat het erop lijkt dat het onderzoek opzettelijk wordt getraineerd?

Ook de (nieuwe) president mr. Dineke de Groot van de Hoge Raad zou zich toch ongerust moeten voelen over dit langste herzieningsonderzoek (zie het jaarverslag 2018 van de Hoge Raad)?

De huishoudster

Mevrouw Wittenberg had een huishoudelijke hulp die in de Deventer Moordzaak een belangrijke rol speelde. Ze kwam al vroeg in het Tactisch Journaal (TJ) voor.

De vrouw was 67 jaar en al meer dan tien jaar bij de Wittenbergs werkzaam. Elke donderdagmorgen van 9-12 uur kwam ze werken. Zoals met meer huishoudelijke hulpen het geval is, raakte ze bekend met de gang van zaken van de familie.

Ze kende volgens het TJ de inrichting van de woning goed en wist hoe alles lag en stond.

Zo wist ze te melden dat mevrouw Wittenberg altijd haar woning verliet via de achterdeur, die ze afsloot met een sleutel. Als ze naar boven ging deed ze achterdeur op slot met een knip. Nee, ze zou ‘s avonds de deur nooit opendoen. Geld haalde ze altijd van boven, waarschijnlijk uit een door ouderdom grijs geworden tas die op de ouderslaapkamer stond. Nee, de hulp wist niet of er een kluis in huis was.

De hulp was een belangrijke informatiebron. Daarom liep de politie op de maandag na de moord met haar het huis door.

Ze merkte verscheidene zaken op. Zo ontbrak volgens haar de kruimelzuiger uit de wandhouder. Dat vond ze raar want mevrouw Wittenberg hing hem na gebruik altijd meteen weer op.

Het viel haar op dat er geen afwas op het aanrecht stond en dat het rood-witte schort niet op het witte haakje hing.

Na een blik in de koel-vrieskast concludeerde ze dat mevrouw Wittenberg niet op vrijdagmorgen, zoals gebruikelijk, bij Albert Heijn was geweest.

En zo ging het maar door, volgens diverse mutaties in het Tactisch Journaal.

De huishoudelijke hulp kon zich eerst niet herinneren dat Louwes ‘s donderdagmorgen op bezoek was geweest en dat heeft voor veel verwarring gezorgd en de loop van de processen beïnvloed.

Later heeft zij dit diverse keren gecorrigeerd met duidelijke getuigenissen maar die leken de advocaat-generaal in Den Bosch niet goed uit te komen en werden door haar als niet geloofwaardig terzijde geschoven.

Wanneer het tot een herziening zou komen, dan zal die – gezien de snelheid van de justitiële molens – niet eerder dan over twee jaar zijn.

Zou de huishoudelijke hulp die dan 91 jaar zou zijn, nog nieuwe bruikbare informatie kunnen geven?

Als ze dan nog leeft?

Sleutels

Naast het lichaam van mevrouw Wittenberg lag een sleutel-etui dat daar moet zijn neergelegd. Met welk doel? Er zijn diverse verklaringen voor gegeven.

Maar die sleutels blijven een raadsel.

Het Tactisch Journaal maakt ook gewag van de sleutels. In mutatie 15 wordt gemeld:

Onder/naast het slo. lag slkeutelbos, netjes in etui getrokken.Hieraan o.m. sleutel voordeur.

We gaan er maar vanuit dat het sleutel-etui toebehoorde aan het slachtoffer. Vreemd is het dat de sleutels op die plek lagen, want het is inmiddels vrijwel zeker dat mevrouw Wittenberg ongeveer 6-24 uur na haar overlijden is versleept. Het is dus uitgesloten dat ze op de plaats waar ze werd gevonden, de sleutels uit haar hand heeft laten vallen.

Natuurlijk besteedt ook deemzet.nl aandacht aan deze bijzondere vondst en somt tegelijk verwante bijzondere observaties op.

Wie heeft geen belang bij heropening Deventer Moordzaak?

Er zijn veel mensen in Nederland die er steeds meer van overtuigd zijn dat de Deventer Moordzaak de grootste rechterlijke dwaling tot dusver is. Zij kunnen niet wachten op de heropening en hopelijk de uiteindelijke vrijspraak.

Maar niet iedereen denkt er zo over.

Er zijn ook mensen die – ondanks alle nieuwe bewijsmateriaal van het tegendeel – ervan overtuigd blijven dat Louwes de dader is. Dat is hun goed recht.

Ze zijn niet echt tegen een herziening, maar van hen hoeft die niet zo nodig.

Er is ook een groep personen die om de een andere reden tegen een herziening zijn. Zij hebben helemaal geen belang bij een herziening.

Integendeel, wanneer de Hoge Raad de zaak doorverwijst naar een gerechtshof is de kans groot dat alle zaken weer worden opgerakeld: PV’s, onderzoeksrapporten, getuigenverklaringen en zo meer.

Welke personen en/of categorieën zitten echt niet op een herziening te wachten?

1. De echte dader (of daders)
In de allereerste plaats natuurlijk de echte dader. Die heeft de afgelopen jaren 22 jaar met genoegen gezien hoe Louwes in het verdachtenbankje werd geplaatst en definitief werd veroordeeld. De dader moest steeds glimlachen bij alle trucjes die het OM uit de hoge hoed toverde om Louwes achter de tralies te krijgen of houden.
Deze dader heeft dus geen enkele behoeft aan een nieuw proces. Dat kan alleen maar in zijn nadeel uitpakken.
De kans om te worden ontmaskerd acht de echte dader na zovele jaren weliswaar niet groot, maar je weet nooit.

2. De politie
Jaap Visscher is er nog steeds van overtuigd dat het onderzoek dat onder zijn leiding heeft plaats gevonden, goed is geweest.
Er zijn veel fouten gemaakt, dat erkent hij ook. En zelfs blunders, zo vindt zelfs mr. Aben, de advocaat-generaal die momenteel het herzieningsonderzoek leidt.
Inderdaad, fouten en blunders.
Wat te denken van de politiemensen die de schouwarts nader onderzoek verboden, van het kwijtraken van een vest en broek van het slachtoffer, van het bestempelen van Het Mes als moordwapen.
Allemaal fouten en blunders van de politie, maar dat maakte voor het resultaat verrassend genoeg geen verschil. Volgens Visscher.
Maar wie weet wat tijdens een nieuw proces nog meer wordt onthuld. Daar zit Jaap Visscher niet op te wachten.
Nee, geen nieuw proces!

3. Het OM
Dit is de derde, niet onbelangrijke, partij die niet enthousiast is over een nieuw proces. Dan zullen alle fouten en blunders – en nog erger, leugens – weer breed worden uitgemeten: het ochtendbezoek, alle gekonkel om maar aan te tonen dat Louwes niet op de A28 kon hebben gebeld. Ach, alle ellende is uitgebreid te lezen op de website deemzet.nl.
Nee, allemaal zaken waar het OM met afschuw op terugkijkt.
Dit alles nog een keer in gewreven krijgen op een nieuw proces? Nee dank je wel, heel veel liever niet.

4. Het NFI
Dit instituut wil al helemaal geen nieuw proces. In de jaren 1999-2004 heeft het NFI veel ondeskundigheid ten toon gespreid, die zelfs werd aangetoond door de Raad van Accreditatie (RVA). Aan die periode wil het NFI liever niet worden herinnerd, want het is behoorlijk schadelijk voor de reputatie als deskundig onderzoeksinstituut. Weliswaar is hoofdpersoon ing. Richard Eikelenboom snel na deze zaak bij het NFI vertrokken, maar dan nog.
Nee, liever geen nieuw proces. En over tot de orde van de dag.

5. De deskundigen
Deze hebben een belangrijke rol gespeeld. De gerechtshoven moeten kunnen vertrouwen op hun expertise. Hoewel wat meer alertheid van hun kant ook geen kwaad had gekund (winterse buien in september).
De raadsheren moesten voor waar aannemen dat van de A28 niet een zendmast in Deventer kon worden aangestraald omdat deskundigen dat hadden verklaard.
De raadsheren moesten ook voor waar aannemen wat door het NFI werd gezegd over DNA-monsters (heel stellig en toch met veel onzin). Er zat voor de raadsheren niets anders op want ze zijn verre van deskundig op dit terrein. Dus ing. Richard Eikelenboom kon hier dus op zijn gemak orakelen over DNA-sporen. Er bestond tussen de deskundigen ook nog veel verschil van mening, wat de raadsheren niet zo maar hadden mogen laten passeren.
Tijdens een nieuw proces zouden de deskundigen (voor zover nog in leven) alles nog eens goed ingewreven krijgen.
Nee, als het aan hen ligt, liever geen nieuw proces. Het was al erg genoeg. de eerdere keren.

6. De rechterlijke macht
De rechtbank Zwolle kan niets worden verweten. Die heeft Louwes vrijgesproken wegens gebrek aan bewijs.
De gerechtshoven zouden wel wat alerter de zaken hebben kunnen leiden.
Hoezo, er is geen tijdstip van overlijden?
Hoezo, een winterse bui in september?
Waarom werden getuigen die zeiden mevrouw Wittenberg nog op vrijdag te hebben gezien niet serieus genomen, een behandeling die ook de huishoudster ten deel viel?
Waarom is er niet doorgevraagd of er wel voldoende tijd was voor Louwes om de moord te plegen en weer op tijd thuis te zijn?
Raadsheren hebben na deze processen hun carrière succesvol voortgezet en willen hun niet altijd even fraaie rol van ongeveer 20 jaar geleden niet nog eens in de schijnwerpers zien.
Nee, hun carrière wordt door een nieuw proces niet meer door geschaad want ze zijn met pensioen. Maar hun reputatie loopt wel een stevige buts op.
Dus, als het even kan, niet doen.

7. Goede bekenden of intimi van het slachtoffer
Last but not least.
Niets is zeker in deze wereld, maar algemeen wordt aangenomen dat mevrouw Wittenberg door een goede bekende van het leven is beroofd.
Wie je tot de goede bekenden rekent, blijft een open vraag want een betrekkelijke buitenstaander als Louwes werd ook als zodanig gezien.
Als Louwes wordt vrijgesproken, komen andere goede bekenden weer in beeld. Of dit na zovele jaren nog wat zal kunnen opleveren, blijft de vraag.
Maar het blijft wel een feit.

De moord met het plastic lepeltje

Deze Weblog beschrijft allerlei ellende in de Deventer Moordzaak: leugens, fouten, blunders en ga zo maar door. Misschien nu even tijd voor wat lichtere kost: het novum.

Ook in het boek De Deventer moordzaak van Stan de Jong komt het begrip novum voor. Een moeilijk begrip dat kennelijk alleen door juristen wordt begrepen. En ook zij komen er niet helemaal uit.

Om het toch een beetje te begrijpen, heeft De Jong een voorbeeld geconstrueerd en vrienden en kennissen ermee lastig gevallen.

Hieronder het voorbeeld De moord met het plastic lepeltje. dat De Jong in zijn boek heeft opgevoerd. Een hilarisch verhaal, maar het boek bevat overigens voor het merendeel zeer lezenswaardige en intrigerende analyses over de Deventer Moordzaak.

Daar gaat-ie dan. Lachen inhouden.

In een woning wordt een vrouw gevonden. Haar hersens zijn ingeslagen. Naast het lijk ligt een plastic lepeltje. De politie denkt dat dit lepeltje wel eens het moordwapen kan zijn. Na enige tijd wordt een man gearresteerd.

Hij blijkt het lepeltje in handen te hebben gehad. De verdachte ontkent dat hij de moord heeft gepleegd, maar de politie gelooft hem niet. De vrouw heeft kort ervoor hun relatie verbroken. De man heeft dus een motief voor de moord. Bovendien is hij de laatste persoon die in de buurt van de woning is gezien.

Justitie legt de zaak aan de rechtbank voor. De verdediging heeft een rapport op laten stellen door een deskundige, die aantoont dat het onmogelijk is met een plastic lepeltje iemands hersenpan in te slaan. De rechters bestuderen het dossier en spreken de verdachte vrij wegens gebrek aan bewijs.

Maar het openbaar ministerie gaat in hoger beroep en het gerechtshof veroordeelt de verdachte alsnog tot twaalf jaar gevangenisstraf.

Nadat het cassatieverzoek is afgewezen, wordt jaren later een poging gedaan de zaak te heropenen. De verdediging heeft een nieuwe deskundige gevonden, die bevestigt dat je met een plastic lepeltje niet een dergelijke forse hoofdwond kunt toebrengen.

Het herzieningsverzoek wordt voorgelegd aan de Hoge Raad der Nederlanden.

En afgewezen.

De wijze waarop de moord zou zijn gepleegd mag dan niet aan het gezond verstand appelleren, zelfs technisch onmogelijk zijn – een juridisch nieuw feit, een novum is het niet.

De feiten waren destijds ook al bekend bij de raadsheren van het gerechtshof – de onnozelaars hadden het alleen niet gezien.

Volgt u het nog een beetje?

En probeer de overeenkomst met de Deventer Moordzaak te herkennen.

Waarheid vs. Leugens

Het is gebruikelijk dat daders halve waarheden of ronduit leugens vertellen. Ze komen op eerdere versies van hun verhalen terug. Dat maakt hen extra verdacht.

Op die wijze proberen ze zichzelf vrij te pleiten.

In de Deventer Moordzaak ligt dat heel anders. De verdachte Louwes heeft van meet af aan consistente en correcte verklaringen afgelegd. Geen gedraai, geen gekonkel. Gewoon, zo is het gegaan en niet anders.

Hij heeft steeds precieze, controleerbare verhalen verteld.

Of het nu ging om zijn bezoek aan mevrouw Wittenberg op donderdagmorgen om een grafrechtenbrief op te halen.

Of over zijn telefoontje vanaf de A28 tussen Harderwijk en ‘t Harde (en niet vanaf ‘t Harde)

Of over de schilders of dakbedekkers met ladders vlakbij het huis van mevrouw Wittenberg.

Steeds bleken zijn verklaringen correct te zijn.

Hoe anders ligt dit aan de zijde van het OM dat met leugens en halve waarheden (en ook nog blunderend) het bewijs tegen Louwes sluitend probeert te krijgen.

Of het nu gaat om de geuridentificatieproeven die niet correct zijn uitgevoerd.

Of het lange tijd blijven beweren dat Louwes op donderdagmorgen niet op bezoek bij mevrouw Wittenberg was geweest, ondanks een getuigenverklaring van de werkster.

Of verklaringen van getuigen die hadden verklaard mevrouw Wittenberg op vrijdag nog te hebben gezien, zodanig op papier te zetten (bijvoorbeeld: meent te hebben gezien in plaats van heeft verklaard te hebben gezien) dat de lezer ernstig twijfelt aan de waarde van de verklaring.

Of jarenlang blijft stellen dat Louwes belde vanaf ‘t Harde terwijl hij vanaf het eerste begin had verklaard dat hij belde tussen Harderwijk en ‘t Harde, waarschijnlijk in de buurt van Nunspeet. Vergissing of moedwil?

Het is de Waarheid tegenover de Leugens.

Om met de huidige minister van VWS Hugo de Jonge te spreken: Hier is geen kruid tegen gewassen.

Kranten als bewijs

De auteur van de website deemzet.nl is duidelijk van mening dat de moord niet op donderdag maar op vrijdag heeft plaats gevonden. Waarom denkt hij dat?

Hij heeft hiervoor diverse redenen. Een ervan berust op belangrijke observaties die hij deed aan het dode lichaam van mevrouw Wittenberg. Die staan in het volgende artikel.

Het is onder anderen aan hem te danken dat zijn waarnemingen door een team van forensische deskundigen is besproken.

In het proces verbaal van die besprekingen (hoornvlies en livor mortis) komt men tot de conclusie dat het misdrijf niet op donderdagavond maar ongeveer 24 later is gepleegd en bovendien dat het lichaam tussen de 6-24 uur na overlijden is verplaatst.

Maar er zijn ook andere observaties die hem ervan overtuigen dat de moord niet op donderdag is gepleegd. Hij noemt hiertoe een aantal ‘dwaalsporen’.

Een zo’n dwaalspoor zijn de kranten en de overige post achter de voordeur, de deur waarlangs de dader of daders het pand hebben verlaten.

De auteur toont overtuigend aan dat de volgorde in de stapel post weliswaar suggereert dat ze op de verwachte volgorde liggen: als de moord donderdagavond is gepleegd zijn sindsdien kranten en overige post op een stapel gevallen.

Maar in het artikel Dwaalsporen wordt aangetoond dat deze volgorde niet klopt. Ze zijn door de dader(s) zorgvuldig zo gestapeld om die suggestie te wekken maar daarbij hebben ze een fout in de volgorde gemaakt.

Spannend om over dit staaltje speurwerk te lezen.

De tijdlijn van de Deventer Moordzaak

We beginnen de Deventer Moordzaak op 29 december 1996, toen dr. Willem Wittenberg op 69-jarige leeftijd overleed. De zaak is nu nog niet ten einde.

We leven nu 24 jaar later en je zou verwachten dat deze zaak inmiddels wel zal zijn afgerond.

Niets is minder waar.

Na diverse rechtszaken, cassaties, herzieningsverzoeken en herzieningen moeten we in februari 2021 nog rustig afwachten wat het herzieningsonderzoek van mr. Aben na ruim zes jaar zal opleveren.

Daarmee is het een van de langstlopende rechtszaken in de Nederlandse geschiedenis.

Wat is er in die 24 jaar gebeurd en waarom is deze zaak nog niet ten einde? Dat is natuurlijk de eerste vraag die bij de lezer opkomt. Hoe zat het ook allemaal weer?

Er zijn artikelen in tijdschriften, boeken, vele rapporten en analyses geschreven en dan is het geen schande wanneer je vele belangrijke gebeurtenissen niet meer allemaal op een rij hebt.

Daar heeft de auteur van deemzet.nl wat aan gedaan. In hoofdstuk 1 van zijn boek In het pak genaaid geeft hij – bijna van dag tot dag – een overzicht van vrijwel alle relevante gebeurtenissen.

Daar laat hij het niet bij. Afgezien van de datum geeft hij van elke gebeurtenis een korte objectieve beschrijving, dus zonder zijn eigen opvatting prijs te geven.

Twee voorbeelden van zulke belangrijke gebeurtenissen.

25 september 1996
De weduwe Wittenberg verschijnt niet op haar wekelijkse kappersafspraak en wordt vervolgens vermoord aangetroffen in haar woning.
De GGD-arts stelt een onnatuurlijke dood vast. Het aanwezige bijstandteam verhindert hem nader onderzoek te verrichten naar het moment van overlijden. Hij weigert vervolgens een ‘artikel-10-verklaring’ in te dienen.

