NFI had bij vlekje #10 geen oog voor proporties

Dat kun je wel zeggen over de NFI-onderzoekers die bezig zijn geweest met spoor #10. Zij stelden botweg dat dit spoor bestond uit een bloedvlek van Louwes, want zijn DNA werd aangetroffen.

En verder niets.

Deze conclusie is van twee kanten onjuist.

Véél later werd het electroferogram van spoor #10 beschikbaar gesteld; er bleken drie extra pieken in voor te komen die niet van Louwes afkomstig waren. Dat werd nooit eerder gemeld.

Het bijzondere daarbij was dat deze pieken precies lagen op de plek, waar het profiel van mevrouw Wittenberg de hoogste pieken vertoont. En de pieken waren zo hoog, dat ze volgens Butler – zo ongeveer de aartsvader van de DNA-profilering – niet voor uitsluiting in aanmerking komen. Het waren dus echte pieken.

Kijk je met een vergrootglas, dan zie je nog veel meer kleine piekjes van mevrouw Wittenberg – waarbij één flink grotere. Al deze gegevens werden bewust door het NFI achtergehouden. Het zou anders maar ingewikkeld worden.

Daar komt nog bij dat het profiel van Louwes veel overgewicht in de schaal legt. Het vertoont pieken tot waarden van bijna 4000 RFU. Dat is heel veel, want het bloedvlekje is superklein.

Dat wordt vooral duidelijk, als je kijkt naar andere bemonsterde bloedvlekken van mevrouw Wittenberg. Die lagen tussen de 2000 en 6000 RFU.

Maar deze vlekken waren wel 15 tot 25 x zo groot. Zoveel DNA (4000 RFU) van Louwes kan dus helemaal niet uit zo’n klein vlekje afkomstig zijn. Bij zo’n klein vlekje zou je hooguit 200 RFU mogen verwachten. De details kunnen in een een nogal technisch verhaal worden nagelezen.

Het aangetroffen DNA van Louwes kan dus niet afkomstig van zijn bloed. Maar als het niet van zijn bloed afkomstig is, waar komt het dan wel vandaan?

Zijn DNA is gewoon afkomstig van het speeksel dat al veel eerder, op donderdagmorgen, op de blouse terecht was gekomen toen hij met mevrouw Wittenberg de grafrechten besprak.

Het is in dit verband belangrijk op te merken dat uit een DNA-spoor niet kan worden afgeleid of het van bloed dan wel van speeksel afkomstig is.

Verder is het belangrijk te weten dat speeksel heel rijk is aan DNA, het DNA-gehalte is vergelijkbaar met dat van bloed, blijkt uit meerdere onderzoeken. En je ziet het niet.

Na de moord ging de technische recherche prutsen met het stoffelijk overschot.

Het behandelde de blouse niet volgens de voorschriften waardoor vele bloedvlekjes onbedoeld naar andere delen van de blouse werden overgebracht (contaminatie), hetgeen op fotografisch materiaal eenvoudig kan worden aangetoond.

Deze vlekjes kwam ook terecht op plaatsen waar massief veel speeksel aanwezig was, zie ook de toelichting in de beeldbank, zoals op de plaats van spoor #10.

Er bestaat een eenvoudige en tegelijkertijd doorslaggevende test om het bovenstaande aan te tonen.

Meng het profiel van Louwes met 10% van het profiel van mevrouw Wittenberg. Et voilà, het gevormde profiel komt volledig overeen met spoor #10, zie afbeeldingen 16 en 17.

Een andere eenvoudige test volgens het principe van de blanco-bepaling, waarover je op de middelbare school leert, werd ook achterwege gelaten: gewoon een paar monsters rond spoor #10 nemen en op DNA van Louwes onderzoeken. Dan was je met een paar uurtjes werk klaar geweest.

Kan nog steeds trouwens.

Wat vindt de ACAS ervan dat onderzoek meer dan 7 jaar duurt?

De ACAS (Adviescommissie afgesloten strafzaken) adviseerde in 2014 diverse aspecten van de Deventer moordzaak onderwerp te maken van een herzieningsonderzoek. Zou de commissie toen hebben voorzien dat dit meer dan 7 jaar zou duren?

In een brief van 12 pagina’s verwijst de commissie onder andere naar het onderzoek dat in de website deemzet.nl is gerapporteerd.

Deze website is een bron van gedetailleerde en bijna wetenschappelijk onderbouwde informatie over de Deventer moordzaak en staat inmiddels bijna bekend als de Vraagbaak Deventer Moordzaak.

Zo schrijft de commissie op pagina 8:

In deze passage gaat het over een belangrijk aspect: is het slachtoffer eigenlijk wel op donderdagavond vermoord, wat steeds stilzwijgend en zonder bewijs werd aangenomen? Of is de moord een dag later gepleegd, laat op de vrijdagavond?

Dat is natuurlijk extra belangrijk vanwege de gevolgen voor diverse alibi’s en het spreekt dus bijna vanzelf dat de commissie adviseert dit aspect nader te onderzoeken.

Ik zal hier niet de brief van de ACAS bespreken maar volsta ermee te melden dat de commissie eenzelfde advies uitbrengt over diverse andere aspecten van de Deventer moordzaak.

Wel wil ik in dit verband de aandacht vestigen op iets anders: de ongehoord lange duur van het herzieningsonderzoek door mr. Aben.

Het is om diverse redenen niet fatsoenlijk een dergelijk onderzoek zo lang te laten voortduren terwijl het een overzichtelijke vraagstelling kent. Veel complexere projecten worden in een aanzienlijk kortere tijd voltooid. Het duurt en duurt en niemand weet wanneer het onderzoek zal worden afgerond.

Er is bij velen een gelatenheid opgetreden die schadelijk is voor het vertrouwen van de burger in de rechtspraak.

De vraag is dus meer dan gerechtvaardigd wat de ACAS van deze gang van zaken vindt.

Was zij zich er in 2014, toen zij haar advies uitbracht, van bewust dat dit wel eens een heel lang onderzoek zou kunnen worden, dat het misschien wel eens langer dan zeven jaar zou kunnen duren?

Ik ben ervan overtuigd dat de ACAS deze gang van zaken niet heeft voorzien en zelfs niet heeft kunnen voorzien.

De duur van dit herzieningsonderzoek is enig in haar soort. Vrijwel zeker heeft de commissie een dergelijke lange duur niet eens beseft en heeft, gezien vergelijkbare zaken in het verleden, onbewust gedacht aan een duur van een, misschien in het uiterste geval twee jaar.

Daarom zou het de ACAS sieren zich hierover uit te spreken.

Bijvoorbeeld dat zij afkeurt dat een door haar geadviseerd onderzoek zo lang voortduurt dat het bijna opzet lijkt. Dat zij afkeurt dat haar advies wel in theorie maar feitelijk niet wordt gehonoreerd.

Inderdaad, dat zou de ACAS sieren.

Hoge Raad*

De Hoge Raad behandelt herzieningsverzoeken maar is daarin terughoudend. Het recht heeft op diverse niveaus zijn loop gehad en dat is dan dat. Wanneer een herziening wordt gevraagd, kijkt eerst een advocaat-generaal ernaar.

De advocaat-generaal bij de Hoge Raad dient als een soort buffer tussen de verzoeker van een herziening en de Hoge Raad die zo’n herziening moet beoordelen. Deze procedure voorkomt dat de Hoge Raad a priori kansloze verzoeken in behandeling moet nemen.

Een herzieningsverzoek kan worden gedaan door de veroordeelde; een advocaat-generaal beoordeelt (namens de procureur generaal bij de Hoge Raad) het verzoek en schrijft een conclusie (advies aan de Hoge Raad).

