NFI had bij vlekje #10 geen oog voor proporties

Dat kun je wel zeggen over de NFI-onderzoekers die bezig zijn geweest met spoor #10. Zij stelden botweg dat dit spoor bestond uit een bloedvlek van Louwes, want zijn DNA werd aangetroffen.

En verder niets.

Deze conclusie is van twee kanten onjuist.

Véél later werd het electroferogram van spoor #10 beschikbaar gesteld; er bleken drie extra pieken in voor te komen die niet van Louwes afkomstig waren. Dat werd nooit eerder gemeld.

Het bijzondere daarbij was dat deze pieken precies lagen op de plek, waar het profiel van mevrouw Wittenberg de hoogste pieken vertoont. En de pieken waren zo hoog, dat ze volgens Butler – zo ongeveer de aartsvader van de DNA-profilering – niet voor uitsluiting in aanmerking komen. Het waren dus echte pieken.

Kijk je met een vergrootglas, dan zie je nog veel meer kleine piekjes van mevrouw Wittenberg – waarbij één flink grotere. Al deze gegevens werden bewust door het NFI achtergehouden. Het zou anders maar ingewikkeld worden.

Daar komt nog bij dat het profiel van Louwes veel overgewicht in de schaal legt. Het vertoont pieken tot waarden van bijna 4000 RFU. Dat is heel veel, want het bloedvlekje is superklein.

Dat wordt vooral duidelijk, als je kijkt naar andere bemonsterde bloedvlekken van mevrouw Wittenberg. Die lagen tussen de 2000 en 6000 RFU.

Maar deze vlekken waren wel 15 tot 25 x zo groot. Zoveel DNA (4000 RFU) van Louwes kan dus helemaal niet uit zo’n klein vlekje afkomstig zijn. Bij zo’n klein vlekje zou je hooguit 200 RFU mogen verwachten. De details kunnen in een een nogal technisch verhaal worden nagelezen.

Het aangetroffen DNA van Louwes kan dus niet afkomstig van zijn bloed. Maar als het niet van zijn bloed afkomstig is, waar komt het dan wel vandaan?

Zijn DNA is gewoon afkomstig van het speeksel dat al veel eerder, op donderdagmorgen, op de blouse terecht was gekomen toen hij met mevrouw Wittenberg de grafrechten besprak.

Het is in dit verband belangrijk op te merken dat uit een DNA-spoor niet kan worden afgeleid of het van bloed dan wel van speeksel afkomstig is.

Verder is het belangrijk te weten dat speeksel heel rijk is aan DNA, het DNA-gehalte is vergelijkbaar met dat van bloed, blijkt uit meerdere onderzoeken. En je ziet het niet.

Na de moord ging de technische recherche prutsen met het stoffelijk overschot.

Het behandelde de blouse niet volgens de voorschriften waardoor vele bloedvlekjes onbedoeld naar andere delen van de blouse werden overgebracht (contaminatie), hetgeen op fotografisch materiaal eenvoudig kan worden aangetoond.

Deze vlekjes kwam ook terecht op plaatsen waar massief veel speeksel aanwezig was, zie ook de toelichting in de beeldbank, zoals op de plaats van spoor #10.

Er bestaat een eenvoudige en tegelijkertijd doorslaggevende test om het bovenstaande aan te tonen.

Meng het profiel van Louwes met 10% van het profiel van mevrouw Wittenberg. Et voilà, het gevormde profiel komt volledig overeen met spoor #10, zie afbeeldingen 16 en 17.

Een andere eenvoudige test volgens het principe van de blanco-bepaling, waarover je op de middelbare school leert, werd ook achterwege gelaten: gewoon een paar monsters rond spoor #10 nemen en op DNA van Louwes onderzoeken. Dan was je met een paar uurtjes werk klaar geweest.

Kan nog steeds trouwens.

Alles over de Deventer Moordzaak

Wanneer je geïnteresseerd bent in de Deventer Moordzaak wil je al snel alle details weten. Het meest recente overzicht biedt de website deemzet.nl.

De belangrijkste onderwerpen in dit overzicht worden keurig in rubrieken onderverdeeld: het moment van overlijden, de doodsoorzaak en het motief. Zeker wordt ook veel aandacht besteed aan het alibi van Ernest Louwes.

Het DNA-onderzoek neemt natuurlijk een voorname plaats in. Dat is niet zo vreemd, want de laatste jaren staat dit onderzoek centraal.

Is dit alles? Zeker niet.

Nadat de lezer het overzicht heeft doorgenomen, kan hij/zij in uitgebreide en degelijk gedocumenteerde artikelen – waaronder een verhelderende beeldbank en diverse youtube-video’s – de verantwoording lezen en bekijken.

De website claimt niet de waarheid in pacht te hebben. Over enkele onderdelen wordt door sommige betrokkenen anders gedacht.

Dat neemt niet weg dat bijna iedereen het erover eens is dat na 22 jaar nog steeds enorme twijfel bestaat over de veroordeling van Louwes.

De lezer zal er zeker geen spijt van krijgen dat hij/zij eens rustig alle elementen van de Deventer Moordzaak langsloopt.

Waar blijft de rectificatie van Argos?

In aflevering 5 van de podcast De Deventer Mediazaak geeft Wanda Waisvisz van 18:04 tot 18:43 min aan, hoe ze Louwes uiteindelijk als dader heeft ontmaskerd.

Deze episode volgt onmiddellijk op de scene, waarin Annegriet Wietsma over de rode rok / de rode jurk / het rode mantelpakje verwarring heeft gezaaid. Die faux pas is al eerder beschreven in Twee halve waarheden is driekwart leugen.

Over de heer en mevrouw Waisvisz zegt Annegriet Wietsma, de maakster van de podcast :

De Waisviszen geven tevens een verklaring hoe het bloed van Louwes in de kraag van de weduwe kan zijn beland.

Vervolgens laat ze Wanda Waisvisz aan het woord:

En toen dacht ik hé, de nagelriemen, daar eet die aan, aan de bovenkant van zijn hand, daar bloedt het dus, niet aan de onderkant, aan de bovenkant. Nou ga je iemand wurgen die een blouse aan heeft met zo’n strook, dus waar komt het bloed? Aan de onderkant van die kraag en daar zit het ook, daar is het ook gevonden.
Toen kon die van ons hoog en laag springen, maar dat wij dit nieuwe bewijs voor ons inderdaad acuut een moment is om te zeggen nu stoppen we met de zaak, want meneer Louwes, die heeft ons eigenlijk voorgelogen, daar komt het op neer, hij is wel degelijk de dader.

Het gaat er dus om, dat de vinger van Louwes gebloed zou hebben aan de bovenzijde, om zo een bloedvlek aan de onderzijde van de kraag te veroorzaken. Of dat zo gegaan kan zijn (dus niet moet zijn, maar kan zijn) valt heel gemakkelijke te controleren. Namelijk met de foto van de vlek op de kraag.

Zou Annegriet dat hebben gedaan?

Nee dus. De vlek zit helemaal niet onder de kraag, maar bovenop de sierkraag. Het hele verhaal klopt niet en dat kan eenvoudig worden gecontroleerd, bijvoorbeeld hier in de beeldbank.

Dat hadden de Waisviszen natuurlijk ook moeten doen. Maar die omissie zou je nog kunnen wijten aan hun inmiddels vergevorderde leeftijd.

Maar Wietsma? Een journaliste van het onderzoeksprogramma Argos? Ze heeft de genoemde website geraadpleegd, dat bewijst de podcast.

Toch liet ze deze verkeerde voorstelling van zaken begaan. Het is een lekker verhaal maar helaas weer niet waar.

Waar blijft de rectificatie van Argos?

Twee halve waarheden is driekwart leugen

De podcast De Deventer Mediazaak van Annegriet Wietsma maakt een uitvoerig nummer van een dagboekfragment, dat de familie Waisvisz alsnog had opgedoken.

Hier het bericht, zoals dat door De Telegraaf naar buiten werd gebracht:

Op de witte blouse die Jacqueline Wittenberg droeg toen ze ‘s avonds om het leven werd gebracht, is alleen het DNA van Louwes en van het slachtoffer zelf aangetroffen. Louwes heeft zich er altijd op beroepen dat de overdracht van zijn genetisch materiaal op de blouse tijdens een zakelijk contact overdag moet hebben plaats gehad. Maar in zijn dagboek rept de fiscaal jurist helemaal niet over een witte blouse. Hij is er vrijwel zeker van dat de weduwe die ochtend een rode jurk droeg, zo schrijft hij. Het zou volgens hem ook een rood mantelpak kunnen zijn geweest, maar daar paste volgens derden het type blouse niet bij dat de weduwe ‘s avonds aan had. Ze zou bij het mantelpak ongetwijfeld een truitje hebben gedragen, zeggen directe vriendinnen van het slachtoffer.

Bij Annegriet komen we de optie mantelpak helemaal niet meer tegen. We stellen eerst vast dat we het hebben over een verklaring van Louwes. Als hij zegt niet met zekerheid te kunnen stellen of het een jurk of een mantelpak was en je laat dit weg, dan is er sprake van een eerste halve waarheid. Daarachter gaat een waarheid als een koe schuil: Louwes heeft geen verstand van dameskleding.

Dan kun je nog stellen, dat het mantelpak er niet toe doet, want dat hebben die directe vriendinnen van het slachtoffer verklaard. O, is dat zo? Bij welke gelegenheid dan wel? En over welke vriendinnen hebben we het dan?

Uit het tactisch journaal, de enige betrouwbare bron in dit verband, kun je drie directe vriendinnen ‘definiëren’.

Dat zijn:

Bij de eerste vriendin ging mevrouw Wittenberg elke week op zaterdag koffie drinken. Zij is met naam en toenaam in het tactisch journaal terug te vinden. Maar ze is niet gehoord door de recherche.

Een andere vriendin ontmoette mevrouw Wittenberg wekelijks op de markt van Diepenveen. Met deze vriendin had ze in de week na haar vervroegde overlijden nog een koffieafspraak staan.

Dit was zo duidelijk een vriendin dat de groenteman van de markt van Diepeveen deemzet.nl op de vriendschap attendeerde. Ze staat met naam en toenaam in het tactisch journaal genoemd, evenals de opmerking dat de recherche haar (nog) niet heeft gesproken. Overigens is deze vriendin inmiddels overleden.

De weduwnaar berichtte deemzet.nl nog dat zij zich bij de recherche had gemeld en nul op het rekest had gekregen. Nog een saillant detail: ze bekleedde een vertrouwensfunctie bij de gemeente en had wellicht meer dan enig andere vriendin inzicht in het dagelijks leven van mevrouw Wittenberg.

Een derde vriendin is de bridgepartner van mevrouw Wittenberg. Haar heeft de recherche wel gesproken, in de avond van 25 september. Hierover staan zes nietszeggende regels in het tactisch journaal en later volgen nog vier regels, omdat ze een opmerking over de klusjesman had gemaakt. Nergens iets over kleedgewoonten.

Die onbenoemde vriendinnen vormen een tweede halve waarheid.

Dus op dit punt aanbeland kunnen we al spreken over driekwart leugen, maar het wordt nog erger.

Voor zover valt na te gaan, zijn de opmerkingen van de huishoudster over de kleding van mevrouw Wittenberg nog het meest concreet (26-01-2004 rechtszitting Den Bosch):

Volgens mij droeg mevrouw Wittenberg op die bewuste ochtend een rok met een witte  blouse. Als werkkleding droeg mevrouw Wittenberg normaliter een donkerblauwe  broek, een witte blouse en een rode trui. De broek was steeds dezelfde. Ze had meerdere  witte blouses, ook met een streepje. Ook droeg ze wel eens een lang, rood vest.  

Tegenover de rechter-commissaris heb ik verklaard dat ik me herinnerde dat er op 23  september 1999 een rok met knopen aan de zijkant klaar hing. Het is echter zo dat  mevrouw Wittenberg die rok al aan had. Het kan zijn dat die rok rood van kleur was,  maar daar ben ik niet zeker van. 

En dan kunnen we dus wel van driekwart leugen spreken. En bepaald geen leugen om bestwil.

Had Annegriet Wietsma, de maakster van de Argos-podcast, dit kunnen weten? Wel, naar haar eigen zeggen voer ze blind op Bas Haan. Diens boek diende immers als het fundament van haar podcast?

Bas Haan beroemt zich op zijn dossierkennis in deze zaak. Maar die had haar ook in deze kwestie niet geholpen.

Moet Argos blij zijn met podcast Deventer Mediazaak?

Wie de naam Argos hoort, denkt terecht aan de vele radioprogramma’s met gedegen feitenonderzoek. Het zijn meestal belangrijke onderwerpen die worden behandeld en de conclusies zijn vaak schokkend.

Om die reden halen de programma’s van Argos regelmatig de nationale pers en – dat is opvallend – niemand vraagt zich af of het wel klopt wat in die programma’s te berde wordt gebracht. Argos heeft in de loop der jaren een enorme reputatie opgebouwd. De onderzoeken zijn onafhankelijk, objectief, diepgravend en gedetailleerd en dus wordt nooit aan de resultaten getwijfeld.

Maar begin dit jaar gebeurde er iets bijzonders.

Bij Argos verscheen de podcast De Deventer Mediazaak.

Eerst wat over de titel want die is al opvallend.

De Deventer Moordzaak houdt in Nederland al 22 jaar de (juridische) gemoederen bezig en nog steeds is die niet definitief ten einde gebracht. De podcast De Deventer Mediazaak evenwel gaat voornamelijk over de rol van de media in deze zaak.

Hoewel de podcast dus niet over de moordzaak zelf gaat, maar voornamelijk over de rol van de media daarin, wordt door de keuze van de titel wel nadrukkelijk een link gelegd met de naam van een moordzaak die bijna iedere Nederlander kent.

Men kan hiervoor wel begrip opbrengen omdat een titel De rol van de media bij nepnieuws ongetwijfeld niet dezelfde aandacht zou hebben getrokken.

De Deventer Mediazaak gaat dus over de rol van de media. Tenminste, dat suggereert de titel.

Maar in werkelijkheid komen de media in de zes afleveringen van de podcast maar sporadisch aan de orde. De pijlen zijn niet op de media gericht maar vooral op Maurice de Hond. De Mediazaak is vooral één lange aanklacht tegen Maurice de Hond.

De luisteraars hebben dat ook zo begrepen, gezien de gebruikelijke reacties in zijn richting op twitter.

De titel is dus eigenlijk dubbel misleidend: de podcast gaat niet echt over de moordzaak en gaat ook nauwelijks over de media.

De maakster van de podcast, Annegriet Wietsma, wordt na het verschijnen al snel verweten dat ze de waarheid op veel plaatsen geweld aandoet. Ze mag dan wel een zekere overtuiging hebben over de ‘kwalijke’ rol van Maurice de Hond, maar in een dergelijk journalistiek onderzoeksproject (onder de paraplu van Argos) moeten de feiten wel kloppen. En dat is aantoonbaar niet het geval.

Maar zij reageert nauwelijks of niet op deze aantijgingen en dat op zich is al opmerkelijk. En als ze al reageert is dat niet rechtstreeks. Zo laat ze in een tweet plotseling weten:

… Graag wil ik nogmaals benadrukken dat het fundament voor dit project ligt bij de analyse van @bas_haan over de rol van de media, zie ‘De Deventer Moordzaak, het complot ontrafeld’ …

Lijkt dit niet erg op het afschuiven van verantwoordelijkheid? Zo van: als er onjuistheden in mijn podcast voorkomen, moet je bij Bas Haan zijn, niet bij mij?

En zo komen we bij de inhoud van de podcast.

In de afgelopen 22 jaar hebben velen De Deventer Moordzaak tot in detail bestudeerd en hun conclusies zijn zeker niet altijd eensluidend. Een kenmerk van goed onderzoek, zou je zeggen. Maar hun onderzoeksresultaten komen in De Deventer Mediazaak niet of nauwelijks aan bod.

Dat is opmerkelijk.

De analyse van Bas Haan mag dan wel het fundament van het project zijn maar hoe zit het dan met belangrijke andere bronnen, want een onderzoek als dit baseer je toch niet op één boek van slechts één persoon?