9 februari 2004
Uitspraak herzieningsproces Den Bosch. Bevestiging van het vonnis van het Gerechtshof Arnhem 2000 onder verbetering van bewijs; er is DNA van Louwes aangetroffen op de blouse van de weduwe. Louwes arrestatie ter zitting wordt een nationaal media-event.

2 april 2009
Louwes vervroegd in vrijheid gesteld.

En zo gaat het drie pagina’s lang. De lezer is dan weer helemaal bij.

Nederlands Juristenblad 2008

Ook in het NJB van 18 juni 2008 werd aandacht besteed aan de Deventer Moordzaak. In een artikel heeft Hieke Snijders-Borst ernstige twijfels over het daderschap van Louwes.

Zoals kan worden verwacht van een gepensioneerd inspecteur vennootschapsbelasting formuleert ze haar opvatting zorgvuldig en nauwkeurig.

In haar artikel legt ze de vinger regelmatig op de vele zere plekken.

Let op: dit artikel is zes jaar eerder verschenen dan het herzieningsonderzoek (2014) dat sedertdien door mr. Aben wordt gedaan.

Over het type verdachte.

Mr. Ernest Louwes was de meest onaannemelijke verdachte die men zich kan voorstellen: een harde werker, zeer toegewijd aan zijn gezin, weinig fantasierijk en op 46-jarige leeftijd nog nimmer van enig kwaad beticht.

Over het type misdrijf.

De moord zelf en het verslepen van het slachtoffer tot vóór het schilderij van haar man, waar zij zevenmaal in de borst is gestoken, wezen op bepaalde emoties die bij Louwes ontbraken. 

Over het type moordwapen

Dit mes was 1,5 km van de woning van mevrouw in een portiek gevonden. Het lemmet was te breed, te dik, te lang en te recht om te kloppen met de steekwonden in mevrouw. Bij later onderzoek werd noch van mevrouw noch van Louwes lichaamsmateriaal op het mes aangetroffen.

Over het handelen van de Technische Recherche.

Eerst nu is vast komen te staan dat kort na de ontdekking van de moord de Technische Recherche één van de belangrijkste voorschriften heeft veronachtzaamd: de stukjes plakfolie om van huid en kleding van het slachtoffer slecht zichtbaar bewijsmateriaal te verzamelen – bijvoorbeeld haren van de dader – zijn diverse malen op het voorpand van de blouse hergebruikt. 

Over de aard en hoeveelheid bewijs.

De wetenschappelijke basis voor het toch al schamele en wankele beetje bewijs tegen Louwes is daarmee geheel vervallen. Het is te hopen dat een gezwinde afhandeling van een derde herzieningsverzoek van hem nu snel een einde maakt aan deze beschamende zaak.

Daarmee zijn de beginselen geschonden van artikel 6 EVRM (…), in het bijzonder van het ‘audi et alteram partem’ en van de ’sub iudice’-regel.

Over het proces Hof Den Bosch.

… Deze schendingen klemmen temeer, wanneer men zich rekenschap geeft dat ook de behandeling indertijd in Den Bosch niet vlekkeloos is verlopen. De verdediging is opvallend weinig tijd gegund om zich te weren (…) heeft het Hof op 9 februari 2004 arrest gewezen: op de veertiende dag dus na de zitting …

Over de Hoge Raad.

… de Hoge Raad gelast een onderzoek en benoemt daartoe een raadsheer-commissaris uit zijn midden (art. 465 Sv), waarna dat onderzoek buiten aanwezigheid van pers en publiek plaatsvindt (art. 466 Sv). Zodoende zijn bij het verzoek van Louwes gegevens uit een geheim gehouden onderzoeksrapport in het geheim onderzocht en zijn nieuwe getuigen ondervraagd op een niet-openbare zitting.

Over de geheimhouding.

… De geheimhouding van de rapporten van het OM van het ‘oriënterend vooronderzoek’ is gemotiveerd met de noodzaak de privacy van derden te beschermen. Maar de feiten en de namen van die derden zijn in een handomdraai te verwijderen zonder tekort te doen aan de inhoud. Het lijkt dan ook evident dat de geheimhouding slechts dient om de incompetentie en andere tekortkomingen van vele betrokkenen en – vooral! – de werkelijke feiten voor het oog van pers en publiek verborgen te houden …

Over de grondbeginselen van de rechtsstaat.

Wie nodeloos een strafrechtelijk onderzoeksrapport geheimhoudt heeft niet alleen een krachtig bewijs geleverd voor de incompetentie van zichzelf en/of van sommige collega’s en/of ondergeschikten, maar ook de grondbeginselen van de rechtsstaat geweld aangedaan.

Dit alles moet de Hoge Raad niet zijn ontgaan?

Deventer Moordzaak langstlopend herzieningsonderzoek

Het duurt maar en het duurt maar: het herzieningsonderzoek door mr. Aben loopt al sinds 2014 en is daarmee het langstlopende onderzoek.

Laten we even kijken naar het jaarverslag 2018 van de Hoge Raad. Na een korte inleiding lezen we:

… In 2018 waren er nog 11 verzoeken uit 2013, 2014, 2015, 2016 en 2017 in behandeling …

Het onderzoek uit 2013 is inmiddels afgerond.

Na een korte beschrijving van een aantal in 2018 nog lopende onderzoeken heeft de Deventer Moordzaak de eer onder een apart kopje te worden beschreven.

We lezen onder het kopje Deventer-moordzaak:

… In de zogenoemde Deventer-moordzaak – een veroordeling uit december 2000 tot 12 jaar gevangenisstraf wegens moord, waarin al meerdere keren herziening is verzocht – had de advocaat-generaal, op basis van het advies van de ACAS, in 2014 al besloten om nader onderzoek in te stellen …

Inderdaad, al in 2014, en de advocaat-generaal zou meer onderzoeken dan waartoe door de ACAS geadviseerd.

We lezen verder:

… In 2016 is een pathologisch anatomisch onderzoek afgerond. In het verslagjaar is het onderzoek naar gsm-verkeer, uitgevoerd door TNO/TU Delft, afgerond. Er was al door een deskundige gerapporteerd over DNA-onderzoek op activiteitenniveau; in het verslagjaar heeft ook de contradeskundige antwoord gegeven op aanvullende vragen …

Van het pathologisch anatomisch onderzoek is al in 2014 een proces verbaal opgemaakt waarin het merendeel van de forensische experts voor Louwes ontlastende conclusies trekt.

Alle reden dus om de uitkomst van dit onderzoek met vertrouwen tegemoet te zien.

Het TNO/TU onderzoek concludeert dat Louwes het mobiele gesprek met mevrouw Wittenberg wel op 23 september 1999 omstreeks 20:36 vanaf de A28 kon hebben gevoerd en dus niet in Deventer aanwezig hoefde te zijn. Dit ondergraaft een van de belangrijkste verdenkingen van het OM.

Mr. Aben noemde deze ontwikkeling eveneens in zijn interview van september 2019 met De Stentor. De kans hierop zou volgens hem 5% zijn.

Een deskundige van KPN trok bovendien zijn eerdere verklaringen in 2003/2004 hierover in. Ook hij was toen van mening dat op 23 september 1999 omstreeks 20:36 een mobiele telefoon vanaf de A28 een zendmast in Deventer kon bereiken.

… Het DNA-onderzoek bevond zich aan het einde van het verslagjaar in een afrondende fase …

En dan nog het DNA-onderzoek. Het NFI had eerder naar de DNA-sporen en de mogelijke gevolgen onderzoek gedaan.

Maar dit onderzoek door het NFI was knoeiwerk.

Lees de gedetailleerde beschrijving van dit knoeiwerk of de leesbare versie in een te verschijnen boek en concludeer dat ook dit onderzoek Louwes zal ontlasten.

Het verrast in februari 2021 dat na de betreffende zinsnede in het jaarverslag 2018 dit onderzoek nog steeds niet is afgerond.

Ambtelijke molens draaien langzaam, maar in dit geval lijken ze stil te staan.

Felle strijd tussen twee AG’s

De advocaat-generaal bij de Hoge Raad adviseerde vandaag het proces over de villamoord niet te herzien. De AG had voor dit advies maar twee jaar nodig.

De pers was er als de kippen bij om een andere advocaat-generaal, mr. Aben, met dit relatief snelle advies te confronteren.

Meneer Aben, het advies in de zaak van de villamoord is er al na twee jaar en u bent er na 6 1/2 jaar in de Deventer Moordzaak nog steeds niet uit. Is die AG van de villamoord nu zo snel of bent u zo traag?

Met alle respect voor mijn collega Harteveld hoor, een goeie kerel, daar niet van, maar dit is krenten vergelijken met meloenen.
De Villamoord! Ja zo’n onderzoekje wil ik ook wel. Zou ik ook zo mee klaar zijn. Maar de Deventer Moordzaak is andere koek. Dat is een heel complexe zaak en zo’n zaak krijg ik natuurlij. Dan heb je aan 6 jaar heus niet genoeg. Ik hoef maar DNA te zeggen en dan weet u het wel.

Maar in september vorig jaar zei u tegen De Stentor dat de zaak bijna was afgerond. Waarom duurt het dan nog zo lang? De AG van de villamoord weet misschien meer van aanpakken?

Nou nee, zo moet u dat niet zien. Ik heb toen een Cold Case team in het leven geroepen dat het DNA-bewijs moest nalopen. Dat team moest uiteindelijk drie commissies vormen om er goed te kunnen uitkomen.

Drie commissies?

Ja, een voor huidcellen, een tweede voor bloed en een commissie voor speeksel. Dus daar gaan zo maar weer 1 of 2 jaar overheen.
En dan moet ik dat allemaal weer in een juridische vorm gieten. Gigantische klus.

Maar dat geldt toch ook voor de villamoord.

Nee, echt niet, mijn zaak is veel meer dan zo’n simpel villamoordje. Zoals ik al zei, dat kunt u zo niet zeggen. Maar ik moet weer verder, anders duurt alles nog langer.

Goedemiddag.

Gevaarlijke beroepen

Niet alle beroepen in Nederland zijn zonder gevaar. Als wegwerker kun je van de sokken gereden worden. Een politieman of -vrouw is zijn of haar leven ook niet altijd zeker.

Maar een financieel adviseur toch niet? Dat is toch een wat stoffig type dat alles weet over belastingen, verzekeringen, financiële constructies en daar cliënten bij helpt? Dat is toch niet gevaarlijk?

En een executeur-testamentair is toch ook geen gevaarlijke functie? Je wordt in een testament als zodanig aangewezen. Vaak heb je al van tevoren ingestemd. Het is een hele eer dat iemand je zo vertrouwt.

En toch, toch …

Ernest Louwes was een financieel adviseur voor de VVAA. Werd door menigeen gekarakteriseerd als een beetje saaie Piet. Dat is bij een financiële man een plus.

Totdat een van zijn cliëntes werd vermoord. Al snel werd hij gezien als een potentiële verdachte. Ok, er leken nog een paar aanwijzingen in zijn richting wezen, maar iemand die met de financiën van het slachtoffer te maken heeft. Dat was al behoorlijk verdacht, in de ogen van de politie.

O hemel, hij was door het slachtoffer ook nog gevraagd de executeur-testamentair te zijn. Dan ga je over het geld uit het testament. Met een paar beperkingen, dat wel, maar daar weet je als financieel adviseur wel raad mee, zo moet de politie hebben gedacht.

Tenslotte, hij was ook nog gevraagd voorzitter te worden van de Dr. Wittenberg Stichting. Deze was in het testament aangewezen als de erfgenaam.

Toen was voor het OM de maat vol.

Fiancieel adviseur, executeur-testamentair, voorzitter van een nog op te richting stichting?

Dat kan niet missen, volgens het OM.

Testamenten

Bij een moord wordt door de politie al snel gekeken naar eventuele financiële motieven. Zijn geld of kostbaarheden verdwenen, wie zou profiteren van de dood van het slachtoffer?

In de Deventer moordzaak doet zich inderdaad iets dergelijks voor.

Er is sprake van twee testamenten, een oud testament uit 1997 en een nieuw testament dat ze tien dagen voor haar dood had opgesteld.

Mevrouw Wittenberg had op 7 februari 1997 een testament opgesteld. Hierin noemde zij zestien legatarissen: neven, goede bekenden, een paar instellingen en zo meer. Ieder van hen kreeg wat. Verder benoemde ze iemand tot enige erfgenaam.

Bijzonder is dat ze dit testament op 13 september 1999 heeft aangepast, tien dagen voordat zij werd vermoord.

Dit was ook de politie opgevallen en tijdens enkele verhoren van getuigen zijn beide testamenten ter sprake gekomen.

Ongetwijfeld heeft de politie gedacht in de testamenten aanknopingspunten te vinden voor een of meer verdachten.

Het resultaat van hun onderzoek is geweest dat executeur-testamentair Louwes de verdachte werd. Veel verder zijn ze niet gekomen.

Hij moest immers de afwikkeling van het testament regelen en was door mevrouw Wittenberg bovendien benoemd als voorzitter van de Dr. Wittenberg stichting.

Hoe verdacht kun je het krijgen, moet het OM hebben gedacht?

Mr. Aben bevestigt blunders

In een interview met De Stentor bevestigde mr. Aben dat in de Deventer Moordzaak veel blunders zijn gemaakt. “De meeste missers zijn te verklaren door vergissin­gen, fouten en blunders.”

De Stentor:
Is dat dan bewust gebeurd?

Dat vermoed ik niet en daar heb ik ook geen aanwijzingen voor. De meeste missers zijn te verklaren door vergissingen, fouten en blunders

Iedereen vraagt zich af hoe het mogelijk is dat in zo’n belangrijke zaak zoveel fouten zijn gemaakt.

Met grote gevolgen: 12 jaar gevangenisstraf.

Laten we eens nagaan aan welke blunders mr. Aben zoal zou kunnen denken (klik door naar de betreffende pagina).

  1. Geen moordwapen (eerst een mes, toen drie, nu geen).
  2. Geen reconstructie (had veel, o.a. duur moord, kunnen aantonen).
  3. Geen schouwrapport (schouwarts mocht geen onderzoek doen, weggestuurd).
  4. Dus geen nauwkeurig tijdstip overlijden (slechts op basis van ‘stille getuigen’, dus veel twijfel).
  5. Leugens over DNA (DNA kan ook zonder geweld op weduwe zijn gekomen, zie Prof. Derksen).
  6. Ernstige contaminatie blouse (nieuwe vlekken), blouse was zelfs een keer zoek.
  7. Vest en broek zoek, beide op de PD nadrukkelijk te zien: weg, foetsie, kan gebeuren.
  8. Geen Time Advance gegevens opgevraagd (had locatie Louwes op A28 kunnen aantonen).
  9. Geknoei met agenda mevrouw Louwes (‘wel of niet komen eten’).
  10. Onderzoek naar andere verdachten abrupt gestopt (politieman en klusjesman).
  11. Geen nader onderzoek naar tegenstrijdige alibi’s. Politie slikt wijzigingen als zoete koek.
  12. Tot 2003/2004 achterhouden van verklaring medewerkster bank (rekening openen).
  13. Geurproef verkeerd toegepast (mag alleen als moordwapen is vastgesteld).
  14. Fraude met uitvoering hondenproef (agenten veroordeeld, mochten bij politie blijven werken).
  15. Expert herroept onjuiste verklaring voor hof (A28), bekend geworden tijdens recent onderzoek.
  16. Verkeerde voorlichting NFI over DNA (test kan wel met minder cellen, en zelfs met een standaard test).
  17. Daderkennis verdachte niet verder onderzocht.
  18. Alibi’s voor vrijdag tot 24 uur niet onderzocht (al stond tijdstip donderdagavond niet vast).
  19. De opvallende post-mortem verschijnselen (rigor en livor mortis) niet op waarde geschat.
  20. Getuigen zeggen weduwe vrijdag te hebben gezien (worden niet serieus genomen).
  21. Een profiler zou zich hebben moeten uitspreken over dader van atypische moord.
  22. Briefjes in tuin gevonden over diefstal met excuses (niet echt onderzocht).
  23. Opzettelijk primitieve tekst. ‘Schrijf eens een briefje met spelfouten!’ Dan krijg je dit.

De punten zonder link komen nog later aan bod.

Blunders en misleidingen

In de Deventer moordzaak zijn nogal wat blunders begaan. Zelfs mr. Aben is die mening toegedaan. Ook is er vaak sprake van misleiding. Wat ging er zoal mis?

Volgens de auteur van deemzet.nl komen in het onderzoek en de gerechtelijke procedures van de Deventer moordzaak veel blunders en misleidingen voor.

Een betrekkelijke buitenstaander als Louwes heeft hierdoor voor het delict een gevangenisstraf van 12 jaar uitgezeten en wordt een andere betrokkene – vrijwel zeker onterecht – beschuldigend nagewezen.

Ondertussen lopen de dader of daders vrij rond (die zeker niet enthousiast zullen zijn over de aandacht die de moordzaak maar blijft krijgen, ook na 21 jaar).

In een aparte sectie van de website loopt de auteur niet minder dan 46 gevallen langs waarop iets valt aan te merken. Per onderwerp wordt een uitgebreide toelichting gegeven.

Hieronder een voorbeeld (punt 27).

Peter R. de Vries (juist, die!) meldt:

Volgens Ernst L. was hij om 21.00 uur weer thuis in Lelystad. Hij heeft echter een nogal opvallende route naar huis genomen. Hij rijdt via Amersfoort, Harderwijk en ‘t Harde naar Lelystad. Bepaald niet de snelste weg vanuit Utrecht. Logischer lijkt het om via Almere naar Lelystad te rijden. Deze route is namelijk zo’n 50 kilometer korter.

Het commentaar op deze uitspraak is nogal onthutsend.

De bedoelde autorit werd op 23 september 1999 gemaakt, maar de door PRdV bedoelde route werd op 13 december 1999 geopend.

Toch wel belangrijk dat deze blunder in zo’n zaak wordt opgemerkt.

Het is zeker de moeite waard de andere punten ook eens te bekijken.

Louwes handelde juist bij openen beheer-rekening

Als executeur-testamentair wilde Louwes bij een SNS-bank een rekening openen op naam van een op te richten stichting. Dat kon niet omdat de KvK-inschrijving niet was afgerond.

Hij wilde een groot bedrag afkomstig uit een kluisje van het slachtoffer veilig op een bankrekening storten. En dus vroeg hij een medewerkster van een SNS-bank een rekening te openen op naam van de Dr. Wittenberg stichting.

De medewerkster vertelde hem dat dit niet kon, want de stichting bestond nog niet. Na veel over en weer gepraat tussen hem en het bankpersoneel opende hij op aanraden van de medewerkster een rekening op zijn eigen naam met de toevoeging beheer Wittenberg.