Ook is het mogelijk dat een advocaat-generaal een herzieningsonderzoek doet alvorens een verzoek daartoe wordt gedaan. Dit onderzoek kan bijvoorbeeld worden geadviseerd door de Adviescommissie afgesloten strafzaken (ACAS), maar hij kan zo’n onderzoek ook eigener beweging beginnen.

De Deventer moordzaak heeft een tumultueus verleden. Diverse gerechtshoven, hoger beroepen, cassaties en herzieningen hebben gedurende de afgelopen 22 jaar de revue gepasseerd en dat is zeker niet alledaags.

Op dit moment doet advocaat-generaal mr. Aben (nog steeds) onderzoek in deze slepende zaak.

Op 21 januari 2014 adviseert de ACAS de procureur-generaal bij de Hoge Raad onderdelen van de zaak nog eens nader te bekijken. Bijvoorbeeld over het volgende onderwerp eindigt de commissie haar verzoek:

… een patholoog-anatoom de vraag voor te leggen in hoeverre en hoe nauwkeurig een overlijdenstijdstip kan worden vastgesteld aan de hand van gegevens als lijk-stijfheid en lijkvlekken.

Op 20 maart 2013 had Louwes’ advocaat mr. G.J. Knoops al een dergelijk verzoek ingediend bij de procureur-generaal bij de Hoge Raad.

We zijn nu bijna 8 jaar verder en het land wacht samen met Ernest Louwes op de resultaten van dit onderzoek.

Maar die blijven uit, ook nadat PvdA-kamerlid Attje Kuiken meer dan twee jaar geleden hierover Kamervragen stelde aan minister Grapperhaus. Deze stelde de vragenstelster gerust. Heel binnenkort zou het onderzoek zijn afgerond.

Een half jaar later deed advocaat-generaal iets bijzonders. Hij liet zich over de Deventer Moordzaak interviewen door De Stentor.

Hij gaf toe dat er blunders en missers waren geweest, sprak uit dat hij daarbij geen opzet vermoedde (pfff!) en dat een Amsterdams cold case team zou kijken naar bijvoorbeeld het DNA-bewijs. En dan zou het onderzoek zijn afgerond.

Dit ontzettend trage proces voltrekt zich niet alleen onder de ogen van de geïnteresseerde burger maar ook van de procureur-generaal en de president van de Hoge Raad, niet de eersten de besten.

Dit artikel gaat dus duidelijk niet over de (on)schuld van Louwes of iemand anders. Het gaat over de ongekend trage afhandeling van een juridisch onderzoek.

Nee, iedereen zou zich er ongerust over moeten voelen dat een in feite eenvoudig onderzoek niet in 8 jaar wordt afgerond. Vergelijk dit onderzoek met echt complexe projecten die soms in een paar jaar of nog sneller zijn afgerond.

En dat niemand, zelfs niet de president of de procureur-generaal van de Hoge Raad, zich hierover uitspreken.

* De schrijver van dit artikel is niet juridisch geschoold en dus niet altijd op de hoogte van de precieze termen en procedures.

PMI: Post Mortem Interval

Het is op deze plek al eerder gemeld. De Deventer moordzaak gaat steeds meer over details. Post mortem details sluiten het daderschap van Louwes vrijwel uit.

Livor mortis (lijkvlekken) zijn zulke post mortem details.

In de beeldbank van de Vraagbaak Deventer Moordzaak is het gehele verhaal over livor mortis opgenomen. Hieronder alvast een voorproefje en hoe degelijk onderzoek de zaak kan oplossen.

De alerte onderzoeker van deemzet.nl (inmiddels ook bekend als de Vraagbaak Deventer Moordzaak) was op een paar foto’s iets bijzonders opgevallen. Ze waren gemaakt op de plaats delict onmiddellijk na het vinden van het slachtoffer en tijdens de sectie een dag later.

De lijkvlekken (livor mortis) die op de foto’s zichtbaar waren, pasten niet bij het tijdstip van overlijden van het slachtoffer.

Voordat we de lezer verwijzen naar de betreffende beeldbank en hoofdstukken is het handig te weten wat het bloed van een slachtoffer doet vanaf het tijdstip van overlijden. Hieronder is dat schematisch weergegeven.

Vanaf het tijdstip van overlijden (tijdstip 0) zakt de livor mortis (de paarse verkleuring) naar het laagste punt.

Wanneer het slachtoffer binnen 6 uur na overlijden wordt omgedraaid, dus met de neus naar boven, zakt de livor mortis nog steeds naar het laagste punt (A).

Wanneer het slachtoffer pas tussen 6 en 12 uur na overlijden vanaf de beginpositie wordt gedraaid, zal niet langer alle livor mortis naar het laagste punt zakken (B).

Wanneer het slachtoffer pas na 12 uur of langer wordt gedraaid zakt de livor mortis niet meer naar het laagste punt (C) en blijft het op zijn plaats.

De ontstane patronen van de livor mortis verraden dus het eventuele verplaatsen van het stoffelijk overschot.

Een voorbeeld. Wanneer een slachtoffer wordt aangetroffen in toestand C is het zeker dat hij langer dan 12 uur na overlijden in deze positie is geplaatst.

Zou hij na overlijden niet meer zijn aangeraakt, dan zou de livor mortis niet bovenin maar onderin het lichaam zijn aangetroffen.

Lees de conclusies die hieruit worden getrokken.

Een tweede verschijnsel is ook belangrijk.

Wanneer druk op het lichaam van het slachtoffer wordt uitgeoefend (bijvoorbeeld door een hand in de bovenstaande figuur), kan de livor mortis worden weggedrukt en blijft de afdruk van de hand enige tijd zichtbaar, zoals op de tweede foto.

Maar dat blijft niet zo. Het wegdrukken van de livor mortis blijft ongeveer iets langer dan een etmaal na overlijden mogelijk.

Wanneer de livor mortis niet meer wegdrukbaar is, was het tijdstip van overlijden bijvoorbeeld 36 uur eerder.

De sectiearts nam nog enige wegdrukbaarheid waar:

De patholoog-anatoom onderzocht de wegdrukbaarheid van livor mortis op de rug van het slachtoffer op zondagmiddag en meldt een onvolledige wegdrukbaarheid.

wat zou inhouden dat het slachtoffer niet eerder dan bijvoorbeeld 36 uur voor de sectie is overleden.

De sectie vond plaats op zondagmiddag om 13 uur, dus zou het tijdstip van overlijden ergens in de nacht van vrijdag op zaterdag moeten hebben gelegen.

Met deze achtergrondinformatie zijn de conclusies die uit de post mortem waarnemingen kunnen worden getrokken, iets eenvoudiger te volgen.

Vooral lezen want de conclusies zijn ook nog spannend.

Processen verbaal uit 2014

In de juridische wereld is een proces verbaal niet zo maar een stuk tekst. Het weegt zwaar in strafzaken. In de Deventer moordzaak zijn vele processen verbaal opgemaakt.

Twee ervan zijn van recente datum (nou ja, recent), namelijk opgemaakt in maart 2014.

Beide processen verbaal zijn opgemaakt door een inspecteur van de Nationale Recherche:

Waarvan door mij op ambtsbelofte opgemaakt dit proces-verbaal, ….

Het eerste proces verbaal betreft de verslaglegging van een aantal expert meetings van vijf forensische experts en is opgemaakt op 12 maart 2014 en is al eerder besproken.

Het tweede proces verbaal is opgesteld op 17 maart 2014 en gaat over het GSM-verkeer tijdens de atmosferische omstandigheden rond 20:36 uur in de buurt van Deventer. Een zinsnede uit dit proces verbaal vat de kwestie van Het Telefoontje bondig samen:

Een geraadpleegde deskundige van TNO noemt contact tussen basisstation 14501 en een specifiek wegdeel op de A28 congruent met de verklaring van Louwes bij omstandigheden van bijzondere propagatie aannemelijk, en zonder die omstandigheden voorstelbaar.