Een zo’n bron is het boek Leugens over Louwes van Prof. Ton Derksen die een grote reputatie geniet vanwege zijn prominente rol in de zaak Lucia de Berk en ook in De Deventer Moordzaak een wetenschappelijke aanpak kiest. Zo worden vele, vele pagina’s besteed aan referenties en bevat het vele noten.

Maar op een paar quotes na komen zijn bevindingen nauwelijks in de podcast voor en, nog belangrijker, ook blijkt niet dat de maakster goed kennis heeft genomen van zijn boek.

Er is nog een andere bron die ook zeker niet had mogen ontbreken. Al sedert 2011 is een imposante website deemzet.nl opgebouwd, waarin de moordzaak tot in de kleinste details (onder andere het DNA-onderzoek is bekend) wordt onderzocht. Ook deze bron is niet merkbaar gebruikt, zo tonen diverse onvolkomenheden aan.

Dus nee, voor een gedegen onderzoek heeft Annegriet Wietsma aan één fundament blijkbaar meer dan voldoende.

En dat brengt ons op de schrijver van dat fundament, Bas Haan. Is deze journalist wel zo’n objectieve bron?

In januari 2019 kondigde hij in De Wereld Draait Door de film De Veroordeling aan die is gebaseerd op zijn boek uit 2009. De film zou in 2020 in de bioscoop uitkomen, maar daar stak Covid-19 een stokje voor. De première werd uitgesteld naar voorjaar 2021, maar ook die ging niet door. Inmiddels is de verschijningsdatum vastgesteld op 2 september 2021.

Zou het toeval zijn dat de podcast De Deventer Mediazaak begin januari 2021 vlak voor de toen nog geplande première van de film in een trailer wordt aangekondigd? Weliswaar is Annegriet Wietsma de maakster maar ook in deze trailer meldt Bas Haan zich meer dan nadrukkelijk en opnieuw gaat hij tussen de bedrijven door los op Maurice de Hond.

Inmiddels is zijn favoriete uitspraak: Maurice de Hond is een veroordeelde crimineel.

Ook zal het geen toeval zijn dat Annegriet Wietsma te gast is in Het Perstribunaal in De Deventer Mediazaak. Natuurlijk ook nu weer samen met onderzoeksjournalist Bas Haan en ook deze keer wordt niet vergeten de film De Veroordeling te pluggen (“… wiens boek is verfilmd …”).

Wanneer je deze gebeurtenissen en feiten terugleest, dan kun je je afvragen waar Argos (dat “onderzoekt en duidt”) in verzeild is geraakt.

Een podcast van Argos wordt bestookt vanwege de vele feitelijke onvolkomenheden en fouten, maar de maakster reageert niet.

Een podcast van Argos raakt via trailers betrokken bij het pluggen van de commercieel uitgebrachte film De Veroordeling.

Een podcast van Argos wordt gebruikt door een onderzoeksjournalist die zijn haat tegen Maurice de Hond herhaaldelijk niet kan bedwingen en die waar en wanneer mogelijk deze een veroordeelde crimineel noemt. Een onderzoeksjournalist die niet wil ingaan op de vele vastgestelde fouten in zijn boek en dus ook in de podcast (zie het interview in DWDD uit 2019).

Een podcast van Argos waarin de goede tradities van goed onderzoek categorisch terzijde worden geschoven.

De vraag is dus gerechtvaardigd: Moet Argos blij met de podcast De Deventer Mediazaak?

‘De Veroordeling’ berust op drijfzand

De film De Veroordeling komt later in september alsnog in de bioscoop. Spannend voor de makers: wat zal er eerst zijn, de film of de uitkomst van het herzieningsonderzoek van mr. Aben?

Gezien het moordende tempo van Abens onderzoek hoeven de makers van de film zich niet al teveel zorgen te maken.

Wat weten we over de film die eigenlijk vorig jaar zou verschijnen maar door de corona-pandemie zoveel vertraging opliep? Binnenkort zal hij daadwerkelijk te zien zijn. Op de website van Pathé valt te lezen dat de release van de film op 2 september 2021 zal zijn.

Hoe kondigt Pathé de film aan?

Televisiejournalist Bas Haan (Fedja van Huêt) creëert zijn eigen monster wanneer hij in zijn onderzoek naar de Deventer moordzaak steeds meer in het kamp wordt gezogen van degenen die ‘de klusjesman’ van moord beschuldigen.

Een cryptische aankondiging die geen rush op de bioscoopzalen zal veroorzaken, maar zo te lezen lijkt de film over de Deventer moordzaak te gaan.

Maar dat is schijn. Deze geruchtmakende zaak die de gemoederen al 22 jaar bezighoudt, is slechts een vehikel. Het boek gaat grotendeels over de rol van Maurice de Hond die de ‘klusjesman’ aanwees als de echte dader. De rechter vond dit onrechtmatig en veroordeelde hem daarvoor.

De filmbezoeker wordt dus eigenlijk op het verkeerde been gezet. Hij denkt dat de film over de Deventer moordzaak gaat: over de vele blunders (ook volgens advocaat-generaal Aben), over het onderzoek door TNO naar het mobiele netwerk, het nieuwe DNA-onderzoek, de nieuwe post mortem inzichten vastgelegd in diverse processen verbaal, een zeer waarschijnlijk onschuldige Louwes. Maar niets van dit alles.

Hij krijgt een jacht op Maurice de Hond voorgeschoteld.

De vrijwel ongewijzigde herdruk van Haans boek De Deventer moordzaak (2020) lijdt aan hetzelfde manco. Daar is al veel over geschreven. Niet zo gek, want de film is gebaseerd op dit boek. Op de voorkaft staat te lezen: ‘Nu verfilmd als De Veroordeling’. Inderdaad, het boek gaat maar zeer ten dele over de Deventer moordzaak en bevat vele fouten, maar de associatie met deze moordzaak verkoopt wel beter.

De Deventer moordzaak van Bas Haan gaat over een van de langstlopende en meest omstreden Nederlandse strafzaken. Verfilmd als De Veroordeling met Fedja van Huêt in de hoofdrol.

Als teaser voor de film De Veroordeling ziet eerder dit jaar een podcast het licht: de Deventer mediazaak. Gemaakt door Annegriet Wietsma, met een dikke vinger in de pap van Bas Haan.

Er wordt niet vergeten te noemen dat het over de Deventer moordzaak gaat, want de naamsbekendheid van deze zaak is groot. Wanneer de podcast de titel De rol van de media en nepnieuws zou hebben gekregen, zou er geen Haan naar hebben gekraaid. Maar dit terzijde, marketing is een vak.

Maar verder dekt de titel van de podcast de inhoud al wat beter. Hoewel, het lijkt erop dat de media in het verdachtenbankje zitten, maar de luisteraar komt er al gauw achter dat het voornamelijk Maurice de Hond is die op de korrel wordt genomen.

De luisteraars is dat zeker niet ontgaan. De reacties, bijvoorbeeld op twitter, hebben het dan ook nauwelijks over de media. Het is Maurice de Hond die van velen de volle laag krijgt. Ach, we kennen dit type reacties op de social media wel.

Maar er zijn ook andere, serieuzere reacties. Weliswaar veel minder, dat moet worden toegegeven. Maar zeker niet onbelangrijk.

De maakster van de podcast, Annegriet Wietsma, krijgt het verwijt dat de waarheid op veel plaatsen geweld wordt aangedaan. Ze mag dan wel een zekere overtuiging hebben over de kwalijke rol van Maurice de Hond, in een dergelijk journalistiek onderzoeksproject (onder de paraplu van Argos) moeten de feiten wel kloppen. En dat is aantoonbaar niet het geval.

Annegriet Wietsma reageert op deze aantijgingen niet rechtstreeks, maar laat dan plotseling in een tweet weten:

… Graag wil ik nogmaals benadrukken dat het fundament voor dit project ligt bij de analyse van @bas_haan over de rol van de media, zie ‘De Deventer Moordzaak, het complot ontrafeld’ …

Lijkt dit op afschuiven van verantwoordelijkheid? Als er onjuistheden in mijn podcast voorkomen, moet je bij Bas Haan zijn, niet bij mij?

De vele feitelijke onjuistheden in de podcast worden haar in een document van minuut tot minuut voorgelegd. In de onderzoekswereld is het gebruik dat hierop wordt gereageerd. Dat brengt ons dichter bij de waarheid. Maar niets van dit alles. Ze blijft muisstil.

Een sterke reactie is dit niet.

Nog even een korte samenvatting van het voorafgaande.

Een boek van Bas Haan dat slechts zeer ten dele over de Deventer moordzaak gaat, vele aantoonbare fouten bevat, en het vooral heeft gemunt op Maurice de Hond.

Een podcast die zich baseert op het boek van Bas Haan moet dienen als een teaser van de film, maar aan dezelfde kwaal lijdt.

Een film die ook is gebaseerd op dit boek, idem, idem.

Wat wordt de bezoeker van de film wijzer van de Deventer moordzaak? Niets.

Weggegooid geld dus.

20 redenen voor onschuld Louwes

Wie de website deemzet.nl goed heeft gevolgd, wist het al: Louwes is ten onrechte veroordeeld in de Deventer moordzaak. Maar anderen aarzelen en zijn nog niet overtuigd.

Voor deze laatste categorie heeft de auteur van deze website (die inmiddels te boek staat als de Vraagbaak Deventer Moordzaak) een lange lijst met 20 redenen samengesteld waarom Louwes de moord niet gepleegd kan hebben.

Eigenlijk zou deze lijst moeten worden aangevuld met nog een reden: Louwes had niet voldoende tijd om de moord te plegen en alle andere handelingen te verrichten (doorzoeken en grondig reinigen huis, slepen met loodzwaar lichaam, dwaalsporen aan te brengen, lopen naar zijn auto en de rit van bijna een uur naar huis) in anderhalf tot twee uur tijd.

Elk onderdeel van de lijst bevat een of twee verwijzingen naar de betreffende argumenten in de website waarin dieper op de uitspraak wordt ingegaan.

Zo verwijst de reden moord was op vrijdag/zaterdag, heldere ogen op zaterdag naar paragraaf 3.4.4 waarin wordt toegelicht wat de ogen kunnen vertellen over het tijdstip van overlijden.

Voor de lezers met aarzelingen een nuttige opsomming. Maar een prettig leesbare opfrisser voor diegenen die al overtuigd waren.

Video over Vlekje #10

Vlekje #10 is voor veel mensen het ultieme bewijs dat Louwes de moord heeft gepleegd. Zijn bloed zit toch op haar blouse!? Maar het is helemaal niet het bloed van Louwes. De video legt uit hoe dat zit.

We hebben dit vlekje al eerder beschreven, natuurlijk onder verwijzing naar de Vraagbaak Deventer Moordzaak. De vraag die we ons toen stelden was: Hoe belastend is Het Bloedvlekje eigenlijk? Het antwoord is ondubbelzinnig: Vlekje #10 combineert een bloedvlekje van het slachtoffer met een speekselspoor van Louwes.

Niks geen bloed van Louwes dus.

In de video (een van de vele die zijn te vinden op deemzet.nl) wordt uitgegaan van hetgeen Hof Den Bosch in zijn arrest schrijft over Vlekje #10 (het noemt het vlekje een bloedspoor).

We lezen in dat arrest onder punt 2.1.2 het volgende:

Deze passage bevat niet minder dan zes fouten. Toch wel slordig voor een gerechtshof.

En het zijn ook niet zo maar fouten. Ze vormden de belangrijkste basis voor de veroordeling van Louwes.

In de video worden ze stuk voor stuk langsgelopen. Van elke fout wordt in woord en beeld uitgelegd waarom we ondubbelzinnig met een fout te maken hebben.
1. Het vlekje zat niet op de kraag;
2. Het spoor zat op de ruche en wel op de voorzijde;
3. Het waren meerdere sporen;
4. Het spoor is voor hooguit 10% bloed, de rest is niet zeker;
5. Het DNA profiel komt vrijwel zeker uit die rest;
6. Het spoor is geen enkelvoudig profiel.

Kijk naar de video die minder dan 10 minuten duurt en laat je overtuigen.

Podcast Deventer Mediazaak van minuut tot minuut

De podcast de Deventer Mediazaak riep bij luisteraars vooral emoties op over het onrecht dat Michael de Jong door de media was aangedaan. Dit ging helaas ten koste van de feiten in de Deventer Moordzaak.

Het waren trouwens niet zozeer de media in het algemeen die door de podcast op de korrel werden genomen, maar het was veel meer Maurice de Hond.

Dat is ook niet zo verwonderlijk wanneer men bedenkt dat de podcast zich voornamelijk baseert op het boek van Bas Haan. Daarom tweet de maakster Annegriet Wietsma van de podcast op 1 mei 2021:

… Graag wil ik nogmaals benadrukken dat het fundament voor dit project ligt bij de analyse van @bas_haan over de rol van de media, zie ‘De Deventer Moordzaak, het complot ontrafeld’ …

Waarom zou ze dit nogmaals willen benadrukken?

Zijn uitspraken in DWDD van 9 januari 2019 en de trailer van de podcast op 2 januari 2021 maken duidelijk dat Haan zich in zijn uitspraken over De Hond ternauwernood kan beheersen.

De wijze waarop hij over De Hond spreekt, wordt in de volgende twee fragmenten geïllustreerd (het gaat niet zozeer om de inhoud maar om de woordkeus in beide uitspraken):

Er zijn meerder misdadigers [!] die slachtoffers maken die oprecht menen dat ze weer een slachtoffer hebben gemaakt.

of

Het is een beetje als iemand die heeft aangerand [!] na de veroordeling nog steeds over zijn slachtoffer zegt: ja, maar ze heeft het zelf gewild.

Beide zijn bedenkelijke uitspraken. Recentelijk spreekt Haan herhaaldelijk over Maurice de Hond als een veroordeelde crimineel.

De podcast zou daarom aanzienlijk aan kwaliteit hebben gewonnen wanneer Wietsma zich bij de voorbereiding niet alleen had gebaseerd op een Boze Bas, maar ook en misschien voornamelijk op personen die wel hun sporen in deze complexe zaak hebben verdiend.

Denk bijvoorbeeld aan Prof. Ton Derksen, een man met een grote reputatie. Door zijn boek Lucia de B. kon Lucia de Berk na een herzieningsproces aan een levenslange gevangenisstraf ontsnappen.

Deze hoogleraar wetenschapsfilosofie publiceerde in 2011 opnieuw een boek met een titel die er niet om liegt: Leugens over Louwes. Een wetenschappelijk opgebouwd werk met vele noten en uitgebreide referenties. Wél een degelijk boek dus.

Maar dan heeft Wietsma hem natuurlijk uitgebreid geraadpleegd bij het maken van de podcast?

Dat zou je verwachten, maar dat is niet gebeurd. In een geredigeerd interviewtje van een paar minuten mocht hij enkele weinig zeggende uitspraken doen. Andere relevante opmerkingen waren eruit geknipt (!).

Een andere zeer goed ingevoerde bron is de auteur van de website deemzet.nl. Sinds 2011 onderzoekt hij alle ontwikkelingen, met belangrijke successen op het gebied van ‘het telefoontje’, post mortem verschijnselen en DNA. Dat er een herzieningsonderzoek is ingesteld, kan voor een belangrijk deel op zijn conto worden geschreven (de Adviescommissie Afgesloten Strafzaken ACAS verwijst zelfs in haar advies rechtstreeks naar hem).
Zijn website kan worden gezien als een Vraagbaak Deventer Moordzaak.

Dus dan spreekt het vanzelf dat Wietsma voor de zekerheid haar bevindingen bij de Deventer Moordzaak ter verificatie aan hem voorlegt?

Dat zou je zeggen, want de feiten moeten wel kloppen, ook als een podcast voornamelijk appelleert aan de emoties van de luisteraar.

Maar helaas, hij is niet door Wietsma benaderd. Wel werd hij op een bedenkelijke wijze ingedeeld in het kamp van de personen ‘… die met Maurice meedenken …’, terwijl hij zich diverse malen heeft gedistantieerd van de wijze waarop Michael de Jong door De Hond als dader werd aangewezen.

Slechts een kort fragment uit een video van zijn website was – zonder zijn medeweten – zijn enige betrokkenheid bij de productie van de podcast.