In het proces verbaal van het verhoor van de medewerkster staat:

Ik deelde de man wederom mede dat het niet mogelijk was, waarna hij accoord ging om een rekening op zijn eigen naam te openen met de vermelding “beheer-rekening”. De man vertelde mij dat hij zelf niet de eigenaar van de gelden was, doch dat hij deze gelden alleen in beheer had.

Zeer tegen de zin van Louwes werd aldus deze rekening op zijn naam geopend.

Lange tijd werd gedacht dat Louwes zo’n beheer-rekening wilde openen en dat werd door veel betrokkenen behoorlijk verdacht gevonden.

‘Zie je wel, hij probeert geld van het slachtoffer naar zijn eigen rekening te sluizen.’

‘Ernest Louwes heeft mevrouw Wittenberg vermoord en hij had daarvoor een financieel motief.’

Pas veel later heeft het Hof Den Bosch vastgesteld dat Louwes geen financieel motief had.

Met welk motief hij de moord dan wel zou hebben gepleegd, zegt het Hof er niet bij en veroordeelt vervolgens Louwes definitief voor 12 jaar.

Onjuistheden in boek Bas Haan

Op de website deemzet.nl gaat de auteur in op het boek De Deventer moordzaak, het complot ontrafeld van Bas Haan.

Het verscheen in 2009 en onlangs opnieuw met als extra informatie Nu verfilmd als De Veroordeling. Het is niet duidelijk of het gaat om een herdruk of een herziene uitgave.

Op het boek uit 2009 is veel commentaar geleverd. Zowel Maurice de Hond als deemzet.nl melden diverse onjuistheden of onnauwkeurigheden. De website doet dat in een 14 pagina’s tellend document waarin het boek pagina voor pagina wordt langs gelopen.

Op niet minder dan 32 punten vindt de auteur dat Haan onjuiste of verwarrende informatie geeft.

En dan gaat het niet over punten of komma’s, maar over wezenlijke, inhoudelijke zaken. Het gaat bijvoorbeeld over onjuistheden die grote gevolgen kunnen hebben en ook hebben gehad.

Wie deemzet.nl doorbladert weet dat de auteur zich er niet met een Jantje van Leiden afmaakt. Uitspraken worden onderbouwd met feiten en/of verwijzingen naar literatuur, processen verbaal of officiële rapporten. Hij kiest daarbij voor een wetenschappelijke aanpak.

En dat is te merken.

Laten we een voorbeeld nemen, zodat we weten waar we het over hebben.

Bas Haan, p. 152:
Nu, jaren later, heeft Maurice de Hond een heel nieuw alibi voor Louwes geconstrueerd.

deemzet.nl (met mutaties in het Tactisch Journaal):
Onjuiste voorstelling van zaken. Op 19 november 1999 meldt Louwes al, dat hij vanuit de file gebeld heeft. Uit TJ 941 (20 november 1999) , TJ964 (22 november 1999), TJ999 (23 november 1999), TJ1011 (24 november 1999), TJ1031 en TJ1032 (26 november 1999) blijkt duidelijk, dat de recherche dit als een potentieel alibi ziet.

Zo’n terechtwijzing zou Bas Haan niet mogen overkomen. Hij is een gelauwerd onderzoeksjournalist en heeft in die hoedanigheid prijzen gewonnen. Dan verwacht je een foutloze aanpak ook in een zo belangrijke en geruchtmakende zaak.

Daar wil het nog wel eens aan schorten, zie ook in interviews met Matthijs van Nieuwkerk en in een trailer van Argos.

Maurice de Hond heeft hem publiekelijk gedaagd over deze onjuistheden te debatteren, maar Haan heeft dat afgehouden met een niet zo sterk argument (welles-nietes).

De 114 vragen van H.J. Vonk

De laatste jaren is in de Deventer moordzaak de focus komen te liggen op zaken als Het Telefoontje, post-mortem verschijnselen en DNA-onderzoek.

Al vanaf het eerste begin speelden in deze zaak allerlei rare kwesties. Iedereen kan zich nog herinneren op welke klungelige wijze Het Mes tot moordwapen werd gebombardeerd.

Op ruim een kilometer afstand, na twee dagen gevonden, met een lemmet dat niet paste bij een afdruk op de blouse en ook nog met een gefraudeerde geuridentifcatieproef aan Louwes gelinkt. Brrr.

Ook andere kwesties wekten op zijn zachtst gezegd veel bevreemding. Kledingstukken die het slachtoffer had gedragen, waren verdwenen, de onprofessionele manier waarop met de blouse was omgegaan, en zo kunnen we nog wel even doorgaan.

Bij het grote publiek leefden dus veel vragen, over van alles en nog wat.

Een van hen, H.J. Vonk, heeft zijn vragen toentertijd gebundeld en op papier gesteld in een document met 114 vragen.

Ook na zoveel jaren is het nuttig deze vragen terug te lezen, zeker wanneer het herzieningsonderzoek van mr. Aben zou leiden tot vrijspraak van Louwes.

Website deemzet.nl

De Deventer moordzaak is een van de meest onderzochte moordzaken van de afgelopen decennia en heeft veel stof doen opwaaien. Tot op de dag van vandaag.

Dat begon in 2002/2003 met een serie artikelen in HP/De Tijd door Stan de Jong, kort daarna gevolgd door zijn boek.

Vanaf 2005 begon Maurice de Hond zich met de affaire te bemoeien. Hij heeft zich geroerd op radio, tv en internet. Het is zijn verdienste dat de moordzaak daarmee nationale bekendheid kreeg.

Nog belangrijker is zijn rol als aanjager van uitgebreid onderzoek door veel deskundige vrijwilligers (onder andere politiemensen en forensische deskundigen). De website geenonschuldigenvast.nl is hiervan het resultaat.

Sinds 2011 is er een belangrijke informatiebron bij gekomen: deemzet.nl.

De auteur achter deze website heeft in de loop der jaren niet alleen nauwkeurig verslag gedaan van de zaak maar is ook zelf onderzoek gaan doen.

Het telefoontje
Zo heeft hij zich ontwikkeld als deskundige op het gebied van mobiele telefonie. Door nauwgezet alle aspecten te bestuderen, kwam hij erachter dat door atmosferische omstandigheden het telefoontje wel mogelijk was, dat tot dan door verschillende deskundigen voor onmogelijk werd gehouden. De verklaringen van Louwes kregen hiermee een onderbouwing.

Post-mortem kenmerken
Door uitgebreid literaratuuronderzoek naar post-mortem kenmerken ontdekte hij dat het lichaam ongeveer 6-24 uur na overlijden moet zijn verplaatst, wat Louwes een alibi verschafte. Hij werd hierin gesteund door een team van deskundigen. Lees de artikelen Expert team 1 en Expert team 2.

DNA
Een omvangrijk deel van zijn onderzoek in de Deventer moordzaak betrof het DNA-onderzoek. Hij stuitte op diverse tekortkomingen (onder andere van het NFI) en kwam tot de conclusie dat de DNA-sporen op de blouse daar op vreedzame wijze op zijn terechtgekomen (vochtig spreken, lichte aanraking, etc.).

Dit alles en nog veel meer is op zijn website te lezen in een groot aantal artikelen. Het is niet alleen een kwestie van lezen. De teksten gaan vaak gepaard met uitgebreide illustraties.

Ook heeft hij over de belangrijkste onderdelen van het onderzoek een aantal YouTube-video’s gemaakt. Die nemen de kijker mee in de vaak ingewikkelde materie.

Korte cursus livor mortis

In de Deventer Moordzaak speelt een medisch-forensisch verschijnsel een belangrijke rol: livor mortis (lijkvlekken of paarskleuring). Dat wijst erop dat het slachtoffer na haar dood is verplaatst.

In een artikel op de website deemzet.nl wordt precies uitgelegd wat livor mortis is en hoe die ontstaat.

Verder moet de lezer ook met de term rigor mortis of lijkstijfheid bekend zijn om het artikel goed te kunnen begrijpen.

Waarom is dat nu belangrijk, hoor je de geïnteresseerde lezer denken?

Dit is heel belangrijk omdat daarmee wordt aangetoond dat donderdagavond niet het tijdstip van de moord kan zijn geweest.

En dat is weer van groot belang voor Louwes. Als de moord niet op donderdagavond is gepleegd maar op vrijdagavond of zaterdagmorgen vroeg, dan is hij daarmee vrijgepleit.

Want voor vrijdagavond heeft hij een alibi.

Dineke de Groot president Hoge Raad

Het streven naar vernieuwing in de rechtspraak is een constante in de carrière van Dineke de Groot, die wil ‘bouwen aan het vertrouwen’ (Volkskrant, 20/11/2020). 

Mevrouw de Groot is benoemd tot president van de Hoge Raad en geeft daarmee leiding aan het hoogste rechtscollege in Nederland.

Vooral dat ‘bouwen aan het vertrouwen’ zal de burger aanspreken – onder andere met het oog op de toeslagenaffaire -, en hij zal daarom hopen dat ze in haar missie slaagt.

Er is ook een andere kwestie die het vertrouwen van de burger danig op de proef stelt: de Deventer Moordzaak.

Het gaat er in dit geval niet om of Louwes nu wel of niet terecht is veroordeeld.

Nee, het is de duur van het herzieningsonderzoek onder leiding van de advocaat-generaal bij de Hoge Raad mr. Aben die allerwegen tot irritatie leidt.

Ook de nieuwe president moet er toch van opkijken dat dit onderzoek inmiddels buitensporig lang duurt: meer dan 6 jaar.

Misschien is de president van de Hoge Raad niet in de positie om mr. Aben hierover te kapittelen. Daarvoor ontbreekt wellicht een wettelijke basis.

Maar wat zij, als hoogste rechter, zeker kan doen is haar ongenoegen laten blijken over de ongehoord lange duur van het onderzoek.

Die duur doet het vertrouwen in de rechtspraak geen goed.

Ongeacht de conclusie van het onderzoek.

Mr. Aben: hoe moet dat verder na herziening?

Het kan haast niet anders dan dat mr. Aben met een herzieningsverzoek komt. En, gezien de vele ontwikkelingen, dat dit uiteindelijk leidt tot vrijspraak.

Gezien het tempo tot dusver kan het verzoek nog wel even duren. Maar toch, de kans is inmiddels groot dat het die kant opgaat.

En dus vragen mr. Aben, en met hem het OM, zich af hoe het dan verder moet. Wat de consequenties zullen zijn.

Want in dat geval zitten politie en OM plotseling opgescheept met een cold case.

En dat na ruim 20 jaar na de moord die helemaal van binnen en buiten is onderzocht.

Het is moeilijk denkbaar dat het OM in deze geruchtmakende zaak alleen maar zou concluderen: jammer, toch leuk voor Louwes!

En vervolgens zou overgaan tot de orde van de dag.

Want als Louwes niet meer als dader wordt gezien, wie is dan wel de dader? Ga er maar aanstaan, na zo’n lange tijd.

Het OM kan dan eigenlijk alleen maar afgaan op dossiers: processen verbaal, laboratoriumverslagen, rapporten.

Maar dat is niet meer voldoende want de zaken liggen nu wel anders dan in 1999.

Bijvoorbeeld. Het is heel goed mogelijk dat er definitief vanuit wordt gegaan dat de moord niet op donderdag 23 september 1999 is gepleegd maar ruim 24 uur later.

Hoe zit het dan met de alibi’s?

Wie zou het een ondervraagde nu kwalijk nemen wanneer die op de vraag:
“Meneer, mevrouw, waar was u vrijdagavond 24 september 1999 na 21 uur?”
zou antwoorden:
“Geen idee joh, het is bijna 22 jaar geleden!”

En dan moet getuigen nog wel leven, want veel van de betrokkenen van toen zijn inmiddels al ruim de 70 gepasseerd.

Het is een groot probleem, maar daar heeft mr. Aben dan geen last meer van.

Retweet / Like / Volg

Deze website is bijna drie weken in de lucht en probeert in korte, hapklare artikelen te vertellen wat er mis is gegaan en nog steeds misgaat in de Deventer moordzaak.

De artikelen worden steeds aangekondigd met een bericht op Twitter en Facebook. De ongeveer 80 volgers op Twitter klikken bijna allemaal direct door naar de website, zo wijzen de statistieken uit.

De lezers zijn elke keer weer verbijsterd als ze lezen wat in deze moordzaak is misgegaan.

En ze denken:

Dat zou mij ook hebben kunnen overkomen.

Wie er zo over denkt, doet er sowieso goed aan een tweet en daarmee het artikel te liken.

En wie ook vrienden of kennissen met deze artikelen kennis wil laten maken, retweet het artikel, al dan niet met eigen inbreng.

En wie op deze manier steeds van deze serie artikelen op de hoogte gehouden wil worden, volgt het twitteraccount.

Zo eenvoudig is het.

De ochtend voor de moord

Louwes heeft verklaard dat hij de ochtend voor de moord op bezoek was bij mevrouw Wittenberg. En toen mogelijk sporen heeft achtergelaten.

Lang heeft het OM deze versie ontkend en dat deed het niet altijd even eerlijk (lees in het boek van Ton Derksen hoe soms wordt gelogen).

Het wrong zich in allerlei bochten om toch maar te kunnen aantonen dat Louwes het slachtoffer die dag niet eerder had bezocht.

En dat dus eventuele (DNA) sporen op de plaats delict er ‘s avonds moeten zijn achtergebleven, tijdens de moord.

En dan zou het daderschap van Louwes zijn aangetoond.

In het hoofdstuk IJzersterk bewijs op de website deemzet.nl maakt de auteur korte metten met dit rare gekonkel.

Hij toont aan de hand van tenminste 9 punten aan dat de lezing van Louwes onmiskenbaar de juiste is.

Het OM gaat uiteindelijk overstag maar van harte gaat het niet.

Zo kan het gebeuren dat in een notitie wordt beweerd:

Vanaf de kant van het Noorderplein kon de Zwolseweg niet worden ingereden. Die ochtend is verdachte ook bij het slachtoffer geweest. Hij is toen van de kant van Wijhe gekomen. Van die kant kon hij wel met de auto bij haar woning komen.

Maar de advocaat-generaal merkt dan toch nog op:

… is er maar één conclusie mogelijk: verdachte is die ochtend NIET in het huis van de weduwe geweest …

Er wordt inmiddels allang voor zeker aangenomen dat Louwes ‘s morgens wel in het huis van de weduwe is geweest.

Ook is het vrijwel zeker dat de moord niet op donderdagavond is gepleegd, maar op vrijdag ongeveer 24 uur later.

Slechte verliezers daar bij het OM.

Lees het gehele verhaal met alle argumenten nog eens rustig terug op de website deemzet.nl.

Advocaat-generaal wordt voor leugenaar uitgemaakt

Prof. Ton Derksen schreef een boek over de Deventer moordzaak. De titel loog er niet om: Leugens over Louwes. Hij introduceerde de Leugenbox.

In zijn boek bevat de Leugenbox de schuilnamen van betrokkenen in de Deventer moordzaak die aantoonbaar hebben gelogen. Dat is niet mis.

Zulke betrokkenen zijn bijvoorbeeld een officier van justitie, een advocaat-generaal of een getuige-deskundige.

Tja, je zult als officier van justitie of advocaat-generaal je naam in zo’n Leugenbox zien staan. Dat is schrikken.

Weliswaar maakt Derksen een onderscheid tussen platte en professionele leugens, maar dat maakt het er niet beter op.

Al op pagina 53 is het raak. De officier van justitie in Zwolle (1x), de advocaat-generaal in Den Bosch (3x) en twee deskundigen zien hun naam genoemd in de eerste Leugenbox.

Laten we een leugen van de advocaat-generaal in Den Bosch als voorbeeld wat nader bekijken. Een leugen met verstrekkende gevolgen.

De advocaat-generaal:

De verdachte zegt, dat hij vanuit zijn auto belde, terwijl hij in de buurt reed van ’t Harde, komende vanaf Utrecht’ (requisitoir, p. 19).

Derksen:

Maar Louwes zei nog vóór het hof Den Bosch dat hij belde tussen Harderwijk en ’t Harde. Dat is een wezenlijk verschil omdat bij ’t Harde het aanklikken van 14501 vanwege de Woldberg nagenoeg onmogelijk zal zijn.

Deze leugen heeft Louwes nog heel lang parten gespeeld, zie dit artikel.

Je zult maar als gezagsdrager je naam in een Leugenbox aantreffen. In een Leugenbox! Niet in een discussiegroepje waar meningen worden uitgewisseld.

Je wordt dus keihard in het openbaar voor leugenaar uitgemaakt.

Wat doet zo’n advocaat-generaal? Een aanklacht indienen tegen Derksen wegens smaad of laster?

Nee, ze doet niets.

Het Mes: de risee van politie en OM

Een paar dagen nadat het dode lichaam van mevrouw Wittenberg door de politie was ontdekt, werd een mes gevonden. Niet bij het lichaam, niet in het huis.

Waar dan wel?

In de T.G. Gibsonstraat die op 1 km afstand van de Zwolseweg 157 ligt.

Op deze onwaarschijnlijk grote afstand had het twee dagen in weer en wind gelegen, tenminste als de moord op donderdag zou zijn gepleegd.

Het kost wel enige moeite om de plaats te vinden waar het mes door een oplettende burger was aangetroffen.

De lange Zwolseweg uit, rotonde om, de T.G. Gibsonstraat in, vanuit de straat rechtsaf, nog een keer rechtsaf, een trap af en daar had hij het gevonden, in het trapgat.

De vinder liet de politie weten dat hij het voorzichtig met zijn mouw had opgepakt en zeker gesteld. Voorzichtig, want hij had van de moord gehoord en wilde geen sporen wissen.

Iedere weldenkende burger zou nu al hebben gedacht: laat dat mes maar zitten. Dat wordt niets.

Niet de politie.

Een plus een is twee, moeten ze daar hebben gedacht. De moord is gepleegd met een mes en er is een verdacht mes gevonden. Dat komt goed uit!

Nog even een geuridentificatieproef doen en dan is de zaak rond.

Maar in de jaren die volgden stapelden de problemen met dit mes zich op.

Allereerst had de geurproef alleen met het mes mogen worden uitgevoerd wanneer had vastgestaan dat de moord ermee was gepleegd. En dat was niet het geval. Verre van dat.

Er was nog een ander probleem. De afdruk op de blouse van een mes paste niet bij de vorm van het gevonden mes. Een gevonden mes met een recht lemmet en een afdruk in de vorm van een kromme snavel, van een Global GS8 mes.

Bovendien had het gevonden mes een lemmet van 18 cm, terwijl de steekwonden rond de 10 cm diep waren.

En tot overmaat van ramp bleek tenslotte dat bij het afnemen van de geuridentificatieproef was gefraudeerd.