Deze passage zegt dat het verweer van Louwes dat hij van meet af aan heeft aangevoerd ‘voorstelbaar’ is.

Dat hij dus niet gelogen zou kunnen hebben.

Dat hij dus wel vanaf de A28 gebeld zou kunnen hebben.

Dat hij dus wel een alibi zou kunnen hebben.

Dat is nogal wat.

Beide processen verbaal zijn onder ambtsbelofte opgemaakt en maken een veroordeling van Louwes verre van overtuigend, om het zwak uit te drukken.

Geen officieel tijdstip van overlijden

Een schouwarts moet de dood vaststellen, metingen aan het lichaam doen en een mogelijke doodsoorzaak vaststellen. Ook bij de moord op mevrouw Wittenberg moest dat zo.

Als de schouwarts de temperatuur van het lichaam had kunnen meten, was veel juridische ellende voorkomen.

In het Tactisch Journaal (mutatie 035 op 27 september 1999) wordt gerapporteerd dat alles naar wens is verlopen. Het verslag [van de lijkschouwer, red.] is ontvangen en in de map SLO gevoegd.

In het proces verbaal dat op 12 maart 2014 door de Nationale Recherche is opgemaakt naar aanleiding van een expert meeting van forensisch deskundigen verklaart de betreffende schouwarts dat hij geen meting had mogen doen en dus ook geen rapportage heeft opgesteld, zie de onderstaande passages uit het Tactisch Journaal en het proces verbaal.

De forensisch deskundigen wilden vanzelfsprekend het officieel vastgestelde tijdstip van overlijden weten, maar de schouwarts kon hun dat dus niet vertellen.

Op grond van hun eigen waarnemingen aan de foto’s van het lichaam van het slachtoffer stelden zij zelf vast dat de moord ca. 24 uur later is gepleegd dan eerder gedacht en dat het slachtoffer tussen 6 en 24 uur na overlijden nog is verplaatst.

Deze conclusies pleiten Louwes vrij.

Na mediahype Deventer Mediazaak weer terug naar de feiten

Na de mediahype over de Deventer Mediazaak moeten we niet vergeten dat de Deventer Moordzaak nog steeds in onderzoek is door mr. Aben.

Op de feiten in de Deventer moordzaak komen we in de volgende blogs weer gewoon terug.

Nu wat algemene opmerkingen over de Deventer Mediazaak.

Eigenlijk gaat de Deventer Mediazaak helemaal niet over de Deventer Moordzaak.

De Deventer Mediazaak is – al dan niet terecht – een kruistocht tegen Maurice de Hond en bevat vele, vele feel good passages over en met Michael de Jong.

In de huidige maatschappelijke context moet je wel gelijk een disclaimer toevoegen en dat doen we dan ook maar.

De betrokkenheid van deze website heeft te maken met de overtuiging dat Ernest Louwes op basis van het dossier niet veroordeeld had mogen worden.

Of hij nu de dader is of niet.

En daarom wordt in deze blog en tweets van hem dan ook niet gezegd dat hij de dader niet is.

Maar hoe anders gaat het er in de Deventer Mediazaak aan toe?

In alle afleveringen wordt Michael de Jong gepresenteerd als iemand die onschuldig is. Daar hebben de makers waarschijnlijk gelijk in, maar zeker weten doen ze dat niet.

Waarom dan toch doen alsof ze dat wel zeker weten?

De hele podcast ademt de sfeer: omdat we weten dat Michael de Jong niet de dader is, weten we dat Ernest Louwes wel de dader is (wat iets anders is dan veroordeeld zijn).

Hetzelfde type redenering dat Maurice de Hond wordt verweten. Dat vindt niet alleen de redactie maar ook twee rechtsfilosofen van Tilburg University.

Het beluisteren van zesdelige podcast was een hele zit. Zeker wanneer je van alle feitelijke details op de hoogte bent.

Maar Annegriet Wietsma was ook niet echt op zoek naar feitelijke details en die hebben we dan ook nauwelijks gehoord.

Veel meningen en suggesties en weinig feiten.

PV uit 2014 van Nationale Recherche pleit Louwes vrij

Op 12 maart 2014 maakte een inspecteur van de Dienst Nationale Recherche een proces verbaal op naar aanleiding van twee expert meetings van forensisch artsen.

Het gezelschap bestond uit vijf forensische deskundigen en een chemicus. Zij kwamen op 11 december 2013 en 18 februari 2014 bijeen vanwege een rapport van de chemicus. Deze had daarin een aantal post mortale verschijnselen beschreven die niet overeenstemden met het tijdstip van overlijden van mevrouw Wittenberg.

Hieronder worden een paar passages uit dit proces verbaal getoond die vrijwel zeker aantonen dat de moord niet op donderdagavond 23 september 1998 tussen 20:37 en 21:00 kon zijn gepleegd.

En waarmee Louwes wordt vrijgepleit.

Het volledige proces verbaal kan hier ook integraal worden gelezen.

De inhoud is ronduit schokkend te noemen.

Laten we eerst even kijken naar de vertroebeling van de cornea (hoornvlies) van het slachtoffer. Er is nog enige twijfel in de conclusie te bespeuren, maar die twijfel op zichzelf is al schokkend.

In de volgende passsage wordt onomwonden vastgesteld dat de wegdrukbaarheid van de lijkvlekken niet verenigbaar is met een overlijden op 23-9. Maar als deze datum niet mogelijk is, dan kan Louwes ook niet de dader zijn geweest.

De livor mortis patronen (lijkvlekken) zijn even overtuigend. Het lichaam is minstens 6 uur na overlijden verplaatst. Ook deze constatering pleit Louwes vrij want die heeft voor die periode een alibi.

In hetzelfde proces verbaal wordt ook een verklaring opgenomen van de schouwarts die geen onderzoek mocht uitvoeren. Hierdoor kon hij onder meer het tijdstip van overlijden niet vaststellen, met veel ellende tot gevolg.

De conclusies en overwegingen van het proces verbaal vatten de inhoud nog eens samen:

Wie deze passages leest, vraagt zich in gemoede af waarmee mr. Aben zich de afgelopen 7 jaar in het herzieningsverzoek heeft beziggehouden.

Zijn conclusie zou toen toch al moeten zijn geweest dat een herziening van de zaak onontkoombaar is?

En dan hebben we het nog niet eens over Het Telefoontje en het DNA-onderzoek.

‘In het pak genaaid’

Toen Louwes door Hof Arnhem voor het eerst tot 12 jaar cel werd veroordeeld was menigeen verbaasd. In het e-book In het pak genaaid staat waarom die verbazing zo terecht was.

Eerst even een korte terugblik.

De artikelen in HP/De Tijd van Stan de Jong hadden al in 2002 voor de nodige onrust gezorgd en dat was alleen maar erger geworden na de publicatie van zijn boek in 2003.

En niet alleen de burger had flinke twijfels, de drie rechters van de rechtbank Zwolle hadden hem al eerder vrijgesproken. Zo erg overtuigend was het bewijsmateriaal dus ook weer niet.

Sindsdien hebben velen het rommelige dossier onder de loep genomen, met vaak schokkende resultaten. Dat begon al met Maurice de Hond met in zijn kielzog een hele rij vrijwillige deskundigen op allerlei terreinen: politiemensen, forensische deskundigen, etc.

Het resultaat was onder meer de website geenonschuldigenvast.nl. Wanneer je deze doorleest, slaat de schrik je om het hart: dat had ook mij kunnen gebeuren.