Op zijn beurt heeft deze auteur van deemzet.nl de podcast van minuut tot minuut beoordeeld op zijn betrouwbaarheid. Kloppen de feiten wel? Worden er geen belangrijk feiten weggelaten of slechts gedeeltelijk genoemd, waardoor de luisteraar op het verkeerde been kan worden gezet?

Het resultaat stelt niet gerust.

Het volgende voorbeeld dient als illustratie.

De heer A. Godlieb was ten tijde van de moord hoofd van de Technische Recherche (TR) en de dienst Bijstand Technische Ondersteuning (BTO). Hij wordt in de podcast opgevoerd als een belangrijke zegsman. Maar zijn bijdragen zijn slechts van horen zeggen, zo blijkt.

In een fragment uit een correspondentie op 28 oktober 2003 schrijft de Officier van Justitie:

… A.H. Godlieb heeft zoals gemeld diverse processen-verbaal getekend over informatie die door andere opsporingsambtenaren is ingewonnen; ook al omdat hij het afgelopen halfjaar ziek is geweest zal hij zich opnieuw grondig moeten laten bijpraten om adequaat vragen te kunnen beantwoorden …

Het is dan ook geen wonder dat Godlieb in zijn bijdrage aan de podcast een paar belangrijke fouten maakt die voor de luisteraar van de podcast van groot belang zijn.

De auteur van deemzet.nl begrijpt dat iedereen nieuwsgierig is naar de belangrijkste tekortkomingen in de podcast en heeft ze daarom van minuut tot minuut opgetekend in een pdf-file.

Deze pdf-file is inmiddels beschikbaar.

20 redenen waarom de moord op vrijdag is gepleegd

Op deze website is al in enkele artikelen genoemd dat de moord niet op donderdag- maar op vrijdagavond is gepleegd. De redenen zijn nogal divers en daarom heeft Demo, de auteur van deemzet.nl ze op een overzichtelijke manier op een rij gezet.

Het OM stelt hier weinig tegenover.

Van meet af aan werd geschat dat het slachtoffer op donderdagavond was overleden. Maar dat was niet meer dan een grove, slecht gefundeerde schatting.

De rechercheurs hadden de schouwarts immers niet toegestaan het slachtoffer te onderzoeken. Hij kon daarom de lichaamstemperatuur niet meten en dus was een goede schatting van het tijdstip van overlijden niet mogelijk.

Daartegenover staan niet minder dan twintig goed gefundeerde redenen waarom de moord helemaal niet op donderdagavond was gepleegd, maar op vrijdag laat in de avond.

Alle redenen worden in de website deemzet.nl in detail besproken.

  1. De fysiotherapeut zag het slachtoffer vrijdag rond 11:30 uur via de rotonde richting huis rijden. Deze getuigenverklaring toont aan dat het slachtoffer vrijdag overdag nog in leven was. Deze conclusie geldt ook voor de volgende 5 stellige verklaringen.
  2. De overbuurman van nr. 142 zag het slachtoffer vrijdagochtend thuiskomen met de auto;
  3. De overbuurvrouw van nr. 138 zag het slachtoffer vrijdag rond 16:30 uur lopen op haar inrit;
  4. Haar zoon was bij haar op bezoek, hij is overtuigd van hun waarneming;
  5. Even later zag de buurvrouw om de hoek het slachtoffer over de Zwolseweg lopen;
  6. Een andere buurvrouw vlak daarbij zag vrijdag het slachtoffer van dichtbij lopen;
  7. Uit het telefoongeheugen werd nog vrijdag tenminste één gegeven gewist. Wie anders dan het slachtoffer was vrijdag in haar huis? Dat geldt ook voor de volgende waarneming;
  8. In de poststapel werd één krant er pas na vrijdagmiddag handmatig tussen geschoven;
  9. Op zaterdag en zondag was nog geen hoornvliesvertroebeling zichtbaar; Deze waarneming maakt een overlijden op donderdagavond onmogelijk, net zoals de volgende 6 waarnemingen
  10. De ogen waren zaterdag nog wijd open en zondag nog half open;
  11. Zaterdag waren de ogen nog bol, zondag begonnen ze in te vallen;
  12. Op zondag was de rigor mortis van de kaakspieren nog maximaal;
  13. Op zondag was de livor mortis nog steeds verplaatsbaar;
  14. Sommige livor mortis vlekken van zaterdag waren zondag weer vervaagd;
  15. Op zondag was pas een eerste aanzet van verkleuring van de buikwand zichtbaar;
  16. De op donderdagnamiddag aangeschafte broodjes (8 stuks) en beleg bleken zaterdag alle opgegeten;
  17. Op zaterdag gaven de bloedvlekken op de blouse nog hevig af;
  18. In de gang en de woonkamer lagen zaterdag nog vochtdruppeltjes;
  19. Het ondergoed van het slachtoffer was zondag nog vochtig;
  20. Het kapsel was uitgekamd, het slachtoffer ging altijd zaterdagochtend naar de kapster.

De roze olifant in de kamer

In de rapportages van het NFI is speeksel de roze olifant. Alom aanwezig, maar je praat er liever niet over. Alleen Prof. De Knijff van het FLDO (Forensisch Laboratorium voor DNA Onderzoek) onderstreepte het belang van speeksel.

In het geval van deze zaak lijkt het mij heel goed mogelijk dat langs een normale weg (overdracht middels speekseldruppeltjes) DNA van verdachte vooral op de voorkant van de blouse van het slachtoffer terecht kan komen. Ik heb uitsluitend bedoeld om aan te geven wat voor andere mogelijkheden er zijn om de aanwezigheid van DNA op kledingstukken te verklaren”.

Toch wel een duidelijke verklaring zou je zeggen.

Maar het Hof negeerde dit statement, want het NFI had heel andere verklaringen. Het NFI zag liever bloed, zoals in spoor #10 (vlekje #10).

Spoor #10 werd door het NFI gepresenteerd als een enkelvoudig profiel, dat wil zeggen dat het uitsluitend afkomstig zou zijn van verdachte Louwes.

Als je alle kenmerken (pieken) die behoren bij het profiel van Louwes weghaalt, zou je geen andere pieken meer mogen overhouden. Een enkelvoudig profiel dus, van Louwes en van niemand anders.

Maar dat bleek achteraf bij dit spoor niet te kloppen. Toen het NFI het profiel aan de verdediging moest overdragen, bleken er nog vier piekjes te bestaan.

Behoorden deze vier piekjes ook bij Louwes? Nee, dat maakte ze juist zo bijzonder. Ze behoorden alle vier bij het profiel van mevrouw Wittenberg.

Het spoor was dus geen enkelvoudig spoor (van alleen Louwes), maar een zogeheten mengspoor (van zowel Louwes als Wittenberg).

Overigens waren drie van de vier piekjes door het NFI niet onopgemerkt gebleven. Ze waren wel degelijk aangeduid als bijzondere pieken. Maar het NFI hield deze informatie alleen voor intern gebruik. Opmerkelijk.

Dergelijke kleine piekjes worden normaal gesproken niet als bewijs opgevoerd om iemand te veroordelen. Maar je mag ze ook niet weglaten als daarmee een andere verklaring aannemelijk kan worden gemaakt.

Maar daar denkt het NFI kennelijk anders over zoals ook al bij de Schiedammer Parkmoord was gebleken.

Het NFI heeft op dit punt trouwens een slechte historie.

Zo vond het NFI in 2006 weer DNA van Louwes in een enkelvoudig spoor. Dat spoor werd nu wel gecontroleerd door het FLDO (Forensisch Laboratorium voor DNA Onderzoek) en ook in dat geval bleek het een mengspoor te zijn, precies van hetzelfde type als spoor #10.

Je zou verwachten dat het NFI zo’n fout snel zou rectificeren. Helaas, dit gegeven werd gewoon weggemoffeld.

Er is nog iets raars aan de hand met spoor #10.

Dit spoor is zo klein, dat het niet mogelijk was om het heel precies uit de blouse te knippen.

De grootte van het monster dat uit de blouse geknipt was bedroeg ruim 50 mm2. Om een idee van de grootte te geven, dat is een stukje van 7×7 mm2. Het bloedvlekje erin mat ongeveer 8 mm2 (zeg 3×3 mm2).

Dus er werd 42 mm2 aan loze ruimte meegeknipt? Dat zou je zeggen. Maar was dat wel loze ruimte? Nee, we hebben hier te maken met een roze olifant, zie later.

Daarvoor moeten we kijken naar de hoeveelheid DNA in een spoor die kan worden weergegeven door een DNA-meter.

Dit kleine spoor #10 had een heel hoge DNA-waarde, de meter liep op zeker moment op tot een waarde van 5000 eenheden. Dat is heel hoog.

Laten we deze waarde eens vergelijken met een ander bloedvlekje van Louwes in de broekzak van de pantalon die in beslag was genomen.

De DNA-waarde van dit vlekje was iets minder dan 1000. Dat zou dus ongeveer zo groot moeten zijn als een speldenprik!

Hoe zit het met de bloedvlekken van mevrouw Wittenberg zelf elders op de blouse?

Die variëren in grootte van 1 tot 1,5 cm2 en geven een DNA-waarde te zien van 2000 tot 8000 eenheden.

Dat is opvallend. Hun DNA-waarde is gemiddeld vergelijkbaar met dat van vlekje #10, terwijl dit maar liefst tien tot twintig keer kleiner is.

Hoe komt het dat vlekje #10 relatief zoveel meer DNA bevat?

We kunnen dit alleen maar verklaren, als we ervan uitgaan dat het bloedvlekje van spoor #10 een heel klein bloedvlekje van mevrouw Wittenberg is dat samen met heel veel andere soortgelijke vlekjes door contaminatie op de blouse is gekomen. En dat dit kleine bloedvlekje van mevrouw Wittenberg (met weinig DNA) is vermengd met een spoor van Louwes (met relatief veel DNA).

Dat is gebeurd in het mortuarium van het Deventer ziekenhuis. De Technische Recherche is toen overduidelijk aan het knoeien geweest met het stoffelijk overschot en veroorzaakte zodoende veel onderzoekerssporen.

Het fotografisch bewijs hiervan werd aangetroffen op de beruchte CDROM die in de Volkskrant is besproken en zelfs in de Tweede Kamer.

Daarmee wordt ook verklaard dat er kleine pieken van mevrouw Wittenberg in dat profiel zitten, maar naar verhouding precies even hoog als de pieken in de profielen van de andere bloedvlekken van mevrouw Wittenberg.

En hoe zit het dan met het DNA van Louwes?

Hier komt de roze olifant uit de mouw.

Overal op de bovenzijde van de blouse zit DNA van Louwes. Soms gewoon in vlekken, soms vlak bij een bloedvlekje (spoor #10), soms vlak bij een roze vlek, zoals spoor #9.

Hoe weten we dat en waar komt dit DNA vandaan?

Hier komt black-light te hulp.

Sommige sporen zijn alleen maar in black-light zichtbaar. In dit geval gewoon speeksel.

Speeksel, dat iedereen overdraagt als je dicht bij iemand in de buurt iets gaat zeggen. Als je wetenschappelijke onderzoeken naleest, kun je uitrekenen, dat iedereen in 2 minuten zoveel DNA overdraagt, dat je daar gemiddeld 1000 tot 5000 complete profielen mee kunt produceren. Maar daar hoor je het NFI niet over.

Dat speeksel zat wél over het hele lapje, dat het NFI had uitgeknipt. En dan is de hoge uitslag van de DNA-meter ineens helemaal niet zo verrassend  hoog meer. Zeker niet als je weet, dat de door het NFI gebruikte techniek veel gevoeliger is voor speeksel dan voor bloed.

Alleen werd dit pas na 2005 goed duidelijk.

Dit wordt ook in de beeldbank getoond.

Den Bosch vs. Arnhem

Advocaat-generaal Brughuis maakte gehakt van de eerdere veroordeling van Louwes door het hof Arnhem: “… had dan ook niet tot een bewezenverklaring kunnen komen.

In haar requisitoir van 26 januari 2004 gaat ze uitgebreid in op het herzieningsproces dat eerder voor het Hof Arnhem werd gevoerd en komt tot de conclusie dat Hof Arnhem niet tot een veroordeling had mogen komen.

Ze begint gelijk over het motief dat werd gevonden in Louwes’ mogelijke interesse in vakantiehuizen, bijvoorbeeld op Malta.

Daar maakt ze korte metten mee.

Van dit motief blijft volgens de advocaat-generaal dus niet veel over.

Dan het mes, dat ook gelijk door haar wordt afgeserveerd. Het had niet als bewijsmiddel gebruikt mogen worden, vindt ze.

Aan twee andere eigenaardige opvattingen over onder andere de vindplaats van het mes en het tijdstip waarop het gevonden werd, maakt ze weinig woorden vuil.

We hebben hier al vaak op gewezen.

De kwalificaties spreken boekdelen.

Ze gaat verder in op allerlei aspecten van het mes: de lengte van 18 cm die niet past bij de even diepe steekwonden van ongeveer 10 cm, het lemmet dat niet past bij de afdruk op de blouse, etc.

Wel gaat ze uit de bocht wanneer ze meent:

Niks volgens de regels der kunst uitgevoerd. Er is ronduit fraude gepleegd. Met (veel te lichte) veroordelingen van ambtsedige politiemensen tot gevolg.

Tenslotte komt ze op het telefoongesprek waarover we inmiddels veel meer weten, zie het TNO-rapport. Maar toch komt ze tot de volgende conclusie.

Dat is nogal wat. Volgens de advocaat-generaal had Louwes op grond van de voorliggende bewijsmiddelen door Hof Arnhem gewoon vrijgesproken moeten worden.

Gelukkig (pfff) voor haar kon het OM nog een vlekje op de blouse tevoorschijn toveren zodat het proces kon verdergaan en uiteindelijk tot een veroordeling leidde.

Over dit vlekje is inmiddels veel meer bekend geworden, zie daarvoor de Vraagbaak Deventer Moordzaak deemzet.nl.

De conclusie van dit alles is duidelijk: Louwes had al niet veroordeeld mogen worden door Hof Arnhem en evenmin door Hof Den Bosch.

Het zal je maar gebeuren.

Tactisch onderzoek in de beeldbank

Tactisch onderzoek heeft tot doel te achterhalen wat rond een misdrijf precies is gebeurd. Vallen dingen op, wat verklaren getuigen? Goed rondkijken dus is het devies.

We hebben al eerder verwezen naar de beeldbank van deemzet.nl. De combinatie van foto’s met een duidelijke uitleg vertelt boekdelen.

In de beeldbank worden niet minder dan 24 onderwerpen behandeld: bijvoorbeeld over Alibi GSM (2), en veel bijdragen over DNA (11 tot en met 20). Vooral het DNA-onderzoek wordt erg consciëntieus behandeld.

Deze keer verwijzen we naar de bijdrage over het Tactisch onderzoek in de Deventer moordzaak. Hierin wordt een aantal opmerkelijke zaken behandeld.

Zo wordt in de hal een stapel post en kranten aangetroffen die op een niet logische wijze zijn gestapeld. Ook wordt van de aangekochte etenswaren op donderdagmiddag maar een deel teruggevonden. En er is een belangrijk afspraakboekje verdwenen (gestolen). Om er maar een paar te noemen.

In de beeldbank komen deze onderwerpen aan de orde.

Een bezoek aan de beeldbank kan dus van harte worden aangeraden.

PMI: Post Mortem Interval

Het is op deze plek al eerder gemeld. De Deventer moordzaak gaat steeds meer over details. Post mortem details sluiten het daderschap van Louwes vrijwel uit.

Livor mortis (lijkvlekken) zijn zulke post mortem details.

In de beeldbank van de Vraagbaak Deventer Moordzaak is het gehele verhaal over livor mortis opgenomen. Hieronder alvast een voorproefje en hoe degelijk onderzoek de zaak kan oplossen.

De alerte onderzoeker van deemzet.nl (inmiddels ook bekend als de Vraagbaak Deventer Moordzaak) was op een paar foto’s iets bijzonders opgevallen. Ze waren gemaakt op de plaats delict onmiddellijk na het vinden van het slachtoffer en tijdens de sectie een dag later.