De gehardste aanklager zou na al deze feiten allang het bijltje erbij hebben neergegooid. Dan mogen er misschien nog wel andere aanwijzingen in de richting van Louwes zijn geweest, maar dit Mes is in elk geval niet het moordwapen.

Maar het OM besloot hier pas toe een paar dagen voordat een herzieningsproces voor het Hof Den Bosch zou beginnen, eind 2003.

Dus pas vijf jaar na de moord.

Beschamend. Het Mes bleek de risee van OM en politie.

Maar zat het OM nu met de handen in het haar?

Welnee, want er was inmiddels een plekje op de blouse van het slachtoffer ontdekt en alles kon weer van voren af aan beginnen.

En daarmee ging het al niet veel beter.

Vlekje #10

Plotseling, na jaren en als een donderslag bij heldere hemel, had het OM het mes als belangrijkste bewijsmiddel laten varen. Nu was opeens vlekje #10 de troef.

Wat iedereen al jarenlang belachelijk had gevonden, was Het Mes. Weliswaar na een paar dagen op 1 km afstand van de Zwolseweg 157 gevonden, maar dat maakte niet uit. Dit was Het Mes, het moordwapen!

Geuridentificatie ‘bewees’ dat Louwes hiermee de moord had gepleegd, maar later bleek dat daarbij fraude in het spel was geweest.

Uiteindelijk bewezen verborgen gehouden sporen op Het Mes dat dit helemaal niets met het misdrijf te maken had.

Maar vlak voor het herzieningsproces voor het Hof Den Bosch kwam een nieuwe aap uit de mouw van het OM. Er was een vlekje #10 op de kraag van de blouse van mevrouw Wittenberg gevonden.

En dat toonde overduidelijk het daderschap aan van Ernest Louwes.

Volgens het NFI.

Op de website deemzet.nl zijn diverse YouTube-video’s geplaatst over dit vlekje. Kijk nu naar de video Bloodstain on your collar … en huiver!

Kijk ook even naar de belachelijke sketch.

Stan de Jong: Ere wie ere toekomt (2)

Al eerder hebben we op deze site Maurice de Hond genoemd als degene die het dossier van de Deventer Moordzaak aan de kaak stelde. Maar er is nog iemand die deze eer verdient.

Dat is Stan de Jong, de schrijver van een serie artikelen in HP/De Tijd en een boek over deze geruchtmakende moordzaak.

De artikelen verschenen in 2002/2003. Ze veroorzaakten de nodige ophef. Weer een gerechtelijke dwaling? Hadden we er al niet genoeg gehad?

Zijn boek verscheen in 2003.

Sinds die publicaties is er veel gebeurd.

Er waren herzieningen, cassatieverzoeken, Maurice de Hond ging zich luidruchtig met de zaak bemoeien met rechtszaken en al.

Ook mag niet vergeten worden de omvangrijke website GeenOnschuldigenVast die veel vrijwilligers wist te mobiliseren om allerlei taken aan te pakken. De site heeft lange tijd een prominente rol gespeeld al was het maar als vraagbaak voor allerlei details.

En natuurlijk de auteur van de website deemzet.nl waarin sinds 2011 alle facetten van de zaak met wetenschappelijke precisie worden onderzocht en die ook diverse successen heeft geboekt.

En tenslotte het herzieningsonderzoek dat tot grote ergernis van velen zich al sinds medio 2014 onder leiding van de advocaat-generaal bij de Hoge Raad mr. Aben tergend langzaam voortsleept.

Door al deze ontwikkelingen is het boek van Stan de Jong een beetje op de achtergrond geraakt.

En dat is ten onrechte. Hoewel hij zeker ook veel aandacht besteedt aan allerlei feitelijke details, komen ook veel andere, wat meer sociale aspecten aan bod.

Hij beschrijft de bijzondere praktijk van zenuwarts/psychiater dr. Willem Wittenberg.

En dus de vele patiënten die voor behandeling bij hem aan huis kwamen en waaruit gaandeweg ook privérelaties ontstonden met de heer en mevrouw Wittenberg.

Stan de Jong twijfelt in zijn boek openlijk aan het daderschap van Louwes. Hij windt daar geen doekjes om. Daarvoor zijn hem teveel merkwaardige gebeurtenissen opgevallen.

Zo is er een politieman die op de begrafenis van mevrouw Wittenberg mededelingen doet die op daderkennis wijzen tot ergernis van de aanwezigen.

Er zijn processen verbaal verdwenen, er is sprake van een lekkende rechercheur van het onderzoeksteam, en opvallende en vaak ook ongewenste vriendschappen.

Wat hem ook opvalt en wat tot op de dag van vandaag nog steeds onbegrijpelijk wordt gevonden, is dat het onderzoek naar twee personen die als verdachte waren aangemerkt van de ene op de andere dag ophoudt.

Tenslotte zijn er personen die tot de groep intimi van mevrouw Wittenberg mogen worden gerekend en die op de een of andere manier financiële motieven gehad kunnen hebben.

Het boek zal zeker weer prominent in de belangstelling komen wanneer een herziening tot vrijspraak van Louwes zal leiden.

In dat niet onwaarschijnlijke geval verandert de Deventer Moordzaak plotseling van een opgeloste zaak in een cold case.

En wie zijn dan de nieuwe verdachten?

Het maanpak van Richard Eikelenboom

Richard Eikelenboom was de forensisch onderzoeker die Louwes’ DNA op de blouse van de weduwe vond en daarmee het beslissende bewijs aanleverde.

Tenminste, naar eigen zeggen.

Op 21 september 2019 wordt hij geïnterviewd door De Stentor.

Al in de eerste alinea doet hij een opmerkelijke uitspraak

Als iemand anders dan Louwes het gedaan heeft, dan deed diegene dat in een maanpak.

Die andere dader heeft in het huis geen sporen achtergelaten en dat is alleen mogelijk wanneer je in een maanpak aan het werk bent geweest, is zijn opvatting.

Hij zou zo graag willen dat hij daarmee het beslissende bewijs aanlevert.

En op het eerste gezicht is daar wel wat voor te zeggen.

Maar hoe zit het dan met de sporen die Louwes als mogelijke dader in het huis heeft achtergelaten?

Daar is in de eerste plaats een vingerafdruk. Maar daarvan is komen vast te staan dat die ‘s morgens kan zijn ontstaan toen Louwes op bezoek kwam om de grafrechten op te halen.

En verder is er het DNA-materiaal op de blouse van mevrouw Wittenberg maar hierover verschillen de meningen nogal.

Er is veel bewijs dat deze sporen ook dezelfde morgen op de blouse zijn terecht gekomen door speeksel (vochtig spreken) en lichte aanrakingen bij het bespreken van enkele documenten.

Zijn er dan nog andere sporen van Louwes aangetroffen als hij de moord zou hebben gepleegd?

Nee.

Als, als, als hij de moord op donderdagavond heeft gepleegd en er zijn door hem geen sporen achtergelaten, zou hij dan ook een maanpak hebben gedragen?

Wettig en overtuigend bewijs

Na meer dan 6 jaar herzieningsonderzoek is het tijd de balans op te maken. Telefoontje, tijdstip overlijden en DNA. Bijna drie keer wordt Louwes vrijgepleit.

Laten we de drie onderzoeksonderwerpen nog even langslopen.

1. Het tijdstip van overlijden

Al in 2014 kwamen de meeste experts in een forensisch team onder meer tot de volgende conclusie:

Er zijn – naar het oordeel van de meeste artsen- aanwijzingen gevonden dat het lichaam van het
slachtoffer een substantieel aantal uur (grofweg 6-24 uur) na de moord is verplaatst.

Dit oordeel pleit Louwes om diverse redenen vrij.

2. Het telefoontje

TNO kwam in 2017 tot de conclusie dat Louwes wel vanaf de A28 ter hoogte van Nunspeet een zendmast in Deventer heeft kunnen bereiken.

Hij zou mevrouw Wittenberg dus wel vanaf de A28 gebeld kunnen hebben zoals hij vanaf het begin heeft verklaard. En hoefde daarvoor niet in Deventer te zijn, zoals het OM steeds stelde.

De aanname van het OM dat hij in Deventer geweest moet zijn, stond daarmee op losse schroeven.

Het alibi van Louwes was dus wel degelijk mogelijk.

3. DNA-onderzoek

Hierover bestaat tussen deskundigen verschil van mening maar het bewijs dat tot de veroordeling leidde, blijkt minder degelijk te zijn.

Eerst werd zonder meer aangenomen dat een vlekje op de kraag van mevrouw Wittenberg duidelijk op het daderschap van Louwes wees.

Maar deze aanname wordt op de website deemzet.nl op wetenschappelijke wijze bestreden. De auteur brengt veel fouten aan het licht die de politie en het NFI tijdens het onderzoek hebben gemaakt.

Niet alleen de behandeling van de blouse (contaminatie) maar ook vaktechnische, inhoudelijke fouten worden in detail aangetoond.

Fouten met desastreuze gevolgen.

Er bestaat dus op zijn minst grote twijfel over het DNA-onderzoek, zelfs bij mr. Aben, de advocaat-generaal bij de Hoge Raad die het herzieningsonderzoek leidt.

Die heeft daarom medio 2019 een Cold Case team gevraagd nog eens naar de gegevens te kijken.

4. Wettig en overtuigend bewijs?

Twee van de drie onderzoeken pleiten Louwes geheel of grotendeels vrij, en over de resultaten van een derde onderzoek bestaat een groot verschil van mening tussen de deskundigen.

De twijfel over het DNA-bewijs is zo groot dat er – ook nu nog – onderzoek naar wordt gedaan.

Kan dan nog wel worden gesproken van overtuigend bewijs?

Is het onderhand geen tijd dat mr. Aben de knoop doorhakt en de Hoge Raad herziening van de Deventer Moordzaak adviseert?

Volkskrant volgt Deventer moordzaak op de voet

Wie bij de Volkskrant een zoekopdracht naar Ernest Louwes doet, wordt getrakteerd op niet minder dan 232 resultaten.

En het gaat niet om kleinigheden. Laten we de twee meest recente berichten nemen.

Op 14 april 2017 ging de krant in op het beruchte telefoontje dat volgens het OM niet vanaf de A28 kon zijn gevoerd.

Onder de kop Dit ging er allemaal mis in de Deventer Moordzaak volgde een artikel dat een geheel nieuwe wending aan de zaak gaf:

Het onderzoeksinstituut TNO concludeert nu dat het alibi van de veroordeelde, Ernest Louwes, kan kloppen.

Hoe zat het ook al weer?

Louwes had vanaf het begin volgehouden dat hij een kort mobiel gesprek met mevrouw Wittenberg had gevoerd vanuit zijn auto op de A28 in de buurt van Nunspeet.

Hij was niet in Deventer. Dat was zijn alibi.

Onmogelijk, volgens het OM. De zendmast in Deventer was door Louwes’ mobiele telefoon aangestraald.

Dus hij moest op dat moment in Deventer zijn geweest. Het OM noemde hem vervolgens leugenachtig en wees hem als de dader aan.

Maar het kon dus wel, zo stelde TNO nu dus vast.

Het volgende bericht stond in de krant van 27 maart 2019: Nieuw ontlastend bewijs in de Deventer moordzaak.

Het ging onder meer in op een proces verbaal dat in 2014 was opgemaakt van twee vergaderingen van forensische experts.

Hun conclusie luidde dat aanwijzingen aan het slachtoffer erop wezen dat het tussen de 6 en 24 uur na het tijdstip van overlijden moest zijn verplaatst. In dat geval was het uitgesloten dat Louwes de dader was geweest.

Op twee cruciale onderdelen werd Louwes vrijgepleit en in een derde onderzoek (DNA) verschilden experts zo van mening dat al sinds medio 2019 een Cold Case team nog eens naar de gegevens kijkt.

Wat moet er nog meer gebeuren om een herzieningsverzoek te honoreren?

Vragen aan de minister in voorjaar 2019

Op 27 maart 2019 stelde Kamerlid Attje Kuiken vragen over de Deventer Moordzaak naar aanleiding van een artikel in De Volkskrant: Nieuw ontlastend bewijs in Deventer moordzaak.

Maar lees eerst even het hilarische debat in de Tweede Kamer tussen een paar Kamerleden en de Minister van Onderwijs in het boek Pieter Bas van Godfried Bomans en zoek de overeenkomsten (kluitje in het riet).

En dan de vragen en antwoorden over de Deventer Moordzaak.

Er waren twee belangrijke vragen (zie de pdf-file):

  1. Kent de minister van Justitie en Veiligheid dit bericht, en
  2. Wat is de stand van zaken van het herzieningsonderzoek van de Hoge Raad in de zogenoemde Deventer moordzaak?

Op 16 mei 2019 komt het antwoord van de minister. Natuurlijk kende hij het bericht, was zijn antwoord op de eerste vraag.

Over de tweede vraag deed hij aanmerkelijk langer en dat is vaak geen goed teken. Er was sprake van drie onderzoeken.

Een onderzoek naar het tijdstip van overlijden (forensisch-pathologisch onderzoek) is enkele jaren geleden afgerond, zo meldde hij.

Dat is ook het geval met het tweede (forensisch-technisch) onderzoek naar het beruchte telefoontje. Kon Louwes op die avond met zijn mobiele telefoon vanaf de A28 een zendmast in Deventer bereiken?

Dus ook afgerond, volgens de minister.

Dan resteert er nog een laatste onderzoek naar DNA-aspecten en dat is in beginsel afgerond.

In beginsel afgerond.

Let wel, dit antwoord wordt gegeven in mei 2019, bijna twee jaar geleden. En nog is het onderzoek in beginsel niet afgerond.

Is de vragenstelster nu, ruim anderhalf jaar later, tevredengesteld?

Proces verbaal expert team (2)

Een expert team bestaande uit vijf forensische experts en een chemicus moest in 2013 van de advocaat-generaal mr. Aben een aantal post mortem verschijnselen bestuderen.

De experts zijn twee keer bijeen geweest, de eerste keer op 11 december 2013 en vervolgens op 18 februari 2014.

Van hun bevindingen is op 12 maart 2014 een proces verbaal opgesteld dat opzienbarende passages bevat.

We hebben al eerder de resultaten besproken over de cornea (hoornvlies).

Deze keer wordt de ligor mortis (LM) onder de loep genomen, beter bekend als lijkvlekken.

Zo hebben de experts gekeken naar de wegdrukbaarheid van LM. Dat is het verschijnsel dat de paarsblauwe lijkvlekken tijdelijk kunnen worden weggedrukt (net zoals dat het geval is bij zonnebrand).

Het team stelt in het proces verbaal dat er (tijdens de sectie):

Paarsblauwe, slechts in geringe mate wegdrukbare lijkvlekken aan de achterzijde lichaam

zijn waargenomen en concludeert:

Dit verschijnsel is niet verenigbaar met overlijden op 23-9

Over de positie van de lijkvlekken op het lichaam op de plaats delict, rapporteert het team:

De positie van de lijkvlekken in de handen komt niet overeen met de ligging van het lijk

en concludeert volgens het proces verbaal:

Dit kan er op duiden dat het lichaam van het slachtoffer een substantieel aantal uur (grofweg 6 tot 24 uur) na de moord is verplaatst.

Deze conclusie is ronduit zeer ontlastend voor Louwes.

Wanneer hij de moord op donderdagavond omstreeks 21 uur zou hebben gepleegd dan zou hij 6 tot 24 later het slachtoffer nog moeten hebben verplaatst.

Maar dat is onmogelijk. Voor deze periode heeft hij een alibi.

Je zou verwachten dat mr. Aben bij het lezen van deze schokkende conclusies onmiddellijk tot actie zou zijn overgegaan.

Maar dat is niet het geval.

We horen ruim 6 jaar niets meer van hem.

Wanneer deze zaak ooit tot afronding komt, ligt het voor de hand dat mr. Aben hierover verantwoording aflegt.

Proces verbaal expert team (1)

In 2013 heeft advocaat-generaal mr. Aben een expert team gevormd. Dit team is twee keer bijeen gekomen waarvan een proces verbaal is opgesteld.

Dit proces verbaal van 12 maart 2014 bevat een aantal passages die Louwes als dader vrijpleiten of sterke aanwijzingen vormen dat hij de dader niet zou kunnen zijn.

De eerste passage betreft de vertroebeling van de cornea (hoornvlies) zowel op de plaats delict op zaterdag 25 september 2019 om 14:30 als tijdens de sectie op zondag 26 september 2019 om 13:00 uur.

Volgens het proces verbaal is de conclusie van het expert team:

Volgens sommige wetenschappelijke literatuur had bij overlijden op 23-9 de vertroebeling reeds zichtbaar moeten zijn geweest. Kwestie moet worden voorgelegd aan deskundigen.

Dit is een conclusie van forensische artsen met een heel kleine slag om de arm.

Deze experts houden zich niet bezig met de mogelijke consequenties van hun onderzoek. Dat was hun opdracht niet. Maar wij mogen wel conclusies trekken.

Zo maakt het gegeven dat de vertroebeling nog niet zichtbaar was een tijdstip van overlijden op donderdag 23 september op zijn minst twijfelachtig

En dat betekent dat Louwes onmiddellijk als dader uit beeld verdwijnt want voor de volgende dag had hij een sterk alibi.

Bijzondere atmosferische omstandigheden (video)

Heel lang is het voor onmogelijk gehouden dat Louwes met zijn mobiele telefoon vanaf de A28 een zendmast in Deventer kon bereiken. Dus moest hij in Deventer zijn geweest.

Tenminste, dat heeft het Openbaar Ministerie steeds volgehouden op basis van diverse verklaringen van deskundigen die uiteindelijk niet zo deskundig bleken te zijn.

Tegelijkertijd bleef Louwes volhouden dat hij wel op de A28 reed, in de buurt van Nunspeet, op weg naar huis.

Dat hij dus een alibi had.

Maar die verklaring vond geen genade bij het OM. Dat is onmogelijk en dus is hij leugenachtig en dus de dader van de moord op mevrouw Wittenberg.

Maar intussen stapelen de bewijzen zich op dat het wel degelijk mogelijk is om vanaf de A28 de zendmast aan te stralen. Zelfs advocaat-generaal mr. Aben geeft dat inmiddels in een interview toe, zij het dat hij dat slechts een kans van 5% geeft.

Maar verder blijft het stil van zijn kant.

Het is de verdienste van de auteur van deemzet.nl die zich als leek in de ingewikkelde wereld van de mobiele telefonie heeft vastgebeten en zelfs ‘deskundigen’ van KPN tot inkeer wist te brengen.