En je denkt onwillekeurig aan die andere zaken: Lucia B., de Schiedammer Parkmoord, de Puttense moordzaak, Ina Post.

Daar bleef het echter niet bij. Het werd maar niet rustig rond de Deventer Moordzaak. Diverse cassatieverzoeken volgden met wisselende resultaten.

Inmiddels had ook de website deemzet.nl zich op het toneel gemeld.

Een website die zich onderscheidt door gedegen wetenschappelijk onderzoek op uiteenlopende terreinen: forensisch onderzoek, mobiele netwerken, DNA.

Een verademing vergeleken met het onderzoek van politie en OM.

Zo toonde de auteur aan, door diep in de protocollen van mobiele netwerken te duiken (niet zijn expertise) en deze te koppelen aan diverse atmosferische verschijnselen, dat een mobiele telefoon vanaf de A28 wel degelijk een zendmast in Deventer kan bereiken.

Zijn resultaten werden later door TNO bevestigd.

Tot die tijd werd dit door deskundigen steeds voor onmogelijk gehouden.

Alle resultaten van zijn onderzoek, met referenties en al, zijn op de website te lezen.

Op dezelfde grondige wijze dook hij in de complexe materie van DNA, een gebied dat dichter bij zijn expertise ligt.

En ook hier zijn de resultaten ronduit schokkend. Knoeiwerk van het NFI, weggeraakt materiaal, enzovoort.

Als je dit alles leest is het gênant dat mr. Aben – de advocaat-generaal bij de Hoge Raad die al bijna 7 jaar een herzieningsonderzoek leidt – het toch nog nodig achtte in 2020 een speciaal Cold Case team uit Amsterdam naar het DNA-bewijsmateriaal te laten kijken.

Hij zou ook eens een blik hebben kunnen werpen op deemzet.nl en had dit trouwens ook veel eerder kunnen doen, want zijn onderzoek loopt al bijna 7 jaar, sedert 2014.

Voor veel mensen zijn de onderzoeksresultaten van deemzet.nl minder toegankelijk. De materie is vaak ingewikkeld en specialistisch.

Daarom heeft de auteur in zijn boek In het pak genaaid alle onderzoeksonderwerpen begrijpelijk opgeschreven zonder daarbij de nauwkeurigheid geweld aan te doen.

Een goed leesbaar, begrijpelijk en bijna spannend boek.

Aan te bevelen.

Lees het en vraag je af: Kan flinterdun bewijs nog dunner?

Minister Ferd Grapperhaus

Attje Kuiken stelt op 27 maart 2019 over de Deventer Moordzaak Kamervragen aan de minister: schiet het nog een beetje op? De minister antwoordt op 14 mei 2019.

Mevrouw Kuiken stelde deze vragen niet zo maar.

Mr. Aben doet al sinds juli 2014 herzieningsonderzoek en dan wil je na (toen) zes jaar toch wel eens weten hoe het ervoor staat. Veel burgers van Nederland vinden dat het veel en veel te langzaam gaat.

Na een lange inleiding meldt de minister dat onderzoek is gedaan naar 1. het tijdstip van overlijden, 2. de telefoonverbinding tussen de A28 en 3. DNA-sporen op de blouse van het slachtoffer.

De brief vervolgt dat 1. en 2. enkele jaren geleden zijn afgesloten en dat 3. nog de nodige tijd vergt:

Op dit moment wordt in overleg met de verdediging nog nagegaan of en zo ja welk onderzoek nodig is voor een betere duiding van de resultaten van het onder (3) genoemde DNA-onderzoek.

Vervolgens geeft de minister nog antwoord op een paar vragen over nieuw ontlastend onderzoek waarover de Volkskrant berichtte.

Ondertussen zijn we al weer bijna twee jaar verder en nog steeds is het herzieningsonderzoek niet afgerond.

Weet de minister dat wel en baart dat hem geen zorgen? Vindt hij niet dat het erop lijkt dat het onderzoek opzettelijk wordt getraineerd?

Ook de (nieuwe) president mr. Dineke de Groot van de Hoge Raad zou zich toch ongerust moeten voelen over dit langste herzieningsonderzoek (zie het jaarverslag 2018 van de Hoge Raad)?

Nederlands Juristenblad 2008

Ook in het NJB van 18 juni 2008 werd aandacht besteed aan de Deventer Moordzaak. In een artikel heeft Hieke Snijders-Borst ernstige twijfels over het daderschap van Louwes.

Zoals kan worden verwacht van een gepensioneerd inspecteur vennootschapsbelasting formuleert ze haar opvatting zorgvuldig en nauwkeurig.

In haar artikel legt ze de vinger regelmatig op de vele zere plekken.

Let op: dit artikel is zes jaar eerder verschenen dan het herzieningsonderzoek (2014) dat sedertdien door mr. Aben wordt gedaan.

Over het type verdachte.

Mr. Ernest Louwes was de meest onaannemelijke verdachte die men zich kan voorstellen: een harde werker, zeer toegewijd aan zijn gezin, weinig fantasierijk en op 46-jarige leeftijd nog nimmer van enig kwaad beticht.

Over het type misdrijf.

De moord zelf en het verslepen van het slachtoffer tot vóór het schilderij van haar man, waar zij zevenmaal in de borst is gestoken, wezen op bepaalde emoties die bij Louwes ontbraken. 

Over het type moordwapen

Dit mes was 1,5 km van de woning van mevrouw in een portiek gevonden. Het lemmet was te breed, te dik, te lang en te recht om te kloppen met de steekwonden in mevrouw. Bij later onderzoek werd noch van mevrouw noch van Louwes lichaamsmateriaal op het mes aangetroffen.

Over het handelen van de Technische Recherche.

Eerst nu is vast komen te staan dat kort na de ontdekking van de moord de Technische Recherche één van de belangrijkste voorschriften heeft veronachtzaamd: de stukjes plakfolie om van huid en kleding van het slachtoffer slecht zichtbaar bewijsmateriaal te verzamelen – bijvoorbeeld haren van de dader – zijn diverse malen op het voorpand van de blouse hergebruikt. 

Over de aard en hoeveelheid bewijs.

De wetenschappelijke basis voor het toch al schamele en wankele beetje bewijs tegen Louwes is daarmee geheel vervallen. Het is te hopen dat een gezwinde afhandeling van een derde herzieningsverzoek van hem nu snel een einde maakt aan deze beschamende zaak.

Daarmee zijn de beginselen geschonden van artikel 6 EVRM (…), in het bijzonder van het ‘audi et alteram partem’ en van de ’sub iudice’-regel.

Over het proces Hof Den Bosch.

… Deze schendingen klemmen temeer, wanneer men zich rekenschap geeft dat ook de behandeling indertijd in Den Bosch niet vlekkeloos is verlopen. De verdediging is opvallend weinig tijd gegund om zich te weren (…) heeft het Hof op 9 februari 2004 arrest gewezen: op de veertiende dag dus na de zitting …

Over de Hoge Raad.

… de Hoge Raad gelast een onderzoek en benoemt daartoe een raadsheer-commissaris uit zijn midden (art. 465 Sv), waarna dat onderzoek buiten aanwezigheid van pers en publiek plaatsvindt (art. 466 Sv). Zodoende zijn bij het verzoek van Louwes gegevens uit een geheim gehouden onderzoeksrapport in het geheim onderzocht en zijn nieuwe getuigen ondervraagd op een niet-openbare zitting.

Over de geheimhouding.

… De geheimhouding van de rapporten van het OM van het ‘oriënterend vooronderzoek’ is gemotiveerd met de noodzaak de privacy van derden te beschermen. Maar de feiten en de namen van die derden zijn in een handomdraai te verwijderen zonder tekort te doen aan de inhoud. Het lijkt dan ook evident dat de geheimhouding slechts dient om de incompetentie en andere tekortkomingen van vele betrokkenen en – vooral! – de werkelijke feiten voor het oog van pers en publiek verborgen te houden …

Over de grondbeginselen van de rechtsstaat.