De lijkvlekken (livor mortis) die op de foto’s zichtbaar waren, pasten niet bij het tijdstip van overlijden van het slachtoffer.

Voordat we de lezer verwijzen naar de betreffende beeldbank en hoofdstukken is het handig te weten wat het bloed van een slachtoffer doet vanaf het tijdstip van overlijden. Hieronder is dat schematisch weergegeven.

Vanaf het tijdstip van overlijden (tijdstip 0) zakt de livor mortis (de paarse verkleuring) naar het laagste punt.

Wanneer het slachtoffer binnen 6 uur na overlijden wordt omgedraaid, dus met de neus naar boven, zakt de livor mortis nog steeds naar het laagste punt (A).

Wanneer het slachtoffer pas tussen 6 en 12 uur na overlijden vanaf de beginpositie wordt gedraaid, zal niet langer alle livor mortis naar het laagste punt zakken (B).

Wanneer het slachtoffer pas na 12 uur of langer wordt gedraaid zakt de livor mortis niet meer naar het laagste punt (C) en blijft het op zijn plaats.

De ontstane patronen van de livor mortis verraden dus het eventuele verplaatsen van het stoffelijk overschot.

Een voorbeeld. Wanneer een slachtoffer wordt aangetroffen in toestand C is het zeker dat hij langer dan 12 uur na overlijden in deze positie is geplaatst.

Zou hij na overlijden niet meer zijn aangeraakt, dan zou de livor mortis niet bovenin maar onderin het lichaam zijn aangetroffen.

Lees de conclusies die hieruit worden getrokken.

Een tweede verschijnsel is ook belangrijk.

Wanneer druk op het lichaam van het slachtoffer wordt uitgeoefend (bijvoorbeeld door een hand in de bovenstaande figuur), kan de livor mortis worden weggedrukt en blijft de afdruk van de hand enige tijd zichtbaar, zoals op de tweede foto.

Maar dat blijft niet zo. Het wegdrukken van de livor mortis blijft ongeveer iets langer dan een etmaal na overlijden mogelijk.

Wanneer de livor mortis niet meer wegdrukbaar is, was het tijdstip van overlijden bijvoorbeeld 36 uur eerder.

De sectiearts nam nog enige wegdrukbaarheid waar:

De patholoog-anatoom onderzocht de wegdrukbaarheid van livor mortis op de rug van het slachtoffer op zondagmiddag en meldt een onvolledige wegdrukbaarheid.

wat zou inhouden dat het slachtoffer niet eerder dan bijvoorbeeld 36 uur voor de sectie is overleden.

De sectie vond plaats op zondagmiddag om 13 uur, dus zou het tijdstip van overlijden ergens in de nacht van vrijdag op zaterdag moeten hebben gelegen.

Met deze achtergrondinformatie zijn de conclusies die uit de post mortem waarnemingen kunnen worden getrokken, iets eenvoudiger te volgen.

Vooral lezen want de conclusies zijn ook nog spannend.

Het ochtendbezoek

Cruciaal in het verweer van Louwes was het bezoek dat hij op donderdagmorgen aan mevrouw Wittenberg had gebracht. Na eerdere ontkenning bevestigde de recherche dit.

Voor de aanwezigheid van DNA van Louwes op de blouse werd door de verdediging een duidelijke en toetsbare verklaring gegeven (speekseldepositie). Die verklaring werd evenwel niet getoetst, het NFI kwam met eigen verklaringen.

En dus claimde advocaat-generaal mr. Annemarie Brughuis nog tijdens het herzieningsproces Den Bosch:

Daar komt bij dat ik kan aantonen dat verdachte op 23 september 1999 niet in de ochtend bij het slachtoffer is geweest, zodat hij toen niet zijn DNA-materiaal kan hebben achtergelaten.

Er zijn echter niet minder dan 12 belangrijke aanwijzingen dat het bezoek wel degelijk heeft plaats gevonden:

1. de notitie in haar agenda;
2. de mededeling van een getuige op 26 september 1999;
3. een telefoongesprek op 22 september 1999;
4. de grafbrief in Louwes’ archief;
5. hij wist van afspraak mevrouw Wittenberg met huisarts;
6. hij wist van de ladders bij de buurman;
7. hij wist van het gebruik van spiritus van de werkster;
8. de telefoongesprekken uit Deventer;
9. vraagt om inkomensgegevens van zijn cliënt;
10. een afspraak in Deventer;
11. inkomensgegevens doorgegeven;
12. verklaringen van de werkster.

Lees verder in de beeldbank bij de foto’s 4 en 5. Ook de andere foto’s zijn de moeite waard.

Niet minder dan drie messen

In het begin van de Deventer moordzaken speelden niet minder dan drie messen een rol. Het eerste mes (Het Mes) werd uiteindelijk als moordwapen gezien. En de andere twee messen dan?

Op deemzet.nl (de Vraagbaak Deventer Moordzaak) wordt in 17 foto’s met toelichting het verhaal van deze messen verteld: waar zijn zij gevonden, leken ze wel op de bloedafdruk op blouse, hoe zijn zij als potentieel bewijs behandeld, hoe is het ze verder vergaan, etc.

Nog steeds ongelooflijk dat Het Mes het tot en met het Hof Arnhem heeft geschopt.

Als dit zo erg mis heeft kunnen gaan, hoeveel vertrouwen moet je dan hebben in de verdere gang van zaken?

Processen verbaal uit 2014

In de juridische wereld is een proces verbaal niet zo maar een stuk tekst. Het weegt zwaar in strafzaken. In de Deventer moordzaak zijn vele processen verbaal opgemaakt.

Twee ervan zijn van recente datum (nou ja, recent), namelijk opgemaakt in maart 2014.

Beide processen verbaal zijn opgemaakt door een inspecteur van de Nationale Recherche:

Waarvan door mij op ambtsbelofte opgemaakt dit proces-verbaal, ….

Het eerste proces verbaal betreft de verslaglegging van een aantal expert meetings van vijf forensische experts en is opgemaakt op 12 maart 2014 en is al eerder besproken.

Het tweede proces verbaal is opgesteld op 17 maart 2014 en gaat over het GSM-verkeer tijdens de atmosferische omstandigheden rond 20:36 uur in de buurt van Deventer. Een zinsnede uit dit proces verbaal vat de kwestie van Het Telefoontje bondig samen:

Een geraadpleegde deskundige van TNO noemt contact tussen basisstation 14501 en een specifiek wegdeel op de A28 congruent met de verklaring van Louwes bij omstandigheden van bijzondere propagatie aannemelijk, en zonder die omstandigheden voorstelbaar.

Deze passage zegt dat het verweer van Louwes dat hij van meet af aan heeft aangevoerd ‘voorstelbaar’ is.

Dat hij dus niet gelogen zou kunnen hebben.

Dat hij dus wel vanaf de A28 gebeld zou kunnen hebben.

Dat hij dus wel een alibi zou kunnen hebben.

Dat is nogal wat.

Beide processen verbaal zijn onder ambtsbelofte opgemaakt en maken een veroordeling van Louwes verre van overtuigend, om het zwak uit te drukken.

Vraagbaak Deventer Moordzaak (1)

Over de Deventer moordzaak is sedert 1999 veel geschreven. Processen verbaal, rapporten, requisitoirs, arresten, artikelen en boeken en het houdt voorlopig niet op.

En sinds enkele jaren zijn daar de sociale media bijgekomen: Twitter en Facebook.

En zo kan iedereen over deze ingewikkelde zaak zijn mening geven, nieuwe feiten aandragen of bestaande feiten betwisten.

Helaas wordt op deze wijze hier en daar, goed bedoeld, en meestal onbewust, de waarheid geweld aangedaan.

Het valt ook niet mee. Waar de zaak eerst nog betrekkelijk overzichtelijk leek, wordt die gaandeweg steeds gedetailleerder en gespecialiseerder.

Zo kon Louwes eerst nog eenvoudigweg als verdachte worden aangemerkt vanwege een telefoontje dat voor onmogelijk werd gehouden en zijn alibi onderuit haalde. Dat viel door iedereen te volgen.

Uiteindelijk ging het over zeldzaam optredende atmosferische omstandigheden in samenhang met bijzonderheden van het functioneren van het mobiele netwerk in 1999.

Die technische en specialistische discussies waren niet meer voor iedereen goed te volgen en dus werden hier en daar stelligheden aangedragen die feitelijk onjuist bleken te zijn.

Ook wordt het bloedvlekje #10 vaak genoemd als blijk van de schuld van Louwes: “En hoe verklaar je dan dat bloedvlekje met zijn bloed? Nee, hij is de dader, dat kan niet anders.”

Zou zo’n iemand de moeite nemen wat dieper in het DNA-bewijs te duiken, dan zou hij het er snel mee eens zijn dat het niet Louwes’ bloed is, maar dat van het slachtoffer, ingebed in een wolk speeksel van Louwes. Speeksel dat overigens veel meer DNA bevat dan bloed.

Maar wie neemt het deze persoon kwalijk dat hij deze moeite niet kan of wil doen. Het is ingewikkelde materie en niet iedereen kan daarin zijn weg vinden.

Maar zo blijven de misverstanden wel bestaan en gaan ze een eigen leven leiden.

In deze kakofonie van meningen ontstond een bron van goed onderbouwd feitenmateriaal die we inmiddels wel de Vraagbaak Deventer Moordzaak mogen noemen. Deze vraagbaak is een grote website die door een deskundige chemicus gedurende tien jaar met veel zorg en deskundigheid is samengesteld.

Wie weer eens een mening op Twitter of Facebook ten beste wil geven, zou er daarom goed die te toetsen aan het feitenmateriaal in deze vraagbaak.

De hele Vraagbaak is erg omvangrijk en gespecialiseerd. Daarom heeft de samensteller een Vraagbaak light samengesteld: In het pak genaaid. In een prettige verteltrant wordt de Deventer moordzaak voor iedereen begrijpelijk gemaakt.

Louwes staat voor tegen OM

Deze website wordt behoorlijk vaak gelezen. En niet alleen dat. Lezers nemen ook de moeite een reactie te plaatsen. Een van deze reacties vormt de basis van dit artikel.

Kern van deze reactie is de geloofwaardigheid van Louwes enerzijds en van het OM anderzijds.

Je zou in een rechtsstaat mogen hopen dat de geloofwaardigheid van het OM staat als een paal boven water. Helaas blijkt dat niet het geval, zo blijkt uit de onderstaande analyse die Agno in de Reacties plaatste.

Nog los van de mogelijkheid of onmogelijkheid van het aanstralen van de GSM mast in Deventer vanaf de A28 en ook de discussie over de inhoud van het korte 16 seconden gesprek, wordt Louwes’ verhaal gestaafd door twee sterke bewijzen:

1) Hij benoemde dat hij op de A28 in een file gestaan heeft (door een tijdelijke wegversmalling), die nooit op de radio is aangekondigd (en hij had zeker ook nog geen internet op zijn mobiel in die tijd). Dit is een sterk alibi.
2) Het belastingvrije bedrag van fl. 1750,– dat hij beloofd had aan de weduwe door te geven, had zij ook daadwerkelijk opgeschreven op een notitieblokje bij de telefoon. Dit is een sterke indicatie dat zijn versie van het verhaal juist is.

Als je van een afstandje naar de DMZ kijkt dan komt het volgende beeld naar voren:

* Wat Louwes de rechercheurs allemaal verteld heeft, blijkt achteraf verrassend vaak verifieerbaar te kloppen.
* De vermoedens en bewijzen aangedragen door de recherche, blijken achteraf verrassend vaak onderuit gehaald te kunnen worden (“Leugens over Louwes” is een mooie alliteratie).

Al met al een treurigstemmend beeld.

GSM: in 1999 en na 2000

Op het artikel Wat was er mis met het bewijs titel werd onmiddellijk gereageerd door de auteur van deemzet.nl. Hij weet bijna alles van de Deventer moordzaak.

Nu blijkt dat bezoekers aan deze website wel de artikelen lezen, maar vaak niet de moeite nemen de Reacties door te nemen.

Dat is jammer, ook in dit geval. Want – en dat was al aangekondigd – er was zoveel meer mis met de Deventer moordzaak. En dat zou voor de lezer verborgen blijven. Daarom hieronder de reactie.

De categorie mishandeld bewijs verdient nog een aanvulling.

De verdediging ontdekte dat tijdens het GSM-gesprek van 23 september 1999 vanaf de A28 via de zender in Deventer speciale atmosferische omstandigheden heersten. Een deskundige bestreed dit evenwel onder verwijzing naar een weerbericht uit december (!).

Het Hof accepteerde dat.

Louwes had van meet af aan gesteld dat hij vanuit de omgeving Harderwijk had gebeld.

Het OM maakte daar ‘t Harde van.

Het Hof accepteerde de verdediging van Louwes niet en sprak recht op basis van de onmogelijkheid om vanuit ‘t Harde te bellen.

Later beoordeelden GSM-deskundigen het GSM-gesprek op basis van de werking van GSM in het jaar 2000 en later.

Maar het gesprek vond plaats in 1999 en toen werkte het GSM-systeem anders en kon dat gesprek wel plaatsvinden (zie de toelichting).

De advocaat-generaal in de herziening van 2007 gebruikte de netwerkgegevens van KPN uit 2005 om de situatie in 1999 te beoordelen en daarmee maakte hij een grote fout.

Hij ging uit van alternatieven die nog helemaal niet bestonden.

Op deze wijze werd het verweer van Louwes op verkeerde gronden verworpen en dat heeft zijn zaak ernstig geschaad.

Wat was er mis met het bewijs?

Deze website heeft niet tot doel Louwes vrij te pleiten. We willen slechts dat niemand in Nederland onschuldig achter de tralies belandt op basis van ondeugdelijk bewijs.

En dus ook Louwes niet.

Laten we hieronder samenvatten wat er zoal mis is met de bewijsmiddelen.

Let op, de lijst is niet uitputtend.

Frauduleuze bewijsmiddelen
1. Het Mes werd schoongeveegd alvorens het als bewijsmiddel voor de geurproef aan te bieden.
2. Uit het verslag van onderzoek naar de blouse in het mortuarium werden relevante passages gewist.

Mishandelde bewijsmiddelen
1. De blouse werd besmeurd met bloedvlekken en roze vlek(ken) na veiligstelling.
2. De verdediging vond uit dat tijdens het GSM-gesprek van 23 september vanaf de A28 via de zender in Deventer speciale atmosferische condities heersten.
Een deskundige bestreed dit met een weerbericht uit december (!). Het Hof accepteerde dat.
3. Louwes had van meet af aan en consistent verklaard dat hij belde vanuit de omgeving Harderwijk. Het OM maakte daar ‘t Harde van. Het Hof accepteerde de verdediging van Louwes niet en sprak recht op basis van de onmogelijkheid om vanuit ‘t Harde te bellen.

Verkeerd gecategoriseerde bewijsmiddelen
1. Spoor #20 zou eerst rechts en dan weer links op de blouse gezeten hebben, het bijbehorende etiket op het zakenformulier is blanco, evenals de andere etiketten van spoor #15.
2. De bijschriften van de nagelmonsters werden verwisseld in diverse rapportages.
3. De aard van de nagelmonsters veranderde van nagelknipsel in nagelvuil (wat heel veel verschil maakt).
4. Het moment van verzamelen van de nagelknipsels is in twee verschillende PV’s op twee verschillende data vastgelegd.
5. De vochtsporen uit de gang kregen een onjuiste code en werden daardoor terzijde gelegd.

Verdwenen bewijsmiddelen
1. Vest en broek van het slachtoffer (dit is misser in de buitencategorie).
2. Inventarisatie van voorwerpen uit de keuken.

Achtergehouden bewijsmiddelen
1. In 2006 kon worden vastgesteld (NF)), dat de blouse ernstig was verontreinigd; dit gegeven is weggestopt in een der bijlagen van het Oriënterend Onderzoek.
2. Ook in dit onderzoek (nu 2007) werd bevestiging gevonden van het gegeven, dat een belangrijke getuige juist niet op vrijdag heeft gebeld naar het slachtoffer. Ook dit feit zit in een bijlage, waarvan de betekenis niet is besproken.
3. De lijst met financiële transacties van recente datum ontbreekt, waardoor zowel de datum van overlijden als het motief niet goed konden worden onderzocht; ook is niet uitgewerkt, wat met de opbrengst van grondverkoop (volgens PV 1,8 miljoengulden) precies is gebeurd.
4. Een kennis van het slachtoffer heeft gemeld, dat het slachtoffer hem op donderdag (23 september) telefonisch heeft bevestigd, dat Louwes was langs geweest. Dit kan in het Tactisch Journaal worden afgelezen. Het proces verbaal van deze mededeling is officieel gevoegd bij het procesdossier (Den Bosch 2003/4) maar toch heeft mr. Knoops (verdediger) het niet.