Ook moest hij daarvoor nog wat natuurkundige wetten van stal halen om precies te kunnen uitleggen welke atmosferische omstandigheden het op donderdag 23 september 1999 om 20:36 uur mogelijk maakten dat met een mobiele telefoon vanaf de A28 toch een zendmast in Deventer kon worden bereikt.

Op een YouTube video legt hij dit op een interessante en goed begrijpelijke manier uit.

Kijken.

Expert team in 2014

Advocaat-generaal mr. Aben bij de Hoge Raad organiseerde op 11 december 2013 een expert team dat het juiste tijdstip van de moord op mevrouw Wittenberg moest onderzoeken.

Het expert team bestond uit vijf forensische artsen en een chemicus en kreeg als opdracht: wanneer is mevrouw Wittenberg precies vermoord?

Hierover bestond onduidelijkheid omdat de schouwarts van de politie geen onderzoek aan het dode lichaam mocht doen en dus ook geen nauwkeurig tijdstip van overlijden kon vaststellen.

Sindsdien is steeds aangenomen dat de moord op donderdagavond 23 september 1999 rond 21 uur had plaatsgevonden.

De chemicus in het gezelschap had evenwel diverse kenmerken aan het slachtoffer opgemerkt die niet overeenstemden met een overlijden op donderdagavond. Volgens hem moest het tijdstip van overlijden ongeveer 24 uur later zijn geweest.

Het expert team bleek het grotendeels met hem eens te zijn. Een schokkende conclusie die Louwes als dader zou vrijpleiten.

Een andere conclusie luidde, zo staat letterlijk in het proces-verbaal van de bijeenkomst: “Er zijn – naar het oordeel van de meeste artsen – aanwijzingen gevonden dat het lichaam van het slachtoffer een substantieel aantal uur (grofweg 6 tot 24 uur) na de moord is verplaatst.”

Ook deze conclusie pleit Louwes vrij. Zelfs al zou hij de moord op donderdagavond hebben gepleegd, hij was niet in de gelegenheid het slachtoffer 6 tot 24 uur later te verplaatsen.

Het proces verbaal van de bijeenkomst van het expert team is op 12 maart 2014 opgemaakt.

De Volkskrant wijdde op 5 juni 2014 een paginagroot artikel aan de Deventer Moordzaak.

Wat is sindsdien gebeurd?

Mr. Aben heeft een onderzoek gestart dat na ruim 6.5 jaar nog steeds niet is afgerond.

“Sukkels bij de Belastingdienst”

Nederland is nu in de ban van twee thema’s: de Coronacrisis en de Toeslagenaffaire. Vooral de laatste affaire veroorzaakt veel hilariteit bij het Ministerie van Justitie.

Het is niet druk op het Parket van de Hoge Raad. Ook daar wordt door de meeste medewerkers thuis gewerkt.

Maar onlangs moesten een paar advocaten-generaal bijeenkomen om een dringende zaak te bespreken. Na afloop troffen ze elkaar bij de onvermijdelijke koffieautomaat.

Met mondkapje natuurlijk en op gepaste afstand.

Er heerste een relaxte sfeer. Het was een pittig overleg geweest en dan wil je na afloop wel even ontspannen.

“Het zijn ook wel een stelletje sukkels, daar bij de Belastingdienst, vind je niet?” zo opende een nog jonge AG het gesprek. “Stukken prijsgeven maar die dan wel weer zwart lakken. Hoe stom kun je zijn!”

Zij kreeg onmiddellijk bijval van een collega die veel met mr. Aben samenwerkt, de advocaat-generaal die het herzieningsonderzoek leidt naar de Deventer Moordzaak en daar al meer dan 6.5 jaar mee bezig is.

“Zeg dat wel. Nee, dan doet Diederik het beter. Gewoon geen sjoege geven. Dat doet ie al jaren. Verschijnen er schokkende artikelen in De Volkskrant (in 2014 en 2019), dan gewoon, niet reageren Lena. En het werkt, al meer dan 6 jaar”

“Ja, dat werkt het beste, gewoon niet reageren,” vond een andere AG. “In 2019 nog werden er Kamervragen gesteld. Over hoe het met de Deventer Moordzaak stond.”

“Dan laat je de minister gewoon zeggen dat het onderzoek binnenkort is afgerond. Ja, dat liet zijn voorganger in 2014 ook al door een woordvoerder zeggen, maar ja, dat weten ze toch niet meer. Wie weet dat nog?”

“Even ging het bijna fout,” bracht een senior herinnering.

“In dat interview met De Stentor, weet je nog. Dat was, even kijken, september 2019. Toen heeft Diederik een interview gegeven … Moet je niet doen. Moet je niet doen!! Kijk maar naar de Belastingen. Niet doen, van die transparantie, daar komt alleen maar ellende van. Maar jongens, ik moet weer weg, want de oppas moet wat eerder weg. Ja, huiswerk maken.”

Het gezelschap ontbond zich weer.

En inderdaad, de advocaten-generaal van het Parket van de Hoge Raad hebben wel een punt.

Gewoon niet reageren, Lena. En dat kun je heel lang volhouden. Dat blijkt nu maar weer.

Video’s zeggen meer dan tekst alleen

Sinds deze website online is, hebben we diverse keren verwezen naar deemzet.nl, de website die vrijwel alle aspecten (bijna) wetenschappelijk onder de loep neemt.

Je hoort de lezer al denken: ik lees al zoveel en dan ook nog zo’n uitgebreide website doorspitten? Daar heb ik geen zin in en ook geen tijd voor.

De auteur achter de website heeft ook daaraan gedacht en een hele serie YouTube-video’s gemaakt. Die besparen tijd en zijn ook nog spannend om naar te kijken.

Verscheidene onderwerpen komen aan bod. De video’s worden met een voice-over begeleid:

  • De stille getuigen (post-mortem, postbezorging, etc.);
  • De getuigen;
  • Louwes’ alibi (gesprek A28, de gespreksduur);
  • DNA bewijs (uitgebreid).

Wanneer je geïnteresseerd bent in de Deventer Moordzaak moet je de video’s bekijken.

Jaap Visscher: voor al uw zekerheden

Jaap Visscher leidde het onderzoek in de Deventer Moordzaak. Reden voor De Stentor hem in het kader van de vierdelige podcast over deze slepende zaak te interviewen. Nog steeds is er bij Visscher geen spoor van twijfel.

Afbeelding kan het volgende bevatten: de tekst 'Los op: Rekenles door Jaap Visscher (leidinggevend rechercheur Deventer Moordzaak) 96-17+28-39+12 Stap 1: 96 Stap 107 Stap 3:107-39=75 Stap4:75+12=80 (blunder 1) (blunder 2) bluner 3) (blunder 4) Ok,een een paar blunders, maar daarom kan het antwoord wel kloppen! Wie gelooft dat?'

Weliswaar is er volgens de Hoge Raad geblunderd, maar Visscher vindt dat zijn team het maximale gedaan heeft en blijft bij zijn mening dat Ernest Louwes de dader is.

Dat komt niet vaak voor: veel blunders begaan en toch het juiste resultaat krijgen. Zie bovenstaand voorbeeld.

Dus zijn opvatting is opmerkelijk. Kijk eens rustig naar zijn antwoorden op de vragen van de interviewer.

Deze wil wat weten over de term tunnelvisie. Was daar ook hier sprake van? De vraag wordt open gesteld.

“Bij politieonderzoeken valt vaak de term ‘tunnelvisie’. De politie is dan veel te veel gericht op één mogelijke dader en zoekt daar dan het benodigde bewijs bij. Is dat hier ook gebeurd?”

Het antwoord laat zich raden.

Nee, zeker niet. Zo’n onderzoek begint heel breed, dat zie je niet allemaal in het dossier terug

Nee, dat zie je in het dossier inderdaad niet terug. Wie het bijna van uur tot uur bijgehouden Tactisch Journaal leest, ziet dat er maar even enkele personen in het vizier van de politie komen en dat die even snel uit het dossier verdwijnen als ze erin kwamen.

Ook later is nauwelijks aandacht aan deze potentiële verdachten besteed.

Uiteindelijk, na die paar potentiële verdachten werd Louwes als verdachte aangemerkt. De interviewer wilde weten hoe ze daar zo op waren gekomen.

“Wat was voor jullie het overtuigende bewijs?”

Het financiële motief was heel duidelijk.

Visscher had kunnen antwoorden dat in zulke zaken ook naar mogelijke financiële motieven wordt gekeken. En Louwes was financieel adviseur en executeur-testamentair, en dat zijn dan mogelijke aanknopingspunten. Dus ga je daar eens naar kijken.

Maar dat zei hij niet. Nee, het financiële motief was heel duidelijk. Maar zo duidelijk was het niet. Het Hof Den Bosch verwierp dit motief.

Hoezo heel duidelijk?

De interviewer brengt dan Het Mes ter sprake. Dat zou het moordwapen zijn.

“Maar het mes was ook een belangrijk bewijsstuk. Met de geurproef bleek alleen nogal geblunderd te zijn, waardoor het mes het moordwapen niet kon zijn. Hoe kan dat?”

Visscher had hier met zijn antwoord realiteitszin kunnen tonen. Dat het inderdaad vreemd was een op 1 kilometer afstand in een portiek gevonden mes als het moordwapen te bestempelen, dat de hele procedure met de geurproef klungelig was opgezet en dat er uiteindelijk ook nog sprake was van fraude door de beëdigde ambtenaren die de proef uitvoerden.

Maar hij komt met een lang verhaal over de wijze waarop de geurproef was uitgevoerd en dat deze werkwijze volgens de nieuwe regels niet meer mag.

Nee, Visscher en zijn collega’s hebben toentertijd geblunderd en dat hebben ze nog niet afgeleerd.

16 seconden

Wat kan een adviseur in 16 seconden bespreken in een mobiel gesprek met een cliënt? Bijvoorbeeld over de belastingvrije voet van een schenking?

We hebben het hier natuurlijk over Het Telefoontje dat financieel adviseur Ernest Louwes voerde met zijn cliënte mevrouw Wittenberg.

Jarenlang is dit gesprekje onderwerp van discussie geweest.

Wat hebben beiden in deze 16 seconden gewisseld of in deze beperkte tijd kunnen wisselen? We lopen een aantal scenario’s langs.

Maar eerst moeten we een paar kanttekeningen maken.

Mevrouw Wittenberg was een vormelijke dame die hechtte aan goede omgangsvormen. Even snel roepen: “1750 gulden!”, zou door haar zeker niet worden gewaardeerd.

Anderzijds was Ernest Louwes een beetje saaie man die het niet graag lang maakte. Onderzoek naar de lengte van zijn eerdere gesprekken wees uit dat zijn voorkeur uitging naar korte zakelijke gesprekken.

Dus, wat zou de inhoud van het gesprek kunnen zijn geweest dat paste binnen 16 seconden?

Lees verder of kijk en luister naar de YouTube video.

Gesprek 1 (34 seconden)
W. – Met mevrouw Wittenberg.
L. – Goedenavond, mevrouw Wittenberg. U spreekt met Louwes. Ik zou u nog even laten weten wanneer u belastingvrij kunt doneren aan de St. Jan.
W. – O ja, aardig dat u nog even belt.
L. – Ik heb het even nagegaan en dat blijkt vanaf 1750 gulden te zijn, dat is 1% van uw inkomen.
W. – Juist ja. Nou, dank u wel.
L. – Graag gedaan. Dag mevrouw Wittenberg.
W. – Dag meneer Louwes.

Gesprek 2 (38 seconden)
W. – Hallo.
L. – Goedenavond mevrouw Wittenberg. U spreekt met Louwes.
W. – O, goedenavond meneer Louwes.
L. – Ja, ik zou u nog even terugbellen over de belastingvrije voet van die gift aan de St. Jan.
W. – O ja, aardig dat u nog even belt.
L. – Ja. Dat blijkt 1% van uw inkomen te zijn. Dat zou dan 1750 gulden worden.
W. – Juist, ja. Nou, dank u wel.
L. – Geen probleem. Dag mevrouw Wittenberg.
W. – Dag meneer Louwes.

Gesprek 3 (22 seconden)
W. – Mevrouw Wittenberg.
L. – Dag mevrouw, met Louwes. Ik zou u nog even laten weten wanneer u belastingvrij kunt schenken. Dat blijkt vanaf 1750 gulden te zijn.
W. – Juist, ja. Nou, dank u wel.
L. – Graag gedaan. Dag mevrouw Wittenberg.
W. – Dag meneer Louwes.

Gesprek 4 (18 seconden)
W. – Hallo.
L. – Met Louwes. Ik zou u nog even laten weten wanneer u belastingvrij kunt schenken. Dat blijkt vanaf 1750 gulden te zijn.
W. – Juist. Nou, dank u wel.
L. – Graag gedaan. Dag mevrouw.
W. – Dag meneer Louwes.

Het is praktisch onmogelijk een fatsoenlijk gesprek te voeren binnen de gemeten 16 seconden. Geen van de hierboven gevoerde gesprekken waren langdradig. Het laatste gesprek is ronduit onbeleefd en toch duurde dat nog meer dan 18 seconden.

Later werd aangevoerd dat het ook mogelijk was dat Louwes tijdens het telefoontje alleen zou hebben aangekondigd dat hij binnen een paar minuten bij haar zou zijn.

Dat wil zeggen dat hij zijn komst niet eerder zou hebben aangekondigd en toch praktisch bij haar voor de deur zou staan. Aan deze variant kleven zoveel bezwaren dat we er verder geen aandacht aan besteden.

Dat is ook niet nodig omdat deemzet.nl een andere, heel plausibele verklaring geeft voor de 16 seconden: de dropped call. Het gesprek heeft wel langer geduurd maar onder bijzondere omstandigheden wordt de registratie na 16 seconden afgebroken.

Geen motief, geen moordwapen en geen getuigen

De Deventer Moordzaak sleept zich al 20 jaar voort. Burgers verbazen zich dat iemand tot 12 jaar celstraf kan worden veroordeeld op grond van zo’n flinterdun dossier.

Er zaten immers rare kanten aan deze zaak. Zo dacht het Openbaar Ministerie met Het Mes weliswaar het moordwapen te hebben gevonden maar dit was een paar dagen na de moord op 1 kilometer afstand op een onmogelijke plaats gevonden en dat zou dan het moordwapen zijn?

Dat ging er bij de meesten niet in. Terecht, zo bleek vele jaren later.

En zo waren er nog veel meer gerechtvaardigde vragen en serieuze bedenkingen.

Het was dan ook geen wonder dat velen zich met de zaak gingen bemoeien, ook al voordat Maurice de Hond in 2005 in beeld kwam. Denk bijvoorbeeld aan Stan de Jong en zijn serie artikelen in HP/De Tijd en zijn boek in 2003.

Maar ook gewone burgers gingen zich met de zaak bemoeien en stelden vragen of ventileerden opmerkingen.

Een van hen, H.J. Vonk, heeft de moeite genomen 114 vragen te formuleren over deze opzienbarende zaak. Niet zo maar wat vragen maar steekhoudende vragen.

Vraag 11 luidde:

Waarom is Louwes veroordeeld tot 12 jaar gevangenisstraf, terwijl motief, moordwapen en getuigen ontbreken?

Inderdaad, Louwes was financieel adviseur van mevrouw Wittenberg, maar zo lopen er nog een paar duizend in Nederland rond. Dat zou eventueel, misschien, een financieel motief hebben kunnen opleveren. Maar het Hof Den Bosch schoof een financieel motief in 2004 terzijde, maar veroordeelde Louwes wel.

Geen financieel motief dus maar ook geen ander motief.

Ook erg belangrijk, er is geen moordwapen gevonden. Vele jaren lang heeft het Openbaar Ministerie zich weliswaar vastgeklampt aan Het Mes totdat ook deze mogelijkheid kwam te vervallen bij aanvang van het proces voor het Hof Den Bosch.

Waren er dan geen getuigen van het misdrijf? Helaas, die waren er ook niet, wel andere getuigen.

Geen motief, geen moordwapen, geen getuigen.

Menige moordzaak wordt dan maar gestaakt. Zo niet de Deventer moordzaak.

Maar hoe kan het dan dat Louwes toch is veroordeeld?

Dat is gebeurd op basis van een klein vlekje DNA (#10, op de kraag van de blouse van het slachtoffer).

Maar over de betekenis van dit vlekje verschillen de deskundigen al sinds 2004 tot op de dag van vandaag van mening.

De verschillen van mening zijn zelfs zo erg dat de advocaat-generaal bij de Hoge Raad mr. Aben in 2019 een Cold Case team de opdracht heeft gegeven nog eens naar dit aspect te kijken.

Op korte afstand

Af en toe kom je in de Deventer moordzaak lachwekkende zaken tegen. Een ervan is de plaats waar Het Mes, dat jarenlang als het moordwapen werd beschouwd, is gevonden.

Waar is het gevonden?

Op korte afstand, volgens de officier van justitie.

Oh? In de tuin? Om de hoek? In een vuilcontainer 40 meter verderop?

Nee. Het Mes is gevonden in een kelderportiek in de T.G. Gibsonstraat, een flink stuk lopen vanaf de plaats-delict.

1 kilometer verderop.

Een paar dagen later, ook dat nog.

Laten we even Google Maps erbij nemen en de route tussen de Zwolseweg 157 en de T.G. Gibsonstraat bekijken, dat werkt beter dan een kaartje.

We zien dat de loopafstand inderdaad 1 kilometer is en dat je daar gewoon lopend ongeveer 12 minuten over doet.

Het moet wel lopend, want de Zwolseweg was in de richting van de T.G. Gibsonstraat afgesloten voor verkeer.

We zien het al voor ons. De dader komt onopvallend het huis uit, loopt rustig met een bebloed mes, waarschijnlijk verborgen onder zijn kleren, langs vele woonhuizen in de richting van de T.G. Gibsonstraat.

Hij moet dan nog wel een forse, zeer overzichtelijke rotonde Noorderplein passeren, om dan langs vijvers en bosschages de T.G. Gibsonstraat te bereiken.

Nee, hij heeft zijn wapen niet in het water gegooid. Had gekund, maar hij weet een betere oplossing. Hij loopt nog even door, dan rechtsaf, nog een keer rechtsaf, tenslotte een lange trap af en dan zijn we er. Daar legt hij tevreden zijn Mes neer.

“Dat vinden ze nooit”, hoor je hem denken.

Twee dagen later wordt het gevonden.

Een scenarioschrijver zou met zo’n verhaal niet moeten aankomen. Maar een officier van justitie kan het zonder blikken of blozen aan de rechtbank voorleggen.

De rechters schieten niet in de lach, maar spreken Louwes wel vrij.

Jaren later blijkt Het Mes niet het moordwapen te zijn.

Ook dat nog.