Wie nodeloos een strafrechtelijk onderzoeksrapport geheimhoudt heeft niet alleen een krachtig bewijs geleverd voor de incompetentie van zichzelf en/of van sommige collega’s en/of ondergeschikten, maar ook de grondbeginselen van de rechtsstaat geweld aangedaan.

Dit alles moet de Hoge Raad niet zijn ontgaan?

Dineke de Groot president Hoge Raad

Het streven naar vernieuwing in de rechtspraak is een constante in de carrière van Dineke de Groot, die wil ‘bouwen aan het vertrouwen’ (Volkskrant, 20/11/2020). 

Mevrouw de Groot is benoemd tot president van de Hoge Raad en geeft daarmee leiding aan het hoogste rechtscollege in Nederland.

Vooral dat ‘bouwen aan het vertrouwen’ zal de burger aanspreken – onder andere met het oog op de toeslagenaffaire -, en hij zal daarom hopen dat ze in haar missie slaagt.

Er is ook een andere kwestie die het vertrouwen van de burger danig op de proef stelt: de Deventer Moordzaak.

Het gaat er in dit geval niet om of Louwes nu wel of niet terecht is veroordeeld.

Nee, het is de duur van het herzieningsonderzoek onder leiding van de advocaat-generaal bij de Hoge Raad mr. Aben die allerwegen tot irritatie leidt.

Ook de nieuwe president moet er toch van opkijken dat dit onderzoek inmiddels buitensporig lang duurt: meer dan 6 jaar.

Misschien is de president van de Hoge Raad niet in de positie om mr. Aben hierover te kapittelen. Daarvoor ontbreekt wellicht een wettelijke basis.

Maar wat zij, als hoogste rechter, zeker kan doen is haar ongenoegen laten blijken over de ongehoord lange duur van het onderzoek.

Die duur doet het vertrouwen in de rechtspraak geen goed.

Ongeacht de conclusie van het onderzoek.

Mr. Aben: hoe moet dat verder na herziening?

Het kan haast niet anders dan dat mr. Aben met een herzieningsverzoek komt. En, gezien de vele ontwikkelingen, dat dit uiteindelijk leidt tot vrijspraak.

Gezien het tempo tot dusver kan het verzoek nog wel even duren. Maar toch, de kans is inmiddels groot dat het die kant opgaat.

En dus vragen mr. Aben, en met hem het OM, zich af hoe het dan verder moet. Wat de consequenties zullen zijn.

Want in dat geval zitten politie en OM plotseling opgescheept met een cold case.

En dat ruim 22 jaar na de moord die helemaal van binnen en buiten is onderzocht.

Het is moeilijk denkbaar dat het OM in deze geruchtmakende zaak alleen maar zou concluderen: jammer, toch leuk voor Louwes!

En vervolgens zou overgaan tot de orde van de dag.

Want als Louwes niet meer als dader wordt gezien, wie is dan wel de dader? Ga er maar aanstaan, na zo’n lange tijd.

Het OM kan dan eigenlijk alleen maar afgaan op dossiers: processen verbaal, laboratoriumverslagen, rapporten.

Maar dat is niet meer voldoende want de zaken liggen nu wel anders dan in 1999.

Bijvoorbeeld. Het is heel goed mogelijk dat er definitief vanuit wordt gegaan dat de moord niet op donderdag 23 september 1999 is gepleegd maar ruim 24 uur later.

Hoe zit het dan met de alibi’s?

Wie zou het een ondervraagde nu kwalijk nemen wanneer die op de vraag:
“Meneer, mevrouw, waar was u vrijdagavond 24 september 1999 na 21 uur?”
zou antwoorden:
“Geen idee joh, dat is bijna 22 jaar geleden!”

En dan moeten getuigen nog wel leven, want veel van de betrokkenen van toen zijn inmiddels al ruim de 70 gepasseerd.

Het is een groot probleem, maar daar heeft mr. Aben dan geen last meer van.

Wettig en overtuigend bewijs

Na meer dan 6 jaar herzieningsonderzoek is het tijd de balans op te maken. Telefoontje, tijdstip overlijden en DNA. Bijna drie keer wordt Louwes vrijgepleit.

Laten we de drie onderzoeksonderwerpen nog even langslopen.

1. Het tijdstip van overlijden

Al in 2014 kwamen de meeste experts in een forensisch team onder meer tot de volgende conclusie:

Er zijn – naar het oordeel van de meeste artsen- aanwijzingen gevonden dat het lichaam van het
slachtoffer een substantieel aantal uur (grofweg 6-24 uur) na de moord is verplaatst.

Dit oordeel pleit Louwes om diverse redenen vrij.

2. Het telefoontje

TNO kwam in 2017 tot de conclusie dat Louwes wel vanaf de A28 ter hoogte van Nunspeet een zendmast in Deventer heeft kunnen bereiken.

Hij zou mevrouw Wittenberg dus wel vanaf de A28 gebeld kunnen hebben zoals hij vanaf het begin heeft verklaard. En hoefde daarvoor niet in Deventer te zijn, zoals het OM steeds stelde.

De aanname van het OM dat hij in Deventer geweest moet zijn, stond daarmee op losse schroeven.

Het alibi van Louwes was dus wel degelijk mogelijk.

3. DNA-onderzoek

Hierover bestaat tussen deskundigen verschil van mening maar het bewijs dat tot de veroordeling leidde, blijkt minder degelijk te zijn.

Eerst werd zonder meer aangenomen dat een vlekje op de kraag van mevrouw Wittenberg duidelijk op het daderschap van Louwes wees.

Maar deze aanname wordt op de website deemzet.nl op wetenschappelijke wijze bestreden. De auteur brengt veel fouten aan het licht die de politie en het NFI tijdens het onderzoek hebben gemaakt.

Niet alleen de behandeling van de blouse (contaminatie) maar ook vaktechnische, inhoudelijke fouten worden in detail aangetoond.

Fouten met desastreuze gevolgen.

Er bestaat dus op zijn minst grote twijfel over het DNA-onderzoek, zelfs bij mr. Aben, de advocaat-generaal bij de Hoge Raad die het herzieningsonderzoek leidt.

Die heeft daarom medio 2019 een Cold Case team gevraagd nog eens naar de gegevens te kijken.

4. Wettig en overtuigend bewijs?

Twee van de drie onderzoeken pleiten Louwes geheel of grotendeels vrij, en over de resultaten van een derde onderzoek bestaat een groot verschil van mening tussen de deskundigen.

De twijfel over het DNA-bewijs is zo groot dat er – ook nu nog – onderzoek naar wordt gedaan.

Kan dan nog wel worden gesproken van overtuigend bewijs?

Is het onderhand geen tijd dat mr. Aben de knoop doorhakt en de Hoge Raad herziening van de Deventer Moordzaak adviseert?

Volkskrant volgt Deventer moordzaak op de voet

Wie bij de Volkskrant een zoekopdracht naar Ernest Louwes doet, wordt getrakteerd op niet minder dan 232 resultaten.

En het gaat niet om kleinigheden. Laten we de twee meest recente berichten nemen.

Op 14 april 2017 ging de krant in op het beruchte telefoontje dat volgens het OM niet vanaf de A28 kon zijn gevoerd.

Onder de kop Dit ging er allemaal mis in de Deventer Moordzaak volgde een artikel dat een geheel nieuwe wending aan de zaak gaf:

Het onderzoeksinstituut TNO concludeert nu dat het alibi van de veroordeelde, Ernest Louwes, kan kloppen.