Veroordeeld worden is nooit leuk, ook niet als je de dader bent.

Wanneer je de dader niet bent, maar je wordt toch veroordeeld omdat deugdelijk bewijs tegen je pleit, is dat dubbel niet leuk.

Wanneer je de dader niet bent, en je wordt veroordeeld op ondeugdelijk bewijs, dat is nauwelijks te verteren.

Barstensvol feiten

Al sinds 2011 wordt de website deemzet.nl minutieus bijgehouden. De auteur schroomt niet onderwerpen bij de hoorns te vatten die voor anderen te technisch zijn.

En dat zijn er nogal wat. Ingewikkelde technische zaken als de protocollen van een mobiel netwerk, forensisch-medisch onderzoek en DNA-onderzoek.

En dat doet hij niet zonder succes. Zijn website verdient inmiddels wel de naam Vraagbaak Deventer Moordzaak.

Hij is zelfs expliciet genoemd in een advies van de Advies Commissie Afgeronde Strafzaken ACAS.

Door zijn speurwerk is onder andere komen vast te staan dat het veel besproken telefoontje wel vanaf de A28 had kunnen worden gevoerd en is in 2013/14 een commissie forensisch-medische experts met hem tot de slotsom gekomen dat de moord zeer waarschijnlijk 24 uur later is gepleegd dan eerder werd aangenomen.

Bij zijn onderzoeken staat de verifieerbaarheid voorop. Het zijn geen meningen van een goed bedoelende amateur.

Nee, het zijn degelijke onderzoeksresultaten van een professional. Een enkele keer betreft het goed gedocumenteerde aannames met mogelijke consequenties.

En steeds met bronvermelding zodat de betrouwbaarheid van de resultaten kan worden geverifieerd

Kortom een website waar alle aspecten van de Deventer moordzaak worden behandeld, degelijk worden onderzocht en kunnen worden opgezocht en nagelezen.

Je zou verwachten dat zo’n website aan de lopende band wordt geraadpleegd. Niet alleen door personen die geïnteresseerd zijn in deze langstlopende zaak en zulke doorsnee lezers zijn er zelfs 22 jaar na de moord nog volop.

Maar vooral van personen die zich (semi-)professioneel met de zaak bezighouden zoals journalisten, advocaten, advocaat-generaal Aben (!), rechters zou verwachten dat ze zich zouden laven aan deze bijna onuitputtelijke bron. Gewoon, om je goed te oriënteren of voor te bereiden.

Niets is minder waar.

Neem als voorbeeld de makers van De Deventer Mediazaak.

In deze ongeveer 5 uur durende podcast wordt slechts een kort videofragment uit deemzet.nl gebruikt.

Hadden de makers van de podcast maar eens wat beter in de website rondgekeken. Of misschien hadden ze de auteur eens moeten uitnodigen om hem eens rustig de feiten te laten toelichten. Want de materie blijft ingewikkeld.

Gewoon, om een volledig beeld te krijgen.

En niet alleen maar blind varen op de informatie in het boek van Haan waarin zoveel fouten staan, zie het commentaar op zijn boek uit 2009 en op de iets aangevulde herdruk uit 2020.

Helaas ontwijkt Haan hierop te reageren, zonder deugdelijke verklaring.

Zie dit artikel als een aansporing eens wat vaker naar de website deemzet.nl te gaan.

Top-10 Vragen en Antwoorden

Met enige regelmaat ontvangt de redactie via allerlei media vragen en opmerkingen over de Deventer moordzaak. Op basis hier hebben we een Top-10 samengesteld.

De lijst is verre van volledig. Wie alles over de Deventer moordzaak wil weten moet zeker een bezoek brengen aan de website deemzet.nl.

Een aanrader is ook het boek In het pak genaaid dat in begrijpelijke bewoordingen vaak ingewikkelde technische zaken samenvat.

VraagAntwoord
  
1. De bedoeling van deze weblog is alleen maar Louwes vrijpleiten. Niet objectief dus. Hij is toch veroordeeld tot op het hoogste niveau?Louwes is inderdaad veroordeeld. Het doel van deze website is niet hem alsnog vrij te pleiten. Wel wordt gekeken of hij terecht is veroordeeld: is het bewijs deugdelijk, zijn er geen ernstige fouten gemaakt, is zijn verweer goed onderzocht. Kortom, wij zijn van mening dat het bewijs veel te mager is om hem te veroordelen.
  
2. Te mager, te mager. Maar het was toch wel een behoorlijk dik dossier, daar kun je toch niet omheen?Dat klopt, maar wel met veel fouten zoals frauduleuze, onoordeelkundig behandelde, verkeerd gecategoriseerde, verdwenen en achtergehouden bewijsmiddelen. Het is triest dit in Nederland te moeten vaststellen. En natuurlijk extra triest voor Louwes die daarvan het slachtoffer was.
  
3. Louwes voerde aan dat hij mevrouw Wittenberg vanaf de A28 heeft gebeld via een zendmast in Deventer. Dat is zijn verweer, zijn alibi. Deskundigen verklaarden voor het hof dat dit vrijwel onmogelijk is. Dan concludeert het OM toch terecht dat Louwes ongeloofwaardig is?De auteur van de website deemzet.nl toont aan dat Louwes’ verweer op de betreffende avond onder andere door atmosferische omstandigheden wel degelijk mogelijk is. Later trekt een eerdere getuige-deskundige zijn verklaring in en toont TNO aan dat het verweer van Louwes wel degelijk mogelijk is.
  
4. Louwes is financieel adviseur van mevrouw Wittenberg. Hij adviseert haar bij haar nieuwe testament en wordt bij haar overlijden de executeur-testamentair en voorzitter van de Dr. Wittenberg Stichting. Zo heeft hij zich toch in een positie gemanoeuvreerd waarin hij na haar dood over haar miljoenen kon beschikken. Hij had dus wel degelijk een financieel motief?Deze opvatting klinkt plausibel maar wordt niet ondersteund door de feiten. Daarom ontkent het Hof Den Bosch in zijn arrest expliciet een financieel motief. Op zichzelf al frappant: een moord zonder wapen, motief en getuigen.
  
5. Hij wilde toch geld uit de kluis van mevrouw Wittenberg doorsluizen naar zijn eigen rekening?Nee, dat wilde hij juist nadrukkelijk niet. Hij kreeg hierover bijna ruzie met de bankmedewerkster. Hij wilde een nieuwe rekening openen op naam van de Dr. Wittenberg Stichting. Omdat die nog geen KvK-nummer had, was dit niet mogelijk en opende hij op advies van de medewerkster van de bank tijdelijk een beheer-rekening op zijn eigen naam. Deze lezing staat in een proces-verbaal.
  
6. “Eerst was ik ervan overtuigd dat Louwes niet de dader was. Maar toen een bloedvlekje met zijn DNA in de kraag de blouse van mevrouw Wittenberg was gevonden, was ik om. Hij is de dader, want hoe komt anders dat vlekje daar dan?”Het bloedvlekje wordt in 2003 ontdekt, vlak voor het herzieningsproces voor het Hof Den Bosch. In 1999 vlak na de moord is dat vlekje op foto’s niet waargenomen. Het moet daar dus tussen 1999 en 2003 zijn gekomen door een onoordeelkundige behandeling van de blouse, door contaminatie dus.
Bovendien bevat het betreffende vlekje geen bloed van Louwes maar speeksel.
  
7. Maar het DNA van Louwes kan toch alleen op de blouse terecht zijn gekomen op de plaats delict? Hij heeft haar toch niet eerder, voor de moord, ontmoet?Louwes is op donderdagmorgen bij mevrouw Wittenberg op bezoek geweest om een document over grafrechten op te halen. Lange tijd heeft het OM dit bezoek ontkend, maar ging uiteindelijk overstag.
Het DNA van Louwes kan dus op die morgen zijn overgedragen tijdens een gesprek (bijvoorbeeld door spreken met consumptie).
  
8. Het telefoontje dat Louwes met mevrouw Wittenberg voerde, duurde maar 16 seconden. Heel kort dus. Misschien stond hij wel bij haar voor de deur en belde alleen maar om te zeggen dat hij er aan kwam. Geraffineerd toch?Op die drukke donderdagavond met veel verkeer op de weg, kon Louwes na zijn vertrek uit Utrecht niet al om 20:36 uur in Deventer bij mevrouw Wittenberg op de stoep staan. Bovendien was de Zwolseweg opgebroken en moest hij ook nog een stuk lopen.
  
9. Zijn de verklaringen van de getuigen die het slachtoffer vrijdag nog zagen wel betrouwbaar?Meerdere getuigen zagen het slachtoffer onafhankelijk van elkaar in dezelfde situatie, zoals thuiskomst met de auto, op weg om boodschappen te doen. Overigens werden diverse potentiële getuigen genegeerd (vriendinnen, bloemenkiosk).  
  
10. Plotseling blijken forensisch-medische gegevens te bestaan die aantone dat de moord 24 uur later is gepleegd. Is dat niet een beetje vreemd?Inderdaad is dat niet een beetje maar zelfs heel erg vreemd. Het is te danken aan een oplettende chemicus die na intensief onderzoek moest concluderen dat lijkvlekken, lijkstijfheid en de vertroebeling van het hoornvlies een overlijden op donderdagavond onmogelijk maakten. Andere experts deelden zijn conclusies.
Zie hierover blog1 en blog 2.

Bij twijfel niet inhalen

In onze rechtspraak geldt dat een rechter pas tot een veroordeling kan komen als het bewijs wettig en overtuigend is. Hoe staat het met het bewijs in de Deventer moordzaak?

Wanneer gerede twijfel bestaat over het bewijs, moet de verdachte worden vrijgesproken.

Laten we eens zien hoe overtuigend het bewijs is dat door het OM werd aangedragen.

Het OM moet immers overtuigend bewijs van schuld aandragen. Niet minder belangrijk is het verweer dat Louwes heeft aangedragen. Het verweer dat zijn alibi ondersteunt.

Wanneer hij redelijk verweer voert, is het niet zijn taak dat verweer te bewijzen. Het OM moet aantonen dat het verweer niet deugt.

Is het OM daarin geslaagd? Laten we eens een paar verklaringen nader bekijken in het verweer van Louwes.

1. Louwes was niet in Deventer maar reed op de A28
Louwes verklaarde van meet af aan dat hij mevrouw Wittenberg belde toen hij op de A28 reed, tussen Harderwijk en ‘t Harde, waarschijnlijk ergens bij Nunspeet.

Aanvankelijk werd dit door getuigen-deskundigen als onmogelijk bestempeld.

Jaren later kwam een getuige-deskundige op zijn verklaring terug (een andere getuige-deskundige is inmiddels overleden).

Ook TNO bevestigde dat de verklaring van Louwes wel degelijk juist zou kunnen zijn.

Advocaat-generaal mr. Aben die het herzieningsonderzoek leidt, was het met deze conclusie eens, hoewel hij de kans op 5% schatte. Deze schatting wordt overigens erg conservatief gevonden.

Deze verklaring van Louwes over zijn locatie is cruciaal voor zijn alibi. Het OM slaagde er niet in zijn verklaring te ontkrachten.

2. Forensisch-medische experts: moord 24 uur later
Een aantal forensisch-medische experts bestudeerde de claim van een chemicus (de auteur van deemzet.nl) dat de moord niet op donderdagavond was gepleegd, maar ongeveer 24 uur later.

Hij kwam tot die conclusie op grond van onderzoek naar de lijkvlekken (livor mortis), de mate van vertroebeling van het hoornvlies (cornea) en de waargenomen lijkstijfheid tijdens de sectie op zondag.

De experts waren het grotendeels met hem eens. Hun conclusies zijn vastgelegd in het proces verbaal van 12 maart 2014 dat op ambtsbelofte is opgemaakt door de Nationale Recherche. Eigenlijk pleit dit proces verbaal Louwes feitelijk vrij, maar er is wellicht ruimte voor een ietsiepietsie twijfel.

Deze twijfel heeft het OM 8 jaar na dato niet kunnen wegnemen.

3. Het bloedvlekje
Het OM liet vlak voor het herzieningsproces voor het Hof Den Bosch heel onverwacht Het Mes als bewijs vallen. Als een baksteen.

Geen nood, want het OM kwam geheel onverwacht met nieuw bewijs: een bloedvlekje waarin volgens het OM het DNA van Louwes was aangetroffen.

Maar er is nogal wat aan de hand met dat vlekje.

Vlekje was niet waargenomen in 1999
Wel heel raar. Foto’s uit 1999 laten het vlekje niet zien, maar in 2003 staat het wel op een foto. Verklaring: contaminatie. Geen gekke verklaring want de blouse zat in 2003 onder de vlekjes die er in 1999 niet zaten

Speeksel Louwes, bloed mevrouw Wittenberg
Er is sterk bewijs dat het vlekje speeksel van Louwes bevatte en met dus zijn DNA en bloed van mevrouw Wittenberg.

Louwes DNA op plaats delict!
Maar hoe komt zijn DNA dan op haar blouse op plaats delict?

Louwes is volgens zijn eigen verklaring op donderdagmorgen bij mevrouw Wittenberg op bezoek geweest om grafrecht-documenten op te halen. Aanvankelijk hechtte het OM geen geloof aan deze verklaring, maar later is deze wel komen vast te staan.

Het speeksel is hoogstwaarschijnlijk tijdens het gesprek op die ochtend op de blouse van mevrouw Wittenberg terecht gekomen. Met een grote mate van zekerheid dus.

Het verweer van Louwes bij deze drie aspecten: 1. A28; 2. Forensisch bewijs; 3. Vlekje; is heel sterk en zorgt op zijn minst voor heel veel twijfel over de schuld van Louwes.

Hoe zou een rechter dan kunnen oordelen dat het bewijs overtuigend is?

Contaminatie

Vroeger kon men in krant nog wel eens twee tekeningen aantreffen met de kop Vind de 7 verschillen. Dat viel vaak niet mee. Na veel zoeken lukte dat toch wel.

In de Deventer moordzaak kan men een dergelijke vraag ook stellen.

We tonen hieronder de blouse van het slachtoffer op de plaats delict nadat ze daar dood is aangetroffen en gefotografeerd (zaterdag 25 september 1999, 13:24 uur).

Ook tonen we een foto van dezelfde blouse eind 2003. Het aantal verschillen is veel groter dan 7.

Hoe komt dat en waarom pas eind 2003?

Vlak voordat de herzieningszaak in 2003 zou beginnen liet het OM Het Mes als moordwapen tot ieders verbazing plotseling vallen en kwam het met Het Vlekje als nieuw bewijs op de proppen.

Maar dat vlekje was op foto’s in 1999 helemaal niet waargenomen, en in 2003 wel? Dat wekte verbazing. Vlekjes ontstaan in de loop der jaren toch niet zo maar vanzelf?

Inderdaad, dat gaat niet vanzelf.

Maar wel als zo’n blouse niet volgens strenge voorschriften wordt behandeld. Bijvoorbeeld wanneer het onoordeelkundig wordt opgevouwen en plekken met bronsporen in aanraking worden gebracht met plekken die tot dan brandschoon waren.

Dan creëer je sporen die er eerst helemaal niet waren. Dat proces wordt contaminatie genoemd.

De blouse is van meet af aan niet volgens de regels behandeld. Niet een enkele keer, maar meermalen.

De blouse is zelfs een keer lange tijd zoek (!) geweest. Dat is in forensische kringen een doodzonde.

En zo kon het gebeuren dat op de blouse tussen 1999 en 2003 nogal wat vlekken bij zijn gekomen.

Sterker, dat gebeurde al tussen het moment van aantreffen van het slachtoffer op 25 september 1999 op de plaats delict en ‘s avonds in het mortuarium en zondagmiddag tijdens de sectie.