Harderwijk of ‘t Harde

Op donderdagavond om 20:36 uur belt Louwes gedurende 16 seconden met mevrouw Wittenberg, het slachtoffer van de moord.

Tijdens een verhoor zegt Louwes (proces verbaal van 29 november 1999):

Ik heb u reeds eerder verklaard dat ik toen dus onderweg was van Utrecht naar Lelystad. Voor zover ik mij herinner vond dit gesprek plaats tussen Harderwijk en ‘t Harde.

Het OM en rechters waren er echter van overtuigd dat hij dit gesprek niet vanaf de A28 kon hebben gevoerd maar wel in of in de omgeving van Deventer en vonden zijn verklaring leugenachtig.

Immers, het gesprek was door een zendmast in Deventer afgehandeld en deskundigen stelden (naar later bleek ten onrechte) dat die vanaf de A28 niet door een mobiele telefoon kon worden bereikt en zeker niet vanaf ‘t Harde, ‘zoals Louwes had verklaard’.

Maar Louwes had helemaal niet verklaard dat hij bij ‘t Harde was. Hij had bij herhaling verklaard dat hij tussen Harderwijk en ‘t Harde reed, waarschijnlijk in de buurt van Nunspeet.

Waarom wilden het OM en rechters hem zo graag in ‘t Harde positioneren?

De volgende verklaring is aannemelijk.

Zelfs bij zekere atmosferische omstandigheden zou een gesprek vanuit ‘t Harde de zendmast niet hebben kunnen bereiken, maar wel vanuit Nunspeet.

Door nu te blijven stellen dat Louwes vanaf ‘t Harde zou hebben gebeld werd hem een belangrijk verweer ontnomen. Vanaf Nunspeet zou een gesprek eventueel nog wel mogelijk zijn geweest, maar vanaf ‘t Harde niet.

In deemzet.nl wordt duidelijk zichtbaar gemaakt dat bij ‘t Harde alleen het bakensignaal van Nunspeet – 10515 kan doordringen en niet het bakensignaal Deventer 14501.

Maar bij Nunspeet ligt dit totaal anders. Daar kan Deventer 14501 wel ontvangen worden. En dat zou het verweer van Louwes ondersteunen.

Zou het opzet zijn dat het OM volhardt in ‘t Harde en hem hierdoor leugenachtig gemaakt?

Dat zou je in een rechtstaat toch niet moeten geloven?

Stil rond boek Ton Derksen

Prof. Ton Derksen is niet de eerste de beste. Hij was degene die Lucia de Berk wist vrij te pleiten. Zijn boek over deze zaak was een bestseller die ook succesvol is verfilmd.

Een onderzoeker met een grote reputatie dus.

Op dezelfde grondige manier ging hij te werk in de Deventer moordzaak met als resultaat een boek van 256 pagina’s: Leugens over Louwes, dat al in 2011 verscheen.

Het is in een aantal opzichten een bijzonder boek.

In de eerste plaats is het opnieuw degelijk en uitgebreid gedocumenteerd met een zes pagina’s tellende bibliografie.

Verder zijn er per hoofdstuk vele verwijzingen die samen ongeveer veertig pagina’s tellen: naar requisitoirs, arresten van de Hoge Raad, het zaakdossier, verklaringen in processen-verbaal, getuigen, etc.

Heel precies allemaal.

Ook is het bijzonder dat alle betrokkenen van Derksen een alias hebben gekregen. Zo spreekt hij over OvJ Zwolle, AG Den Bosch, de DNA-man van het NFI, de Schaduw van het NFI, terwijl hij met hetzelfde gemak de echte namen had kunnen gebruiken.

Het is Derksen duidelijk niet te doen om de poppetjes, maar om de zaak zelf.

Toch is het voor de wat meer ingewijde in deze zaak al snel duidelijk wie wordt bedoeld. En dat is voor veel betrokkenen vervelend, want ze komen er in het boek niet allemaal goed vanaf.

Dit is met name te lezen in de leugenboxen waarmee hoofdstukken worden afgesloten. Hierin worden functionarissen ten tonele gevoerd met leugens die Derksen in de zaak heeft geconstateerd.

Je zult maar zo’n herkenbare functionaris zijn en van een leugen worden beticht. Wat doe je dan?

Van Derksen een rectificatie eisen? Dat hij zo’n passage terugneemt?

Of gewoon laten passeren en dan de verdenking op je laden dat je inderdaad hebt gelogen, misschien ter wille van de zaak.

Opmerkelijk is het dat geen van de functionarissen van zich heeft laten horen.

Cold Case team

Pas na 6 jaar heeft mr. Aben in het kader van het onderzoek in de Deventer Moordzaak een Cold Case team de opdracht gegeven ook nog eens naar het DNA-onderzoek te kijken.

Wie de website deemzet.nl leest, begrijpt niet dat er nog veel moet worden onderzocht. De auteur heeft van drie onderdelen veel werk gemaakt: mobiele telefonie, tijdstip van overlijden en DNA.

Over het onderwerp mobiele telefonie (in verband met het telefoontje vanaf de A28) komen we later nog te spreken.

In deze bijdrage zullen we het hebben over het DNA-onderzoek. Niet over het onderzoek zelf, want voor leken is dit (te) zware kost.

Wie hierover toch het naadje uit de kous wil weten moet vooral de website er op nalezen. Ook kan het boek van Ton Derksen worden gebruikt. Die gaat er wat minder diep op in en dat boek is iets gemakkelijker te verteren.

De auteur van de website heeft zich er niet met een Jantje van Leiden vanaf gemaakt. In een serie hoofdstukken geeft hij een gedetailleerd inzicht in de chemische aspecten van DNA en waarom DNA een zo belangrijk hulpmiddel is.

En natuurlijk heeft hij het ook uitgebreid over het DNA dat op de blouse is aangetroffen. Was het afkomstig van Louwes of van het slachtoffer, of van beide tegelijk (mengsporen)? Waren het sporen die in het alledaagse, vreedzame leven voorkomen (spreken met consumptie, licht aanraken) of geweldssporen?

Allemaal zaken die uitgebreid aan bod komen.

Een belangrijk aspect is het begrip contaminatie. Sporen die aanvankelijk niet op bepaalde plaatsen op de blouse voorkwamen, bleken daar later toch door een onoordeelkundige of slordige behandeling (bijvoorbeeld opvouwen) te worden aangetroffen en dat bemoeilijkt hun betekenis vast te stellen.

Waarom dit alles hier te berde wordt gebracht is omdat dit onderwerp ook tijdens het interview van De Stentor met mr. Aben ter sprake komt.

Mr. Aben had tijdens zijn onderzoek al eens een second opinion laten uitvoeren. Advocaat Mr. Knoops had bezwaar aangetekend tegen de wijze waarop dit was gedaan. Het OM zou de onderzoeker teveel hebben gestuurd en te weinig aanvullende informatie hebben gegeven.

Hierop zegt mr. Aben:

Daar ben ik het niet mee eens en ik heb ook besloten niet nog eens nieuw dna-onderzoek te laten doen. Daardoor belandde ik met Knoops in een impasse. Als compromis hebben we toen dat coldcaseteam gevraagd nog eens alles wat afstandelijker te bekijken en te beoordelen of we toch nog iets gemist hebben.

Wanneer mr. Aben er met zijn onderzoek echt op uit is de onderste steen boven te krijgen, zou hij niet alleen een Cold Case team moeten vragen ‘er nog eens naar te kijken’, maar zou hij het tevens de opdracht moeten geven in contact te treden met de auteur van de website.

En niet alleen om ‘er nog eens naar [te] kijken’.

Maar uit het interview kan die instelling niet worden opgemaakt. Eerder lijkt het zijn bedoeling de zaak te laten doodbloeden.

Deskundigen

Wie wil nog als deskundige optreden in een moordzaak? Je geeft de rechtbank of gerechtshof desgevraagd je deskundig oordeel. Maar dat gaat niet altijd goed.

Een bekend voorbeeld is de geruchtmakende rechtszaak waarin Lucia de Berk tot in hoogste instantie tot levenslang werd veroordeeld.

De basis voor haar veroordeling vormden statistische berekeningen die later niet (geheel) correct bleken. Uiteindelijk verscheen een definitief rapport met de titel: Statistisch gezien is Lucia de B. onschuldig en zijn er lessen uit de zaak te leren.

Wie alles van deze schokkende dwaling nog eens rustig wil opfrissen, kan het boek van Ton Derksen goed gebruiken.

En Lucia was weer een vrije vrouw.

Ook in de Deventer Moordzaak hebben diverse deskundigen een belangrijke rol gespeeld bij de veroordeling van Louwes. Klopten hun verklaringen wel?

Om die vraag te beantwoorden is in de artikelen deskundigen 1 en deskundigen 2 gedetailleerde aandacht besteed aan hun bijdragen. Wat verklaarden ze zoal en waren hun verklaringen juist?

De deskundigen deden nogal wat uitspraken die onjuist zijn maar niet alle zijn even desastreus (… zendt afhankelijk van de provider elke 30 of 60 minuten zijn location update …), maar minuten moeten seconden zijn). Die laten we maar voor wat ze waard zijn.

Maar er zijn ook verklaringen met ernstige gevolgen.

Zo verklaarde een hoogleraar dat er op 23 september 1999 geen sprake was van propagatie op de 900 megahertz GSM-band en dat hem een mobiele verbinding tussen de site in Deventer en de A28 bij ‘t Harde bijna uitgesloten lijkt.

Door deze verklaring werd het verweer van Louwes leugenachtig genoemd.

Onjuist, zo bleek later.

Ook verklaarde dezelfde hoogleraar dat … uit rapporten van het KNMI blijkt dat er op die bewuste dag sprake was van (winterse) buien en wind. Hierdoor mengt de atmosfeer zich en ontstaan er geen stabiele lagen …

Heel gênant, want hij had naar de verkeerde rapporten gekeken. Op 23 september 1999 was er natuurlijk geen sprake van dergelijke weersomstandigheden.

Een deskundige van KPN verklaarde dat het onmogelijk is dat een mobiele telefoon vanaf de A28 een zendmast in Deventer zou kunnen bereiken.

Onjuist, zoals hij jaren later erkende.

Ook DNA-deskundigen deden verwarrende, discutabele of onjuiste uitspraken. Lees hun verklaringen nog maar eens rustig na.

En wie van de rol van DNA in de Deventer Moordzaak het naadje van de kous wil weten, kan hier zijn hart ophalen.

Deskundigen hebben dus een belangrijke (te vaak onjuiste) bijdrage geleverd aan de veroordeling van Louwes.

Maar wie van hen wil – net zoals de KPN-deskundige – na zoveel jaren ruiterlijk zijn ongelijk geheel of gedeeltelijk toegeven?

Sketch over Het Mes

Het Openbaar Ministerie geloofde jarenlang dat Het Mes het moordwapen was. Tegen beter in, dat wel. En toen, heel plotseling, maakte Het Mes plaats voor DNA.

Wanneer het niet om een ernstige moordzaak zou zijn gegaan, zou men over zo’n enorme abrupte koerswijziging kunnen schateren.

Dat moeten we dus niet doen.

Wel wil de redactie 25 euro uitloven voor de beste YouTube- video van de onderstaande sketch.

Een mevrouw van het Openbaar Ministerie (ze heeft een soort kapje op haar hoofd met OM er op) zit op een stoel en kijkt liefdevol naar wat ze in haar armen heeft gesloten. Af en toe streelt ze het met een verliefde blik.

Een passerende heer vraagt:
‘Dag mevrouw. U bent van het Openbaar Ministerie?’

De mevrouw kijkt even op en antwoordt:
‘Ja, ik ben de advocaat-generaal van het Hof Den Bosch.’

Ze kijkt weer snel naar wat ze in haar armen houdt en gaat door met strelen en spreekt liefdevolle woordjes:
‘Ach, wat zou ik toch zonder jou moeten, wat ben ik toch gelukkig met jou!’

De heer buigt zich wat voorover.
‘Mag ik vragen wat u daar in uw armen houdt?’

De mevrouw kijkt de heer even aan en zegt:
‘Ja hoor, dit is een belangrijk bewijsstuk in de Deventer moordzaak. Ik ben er zo ontzettend blij mee.’

De heer reageert verbaasd.
‘Wat is het dan?’

‘Ja, dit is het moordwapen en daar ben ik erg op gesteld. Ja, heel erg zelfs.’

Ze drukt het voorwerp nog eens extra tegen zich aan en kijkt opnieuw verliefd naar beneden.

‘Het moordwapen?’

‘Ja, het mes waarmee de weduwe Wittenberg is vermoord.’

De heer richt zich weer op.
‘Maar dat mes is toch helemaal het moordwapen niet! Dat hebben ze toch vastgesteld? Geen DNA, geen bloed en die geurproef deugde ook al niet, die was vervalst. Dus, nee, dat mes is echt het moordwapen niet hoor!’

De mevrouw kijkt de heer ontsteld aan en stopt onmiddellijk met strelen.
‘Echt? Dus dit is niet het moordwapen?’

‘Nee.’

Zonder aarzelen pakt de mevrouw het mes uit haar schoot en werpt het met een royaal gebaar weg over haar schouder.
‘O, nou, dat is niet erg hoor. Ik heb hier nog een ander bewijsstuk. Een blouse met een vlekje.’

Ze pakt de blouse vanaf een tafeltje naast haar, neemt die liefdevol in haar armen en begint het te strelen.
‘Wat ben jij een mooi bewijsstuk, zo mooi!’

Ze kijkt weer verliefd naar de blouse en zegt, tegen de heer opkijkend:
‘Vindt u het ook geen prachtig bewijsstuk?’

De heer haalt zijn schouders op en loopt weer verder.

Kan kortgedingrechter mr. Aben dwingen?

Mr. Aben geeft nu al meer dan 6.5 jaar leiding aan een onderzoek in de Deventer Moordzaak. Bestaat er geen wettelijke termijn voor zo’n onderzoek?

Uit een brief van 4 juli 2014 blijkt dat mr. Aben geheel zelfstandig heeft besloten het onderzoek te doen. Weliswaar adviseerde de ACAS (Adviescommissie Afgesloten Strafzaken) daartoe en ook mr. Knoops had daarom gevraagd, maar hij heeft daartoe zelfstandig besloten.

En dat is het dan.

De buitenwereld verneemt jarenlang niets over de voortgang van het onderzoek. En dat is een voedingsbodem voor geruchten. Een expert team zou zich gebogen hebben over het tijdstip van overlijden (op vrijdagavond in plaats van donderdagavond), maar de uitkomst van dat overleg is via de Volkskrant bekend geraakt.

Ook zou de KPN-deskundige die het onmogelijk achtte dat een mobiele telefoon vanaf de A28 een zendmast in Deventer zou kunnen bereiken, na vele jaren zijn ongelijk hebben erkend.

En dan, na zes jaar, in september 2020, verschijnt een interview in De Stentor met mr. Aben. Hij bevestigt dat hij een Amsterdams Cold Case team opdracht heeft gegeven nog eens naar het DNA bewijs te kijken.

Misschien is er wat over het hoofd gezien? Maar hij verwacht er niet veel van, zo lijkt de lezer uit zijn woorden te kunnen opmaken.

Daarna is het weer bijna vier maanden stil.

Hoe lang kan mr. Aben dit volhouden? Kennelijk bestaat er geen wettelijk voorgeschreven termijn voor een herzieningsonderzoek.

Maar een redelijke termijn ligt vanzelfsprekend wel voor de hand en 6.5 jaar is daarvan een buitensporige overschrijding. Is er in zo’n geval wellicht sprake van onzorgvuldig handelen, zo vraagt de juridische leek zich af?

Een kortgedingrechter zou kunnen worden gevraagd zich erover uit te spreken of een termijn van 6.5 jaar in zijn/haar ogen nog redelijk mag worden genoemd.

Een uitspraak die niet op de zaak zelf ingaat, maar die mr. Aben aanspoort alsnog vaart te zetten met zijn onderzoek en zeer spoedig verslag te doen van het resultaat.

Cruciaal bewijsmateriaal slachtoffer kwijtgeraakt

Maar u weet wel zeker dat bepaalde zaken al vanaf het begin ontbreken?

advocaat-generaal – Ars Aequi
Advocaat-generaal bij de Hoge Raad geeft adviezen aan de Hoge Raad

Deze vraag wordt mr. Aben, advocaat-generaal bij de Hoge Raad, gesteld.

Niet alleen de veelbesproken 4-delige podcast van De Stentor, maar ook het interview van deze krant met de man die sinds 2014 onderzoek doet naar een aantal aspecten van de Deventer Moordzaak, heeft veel stof doen opwaaien.

Mr. Aben windt er geen doekjes om, maar het moet hem toch zwaar zijn gevallen te bevestigen dat in een moordzaak cruciaal bewijsmateriaal is kwijtgeraakt. Zoek dus!

Ja, dat klopt. De broek en het vest van het slachtoffer zijn al vrij snel in het onderzoek kwijtgeraakt. We hebben geen idee waar ze gebleven zijn. Politie en NFI wijzen naar elkaar.

Desgevraagd voegt hij er nog aan toe dat er volgens hem geen sprake is van opzet.

Dat vermoed ik niet en daar heb ik ook geen aanwijzingen voor. De meeste missers zijn te verklaren door vergissingen, fouten en blunders. Opzet is meer uitzondering dan regel. Ik heb dit al zo vaak meegemaakt. Maar het blijft een blunder.

Mr. Aben heeft het hier dus niet over een spellingsfout in een proces-verbaal (daar zijn er overigens honderden van), maar over vergissingen, fouten en – nog erger – blunders.

Op de vraag of deze zaak anders zou zijn gelopen als die spullen er wel nog allemaal waren geweest, antwoordt mr. Aben:

Dat weet je nooit zeker. Misschien was de zaak tegen Ernest Louwes dan wel veel sterker geweest en hadden we dit hele onderzoek niet hoeven doen. Maar die discussie nu nog voeren, is zinloos. Nu wordt dat allemaal veel zorgvuldiger gedaan. Ik mag hopen dat zoiets nu niet meer gebeurt.

Hij had natuurlijk ook ruiterlijk kunnen beamen dat een dergelijke blunder de zaak wel een heel andere wending in het voordeel van Louwes had kunnen geven. Bewijsmateriaal zoek, het is nogal wat.

Maar zover wil mr. Aben niet gaan.

Integendeel, hij suggereert impliciet dat het allemaal niet zoveel zou hebben uitgemaakt. Sterker nog, de zaak tegen Louwes zou zelfs aan overtuiging hebben kunnen winnen.

Dit alles zal wel niet voldoende zijn voor een herziening maar als burger frons je toch wel je wenkbrauwen.

“Ik mag hopen dat zoiets niet meer gebeurt.” Daar schiet Ernest Louwes niet veel mee op.