Hoe zat het ook al weer?

Louwes had vanaf het begin volgehouden dat hij een kort mobiel gesprek met mevrouw Wittenberg had gevoerd vanuit zijn auto op de A28 in de buurt van Nunspeet.

Hij was niet in Deventer. Dat was zijn alibi.

Onmogelijk, volgens het OM. De zendmast in Deventer was door Louwes’ mobiele telefoon aangestraald.

Dus hij moest op dat moment in Deventer zijn geweest. Het OM noemde hem vervolgens leugenachtig en wees hem als de dader aan.

Maar het kon dus wel, zo stelde TNO nu dus vast.

Het volgende bericht stond in de krant van 27 maart 2019: Nieuw ontlastend bewijs in de Deventer moordzaak.

Het ging onder meer in op een proces verbaal dat in 2014 was opgemaakt van twee vergaderingen van forensische experts.

Hun conclusie luidde dat aanwijzingen aan het slachtoffer erop wezen dat het tussen de 6 en 24 uur na het tijdstip van overlijden moest zijn verplaatst. In dat geval was het uitgesloten dat Louwes de dader was geweest.

Op twee cruciale onderdelen werd Louwes vrijgepleit en in een derde onderzoek (DNA) verschilden experts zo van mening dat al sinds medio 2019 een Cold Case team nog eens naar de gegevens kijkt.

Wat moet er nog meer gebeuren om een herzieningsverzoek te honoreren?

Vragen aan de minister in voorjaar 2019

Op 27 maart 2019 stelde Kamerlid Attje Kuiken vragen over de Deventer Moordzaak naar aanleiding van een artikel in De Volkskrant: Nieuw ontlastend bewijs in Deventer moordzaak.

Maar lees eerst even het hilarische debat in de Tweede Kamer tussen een paar Kamerleden en de Minister van Onderwijs in het boek Pieter Bas van Godfried Bomans en zoek de overeenkomsten (kluitje in het riet).

En dan de vragen en antwoorden over de Deventer Moordzaak.

Er waren twee belangrijke vragen (zie de pdf-file):

  1. Kent de minister van Justitie en Veiligheid dit bericht, en
  2. Wat is de stand van zaken van het herzieningsonderzoek van de Hoge Raad in de zogenoemde Deventer moordzaak?

Op 16 mei 2019 komt het antwoord van de minister. Natuurlijk kende hij het bericht, was zijn antwoord op de eerste vraag.

Over de tweede vraag deed hij aanmerkelijk langer en dat is vaak geen goed teken. Er was sprake van drie onderzoeken.

Een onderzoek naar het tijdstip van overlijden (forensisch-pathologisch onderzoek) is enkele jaren geleden afgerond, zo meldde hij.

Dat is ook het geval met het tweede (forensisch-technisch) onderzoek naar het beruchte telefoontje. Kon Louwes op die avond met zijn mobiele telefoon vanaf de A28 een zendmast in Deventer bereiken?

Dus ook afgerond, volgens de minister.

Dan resteert er nog een laatste onderzoek naar DNA-aspecten en dat is in beginsel afgerond.

In beginsel afgerond.

Let wel, dit antwoord wordt gegeven in mei 2019, bijna twee jaar geleden. En nog is het onderzoek in beginsel niet afgerond.

Is de vragenstelster nu, ruim anderhalf jaar later, tevredengesteld?

Cold Case team

Pas na 6 jaar heeft mr. Aben in het kader van het onderzoek in de Deventer Moordzaak een Cold Case team de opdracht gegeven ook nog eens naar het DNA-onderzoek te kijken.

Wie de website deemzet.nl leest, begrijpt niet dat er nog veel moet worden onderzocht. De auteur heeft van drie onderdelen veel werk gemaakt: mobiele telefonie, tijdstip van overlijden en DNA.

Over het onderwerp mobiele telefonie (in verband met het telefoontje vanaf de A28) komen we later nog te spreken.

In deze bijdrage zullen we het hebben over het DNA-onderzoek. Niet over het onderzoek zelf, want voor leken is dit (te) zware kost.

Wie hierover toch het naadje uit de kous wil weten moet vooral de website er op nalezen. Ook kan het boek van Ton Derksen worden gebruikt. Die gaat er wat minder diep op in en dat boek is iets gemakkelijker te verteren.

De auteur van de website heeft zich er niet met een Jantje van Leiden vanaf gemaakt. In een serie hoofdstukken geeft hij een gedetailleerd inzicht in de chemische aspecten van DNA en waarom DNA een zo belangrijk hulpmiddel is.

DNA

En natuurlijk heeft hij het ook uitgebreid over het DNA dat op de blouse is aangetroffen. Was het afkomstig van Louwes of van het slachtoffer, of van beide tegelijk (mengsporen)? Waren het sporen die in het alledaagse, vreedzame leven voorkomen (spreken met consumptie, licht aanraken) of geweldssporen?

Allemaal zaken die uitgebreid aan bod komen.

Een belangrijk aspect is het begrip contaminatie. Sporen die aanvankelijk niet op bepaalde plaatsen op de blouse voorkwamen, bleken daar later toch door een onoordeelkundige of slordige behandeling (bijvoorbeeld opvouwen) te worden aangetroffen en dat bemoeilijkt hun betekenis vast te stellen.

Cold case team

Waarom dit alles hier te berde wordt gebracht is omdat dit onderwerp ook tijdens het interview van De Stentor met mr. Aben ter sprake komt.

Mr. Aben had tijdens zijn onderzoek al eens een second opinion laten uitvoeren. Advocaat Mr. Knoops had bezwaar aangetekend tegen de wijze waarop dit was gedaan. Het OM zou de onderzoeker teveel hebben gestuurd en te weinig aanvullende informatie hebben gegeven.

Hierop zegt mr. Aben:

Daar ben ik het niet mee eens en ik heb ook besloten niet nog eens nieuw dna-onderzoek te laten doen. Daardoor belandde ik met Knoops in een impasse. Als compromis hebben we toen dat coldcaseteam gevraagd nog eens alles wat afstandelijker te bekijken en te beoordelen of we toch nog iets gemist hebben.

Wanneer mr. Aben er met zijn onderzoek echt op uit is de onderste steen boven te krijgen, zou hij niet alleen een Cold case team moeten vragen ‘er nog eens naar te kijken’, maar zou hij het tevens de opdracht moeten geven in contact te treden met de auteur van de website.

En niet alleen om ‘er nog eens naar [te] kijken’.

Maar uit het interview kan die instelling niet worden opgemaakt. Eerder lijkt het zijn bedoeling de zaak te laten doodbloeden.

Kan kortgedingrechter mr. Aben dwingen?

Mr. Aben geeft nu al bijna 8 jaar leiding aan een onderzoek in de Deventer Moordzaak. Bestaat er geen wettelijke termijn voor zo’n onderzoek?

Uit een brief van 4 juli 2014 blijkt dat mr. Aben geheel zelfstandig heeft besloten het onderzoek te doen. Weliswaar adviseerde de ACAS (Adviescommissie afgesloten strafzaken) daartoe en ook mr. Knoops had daarom gevraagd, maar Aben heeft daartoe zelfstandig besloten.

En dat is het dan.

De buitenwereld verneemt jarenlang niets over de voortgang van het onderzoek. En dat is een voedingsbodem voor geruchten. Een expert team zou zich gebogen hebben over het tijdstip van overlijden (op vrijdagavond in plaats van donderdagavond), maar de uitkomst van dat overleg is via de Volkskrant bekend geraakt.

Ook zou de KPN-deskundige die het onmogelijk achtte dat een mobiele telefoon vanaf de A28 een zendmast in Deventer zou kunnen bereiken, na vele jaren zijn ongelijk hebben erkend.