Bron: Beeldbank deemzet.nl

Links de foto genomen op de plaats delict (25 september 1999) en rechts bij het NFI (eind 2003).

Op de linker foto staan de vermoedelijke bronvlekken. We merken onmiddellijk op dat er rechts veel nieuwe vlekken zijn bijgekomen.

De nieuwe vlekken op de rechter foto zijn gemarkeerd in dezelfde kleur als de vermoedelijke bronvlekken.

Uit de vouwsporen kan worden opgemaakt dat de blouse is gevouwen.

Door de blouse tweemaal dubbel te vouwen zijn alle nieuwe veronderstelde vlekken verklaard.

Wat betekent dit alles?

Dit betekent dat een spoor dat in 2003 is aangetroffen in 1999 helemaal niet op die plaats hoefde te bestaan. Foto’s bewijzen dat ook. En dat conclusies trekken uit de plaats van een spoor in 2003 speculatief is en niets toevoegt aan het bewijs.

In tegendeel, het proces van bewijsvoering alleen maar verwart.

Geen officieel tijdstip van overlijden

Een schouwarts moet de dood vaststellen, metingen aan het lichaam doen en een mogelijke doodsoorzaak vaststellen. Ook bij de moord op mevrouw Wittenberg moest dat zo.

Als de schouwarts de temperatuur van het lichaam had kunnen meten, was veel juridische ellende voorkomen.

In het Tactisch Journaal (mutatie 035 op 27 september 1999) wordt gerapporteerd dat alles naar wens is verlopen. Het verslag [van de lijkschouwer, red.] is ontvangen en in de map SLO gevoegd.

In het proces verbaal dat op 12 maart 2014 door de Nationale Recherche is opgemaakt naar aanleiding van een expert meeting van forensisch deskundigen verklaart de betreffende schouwarts dat hij geen meting had mogen doen en dus ook geen rapportage heeft opgesteld, zie de onderstaande passages uit het Tactisch Journaal en het proces verbaal.

De forensisch deskundigen wilden vanzelfsprekend het officieel vastgestelde tijdstip van overlijden weten, maar de schouwarts kon hun dat dus niet vertellen.

Op grond van hun eigen waarnemingen aan de foto’s van het lichaam van het slachtoffer stelden zij zelf vast dat de moord ca. 24 uur later is gepleegd dan eerder gedacht en dat het slachtoffer tussen 6 en 24 uur na overlijden nog is verplaatst.

Deze conclusies pleiten Louwes vrij.

Hoe belastend is Het Bloedvlekje?

“Eerst geloofde ik ook dat Louwes onschuldig was. Maar toen ze dat bloedvlekje van hem vonden, wist ik het zeker: Louwes is de dader!”

Velen redeneren zo en dat is begrijpelijk: Louwes’ bloed op haar blouse! Hoeveel bewijs wil je nog meer hebben?

Maar zoals met veel aspecten in deze complexe zaak ligt de waarheid toch weer wat ingewikkelder.

Op de site deemzet.nl vallen heel veel details over dit bloedvlekje te lezen. En dat moet de geïnteresseerde lezer zeker doen. Maar wees gewaarschuwd, eenvoudig is deze materie allerminst en vergt veel kennis van DNA.

Gelukkig heeft de auteur de moeite genomen de vele onderzoeken (bijvoorbeeld over mobiele netwerken, post mortem verschijnselen) in een boek samen te vatten: In het pak genaaid.

En om het de lezer nog gemakkelijker te maken heeft hij van dit boek een synopsis geschreven. Alle hoofdstukken van het boek worden kort en krachtig, op begrijpelijke wijze samengevat.

Lees de synopsis eens rustig door, maar de tekst uit hoofdstuk 9 Bloed zien gaat over het bloedvlekje en die is hieronder alvast integraal te lezen.

Het DNA-bewijs tegen Louwes werd op de valreep van het herzieningsproces in Den Bosch (2003/4) geïntroduceerd. Heel belastend hierin was de vondst van een bloedvlekje (spoor #10) op de blouse van het slachtoffer. Hierin werd het DNA van Louwes gevonden.

Tijdens een latere herziening werd door de verdediging aangevoerd, dat er in dit bloedvlekje ook sporen van het slachtoffer zichtbaar waren.

Terzelfder tijd werd ook duidelijk, dat er veel bloedvlekjes van het slachtoffer op de blouse zaten, waarin zich helemaal géén DNA-kenmerken bevonden.

Hiermee werd een alternatieve verklaring voor spoor #10 mogelijk en zelfs waarschijnlijk: spoor #10 combineert een bloedvlekje van het slachtoffer met een speekselspoor van Louwes.

Qua vorm lijkt vlekje #10 ook heel sterk op die andere bloedvlekjes. Bloedvlekjes, die pas op de blouse kwamen, nadat de recherche het stoffelijk overschot had afgevoerd [ten gevolge van contaminatie, red.]. Foto’s bewijzen dat.

Vlekjes, die dus niets met de moord te maken hebben. Kort voor de moord was Louwes bij het slachtoffer op bezoek geweest en had hij met haar een indringend gesprek gevoerd.

In dit boek wordt dit spoor voor het eerst volledig geanalyseerd en van een alternatieve verklaring voorzien. Deze steunt op een wetenschappelijke onderbouwing, die tegelijkertijd verduidelijkt, waarom er zoveel bloedsporen zonder DNA konden worden gevonden.

Lees vooral verder in het boek. Het geeft een duidelijk beeld van veel aspecten van de Deventer moordzaak.

Drama in drie fasen

De Deventer Mediazaak heeft veel sympathie opgewekt bij zijn luisteraars. De makers namen het voor Michael de Jong op en namen Maurice de Hond zijn rol kwalijk.

Makers en luisteraars verwijten De Hond terecht dat hij de ‘klusjesman’ De Jong zomaar als dader van de moord op mevrouw Wittenberg aanwees. Dat was fout, ongepast en schadelijk voor De Jong.

De rechter was het met die opvattingen eens en veroordeelde De Hond.

Toch doet zich in deze kwestie een bijzonder fenomeen voor. We kunnen drie fases onderscheiden.

Fase 1. De aanpak van De Hond
Hij wees De Jong als de dader aan. Daarvan was hij – geïnspireerd door de Schiedammer Parkmoord – overtuigd. Hij verbond hieraan de conclusie dat Ernest Louwes dus de dader niet kon zijn. Zijn redenering: De Jong is de dader en dus kan Louwes de dader niet zijn.

Fase 2. De podcast Deventer Mediazaak
De makers en veel van de luisteraars tonen zich verontwaardigd over de handelwijze van De Hond en nemen het op voor De Jong. Maar hun conclusie gaat wel heel ver: De Jong was niet de dader van de moord! Hoewel veel mensen wellicht terecht in zijn onschuld geloven, gaat de conclusie dat hij dus niet de dader is, veel te ver: hoe weet men dat zo zeker? Maar door hun overtuiging kreeg hij in de podcast de rol van onschuldige aangemeten.

Fase 3. Een bijzondere conclusie
En nu komt er een opmerkelijke wending in de zaak.
Eerst had De Hond De Jong als dader aangewezen. Dat is onjuist en verwijtbaar.
De makers en vele luisteraars van de podcast trekken nu een vergelijkbare conclusie. Omdat De Jong niet de dader is moet Louwes dat wel zijn. Kortweg: De Jong is onschuldig, dus Louwes is de dader.

Om die opvatting kracht bij te zetten, voeren ze argumenten aan die onjuist of erg discutabel zijn (ook in de podcast), zie ook de vele tweets. Maar dat alles maakt niet uit. De Jong is het niet, dus Louwes is het wel.
Beseffen zij dat zij zich op precies dezelfde wijze schuldig maken aan het nawijzen van Ernest Louwes, als De Hond deed in zijn acties ten nadele van De Jong?

Kunnen de makers van de podcast en sympathisanten zich voorstellen dat er ook luisteraars zijn die moeite hebben met deze logica?

Zeker nu er nog steeds – al acht jaar – een herzieningsonderzoek loopt onder leiding van mr. Aben, advocaat-generaal bij de Hoge Raad.

Na mediahype Deventer Mediazaak weer terug naar de feiten

Na de mediahype over de Deventer Mediazaak moeten we niet vergeten dat de Deventer Moordzaak nog steeds in onderzoek is door mr. Aben.

Op de feiten in de Deventer moordzaak komen we in de volgende blogs weer gewoon terug.

Nu wat algemene opmerkingen over de Deventer Mediazaak.

Eigenlijk gaat de Deventer Mediazaak helemaal niet over de Deventer Moordzaak.

De Deventer Mediazaak is – al dan niet terecht – een kruistocht tegen Maurice de Hond en bevat vele, vele feel good passages over en met Michael de Jong.

In de huidige maatschappelijke context moet je wel gelijk een disclaimer toevoegen en dat doen we dan ook maar.

De betrokkenheid van deze website heeft te maken met de overtuiging dat Ernest Louwes op basis van het dossier niet veroordeeld had mogen worden.

Of hij nu de dader is of niet.

En daarom wordt in deze blog en tweets van hem dan ook niet gezegd dat hij de dader niet is.

Maar hoe anders gaat het er in de Deventer Mediazaak aan toe?

In alle afleveringen wordt Michael de Jong gepresenteerd als iemand die onschuldig is. Daar hebben de makers waarschijnlijk gelijk in, maar zeker weten doen ze dat niet.

Waarom dan toch doen alsof ze dat wel zeker weten?

De hele podcast ademt de sfeer: omdat we weten dat Michael de Jong niet de dader is, weten we dat Ernest Louwes wel de dader is (wat iets anders is dan veroordeeld zijn).

Hetzelfde type redenering dat Maurice de Hond wordt verweten. Dat vindt niet alleen de redactie maar ook twee rechtsfilosofen van Tilburg University.

Het beluisteren van zesdelige podcast was een hele zit. Zeker wanneer je van alle feitelijke details op de hoogte bent.

Maar Annegriet Wietsma was ook niet echt op zoek naar feitelijke details en die hebben we dan ook nauwelijks gehoord.

Veel meningen en suggesties en weinig feiten.

Kleine chronologie van een moord (volgens deemzet.nl)

Het is op deze plaats al vaak genoemd: alle aspecten van de Deventer moordzaak worden door deemzet.nl in detail beschreven. Ook geeft hij een chronologie.

De reconstructie is opgesteld door Demo, de auteur van deemzet.nl.

De reconstructie bevat vanzelfsprekend de nodige onzekerheden. Demo was er immers ook niet bij.

Maar uit de lucht gegrepen is deze reconstructie evenmin. De activiteiten van mevrouw Wittenberg op donderdag tot en met het telefoontje om 20:36 uur zijn algemeen bekend en onomstreden.

Anders ligt het met haar handel en wandel op vrijdag.

Volgens het OM was zij op donderdagavond rond 21 uur vermoord en daarmee hielden haar activiteiten op.

Maar diverse getuigen hebben onafhankelijk van elkaar verklaard haar op vrijdag nog te hebben gezien.

Er was niet slechts een getuige, nee, er waren niet minder dan vijf getuigenissen die ronduit sterk en overtuigend waren.

Deze getuigen hadden haar op vrijdag nog zien lopen, autorijden.

Niettemin werden ze door het OM niet serieus genomen.

Lees de chronologie en – voor de belangstellenden – ook de diverse getuigenverklaringen.

Fatsoen

Al bijna zeven jaar is mr. Aben bezig met zijn herzieningsonderzoek. Dat is ongekend lang. Natuurlijk moet het zorgvuldig, maar dit is buitensporig. En niet fatsoenlijk.

Het gaat er op deze website niet om te bewijzen dat Louwes feitelijk onschuldig is. Dat is ook praktisch onmogelijk.

Evenmin is het doel een andere potentiële dader aan te wijzen.

Nee, de bedoeling is aan te tonen dat Louwes op grond van een dergelijk flinterdun dossier nooit veroordeeld had mogen worden.

Of hij nu de feitelijke dader is of niet.

Al in het eerste begin van deze zaak bleek het dossier dusdanig dubieus dat de rechtbank Zwolle Louwes vrijsprak wegens gebrek aan bewijs.

De jaren daarna is er veel gebeurd.

Het gerechtshof Arnhem veroordeelde Louwes vervolgens op hetzelfde dossier waarin Het Mes zo’n grote rol speelde.

Later, na een geslaagd herzieningsverzoek veroordeelde Het gerechtshof Den Bosch Louwes opnieuw. Het Mes had van de ene dag op de andere plaats gemaakt voor Het Vlekje.

Vervolgens hebben vele partijen zich met het bewijs bemoeid.

Prof. Ton Derksen, toch niet de eerste de beste gezien zijn succes in de zaak Lucia de Berk, schreef er in 2011 een boek over met diepgaande analyses en uitgebreid bronnenonderzoek.

De auteur van de website deemzet.nl heeft vrijwel alle aspecten van de zaak grondig doorgespit en bracht in 2014 zelfs de ACAS zover dat deze aan Aben een herzieningsonderzoek adviseerde.

Een team van forensische experts besprak in 2013/14 op aangeven van de auteur van deemzet.nl de postmortale verschijnselen.

In 2014 stelde een inspecteur van de Nationale Recherche van de twee vergaderingen van deze experts een proces verbaal op waarin zij tot de conclusie kwamen dat de moord zeer waarschijnlijk veel later dan op donderdagavond moet zijn gepleegd.

Het onderzoek door mr. Aben was inmiddels begonnen maar tot september 2020 wordt niets meer vernomen.

Dan kondigt hij in een interview met De Stentor de installatie van een Cold Case team aan dat het DNA-bewijs nog eens rustig moet bekijken. Al verwacht deze magistraat er niet veel van.

In tijden dat ongelooflijk ingewikkelde strafzaken (Holleeder, Taghi) in een paar jaar worden afgerond, neemt mr. Aben in een overzichtelijke en door en door bestudeerde moordzaak niet minder dan zeven jaar de tijd.

En het einde is nog steeds niet in zicht.

Dat is niet alleen buitensporig lang, maar ook nodeloos onfatsoenlijk.

Niet alleen tegenover Louwes die graag ziet dat hij na al die jaren wordt vrijgepleit.

Maar ook tegenover al diegenen die hebben bijgedragen aan succesvol onderzoek.

Het vertrouwen in een transparante en betrouwbare overheid is de laatste jaren al ernstig geschokt door onder meer de toeslagenaffaire.

De gang van zaken in het herzieningsonderzoek door mr. Aben maakt het er niet beter op.

PV uit 2014 van Nationale Recherche pleit Louwes vrij

Op 12 maart 2014 maakte een inspecteur van de Dienst Nationale Recherche een proces verbaal op naar aanleiding van twee expert meetings van forensisch artsen.

Het gezelschap bestond uit vijf forensische deskundigen en een chemicus. Zij kwamen op 11 december 2013 en 18 februari 2014 bijeen vanwege een rapport van de chemicus. Deze had daarin een aantal post mortale verschijnselen beschreven die niet overeenstemden met het tijdstip van overlijden van mevrouw Wittenberg.

Hieronder worden een paar passages uit dit proces verbaal getoond die vrijwel zeker aantonen dat de moord niet op donderdagavond 23 september 1998 tussen 20:37 en 21:00 kon zijn gepleegd.

En waarmee Louwes wordt vrijgepleit.

Het volledige proces verbaal kan hier ook integraal worden gelezen.

De inhoud is ronduit schokkend te noemen.

Laten we eerst even kijken naar de vertroebeling van de cornea (hoornvlies) van het slachtoffer. Er is nog enige twijfel in de conclusie te bespeuren, maar die twijfel op zichzelf is al schokkend.

In de volgende passsage wordt onomwonden vastgesteld dat de wegdrukbaarheid van de lijkvlekken niet verenigbaar is met een overlijden op 23-9. Maar als deze datum niet mogelijk is, dan kan Louwes ook niet de dader zijn geweest.

De livor mortis patronen (lijkvlekken) zijn even overtuigend. Het lichaam is minstens 6 uur na overlijden verplaatst. Ook deze constatering pleit Louwes vrij want die heeft voor die periode een alibi.