Wel of niet thuis gegeten?

Op zondag 21 november 1999, twee dagen na de arrestatie van haar man, wordt Anneke verhoord. De agenten nemen met haar de huisagenda in zwart-wit door.

Ze willen meer weten over de aantekening op 23 september 1999. En dan is het oppassen, zo heeft Ina Post ervaren. Vragen over een zwart-wit kopie (de onderste) in plaats van een kleurenkopie (de bovenste).

Wat stond daar nu eerst geschreven. Er zijn twee mogelijkheden.

1. … wel eten daarna weer weg Ernst … Maar wel was doorgehaald en vervangen door niet?

of

2. … niet eten daarna weer weg Ernst … Maar niet was doorgehaald en vervangen door wel?

Op het origineel in kleur is dat al moeilijk te zien, maar in zwart-wit bijna onmogelijk. (Overigens, dezelfde methode is ook toegepast in de zaak Ina Post die een zwart-wit fotokopie kreeg voorgelegd in plaats van een kleurenkopie. Hierdoor kon ze niet goed onderscheiden met welke kleur inkt was geschreven.)

Het woord wel kan worden herkend, maar dat is niet zo eenvoudig met het woord niet.

Het is ook mogelijk dat het woord wel gewoon is doorgehaald.

Wat er eerst heeft gestaan blijkt in het verloop veel verschil te maken.

Op grond van de zwart-wit kopie meent Anneke dat er eerst heeft gestaan niet eten daarna weer weg Ernst (‘Ik denk dat er Niet staat’) en dat door het woordje niet heen is geschreven wel.

Maar er is iets mis met die mening.

Wat is het nut om te schrijven dat Ernest niet komt eten en dan weer weggaat?

Eerst niet maakt van de hele zin onzin. Eerst wel is de enige logische mogelijkheid.

De politie denkt daar toch anders over:

Er stond eerst niet en daar doorheen geschreven wel.

En concludeert dat Ernest dus wel thuis heeft gegeten en daarna weer is weggegaan.

En dus moet hij pas om 22:30 uur zijn thuisgekomen, want dat gebeurt volgens Anneke normaliter als hij thuis heeft gegeten en daarna voor een afspraak weer weggaat. (Die tijd blijkt ook uit een Monte Carlo simulatie van de gebeurtenissen die avond onmogelijk).

Maar voor de politie en het OM is het zonneklaar.

Ernest heeft op 23 september 1999 om 18:00 uur thuis gegeten, is daarna vertrokken en is pas om 22:30 uur weer thuisgekomen. Hij had dus ruim de gelegenheid gehad om even na 20:36 uur in Deventer de moord te plegen. Weg alibi.

Er zijn drie redenen waarom de verklaring van Anneke niet kan kloppen.

  1. Haar oorspronkelijke verklaring dat er zou staan: niet eten daarna weer weg Ernst, tart elke logica;
  2. Nauwgezette bestudering van de kleurenkopie van de huisagenda wijst integendeel op: wel eten daarna weer weg Ernst en dat is een logische zin; ook een animatie van de agenda toont aan dat de e in het woord wel even groot is als in eten. De e in niet is veel groter dan de e in eten. Het woord niet is er later overheen geschreven
  3. Het is feitelijk onmogelijk dat Ernest om 17 uur bij een klant zou zijn vertrokken, thuis om 18 uur hebben gegeten en om 19 uur in de Jaarbeurs de presentielijst hebben getekend.

De betrokken OM’ers hebben bij herhaling de verklaringen van mevrouw Louwes tegen Louwes gebruikt, als waren ze waar, terwijl ze anders wisten. Daarmee hebben ze dus bewust de rechter met onware uitspraken proberen te overtuigen.

Want ook een verbalisant ziet al een probleem en rapporteert:

… dat de verdachte waarschijnlijk niet thuis met zijn gezin heeft gegeten omdat hij anders niet om 18.30 uur op de afspraak in Amersfoort kan zijn geweest en ook niet om 19.00 uur in de Jaarbeurs in Utrecht …

Toch vinden het OM en het hof: wettig en overtuigend bewijs.

Donderdag of vrijdag: een wereld van verschil

Rechters en raadsheren hebben steeds aangenomen dat de moord in de Deventer Moordzaak op donderdagavond is gepleegd maar dat was slechts een aanname.

Donderdag | Zomerspelen Delden

of:

Programma vrijdag - Carnaval Mill | Aldendrielpark

Ze konden ook niet anders want er was geen schouwrapport. Een nauwkeurig tijdstip kon dus niet worden vastgesteld. Dit had elke rechter moeten alarmeren.

Er zijn inmiddels sterke aanwijzingen dat de moord niet op donderdagavond maar op vrijdagavond heeft plaatsgevonden. Vooral op de website www.deemzet.nl worden hiervoor veel steekhoudende argumenten aangedragen.

Het verschil is slechts 24 uur maar het heeft grote consequenties. Dat Louwes de dader zou zijn geweest op donderdag was al hoogst twijfelachtig, maar een moord op vrijdagavond zou hem gewoon vrijpleiten.

Dat vindt ook advocaat-generaal mr. Aben, maar in een interview met De Stentor houdt hij nog een slag om de arm.

Er zijn dus geen medische gegevens om dat [donderdag of vrijdag] definitief vast te stellen. Alleen tactische informatie, zoals een volle brievenbus met post van vrijdag en afspraken die de weduwe op vrijdag niet nakwam. Ik kan nog niks zeggen over de bevindingen van de huidige onderzoekers. Maar als zou blijken dat ze pas op vrijdag is overleden, is er op dit punt een probleem met de bewijsvoering.

Er kan over de vele medisch-forensische gegevens die onder andere op de website www.deemzet.nl worden aangedragen worden gediscussieerd maar het zijn wel degelijk argumenten die wijzen op een tijdstip van overlijden op vrijdagavond.

Mr. Aben hoeft dus zeker niet alleen af te gaan op tactische informatie. Hij heeft ook de medisch-forensische argumenten van de forensische deskundigen ter beschikking maar daarover kan mr. Aben helaas ‘nog niks zeggen’, nog steeds niet.

Wel merkt hij zuinigjes op dat er met ‘vrijdag’ ‘een probleem met de bewijsvoering is’.

Hij kan het kennelijk niet opbrengen om een steviger uitspraak te doen.

Mr. Aben over het beruchte telefoontje

Louwes werd verdacht toen bleek dat hij op donderdagavond 23 september 1999 om 20:37 uur een mobiel gesprek van 16 seconden met mevrouw Wittenberg had gevoerd.

Dit bracht Louwes in de problemen, omdat KPN meldde dat zijn mobieltje een telefoonmast in Deventer had aangestraald. Hij moest dus in of in de omgeving van Deventer zijn geweest.

Volgens het OM.

Louwes ontkende dit en heeft vanaf het eerste begin verklaard dat hij het gesprek had gevoerd toen hij in een file op de A28 stond, tussen Harderwijk en ’t Harde.

Dat was onmogelijk, volgens de experts van KPN.

Maurice de Hond en vooral de website deemzet.nl hebben aangetoond dat onder bepaalde atmosferische omstandigheden het gesprek wel degelijk vanaf de A28 kon zijn gevoerd en dat die omstandigheden zich op het moment van het gesprek hadden voorgedaan.

Twee tegengestelde standpunten dus die van doorslaggevend belang zijn voor de schuldvraag: volgens de lezing van het OM kon het niet anders dan dat Louwes de moord had gepleegd, maar volgens de lezing van Louwes zou hij de moord niet hebben kunnen plegen.

Tijdens het interview in september 2019 met De Stentor wordt advocaat-generaal mr. Aben gevraagd of er volgens hem sluitend bewijs bestond voor de lezing van Louwes. Volgens mr. Aben niet.

Nee. De weersomstandigheden van toen geven inderdaad aan dat het mogelijk is dat Louwes veel verder weg was en zijn telefoon toch op de mast in Deventer aanstraalde. De kans wordt geschat op zo’n 5 procent dat hij niet in de buurt van Deventer was. Voor een advocaat is dat voldoende om twijfel te zaaien. Dus hier heeft advocaat Knoops een punt.

5% kans op onschuld! Een juridische leek weet niet hoe rechtbanken en mr. Aben 5% kans op onschuld waarderen. Betekent 5% kans op onschuld ook 95% overtuiging van schuld?

Vrouw sterft bij spelletje Russische roulette | Bizar | AD.nl
Met 20 cilinders is het niet zoveel ongevaarlijker.

Zou een rechter zonder zweet op zijn voorhoofd en bevende wijsvinger Russische roulette willen spelen met een revolver met 20 cilinders, waarvan slechts 1 cilinder een echte kogel bevat?

Daarbij komt dat er zijn nog zoveel meer omstandigheden zijn waarbij twijfel of onzekerheid dominant is.

Zo wordt met een Monte Carlo simulatie aangetoond (zie Een moord plegen kost tijd) dat het vrijwel onmogelijk (ongeveer 0.07%) is dat Louwes voldoende tijd had om de moord te plegen (van de Jaarbeurs naar Deventer reizen, auto parkeren, naar Zwolsestraatweg lopen, moorden, plaats delict grondig reinigen, terug naar de auto, en naar huis, etc.) en toch op tijd thuis in Lelystad te zijn.

Vormen al deze onzekerheden tezamen toch voldoende grond voor raadsheren om het bewijs wettig en overtuigend te vinden?

Zijn 7 getuigen niet overtuigend genoeg?

Mevrouw Wittenberg is niet op donderdagavond 23 september 1999 vermoord maar ruim 24 uur later. Dat wordt beweerd op de website deemzet.nl.

De argumenten zijn voornamelijk van medisch-forensische aard. Het tijdstip van de moord is – zoals zo vaak – cruciaal. Louwes was veroordeeld voor de moord op donderdag, maar het was uitgesloten dat hij op vrijdag de dader kon zijn geweest.

Volgens sommigen waren de argumenten voor vrijdagavond niet overtuigend genoeg.

Waren er dan geen getuigen die konden verklaren dat zij mevrouw Wittenberg nog op vrijdag hadden gezien? Dat zou enorm helpen.

Jazeker, die getuigen waren er.

Niet een, niet twee, maar niet minder dan zeven getuigen verklaarden dat zij mevrouw Wittenberg op vrijdag hadden gezien. Op verschillende tijdstippen en onder verschillende omstandigheden, maar wel steeds op vrijdag 24 september 1999.

De bijzonderheden van de getuigen en hun getuigenissen zijn hier terug te lezen.

Belangrijk is dat sommige getuigen mevrouw Wittenberg goed kenden en nauwelijks twijfels toonden, andere wisten zo specifiek de omstandigheden te beschrijven waaronder ze haar hadden gezien dat twijfel vrijwel was uitgesloten.

Toch hebben deze zeven getuigenissen geen gewicht in de schaal gelegd bij de gerechtshoven. En dat is opmerkelijk. Zeker, een getuige kan zich vergissen, ook bij twee getuigen is dat niet uitgesloten.

Maar om aan te nemen dat niet minder dan 7 getuigen zich onder ede vergissen, moeten andere bewijsmiddelen wel zeer overtuigend zijn geweest. Was dat ook zo?

Nee, de andere bewijsmiddelen waren misschien wel wettig maar verre van overtuigend. Zo blijkt nu vele jaren later bij het ‘telefoontje’, het medisch-forensische onderzoek en het onderzoek naar DNA-sporen.

Wat ooit door raadsheren als overtuigend was aangemerkt, is nu onderhevig aan – om het zwak uit te drukken – grote twijfel.

En dat is dus verre van overtuigend. En dus zouden ook die getuigenissen weer de aandacht moeten krijgen die ze verdienen.

Door de traagheid dan wel besluiteloosheid van advocaat-generaal mr. Aben heeft al die twijfel nog steeds niet geleid tot een herzieningsverzoek. Als het al zover komt is het te hopen dat de getuigen, 21 jaar na de moord, nog in leven zijn.

Een moord plegen kost tijd

In de Deventer Moordzaak is het tijdstip van de moord nooit vastgesteld.
De schouwarts mocht van de politie zijn werk niet doen. Vandaar.

Rechters namen aan dat Louwes de moord op donderdagavond 23 september 1999 is gepleegd, even na 20:36 uur.

Ook namen ze aan dat hij tussen 22:30 en 23:00 thuis is gekomen.

Aannames dus, want voor beide ontbreekt goed bewijs.

Vaststaat dat hij om 19:00 uur of iets later in de Jaarbeurs op een presentielijst van een lezing zijn handtekening zette en volgens eigen zeggen kwam hij later die avond tussen 21:00-21:30 uur weer thuis in Lelystad.

Zijn vrouw nam tijdens een eerste verhoor aan dat hij tussen 22:30-23:00 uur was thuisgekomen.

Ze had dat niet zelf waargenomen maar haar man kwam altijd rond die tijd thuis als hij ‘s avonds had gewerkt en dus nam ze aan dat dit ook op die avond zou zijn gebeurd.

Later kwam ze hierop trouwens terug.

De vraag is nu: had Louwes gegeven deze randvoorwaarden wel voldoende tijd voor de moord? En niet alleen voor de moord.

Hij moest eerst van de Jaarbeurs naar Deventer rijden en later die avond weer naar huis.

Hij moest zijn auto parkeren en naar de Zwolseweg 157 lopen en na de moord weer terug naar de auto.

En natuurlijk moest hij ook nog de moord plegen. En niet alleen dat, hij heeft het slachtoffer naar de huiskamer gesleept voor het schilderij van haar overleden man en het bijna overleden slachtoffer daar ook nog vijf keer gestoken, met chirurgische precisie.

Het slachtoffer werd gesleept van gang naar woonkamer. Een heel karwei. (Bron: deemzet.nl)

Daarna moest hij het huis grondig reinigen, vooral de gang, en hij heeft het huis doorzocht.

Onder andere.

Want er zijn tenminste 40 activiteiten gedefinieerd die Louwes heeft moeten uitvoeren tussen 19:00 uur (Jaarbeurs) en 22:30 uur (weer thuis), waaronder de moord.

Omdat de precieze tijdsduren van al die activiteiten niet met zekerheid zijn te bepalen worden ze met behulp van statistische methoden zo redelijk mogelijk geschat.

Vervolgens is gebruik gemaakt van Monte Carlo simulatie, een wiskundige techniek die mogelijke scenario’s statistisch doorrekent en die in dit type problemen veel wordt toegepast.

Onderstaande grafiek toont het resultaat dat ronduit schokkend mag worden genoemd.

In slechts 7 van de 10000 scenario’s kon Louwes alle activiteiten afronden
en toch voor 23 uur thuiskomen.

De grafiek verdient enige toelichting.

Het model gaat uit van 40 activiteiten. Binnen 1 zogeheten scenario worden de tijdsduren van al die activiteiten random geschat.

De som van deze tijdsduren geeft de totale randomtijd om al deze activiteiten uit te voeren.
Voor een tweede scenario worden de tijdsduren opnieuw random geschat en we krijgen dus andere waarden.
Weer wordt de totale tijd berekend die natuurlijk afwijkt van de eerst berekende totale tijd.

Op deze wijze worden 10000 scenario’s doorgerekend en 10000 totale tijden berekend.

In de figuur kan nu worden afgelezen dat het in slechts 7 van de 10000 scenario’s voorkomt dat de totale tijd kleiner is dan 240.6 minuten, dus 4 uur.

Met andere woorden, in slechts 7 van de 10000 gevallen kunnen alle activiteiten binnen de 4 uur tussen Jaarbeurs en thuiskomst om 23 uur worden afgerond.

Een kans dus van 0.07%. De kans dat hij om 22:30 uur thuis kon komen is ronduit 0.00%, dus feitelijk onmogelijk. In de pagina wordt uitgebreid ingegaan op de details van de Monte Carlo simulatie.

Trouwens, zo nieuw is deze constatering niet, hij is alleen uitgebreider onderbouwd. Stan de Jong is in 2003 al van mening dat het Louwes aan tijd moet hebben ontbroken. Op pagina 52 constateert hij met enige verbazing dat Louwes na de moord vlak na 20:36 uur nog maar twee uur had om ‘het Formule I-traject naar Lelystad met zijn Volkswagen af te leggen’, nog afgezien van de wandeling naar zijn auto. Louwes vindt hij dan geen saaie Piet maar meer een ‘Superman’ om dit voor elkaar te krijgen.

In justitiële kringen: traineren!

Hoge functionarissen op justitie blijven na een werkoverleg wel eens hangen. Niet in de vergaderzaal zoals vroeger, maar thuis achter de laptop met Zoom of Teams.

De vergadering zit erop, de deelnemers ontspannen en hebben het dan nog even relaxed over allerlei ditjes en datjes.

Zo ook na deze vergadering met vijf Officieren van Justitie.

“Zeg, eventjes heel wat anders”, begint Scherm1, “ik heb toch wel te doen met die Diederik hoor. Moet nu al meer dan 6.5 jaar leiding geven aan een onderzoek waar niemand in is geïnteresseerd.”

“Hij moest ook eigenlijk wel, ACAS en zo, maar nu valt iedereen over hem heen. Het duurt te lang! Hij aarzelt teveel, en zo!”

Scherm5 valt hem bij.
“Ja, echt lullig voor hem. Het is best een aardige kerel. Ik begrijp trouwens wel dat hij niet veel haast maakt. Ja, waarom zou hij? Louwes is allang weer op vrije voeten, dus daar hoeft hij het niet voor te doen.”

“Als hij nog vastzat ja, zoals toen bij Lucia de Berk, dat is een ander verhaal. Maar nu? Rustig aan dan breekt het lijntje niet. Dan bloedt het vanzelf wel dood.”

Scherm4 ziet het toch wat anders.
“Dat ben ik niet helemaal met je eens. Die zaak leeft echt nog wel in brede kring, hoor. Er is zo’n website waar alles heel wetenschappelijk wordt uitgeplozen, er zijn mensen actief op twitter en facebook.”

“Vorig jaar nog was er een 4-delige podcast van de Stentor en daar werd veel naar geluisterd. En nu weer eentje van Argos. En dan maakt het echt wel uit wat zijn onderzoek oplevert. Maar ja, ik ben het met je eens, veel urgentie is er niet …”

Zij werd in de rede gevallen door Scherm3.
“Zo is het. Een zaak die al meer dan 15 jaar geleden is afgesloten en Louwes zit alweer zo’n 10 jaar lekker thuis bij moeder de vrouw. Waar hebben we het over?”

“Dus ik zou zeggen, Louwes, ook al zou je onterecht zijn veroordeeld – shit happens – neem je verlies, wat schieten we er nu nog mee op? Er zijn momenteel wel ergere dingen aan de hand, zoals die ellende met corona.”