En dan, na zes jaar, in september 2020, verschijnt een interview met mr. Aben in De Stentor. Hij bevestigt dat hij een Amsterdams Cold Case team opdracht heeft gegeven nog eens naar het DNA bewijs te kijken.

Misschien is er wat over het hoofd gezien? Maar hij verwacht er niet veel van, zo lijkt de lezer uit zijn woorden te kunnen opmaken.

Daarna is het weer bijna 2 jaar stil.

Hoe lang kan mr. Aben dit volhouden? Kennelijk bestaat er geen wettelijk voorgeschreven termijn voor een herzieningsonderzoek.

Maar een redelijke termijn ligt vanzelfsprekend wel voor de hand en 8 jaar is daarvan een buitensporige overschrijding. Is er in zo’n geval wellicht sprake van onzorgvuldig handelen van de staat, zo vraagt de juridische leek zich af?

Louwes zou, als hij dat wil, een kortgedingrechter kunnen vragen zich hierover uit te spreken. Of een termijn van 8 jaar in zijn/haar ogen nog redelijk mag worden genoemd.

Een uitspraak die niet op de zaak zelf ingaat, maar die mr. Aben aanspoort alsnog vaart te zetten met zijn onderzoek en zeer spoedig verslag te doen van het resultaat.

Donderdag of vrijdag: een wereld van verschil

Rechters en raadsheren hebben steeds aangenomen dat de moord in de Deventer Moordzaak op donderdagavond is gepleegd maar dat was slechts een aanname.

Donderdag | Zomerspelen Delden

of:

Programma vrijdag - Carnaval Mill | Aldendrielpark

Ze konden ook niet anders want er was geen schouwrapport. Een nauwkeurig tijdstip kon dus niet worden vastgesteld. Dit had elke rechter moeten alarmeren.

Er zijn inmiddels sterke aanwijzingen dat de moord niet op donderdagavond maar op vrijdagavond heeft plaatsgevonden. Vooral op de website www.deemzet.nl worden hiervoor veel steekhoudende argumenten aangedragen.

Het verschil is slechts 24 uur maar het heeft grote consequenties. Dat Louwes de dader zou zijn geweest op donderdag was al hoogst twijfelachtig, maar een moord op vrijdagavond zou hem gewoon vrijpleiten.

Dat vindt ook advocaat-generaal mr. Aben, maar in een interview met De Stentor houdt hij nog een slag om de arm.

Er zijn dus geen medische gegevens om dat [donderdag of vrijdag] definitief vast te stellen. Alleen tactische informatie, zoals een volle brievenbus met post van vrijdag en afspraken die de weduwe op vrijdag niet nakwam. Ik kan nog niks zeggen over de bevindingen van de huidige onderzoekers. Maar als zou blijken dat ze pas op vrijdag is overleden, is er op dit punt een probleem met de bewijsvoering.

Er kan over de vele medisch-forensische gegevens die onder andere op de website www.deemzet.nl worden aangedragen worden gediscussieerd maar het zijn wel degelijk argumenten die wijzen op een tijdstip van overlijden op vrijdagavond.

Mr. Aben hoeft dus zeker niet alleen af te gaan op tactische informatie. Hij heeft ook de medisch-forensische argumenten van de forensische deskundigen ter beschikking maar daarover kan mr. Aben helaas ‘nog niks zeggen’, nog steeds niet.

Wel merkt hij zuinigjes op dat er met ‘vrijdag’ ‘een probleem met de bewijsvoering is’.

Hij kan het kennelijk niet opbrengen om een steviger uitspraak te doen.

Mr. Aben over het beruchte telefoontje

Louwes werd verdacht toen bleek dat hij op donderdagavond 23 september 1999 om 20:37 uur een mobiel gesprek van 16 seconden met mevrouw Wittenberg had gevoerd.

Dit bracht Louwes in de problemen, omdat KPN meldde dat zijn mobieltje een telefoonmast in Deventer had aangestraald. Hij moest dus in of in de omgeving van Deventer zijn geweest.

Volgens het OM.

Louwes ontkende dit en heeft vanaf het eerste begin verklaard dat hij het gesprek had gevoerd toen hij in een file op de A28 stond, tussen Harderwijk en ’t Harde.

Dat was onmogelijk, volgens de experts van KPN.

Maurice de Hond en vooral de website deemzet.nl hebben aangetoond dat onder bepaalde atmosferische omstandigheden het gesprek wel degelijk vanaf de A28 kon zijn gevoerd en dat die omstandigheden zich op het moment van het gesprek hadden voorgedaan.

Twee tegengestelde standpunten dus die van doorslaggevend belang zijn voor de schuldvraag: volgens de lezing van het OM kon het niet anders dan dat Louwes de moord had gepleegd, maar volgens de lezing van Louwes zou hij de moord niet hebben kunnen plegen.

Tijdens het interview in september 2019 met De Stentor wordt advocaat-generaal mr. Aben gevraagd of er volgens hem sluitend bewijs bestond voor de lezing van Louwes. Volgens mr. Aben niet.

Nee. De weersomstandigheden van toen geven inderdaad aan dat het mogelijk is dat Louwes veel verder weg was en zijn telefoon toch op de mast in Deventer aanstraalde. De kans wordt geschat op zo’n 5 procent dat hij niet in de buurt van Deventer was. Voor een advocaat is dat voldoende om twijfel te zaaien. Dus hier heeft advocaat Knoops een punt.

5% kans op onschuld! Een juridische leek weet niet hoe rechtbanken en mr. Aben 5% kans op onschuld waarderen. Betekent 5% kans op onschuld ook 95% overtuiging van schuld?

Vrouw sterft bij spelletje Russische roulette | Bizar | AD.nl
Met 20 cilinders is het niet zoveel ongevaarlijker.

Zou een rechter zonder zweet op zijn voorhoofd en bevende wijsvinger Russische roulette willen spelen met een revolver met 20 cilinders, waarvan slechts 1 cilinder een echte kogel bevat?

Daarbij komt dat er zijn nog zoveel meer omstandigheden zijn waarbij twijfel of onzekerheid dominant is.

Zo wordt met een Monte Carlo simulatie aangetoond (zie Een moord plegen kost tijd) dat het vrijwel onmogelijk (ongeveer 0.07%) is dat Louwes voldoende tijd had om de moord te plegen (van de Jaarbeurs naar Deventer reizen, auto parkeren, naar Zwolsestraatweg lopen, moorden, plaats delict grondig reinigen, terug naar de auto, en naar huis, etc.) en toch op tijd thuis in Lelystad te zijn.

Vormen al deze onzekerheden tezamen toch voldoende grond voor raadsheren om het bewijs wettig en overtuigend te vinden?

Onderzoek duurt wel heel erg lang

Ook advocaat-generaal bij de Hoge Raad mr. Aben vindt dat zijn onderzoek heel lang duurt.
Maar het is een complexe zaak, vindt hij.

In het interview met De Stentor van september 2019 valt de interviewer opnieuw met de deur in huis en vraagt aan mr. Aben:

“Duurt uw onderzoek in de Deventer Moordzaak niet heel erg lang; het is al in 2014 begonnen.”

De advocaat-generaal mr. Aben denkt hier toch anders over.

Jawel, maar je begint ook niet meteen met onderzoeken. Je roept een begeleidingscommissie in het leven met de rechter-commissaris, de verdediging, een officier van justitie en stelt dan vast waar je staat en hoe je verder moet. De verdediging vraagt om het onderzoek en stelt veel vragen. Ik ben zelf ook altijd veel te optimistisch en denk dat het sneller kan, maar met dna-onderzoek ben je zo drie, vier jaar verder. Je moet eerst allerlei deskundigen zoeken en selecteren op geschiktheid, zij moeten zich vervolgens inlezen en aan de slag gaan. Er vallen deskundigen af en je zoekt nieuwe. Zo kan het tot je schrik gebeuren dat je vijf jaar verder bent. Maar ik weet nog steeds niet wanneer we klaar zijn.