In hetzelfde proces verbaal wordt ook een verklaring opgenomen van de schouwarts die geen onderzoek mocht uitvoeren. Hierdoor kon hij onder meer het tijdstip van overlijden niet vaststellen, met veel ellende tot gevolg.

De conclusies en overwegingen van het proces verbaal vatten de inhoud nog eens samen:

Wie deze passages leest, vraagt zich in gemoede af waarmee mr. Aben zich de afgelopen 7 jaar in het herzieningsverzoek heeft beziggehouden.

Zijn conclusie zou toen toch al moeten zijn geweest dat een herziening van de zaak onontkoombaar is?

En dan hebben we het nog niet eens over Het Telefoontje en het DNA-onderzoek.

‘In het pak genaaid’

Toen Louwes door Hof Arnhem voor het eerst tot 12 jaar cel werd veroordeeld was menigeen verbaasd. In het e-book In het pak genaaid staat waarom die verbazing zo terecht was.

Eerst even een korte terugblik.

De artikelen in HP/De Tijd van Stan de Jong hadden al in 2002 voor de nodige onrust gezorgd en dat was alleen maar erger geworden na de publicatie van zijn boek in 2003.

En niet alleen de burger had flinke twijfels, de drie rechters van de rechtbank Zwolle hadden hem al eerder vrijgesproken. Zo erg overtuigend was het bewijsmateriaal dus ook weer niet.

Sindsdien hebben velen het rommelige dossier onder de loep genomen, met vaak schokkende resultaten. Dat begon al met Maurice de Hond met in zijn kielzog een hele rij vrijwillige deskundigen op allerlei terreinen: politiemensen, forensische deskundigen, etc.

Het resultaat was onder meer de website geenonschuldigenvast.nl. Wanneer je deze doorleest, slaat de schrik je om het hart: dat had ook mij kunnen gebeuren.

En je denkt onwillekeurig aan die andere zaken: Lucia B., de Schiedammer Parkmoord, de Puttense moordzaak, Ina Post.

Daar bleef het echter niet bij. Het werd maar niet rustig rond de Deventer Moordzaak. Diverse cassatieverzoeken volgden met wisselende resultaten.

Inmiddels had ook de website deemzet.nl zich op het toneel gemeld.

Een website die zich onderscheidt door gedegen wetenschappelijk onderzoek op uiteenlopende terreinen: forensisch onderzoek, mobiele netwerken, DNA.

Een verademing vergeleken met het onderzoek van politie en OM.

Zo toonde de auteur aan, door diep in de protocollen van mobiele netwerken te duiken (niet zijn expertise) en deze te koppelen aan diverse atmosferische verschijnselen, dat een mobiele telefoon vanaf de A28 wel degelijk een zendmast in Deventer kan bereiken.

Zijn resultaten werden later door TNO bevestigd.

Tot die tijd werd dit door deskundigen steeds voor onmogelijk gehouden.

Alle resultaten van zijn onderzoek, met referenties en al, zijn op de website te lezen.

Op dezelfde grondige wijze dook hij in de complexe materie van DNA, een gebied dat dichter bij zijn expertise ligt.

En ook hier zijn de resultaten ronduit schokkend. Knoeiwerk van het NFI, weggeraakt materiaal, enzovoort.

Als je dit alles leest is het gênant dat mr. Aben – de advocaat-generaal bij de Hoge Raad die al bijna 7 jaar een herzieningsonderzoek leidt – het toch nog nodig achtte in 2020 een speciaal Cold Case team uit Amsterdam naar het DNA-bewijsmateriaal te laten kijken.

Hij zou ook eens een blik hebben kunnen werpen op deemzet.nl en had dit trouwens ook veel eerder kunnen doen, want zijn onderzoek loopt al bijna 7 jaar, sedert 2014.

Voor veel mensen zijn de onderzoeksresultaten van deemzet.nl minder toegankelijk. De materie is vaak ingewikkeld en specialistisch.

Daarom heeft de auteur in zijn boek In het pak genaaid alle onderzoeksonderwerpen begrijpelijk opgeschreven zonder daarbij de nauwkeurigheid geweld aan te doen.

Een goed leesbaar, begrijpelijk en bijna spannend boek.

Aan te bevelen.

Lees het en vraag je af: Kan flinterdun bewijs nog dunner?

Vragen die raadsheren hadden kunnen (moeten) stellen (2)

Rechters moeten het dossier beoordelen dat hun wordt voorgelegd. Ze stellen vragen en horen de meningen van deskundigen. Toch werden veel vragen niet gesteld.

In het eerste deel over de rol van de raadsheren hebben we al vier vragen genoemd die de raadsheren hadden kunnen, maar eigenlijk hadden moeten stellen.

Nu een nieuwe serie belangrijke vragen.

Mevrouw de advocaat-generaal.
Uit het dossier blijkt niet overtuigend dat de verdachte een financieel motief had, terwijl dat tot dusver zo’n grote rol heeft gespeeld, ook nog voor het hof Arnhem.
Kunt u andere, wel overtuigende motieven noemen, want een moord zonder motief …

Mevrouw de advocaat-generaal.
Het mes waarmee de moord zou zijn gepleegd werd door een bewoner in de buurt van een kelderportiek gevonden, op 1 km afstand van de plaats delict? Ik zou dan niet gelijk denken dat hiermee het moordwapen zou zijn gevonden, al vermoedde de vinder dat wel. Waarom hebt u toch gelijk gedacht met het moordwapen te maken te hebben?

Mevrouw de advocaat-generaal.
De verdachte kwam bij u in beeld als verdachte vanwege het telefoontje. Volgens hem belde hij vanaf de A28, volgens u was dat niet mogelijk. Waarom hebt u toen niet onmiddellijk alle mogelijke gegevens over dit mobiele gesprek opgevraagd, zoals de Time Advance data? Dat zou het onderzoek aanzienlijk hebben vereenvoudigd.

Mevrouw de advocaat-generaal.
Op de plaats delict is alleen de vingerafdruk van verdachte aangetroffen. Verder niets. Het huis bleek zeer grondig gereinigd. Hebt u enig idee hoeveel tijd de verdachte daarvoor nodig zou hebben gehad, afgezien van andere handelingen zoals de moord zelf? Heeft de reconstructie hierover uitsluitsel gegeven …? O nee, er is geen reconstructie gedaan. Maar in het dossier wordt hierover helemaal niets gemeld.

Vragen die raadsheren hadden kunnen (moeten) stellen (1)

Rechters moeten het dossier beoordelen dat hun wordt voorgelegd. Ze stellen vragen en horen de meningen van deskundigen. Toch werden veel vragen niet gesteld.

In de Deventer Moordzaak hebben de raadsheren te vaak achterover geleund en vertrouwd op wat de advocaten-generaal hen voorschotelden.

Ook de deskundigen werden op hun woord geloofd – en dat moet ook.

Hoewel, ook dat ging een paar keer goed mis.

Maar vragen stellen of toelichting vragen over belangrijke onderwerpen is niet een blijk van wantrouwen.

We weten dat dit soort gemiste kansen van de raadsheren geen onderwerp van het herzieningsonderzoek zijn dat onder leiding van advocaat-generaal mr. Aben wordt uitgevoerd en al bijna 8 jaar duurt.

Bij dat onderzoek moet het immers gaan over ‘nova’.

Maar schrijnend is het allemaal wel. Een belangrijke oorzaak van de frustratie die bij de Deventer Moordzaak wordt gevoeld.

Hieronder sommen we een aantal vragen op die de raadsheren hadden kunnen en eigenlijk hadden moeten stellen.

We gaan hierbij uit van de verdenking dat Louwes op donderdag 23 september 1999, rond 9 uur ‘s avonds mevrouw Wittenberg heeft vermoord.

De vragen die de raadsheren hadden moeten stellen aan de advocaten-generaal:

Mevrouw de advocaat-generaal.
Ik zie in het dossier dat de schouwarts geen tijdstip van overlijden heeft vastgesteld. Het is toch zeer gebruikelijk dat dit wel wordt gedaan? Waarom is dat in dit geval niet gebeurd? En hoe weet u dan zo zeker dat de moord op donderdagavond is gepleegd en dan ook nog wel op zo’n precies tijdstip?

Mevrouw de advocaat-generaal.
In het dossier ontbreekt het resultaat van een reconstructie. Kunt u me vertellen waarom die niet heeft plaatsgevonden? Er zijn nogal wat vragen over de plaats waar het slachtoffer is aangetroffen en waar ze is vermoord? Kunt u daarover wat meer vertellen?

Mevrouw de advocaat-generaal.
Uit het dossier blijkt dat Louwes om 19 uur van de Jaarbeurs is vertrokken en dat hij later die avond is thuisgekomen tussen 21 uur (zijn verklaring) en 23 uur (uiterste andere mogelijkheid). Kunt u toelichten waarom u ervan overtuigd bent dat Louwes voldoende tijd had om de moord en alle bijkomende handelingen uit te voeren: de moord, doorzoeken en grondig reinigen van het huis, verplaatsen van een zwaar stoffelijk overschot, van en naar de auto wandelen, etc.? Heeft u een plausibel scenario?

Mevrouw de advocaat-generaal.
Het slachtoffer heeft donderdagmiddag boodschappen gedaan. Ze heeft onder meer vlees, vleeswaren en broodjes gekocht. Een belangrijk deel hiervan is niet meer aangetroffen, niet in het huis en evenmin door de sectiearts. Deze zouden dus door Louwes moeten zijn meegenomen. Hebt u er een logische verklaring voor waarom hij dat zou hebben gedaan. Graag een andere dan ‘het creëren van een dwaalspoor’?

Datum van overlijden

Wanneer werd mevrouw Wittenberg vermoord? Lang werd aangenomen donderdag 23 september 1999. Veel later werd hieraan steeds meer getwijfeld.

De twijfel kon ontstaan doordat de politie de schouwarts niet toestond een temperatuurmeting te doen (wanneer je dit leest, kun je je ogen niet geloven).

Zo’n meting is immers noodzakelijk om een preciezer tijdstip van overlijden te kunnen vaststellen. Dat dit niet is gebeurd heeft Louwes jarenlang ernstig parten gespeeld.

In 2014 werd door een team van forensische deskundigen in een proces verbaal vastgesteld dat het tijdstip van overlijden minimaal 24 uur later moet zijn geweest, dus op vrijdagavond of -nacht.

Los van deze ontwikkelingen is er iets opmerkelijks.

Op de grafsteen van mevrouw Wittenberg lezen we twee opvallende dingen.

In de eerste plaats dat haar voornaam wordt geschreven zonder ‘c’, dus Jaqueline in plaats van Jacqueline (de laatste komen we het vaakst tegen), maar dat is een onbeduidend detail.

Maar ook de datum van overlijden valt op: 25 september 1999. Niet 23 september zoals tot 2014 steeds is volgehouden.

We moeten niet gaan complotdenken. Het zal wel een vergissing zijn geweest door de maker van de grafsteen.

Maar opvallend is het wel.

Plotseling staken van onderzoek

We hebben de afgelopen jaren nogal wat bijzondere moordzaken meegemaakt. Bijzonder omdat de gedoodverfde dader na vele jaren werd vrijgesproken.

We herinneren ons nog de geruchtmakende zaken van Lucia de Berk, Ina Post en de Schiedammer Parkmoord.

Wie even op internet zoekt, kan zonder moeite nog vijf of meer van dergelijke zaken vinden.

Zaken die het vertrouwen in politie en justitie ernstig hebben geschokt. Jarenlang heeft iemand vastgezeten en dan blijkt die de dader te zijn!

Ook de Deventer Moordzaak is zo’n bijzondere zaak.

Al vanaf het eerste begin werd de argeloze krantenlezer getroffen door de vele missers en onbegrijpelijke keuzes van politie en Openbaar Ministerie.

We denken aan Het Mes, de twee briefjes, het gedoe over wel of niet een ochtendbezoek, het openen van een rekening nu wel of niet verdacht was, het Telefoontje, het zoekraken van bewijsmateriaal, toch niet Het Mes, dan plotseling een Vlekje, enzovoort. Dat maakt de burger argwanend. Zijn politie en OM wel berekend op hun taak?

Er is ook nog een andere opvallende gebeurtenis die tot op de dag van vandaag vragen oproept.

Voordat Louwes als verdachte in beeld kwam en vervolgens in november 1999 werd gearresteerd, waren er ook nog twee andere personen voor wie de politie bijzondere belangstelling had en die zelfs op enig moment als verdachte werden aangemerkt.

Van de ene op de andere dag werd het onderzoek naar beide personen gestaakt en daarna is er niets meer van die onderzoeken vernomen.

Dat zou logisch zijn ingeval een ander de moord heeft bekend.

Of wanneer het bewijsmateriaal tegen een ander overweldigend en zeer overtuigend is.

Maar van beide mogelijkheden was in deze zaak geen sprake. Dat blijkt wel uit de vrijspraak door de rechtbank Zwolle.

Dus blijft de vraag nog steeds zeuren: waarom is dat onderzoek plotseling gestaakt?

‘Maar toch wil ik’

Onmiddellijk nadat mevrouw Wittenberg dood werd aangetroffen werd in haar tuin een briefje gevonden met veel taalfouten. Later ontving de politie een tweede briefje.

Over beide briefjes is lange tijd veel te doen geweest.

Het eerste briefje: onbeholpen geschreven met gekunstelde fouten
Het tweede briefje: keurig geschreven, maar ook met Maar toch wil ik u

Het eerste briefje werd op 25 september 1999 op de oprit gevonden. Het wekte de suggestie te zijn geschreven door een laaggeletterde persoon.

Vraag aan iemand iets te schrijven met veel opzettelijke taalfouten, dan zou het er zo uit kunnen zien. Knullig handschrift en gekunstelde fouten.

Het tweede briefje werd op 21 oktober 1999 anoniem bij het politiebureau bezorgd. Het zag er verzorgd uit en was in keurig Nederlands geschreven.

We willen het hier niet hebben over de inhoud van beide briefjes, maar over de vraag of ze door dezelfde persoon zijn geschreven.

Er werd grafologisch onderzoek gedaan en de antwoorden op deze vraag liepen zoals valt te verwachten flink uiteen.

Maar er was ook iets anders aan de hand met beide briefjes. In beide kwam dezelfde zinsnede voor: Maar toch wil ik u.

Omdat velen van mening waren dat deze zinsnede niet vaak voorkomt, werd al snel gedacht dat beide briefjes door een en dezelfde persoon waren geschreven.

Want dat twee verschillende personen deze niet veel voorkomende zinsnede los van elkaar in verschillende briefjes zouden gebruiken, dat zou wel heel toevallig zijn.

Begin 2000 was het niet gemakkelijk na te gaan hoe vaak de zinsnede Maar toch wil ik voorkomt en hoe groot de kans is dat die zou voorkomen in twee onafhankelijke briefjes.

Nu, in 2021, kunnen we veel beter schatten hoe groot die kans is. En dus ook hoe groot de kans is dat deze zinsnede in twee onafhankelijke teksten voorkomt.

Want we hebben Google.

Zoeken we met deze zoekmachine naar Maar toch wil ik u dan krijgen we 40.800 resultaten. Is dat veel of weinig?

Om hiervan een idee te krijgen zouden we moeten weten in hoeveel documenten Google heeft gezocht. Daarom zoeken we ook naar hoeveel hits een ander willekeurig, maar gangbaar woord oplevert. Het woord mogelijk bijvoorbeeld geeft : 184.000.000 resultaten, het woord nieuw geeft 225.000.000 resultaten.

Laten we even uitgaan van 225.000.000 resultaten en een ruwe berekening maken.

Van de ongeveer 225.000.000 resultaten zouden er 40.800 de zinsnede Maar toch wil ik u bevatten, dat is dus een kans van ongeveer 0.00018. De kans dat twee onafhankelijke documenten allebei deze zinsnede zouden bevatten, is dus 0.018%.

Een heel kleine kans dus.

Ongetwijfeld zal bovenstaande berekening kunnen worden verfijnd/verbeterd. Bijvoorbeeld is er nog geen rekening mee gehouden dat de woorden ‘nieuw’ of ‘mogelijk’ vaker in een document voorkomen. Maar de kans dat beide briefjes door verschillende personen zijn geschreven, blijft wel heel erg klein.