Scherm4 vervolgt.
“… inderdaad, geen urgentie. En ja, wat schiet je ermee op alles weer op te rakelen?”

“Politie heeft bij het onderzoek zitten prutsen, die zitten er niet op te wachten dat alles nog eens breed wordt uitgemeten. En wat dacht je van het NFI, die hebben ook zitten knoeien? En dan die paar collega’s die – hoe zeggen we dat netjes – ook niet altijd in vorm waren.”

“En dan bleken de deskundigen ook nog niet altijd deskundig, … weet je nog wel met dat weerbericht?”

Hij kon zijn lachen niet houden toen hij aan die hoogleraar als getuige terugdacht.

“Nee”, ging hij verder, “wat heeft het voor zin dat ze dat allemaal weer eens precies gaan uittekenen. Daar heeft echt niemand belang bij. Klaar! Het is alleen maar koren op de molen van al die zeurpieten, die pseudo-deskundigen.”

“Dus ik zou zeggen, Diederik, traineren jongen! Maar volgens mij doet hij dat al.”

Scherm2 had zich nog niet in de discussie gemengd en verliet het gezellige onderonsje in justitiële kringen.

“Ja, mensen, het is me wat. Maar ik log uit, want ik moet de kinderen van school halen, ja cruciaal beroep hè? Zeg, een fijn weekend allemaal.”

Maurice de Hond: Ere wie ere toekomt (1)

De publicaties van Stan de Jong in 2002-2003 hadden al het nodige stof doen opwaaien. De Deventer moordzaak die hij beschreef in HP/De Tijd en zijn boek, wekte in brede kring verbazing en verontwaardiging vanwege het flinterdun bewijs en de vele ongeloofwaardige aannames (het mes).

Toen het Openbaar Ministerie ook nog plotseling, vlak voor het begin van de zittingen bij het hof Den Bosch het mes als bewijs liet vallen en met een druppeltje bloed op de proppen kwam stonden vele burgers perplex.

Zeker toen het vonnis in 2004 definitief werd en Ernest Louwes veroordeeld bleef tot 12 jaar cel.

Velen voelden zich geroepen tegen deze gang van zaken in het geweer te komen maar zagen niet de mogelijkheden. Juridische kennis en daadkracht ontbraken vaak.

Maurice de Hond, bekend van radio en tv onder meer vanwege zijn politieke peilingen, kon het echter niet meer aanzien en bond de kat de bel aan. Wat anderen ook graag hadden willen doen, deed hij en dat werd hem niet altijd in dank afgenomen.

Zonder anderen te kort te willen doen, mag gerust worden gesteld dat door zijn toedoen de onderzoeksresultaten zoals die door het OM werden gepresenteerd grondig tegen het licht werden gehouden, met vaak onthutsende uitkomsten.

Zijn onvermoeibare inzet motiveerde vele vrijwilligers hun diensten aan te bieden voor de Deventer Moordzaak. De website geenonschuldigenvast.nl bevat veel resultaten van hun inspanningen.

Oud-rechercheurs liepen nog eens alle politiedocumenten door (zoals de vele processen-verbaal en het tactisch journaal) en hielden het beschikbare bewijsmateriaal tegen het licht.

Gepensioneerde forensische experts bekeken nauwkeurig de laboratoriumresultaten, zelfs textielexperts onderzochten de blouse op typen vouwen.

Kleinschalige, eenvoudige experimenten werden door amateurs uitgevoerd omdat het OM dat had nagelaten.

Zij troffen veel onregelmatigheden aan. Een team van deskundige burgers heeft een reconstructie gemaakt die niet was gedaan door het OM. Een conclusie was dat het slachtoffer naar de kamer was versleept waar de messteken waren toegebracht.

Velen waren het niet altijd eens met de manier waarop hij een enkele keer in deze zaak opereerde en dat is nog steeds zo.

Maar het is het onmiskenbaar zijn verdienste dat onderdelen van deze geruchtmakende en slepende zaak onder leiding van de advocaat-generaal mr. Aben opnieuw worden onderzocht.

Het is jammer dat Aben er buitensporig lang over doet, nu al 6.5 jaar.

Wat de toekomst in de Deventer moordzaak ook moge brengen, aan een gebrek van inzet van Maurice de Hond zal het niet liggen.

Maurice de Hond zet zich momenteel opnieuw in, nu met zijn wetenschappelijke onderzoekingen als luis in de pels waar het gaat om het corona-beleid.

Onderzoek duurt wel heel erg lang

Ook advocaat-generaal bij de Hoge Raad mr. Aben vindt dat zijn onderzoek heel lang duurt.
Maar het is een complexe zaak, vindt hij.

In het interview met De Stentor van september 2019 valt de interviewer opnieuw met de deur in huis en vraagt aan mr. Aben:

“Duurt uw onderzoek in de Deventer Moordzaak niet heel erg lang; het is al in 2014 begonnen.”

De advocaat-generaal mr. Aben denkt hier toch anders over.

Jawel, maar je begint ook niet meteen met onderzoeken. Je roept een begeleidingscommissie in het leven met de rechter-commissaris, de verdediging, een officier van justitie en stelt dan vast waar je staat en hoe je verder moet. De verdediging vraagt om het onderzoek en stelt veel vragen. Ik ben zelf ook altijd veel te optimistisch en denk dat het sneller kan, maar met dna-onderzoek ben je zo drie, vier jaar verder. Je moet eerst allerlei deskundigen zoeken en selecteren op geschiktheid, zij moeten zich vervolgens inlezen en aan de slag gaan. Er vallen deskundigen af en je zoekt nieuwe. Zo kan het tot je schrik gebeuren dat je vijf jaar verder bent. Maar ik weet nog steeds niet wanneer we klaar zijn.

Laten we zijn onderzoek van de afgelopen jaren tot heden (januari 2021) ontleden. Waar wordt al die tijd dan aan besteed in de complexe Deventer Moordzaak?

ActiviteitHoe lang?
Oproepen begeleidingscommissie9 maanden, want dat is de tijd die ervoor staat.
Vaststellen waar je staat en hoe je verder moet6 maanden, want onderschat het vele denkwerk niet.
Verdediging vraagt om onderzoek …Met het vragen om onderzoek is het onderzoek begonnen, dat telt dus niet.
… en stelt veel vragen12 maanden. Weliswaar zijn de veroordelingen steeds ‘overtuigend’ tot stand gekomen, maar ja, misschien was het bewijs toch niet zo overtuigend. Dat moet dus goed worden uitgezocht.
Met DNA-onderzoek ben je zo drie, vier jaar verderSpecificatie volgt.
Zoeken van allerlei deskundigen18 maanden, want ja, waar vind je in Nederland DNA-deskundigen? Virulogen genoeg, maar …
Selecteren op geschiktheid6 maanden, iedere HR-medewerker weet hoe moeilijk dit is.
Inlezen door deskundigen12 maanden, het is een complexe zaak, ook voor deskundigen.
Deskundigen vallen af en je zoekt nieuwe12 maanden, zie boven.
Met de 75 maanden tot heden zijn we er nog nietWe zitten pas op 6.25 jaar, valt dus nog mee. Aben kan rustig de tijd nemen.

Laten we vooral niet vergeten dat het hier gaat over een zaak die al grondig is bekeken (helaas lang niet altijd foutloos) en die wettig en overtuigend is bewezen. Overtuigend en toch moet het meer dan 6.5 jaar duren om alles nog eens rustig na te lopen?

Laten we de complexiteit van de Deventer Moordzaak eens vergelijken met een paar andere ‘complexe’ zaken:

ActiviteitHoe lang?
Wat doet een studente geneeskunde in 6 jaar?Studeert, doet practica, coschappen en wordt eindelijk basisarts.
Wat doet Andrew Wiles1 in iets meer dan 6 jaar?Bewijst de laatste stelling van Fermat.
Wat doet Bletchley Park2 in minder dan 6 jaar?Decodeerttijdens WO2 talloze Duitse Enigma-berichten.
Wat gebeurt na een vliegtuigcrash in 6 jaar?Tussen de vele wrakstukken wordt de kleinste oorzaak gevonden.
Wat doet bouwconsortium PUMA voor Havenbedrijf Rotterdam in 6 jaar?Legt Maasvlakte 2 aan voor minder dan 3 miljard euro.
Wat doen wegenbouwers van de A13/A16 in 6 jaar?Heel, heel veel, en binnen 6 jaar (2024) is de weg klaar.
Wat doet het Manhattan Project in iets minder dan 6 jaar?In Los Alamos wordt de weliswaar omstreden atoombom ontwikkeld.
Wat deden onderzoekers in encryptie in 6 jaar?3Ontwerpen complexe private/public key algoritmen die wereldwijd worden toegepast.
Wat doet de auto-industrie in 6 jaar?Ontwikkelt productielijnen voor betaalbare elektrische auto’s en verbetert accu’s.
Wat doet Isaac Newton in minder dan 6 jaar?4Schrijft een boek over de ‘wetten van Newton’ en houdt jaren over voor een boek over optica.

Maar dit alles is lang niet zo complex als mr. Abens onderzoek in de Deventer Moordzaak. Daarom moet hij er veel langer over doen.

  1. Wat belangrijke wiskundigen gedurende drie eeuwen vergeefs hadden geprobeerd,lukte Wiles wel. Hij bewees de laatste Stelling van Fermat: De formule an+bn=cn met a, b, c natuurlijke getallen gaat alleen op voor n = 2.
  2. Vooral in Bletchley Park wisten tijdens WO2 duizenden personen van diverse pluimage onder leiding van de wiskundige Alan Turing de Enigmaberichten te decoderen.
  3. Onder meer het betalingsverkeer is mogelijk door de nieuwste public/private key encryptie-methoden.
  4. In 17e eeuw ontwikkelde Isaac Newton de differentiaal- en integraalrekening en was tevens grondlegger van de klassieke mechanica.

Bas Haan en de Deventer Moordzaak

De 6-delige Argos podcast De Deventer Mediazaak zal de komende tijd aandacht besteden aan de rol van de media in de Deventer Moordzaak met als ondertitel:

Hoe en waarom wordt iemand slachtoffer van een mediaklopjacht? En wat zijn de gevolgen hiervan?

De maakster Annegriet Wietsma licht op 2 januari 2021 in een trailer de podcast toe. Ook Bas Haan is te gast.

De presentatrice heeft af en toe grote moeite hem in toom te houden (Haan: “Pas op …”, Zij: “Ik pas op”) omdat hij vaak het gesprek domineert.

Haan lijkt zijn kruistocht tegen Maurice de Hond te vervolgen die – zo herhaalt hij diverse keren – in de Deventer Moordzaak wegens smaad was veroordeeld. Tegelijkertijd neemt hij Michael de Jong in bescherming. Hierbij wil hij nog wel eens een faux pas begaan.

De eerste keer gebeurde dat tijdens een interview in een uitzending van DWDD op 9 januari 2019. Net als nu, twee jaar later, had ook Matthijs van Nieuwkerk grote moeite Haan op de rails te houden maar slaagde daar niet steeds in.

In dat interview zei Bas Haan (letterlijk, vanaf 2 min 42) over Michael de Jong: “… Dat is de veroordeling van iemand die geen bal met de zaak te maken heeft maar die om aandacht te genereren de hoofdrol is gaan spelen …”.

Nu kan over Michael de Jong van alles worden gezegd maar zeker niet dat hij geen bal met de zaak te maken heeft. Als familiekennis van de Wittenbergs is hij in de maand oktober 1999 en later nog een keer in 2006 in totaal vier keer door de politie verhoord. Ook zijn partner is deze behandeling ten deel gevallen. Zelfs zou hij een tijdje verdachte zijn geweest.

Dat moet de gelauwerde onderzoeksjournalist Haan toch niet zijn ontgaan. Michael de Jong was in deze zaak zeker geen passant! Waarom zegt Haan dan toch dat hij geen bal met de zaak te maken heeft?

Tijdens het interview in 2019 zal de lezer vaak met gekromde tenen naar Haan hebben gekeken en geluisterd. Onafgemaakte zinnen, de regie over het gesprek overnemen van Mathijs van Nieuwkerk, met armen zwaaien, het gesprek onverwacht nieuwe wendingen geven. Nee, de kijker moet er geen goed gevoel bij hebben gehad en zo leek Van Nieuwkerk er af en toe ook over te denken.

Twee jaar later, tijdens de trailer van Annegriet Wietsma, kan Haan zich opnieuw niet inhouden.

Toen Stan de Jong in een geluidsfragment vertelde dat hij naar zijn mening in een kwestie journalistiek juist had gehandeld, schudt Haan volgens de presentatrice heftig van niet. De crux van Stan de Jongs verhaal, zo licht hij toe, is: “… er waren natuurlijk wel ernstige verdenkingen maar die waren er nu juist niet …”. Tja.

Niet alle media gaan op de juiste manier met feiten om en Haans kritiek daarop is terecht. Maar moet hij als onderzoeksjournalist dan niet het goede voorbeeld geven?

Een moord zonder reconstructie?

Wat? Een moord en er heeft geen reconstructie plaats gevonden? Daar zullen de rechters toch geen genoegen mee nemen!

Op de website deemzet.nl worden in een 30 pagina’s tellend document (De dynamiek van de moord op mevr. Wittenberg) vrijwel alle aspecten van de moord beschreven: hoe de moord zou zijn gepleegd, waar in het huis van het slachtoffer, hoe ze is versleept, hoe ze diverse keren in haar borst is gestoken.

Het document begint echter verrassend:

Het is opmerkelijk dat bij de Deventer Moordzaak geen reconstructie heeft plaatsgevonden van de moord, terwijl bij de definitieve veroordeling van Ernest Louwes bij het hof in Den Bosch diverse aannames zijn gedaan over hoe de moord plaatsgevonden zou kunnen hebben. Op basis van het beschikbare sectieverslag en diverse foto’s is veel te vertellen over het verloop van de moord. Dan blijkt ook dat een aantal aannames bij de veroordeling niet worden ondersteund door de forensische bevindingen.

Het komt weinig voor dat bij een ernstig misdrijf een reconstructie ontbreekt. Wie internet raadpleegt over het onderwerp reconstructie van een moord ziet vele zaken voorbijkomen: de moord op Jill Himpe, de zaak Thijs H., de moord Sévèke, kwartetmoord Enschede, moord schoonmaker, etc.

Maar niet in de Deventer Moordzaak.

Was alles dan zo klaar als een klontje? Neen. Waren er geen vragen meer? Zeker wel, een heleboel.

Uit het bovenstaande fragment blijkt dat diverse aannames niet passen bij de forensische resultaten en een reconstructie zou dan zeker verhelderend kunnen werken.

Zo is het niet geheel duidelijk hoe de weduwe aan haar eind is gekomen. Is ze aangevallen met een slagwapen en welk voorwerp zou dat dan wel geweest zijn of is ze na een klap ongelukkig gevallen?

Waarschijnlijk is de weduwe gewurgd op de plaats waar ze is gevallen en is ze daarbij bijna om het leven gekomen.

Ook de omstandigheden rondom de moord (zoeken naar documenten, verdwenen broodbeleg, reinigen van de gang, etc.) zouden in de reconstructie kunnen worden betrokken. De rol van mogelijke verdachten zou essentieel kunnen zijn.

Maar waarom is er dan geen reconstructie geweest? Geen idee, maar het is een onvergeeflijke tekortkoming met grote consequenties.

Niet alleen Louwes had hierbij betrokken moeten worden maar er waren ook andere personen die gedurende enige tijd goede papieren hadden om als verdachte te worden aangemerkt en ook kort als zodanig zijn aangemerkt.

Mr. Aben over de schouwarts

Wettig en Overtuigend bewezen in de Deventer Moordzaak? Is in een aantal voorbeelden Overtuigend wel op zijn plaats?

Deze keer de schouwarts en het rapport dat hij opgemaakt zou moeten hebben.

Op zaterdagmiddag 25 september 1999 werd het lijk van mevrouw Wittenberg door de politie in haar huis aangetroffen. De schouwarts moest de doodsoorzaak vaststellen maar ook een aantal voorlopige onderzoeken doen.

Hij moest bijvoorbeeld de lichaamstemperatuur meten om een zo precies mogelijk tijdstip van overlijden te bepalen. Maar dat is niet gebeurd met grote gevolgen.

We laten advocaat-generaal mr. Aben over dit cruciale onderzoek aan het woord in een interview met De Stentor in september 2019.

Waarom is de lichaamstemperatuur niet gemeten?

mr. Aben:
“Direct meten levert inderdaad het meest betrouwbare resultaat op, maar dat is dus niet gebeurd. Waarom niet? Dat kan ik niet beoordelen. Dat speelde allemaal in 1999, ik onderzoek de zaak pas sinds 2013. We hebben het wel aan de schouwarts van destijds gevraagd en hij vertelde dat hij alleen maar de ruimte kreeg om de dood vast te stellen. Daarna wilde de politie snel en ongestoord verder kunnen werken. Dat soort verhalen hoor je uit die tijd wel vaker. Er is in de twintig jaar daarna veel veranderd bij de technische recherche. We weten nu veel meer dan toen. Met de kennis van nu was dat destijds waarschijnlijk zorgvuldiger gebeurd.”

Elke forensische leek weet dat het bij moord van groot belang is het tijdstip van overlijden zo nauwkeurig mogelijk vast te stellen. Al in detectiveseries uit de jaren zestig is de eerste vraag aan de schouwarts: ‘Wanneer is het slachtoffer overleden?’ Niet zo vreemd: alibi’s hangen ervan af.

Ook in deze zaak speelt dat tijdstip een cruciale rol omdat het tot op de dag van vandaag een punt van onderzoek is.

Waarom hebben rechters in de opeenvolgende processen hierover niet doorgevraagd.

Hoe kan dat nu, geen schouwrapport, hoe weet het Openbaar Ministerie dan dat de moord donderdagavond is gepleegd en niet bijvoorbeeld vrijdagavond?

Dat hebben de rechters nagelaten, maar toch achten de rechters de moord wettig en overtuigend bewezen. Tja.

Tenslotte
Mr. Aben doet ruim 20 jaar later nogal laconiek over deze enorme blunder.

Zijn opmerking: “dat speelde allemaal in 1999. Ik onderzoek de zaak pas sinds 2013”, doet denken aan de legendarische uitspraken van getuige Nobbe in de Van Kooten en De Bie Verhoren in Draaikonten:  

NobbeLaat ik het zo zeggen, meneer van Kooten, als ik tijdens mijn tijd, eh, bij het Rampenfonds zou hebben gezeten, ja? Dan is er nooit iets gebeurd.
Van KootenDus, dus tijdens uw tijd bij het Rampenfonds…
Nobbe…nooit iets gebeurd. Alles was altijd voor of na mijn tijd.