Laten we zijn onderzoek van de afgelopen jaren tot heden (januari 2021) ontleden. Waar wordt al die tijd dan aan besteed in de complexe Deventer Moordzaak?

ActiviteitHoe lang?
Oproepen begeleidingscommissie9 maanden, want dat is de tijd die ervoor staat.
Vaststellen waar je staat en hoe je verder moet6 maanden, want onderschat het vele denkwerk niet.
Verdediging vraagt om onderzoek …Met het vragen om onderzoek is het onderzoek begonnen, dat telt dus niet.
… en stelt veel vragen12 maanden. Weliswaar zijn de veroordelingen steeds ‘overtuigend’ tot stand gekomen, maar ja, misschien was het bewijs toch niet zo overtuigend. Dat moet dus goed worden uitgezocht.
Met DNA-onderzoek ben je zo drie, vier jaar verderSpecificatie volgt.
Zoeken van allerlei deskundigen18 maanden, want ja, waar vind je in Nederland DNA-deskundigen? Virulogen genoeg, maar …
Selecteren op geschiktheid6 maanden, iedere HR-medewerker weet hoe moeilijk dit is.
Inlezen door deskundigen12 maanden, het is een complexe zaak, ook voor deskundigen.
Deskundigen vallen af en je zoekt nieuwe12 maanden, zie boven.
Met de 75 maanden tot heden zijn we er nog nietWe zitten pas op 6.25 jaar, valt dus nog mee. Aben kan rustig de tijd nemen.

Laten we vooral niet vergeten dat het hier gaat over een zaak die al grondig is bekeken (helaas lang niet altijd foutloos) en die wettig en overtuigend is bewezen. Overtuigend en toch moet het meer dan 6.5 jaar duren om alles nog eens rustig na te lopen?

Laten we de complexiteit van de Deventer Moordzaak eens vergelijken met een paar andere ‘complexe’ zaken:

ActiviteitHoe lang?
Wat doet een studente geneeskunde in 6 jaar?Studeert, doet practica, coschappen en wordt eindelijk basisarts.
Wat doet Andrew Wiles1 in iets meer dan 6 jaar?Bewijst de laatste stelling van Fermat.
Wat doet Bletchley Park2 in minder dan 6 jaar?Decodeerttijdens WO2 talloze Duitse Enigma-berichten.
Wat gebeurt na een vliegtuigcrash in 6 jaar?Tussen de vele wrakstukken wordt de kleinste oorzaak gevonden.
Wat doet bouwconsortium PUMA voor Havenbedrijf Rotterdam in 6 jaar?Legt Maasvlakte 2 aan voor minder dan 3 miljard euro.
Wat doen wegenbouwers van de A13/A16 in 6 jaar?Heel, heel veel, en binnen 6 jaar (2024) is de weg klaar.
Wat doet het Manhattan Project in iets minder dan 6 jaar?In Los Alamos wordt de weliswaar omstreden atoombom ontwikkeld.
Wat deden onderzoekers in encryptie in 6 jaar?3Ontwerpen complexe private/public key algoritmen die wereldwijd worden toegepast.
Wat doet de auto-industrie in 6 jaar?Ontwikkelt productielijnen voor betaalbare elektrische auto’s en verbetert accu’s.
Wat doet Isaac Newton in minder dan 6 jaar?4Schrijft een boek over de ‘wetten van Newton’ en houdt jaren over voor een boek over optica.

Maar dit alles is lang niet zo complex als mr. Abens onderzoek in de Deventer Moordzaak. Daarom moet hij er veel langer over doen.

  1. Wat belangrijke wiskundigen gedurende drie eeuwen vergeefs hadden geprobeerd,lukte Wiles wel. Hij bewees de laatste Stelling van Fermat: De formule an+bn=cn met a, b, c natuurlijke getallen gaat alleen op voor n = 2.
  2. Vooral in Bletchley Park wisten tijdens WO2 duizenden personen van diverse pluimage onder leiding van de wiskundige Alan Turing de Enigmaberichten te decoderen.
  3. Onder meer het betalingsverkeer is mogelijk door de nieuwste public/private key encryptie-methoden.
  4. In 17e eeuw ontwikkelde Isaac Newton de differentiaal- en integraalrekening en was tevens grondlegger van de klassieke mechanica.

Mr. Aben over de schouwarts

Wettig en Overtuigend bewezen in de Deventer Moordzaak? Is in een aantal voorbeelden Overtuigend wel op zijn plaats?

Deze keer de schouwarts en het rapport dat hij opgemaakt zou moeten hebben.

Op zaterdagmiddag 25 september 1999 werd het lijk van mevrouw Wittenberg door de politie in haar huis aangetroffen. De schouwarts moest de doodsoorzaak vaststellen maar ook een aantal voorlopige onderzoeken doen.

Hij moest bijvoorbeeld de lichaamstemperatuur meten om een zo precies mogelijk tijdstip van overlijden te bepalen. Maar dat is niet gebeurd met grote gevolgen.

We laten advocaat-generaal mr. Aben over dit cruciale onderzoek aan het woord in een interview met De Stentor in september 2019.

Waarom is de lichaamstemperatuur niet gemeten?

mr. Aben:
“Direct meten levert inderdaad het meest betrouwbare resultaat op, maar dat is dus niet gebeurd. Waarom niet? Dat kan ik niet beoordelen. Dat speelde allemaal in 1999, ik onderzoek de zaak pas sinds 2013. We hebben het wel aan de schouwarts van destijds gevraagd en hij vertelde dat hij alleen maar de ruimte kreeg om de dood vast te stellen. Daarna wilde de politie snel en ongestoord verder kunnen werken. Dat soort verhalen hoor je uit die tijd wel vaker. Er is in de twintig jaar daarna veel veranderd bij de technische recherche. We weten nu veel meer dan toen. Met de kennis van nu was dat destijds waarschijnlijk zorgvuldiger gebeurd.”

Elke forensische leek weet dat het bij moord van groot belang is het tijdstip van overlijden zo nauwkeurig mogelijk vast te stellen. Al in detectiveseries uit de jaren zestig is de eerste vraag aan de schouwarts: ‘Wanneer is het slachtoffer overleden?’ Niet zo vreemd: alibi’s hangen ervan af.

Ook in deze zaak speelt dat tijdstip een cruciale rol omdat het tot op de dag van vandaag een punt van onderzoek is.

Waarom hebben rechters in de opeenvolgende processen hierover niet doorgevraagd.

Hoe kan dat nu, geen schouwrapport, hoe weet het Openbaar Ministerie dan dat de moord donderdagavond is gepleegd en niet bijvoorbeeld vrijdagavond?

Dat hebben de rechters nagelaten, maar toch achten de rechters de moord wettig en overtuigend bewezen. Tja.

Tenslotte
Mr. Aben doet ruim 20 jaar later nogal laconiek over deze enorme blunder.

Zijn opmerking: “dat speelde allemaal in 1999. Ik onderzoek de zaak pas sinds 2013”, doet denken aan de legendarische uitspraken van getuige Nobbe in de Van Kooten en De Bie Verhoren in Draaikonten:  

NobbeLaat ik het zo zeggen, meneer van Kooten, als ik tijdens mijn tijd, eh, bij het Rampenfonds zou hebben gezeten, ja? Dan is er nooit iets gebeurd.
Van KootenDus, dus tijdens uw tijd bij het Rampenfonds…
Nobbe…nooit iets gebeurd. Alles was altijd voor of na mijn tijd.