Saaie Piet

Wanneer je de Deventer Moordzaak rustig doorleest, dan vraag je je af hoe de politie en het OM ooit Ernest Louwes als dader hebben kunnen zien.

Het lijkt allemaal te zijn begonnen met het mobiele telefoongesprekje dat Louwes naar eigen zeggen vanaf de A28, ergens tussen Harderwijk en ‘t Harde, waarschijnlijk in de buurt van Nunspeet heeft gevoerd.

Dat kon helemaal niet, vond een deskundige de KPN. Zijn mobieltje kan Deventer vanaf die plaats nooit bereiken.

Dus Louwes liegt. Dat is dus zeer verdacht. En dus zal hij wel de dader zijn. Vonden politie en OM.

En dus werd het onderzoek naar andere verdachten plotseling stopgezet, terwijl die de politie nog wel wat hadden uit te leggen.

Zeker hebben dat telefoontje en de gebrekkige kennis van de deskundige van de KPN en twee hoogleraren Louwes helemaal in het begin parten gespeeld.

Maar toch.

Al snel zou het OM toch tot de ontdekking moeten zijn gekomen dat ze met Louwes helemaal op het verkeerde spoor zaten.

Want er waren nogal wat goede redenen, om hem niet langer als verdachte te zien.

In willekeurige volgorde.

  1. De omstandigheden van de moord wijzen erop dat er hevige emoties in het spel waren (gesleep met slachtoffer, onder schilderij leggen, nauwkeurig geplaatste messteken).
  2. Louwes werd juist gekenmerkt (niet in de laatste plaats door hemzelf) als een saaie piet, wars van emoties.
  3. Hij had geen financieel motief, zoals later door het Hof Den Bosch werd vastgesteld.
  4. Evenmin werd een ander motief vastgesteld (dat is vaak een probleem, een moord zonder motief!).
  5. Hij was geen goede bekende of huisvriend van het slachtoffer.
  6. Hoewel de dader met het bloedige mes het huis heeft verlaten, werden op Louwes noch in zijn auto bloedsporen aangetroffen.
  7. Politie en OM hadden al meteen afstand moeten nemen van het gevonden mes als moordwapen. Daarmee zou hen tevens een gênante vertoning bespaard zijn gebleven.
  8. De zeven weken dat hij als executeur-testamentair heeft geopereerd, heeft hij dat correct gedaan, zeker als in aanmerking wordt genomen dat hij deze taken naast zijn overige werkzaamheden moest uitvoeren.
  9. Zelfs wanneer de moord op donderdagavond zou zijn gepleegd (de deskundigen denken daar in meerderheid anders over, getuige een proces verbaal), dan zou hem de tijd hebben ontbroken.

Niet alle individuele punten pleiten Louwes voor de volle 100% vrij want er is altijd ruimte voor twijfel. Maar gezamenlijk maken zij zijn daderschap onmogelijk.

De enige reden dat mr. Aben zo lang over het herzieningsonderzoek doet, kan alleen maar zijn: het zoeken naar een uitweg uit deze negen punten.

Het tweede mes

Twee dagen na de moord werd op een onwaarschijnlijke plaats een vleesmes gevonden. Dit zou wel eens het moordwapen kunnen zijn, dacht de politie.

Ondanks de bijzondere vindplaats (1 km vanaf de Zwolseweg 157, onderaan een trap naar een fietskelder) raakten politie en OM ervan overtuigd dat Het Mes het moordwapen zou zijn.

Voor de geuridentificatie werd de geur veiliggesteld en Het Mes werd door het NFI onderzocht, zonder DNA-resultaat.

Geen DNA maar toch bleven politie en OM Het Mes als het moordwapen zien.

Totdat …

Ja, totdat op 10 januari 2000 een bewoonster aan de Arnold Moonenstraat in Deventer meldde dat in haar openstaande garage een scherp mes was aangetroffen. Zij bracht dit zelf in een mogelijk verband met de moord op de Zwolseweg.

Gezien het voorgaande zou de politie haar moeten hebben meedelen dat ze al waren voorzien: er was al een moordwapen gevonden. Bedankt voor uw oplettendheid.

In plaats daarvan meldt het Tactisch Journaal dat Het Tweede Mes werd veiliggesteld en, om geen sporen te vernietigen, voor onderzoek naar het NFI te Rijswijk werd gestuurd.

Tegelijk werd na overleg met de Officier van Justitie een aanvraag machtiging DNA onderzoek aangevraagd om eventueel aan te treffen DNA-materiaal te vergelijken met het profiel van het slachtoffer Wittenberg.

Zo overtuigd was het OM er dus niet van dat Het Eerste Mes het moordwapen zou zijn. Het liet voor de zekerheid ook Het Tweede Mes onderzoeken.

Niet geschoten is altijd mis, moeten deze professionals hebben gedacht.

Toch was Het Eerste Mes voor de veroordeling door het Hof Den Bosch een belangrijk bewijsmiddel!

Klungeliger kan het toch niet?

De huishoudster

Mevrouw Wittenberg had een huishoudelijke hulp die in de Deventer Moordzaak een belangrijke rol speelde. Ze kwam al vroeg in het Tactisch Journaal (TJ) voor.

De vrouw was 67 jaar en al meer dan tien jaar bij de Wittenbergs werkzaam. Elke donderdagmorgen van 9-12 uur kwam ze werken. Zoals met meer huishoudelijke hulpen het geval is, raakte ze bekend met de gang van zaken van de familie.

Ze kende volgens het TJ de inrichting van de woning goed en wist hoe alles lag en stond.

Zo wist ze te melden dat mevrouw Wittenberg altijd haar woning verliet via de achterdeur, die ze afsloot met een sleutel. Als ze naar boven ging deed ze achterdeur op slot met een knip. Nee, ze zou ‘s avonds de deur nooit opendoen. Geld haalde ze altijd van boven, waarschijnlijk uit een door ouderdom grijs geworden tas die op de ouderslaapkamer stond. Nee, de hulp wist niet of er een kluis in huis was.

De hulp was een belangrijke informatiebron. Daarom liep de politie op de maandag na de moord met haar het huis door.

Ze merkte verscheidene zaken op. Zo ontbrak volgens haar de kruimelzuiger uit de wandhouder. Dat vond ze raar want mevrouw Wittenberg hing hem na gebruik altijd meteen weer op.

Het viel haar op dat er geen afwas op het aanrecht stond en dat het rood-witte schort niet op het witte haakje hing.

Na een blik in de koel-vrieskast concludeerde ze dat mevrouw Wittenberg niet op vrijdagmorgen, zoals gebruikelijk, bij Albert Heijn was geweest.

En zo ging het maar door, volgens diverse mutaties in het Tactisch Journaal.

De huishoudelijke hulp kon zich eerst niet herinneren dat Louwes donderdagmorgen op bezoek was geweest en dat heeft voor veel verwarring gezorgd en de loop van de processen beïnvloed.

Later heeft zij dit diverse keren gecorrigeerd met duidelijke getuigenissen maar die leken de advocaat-generaal in Den Bosch niet goed uit te komen en werden door haar als niet geloofwaardig terzijde geschoven.

Wanneer het tot een herziening zou komen, dan zal die – gezien de snelheid van de justitiële molens – niet eerder dan over twee jaar zijn.

Zou de huishoudelijke hulp die dan 91 jaar is, nog nieuwe bruikbare informatie kunnen geven?

Als ze dan nog leeft?

Sleutels

Naast het lichaam van mevrouw Wittenberg lag een sleutel-etui dat daar moet zijn neergelegd. Met welk doel? Er zijn diverse verklaringen voor gegeven.

Maar die sleutels blijven een raadsel.

Het Tactisch Journaal maakt ook gewag van de sleutels. In mutatie 15 wordt gemeld:

Onder/naast het slo. lag slkeutelbos, netjes in etui getrokken.Hieraan o.m. sleutel voordeur.

We gaan er maar vanuit dat het sleutel-etui toebehoorde aan het slachtoffer. Vreemd is het dat de sleutels op die plek lagen, want het is inmiddels vrijwel zeker dat mevrouw Wittenberg ongeveer 6-24 uur na haar overlijden is versleept. Het is dus uitgesloten dat ze op de plaats waar ze werd gevonden, de sleutels uit haar hand heeft laten vallen.

Natuurlijk besteedt ook deemzet.nl aandacht aan deze bijzondere vondst en somt tegelijk verwante bijzondere observaties op.

Wie heeft geen belang bij heropening Deventer Moordzaak?

Er zijn veel mensen in Nederland die er steeds meer van overtuigd zijn dat de Deventer Moordzaak de grootste rechterlijke dwaling tot dusver is. Zij kunnen niet wachten op de heropening en hopelijk de uiteindelijke vrijspraak.

Maar niet iedereen denkt er zo over.

Er zijn ook mensen die – ondanks alle nieuwe bewijsmateriaal van het tegendeel – ervan overtuigd blijven dat Louwes de dader is. Dat is hun goed recht.

Ze zijn niet echt tegen een herziening, maar van hen hoeft die niet zo nodig.

Er is ook een groep personen die om de een andere reden tegen een herziening zijn. Zij hebben helemaal geen belang bij een herziening.

Integendeel, wanneer de Hoge Raad de zaak doorverwijst naar een gerechtshof is de kans groot dat alle zaken weer worden opgerakeld: PV’s, onderzoeksrapporten, getuigenverklaringen en zo meer.

Welke personen en/of categorieën zitten echt niet op een herziening te wachten?

1. De echte dader (of daders)
In de allereerste plaats natuurlijk de echte dader. Die heeft de afgelopen jaren 22 jaar met genoegen gezien hoe Louwes in het verdachtenbankje werd geplaatst en definitief werd veroordeeld. De dader moest steeds glimlachen bij alle trucjes die het OM uit de hoge hoed toverde om Louwes achter de tralies te krijgen of houden.
Deze dader heeft dus geen enkele behoeft aan een nieuw proces. Dat kan alleen maar in zijn nadeel uitpakken.
De kans om te worden ontmaskerd acht de echte dader na zovele jaren weliswaar niet groot, maar je weet nooit.

2. De politie
Jaap Visscher is er nog steeds van overtuigd dat het onderzoek dat onder zijn leiding heeft plaats gevonden, goed is geweest.
Er zijn veel fouten gemaakt, dat erkent hij ook. En zelfs blunders, zo vindt zelfs mr. Aben, de advocaat-generaal die momenteel het herzieningsonderzoek leidt.
Inderdaad, fouten en blunders.
Wat te denken van de politiemensen die de schouwarts nader onderzoek verboden, van het kwijtraken van een vest en broek van het slachtoffer, van het bestempelen van Het Mes als moordwapen.
Allemaal fouten en blunders van de politie, maar dat maakte voor het resultaat verrassend genoeg geen verschil. Volgens Visscher.
Maar wie weet wat tijdens een nieuw proces nog meer wordt onthuld. Daar zit Jaap Visscher niet op te wachten.
Nee, geen nieuw proces!

3. Het OM
Dit is de derde, niet onbelangrijke, partij die niet enthousiast is over een nieuw proces. Dan zullen alle fouten en blunders – en nog erger, leugens – weer breed worden uitgemeten: het ochtendbezoek, alle gekonkel om maar aan te tonen dat Louwes niet op de A28 kon hebben gebeld. Ach, alle ellende is uitgebreid te lezen op de website deemzet.nl.
Nee, allemaal zaken waar het OM met afschuw op terugkijkt.
Dit alles nog een keer in gewreven krijgen op een nieuw proces? Nee dank je wel, heel veel liever niet.

4. Het NFI
Dit instituut wil al helemaal geen nieuw proces. In de jaren 1999-2004 heeft het NFI veel ondeskundigheid ten toon gespreid, die zelfs werd aangetoond door de Raad van Accreditatie (RVA). Aan die periode wil het NFI liever niet worden herinnerd, want het is behoorlijk schadelijk voor de reputatie als deskundig onderzoeksinstituut. Weliswaar is hoofdpersoon ing. Richard Eikelenboom snel na deze zaak bij het NFI vertrokken, maar dan nog.
Nee, liever geen nieuw proces. En over tot de orde van de dag.

5. De deskundigen
Deze hebben een belangrijke rol gespeeld. De gerechtshoven moeten kunnen vertrouwen op hun expertise. Hoewel wat meer alertheid van hun kant ook geen kwaad had gekund (winterse buien in september).
De raadsheren moesten voor waar aannemen dat van de A28 niet een zendmast in Deventer kon worden aangestraald omdat deskundigen dat hadden verklaard.
De raadsheren moesten ook voor waar aannemen wat door het NFI werd gezegd over DNA-monsters (heel stellig en toch met veel onzin). Er zat voor de raadsheren niets anders op want ze zijn verre van deskundig op dit terrein. Dus ing. Richard Eikelenboom kon hier dus op zijn gemak orakelen over DNA-sporen. Er bestond tussen de deskundigen ook nog veel verschil van mening, wat de raadsheren niet zo maar hadden mogen laten passeren.
Tijdens een nieuw proces zouden de deskundigen (voor zover nog in leven) alles nog eens goed ingewreven krijgen.
Nee, als het aan hen ligt, liever geen nieuw proces. Het was al erg genoeg. de eerdere keren.

6. De rechterlijke macht
De rechtbank Zwolle kan niets worden verweten. Die heeft Louwes vrijgesproken wegens gebrek aan bewijs.
De gerechtshoven zouden wel wat alerter de zaken hebben kunnen leiden.
Hoezo, er is geen tijdstip van overlijden?
Hoezo, een winterse bui in september?
Waarom werden getuigen die zeiden mevrouw Wittenberg nog op vrijdag te hebben gezien niet serieus genomen, een behandeling die ook de huishoudster ten deel viel?
Waarom is er niet doorgevraagd of er wel voldoende tijd was voor Louwes om de moord te plegen en weer op tijd thuis te zijn?
Raadsheren hebben na deze processen hun carrière succesvol voortgezet en willen niet hun bedenkelijke rol van ongeveer 20 jaar geleden nog eens ingewreven krijgen.
Nee, hun carrière wordt door een nieuw proces niet meer geschaad want ze zijn met pensioen. Maar hun reputatie loopt wel een stevige buts op.
Dus, als het even kan, niet doen.

7. Goede bekenden of intimi van het slachtoffer
Last but not least.
Niets is zeker in deze wereld, maar algemeen wordt aangenomen dat mevrouw Wittenberg door een goede bekende van het leven is beroofd.
Wie je tot de goede bekenden rekent, blijft een open vraag want een betrekkelijke buitenstaander als Louwes werd ook als zodanig gezien.
Als Louwes wordt vrijgesproken, komen andere goede bekenden weer in beeld. Of dit na zovele jaren nog wat zal kunnen opleveren, blijft de vraag.
Maar het blijft wel een feit.

Waarheid vs. Leugens

Het is gebruikelijk dat daders halve waarheden of ronduit leugens vertellen. Ze komen op eerdere versies van hun verhalen terug. Dat maakt hen extra verdacht.

Op die wijze proberen ze zichzelf vrij te pleiten.

In de Deventer Moordzaak ligt dat heel anders. De verdachte Louwes heeft van meet af aan consistente en correcte verklaringen afgelegd. Geen gedraai, geen gekonkel. Gewoon, zo is het gegaan en niet anders.

Hij heeft steeds precieze, controleerbare verhalen verteld.

Of het nu ging om zijn bezoek aan mevrouw Wittenberg op donderdagmorgen om een grafrechtenbrief op te halen.

Of over zijn telefoontje vanaf de A28 tussen Harderwijk en ‘t Harde (en niet vanaf ‘t Harde)

Of over de schilders of dakbedekkers met ladders vlakbij het huis van mevrouw Wittenberg.

Steeds bleken zijn verklaringen correct te zijn.

Hoe anders ligt dit aan de zijde van het OM dat met leugens en halve waarheden (en ook nog blunderend) het bewijs tegen Louwes sluitend probeert te krijgen.

Of het nu gaat om de geuridentificatieproeven die niet correct zijn uitgevoerd.

Of het lange tijd blijven beweren dat Louwes op donderdagmorgen niet op bezoek bij mevrouw Wittenberg was geweest, ondanks een getuigenverklaring van de werkster.

Of verklaringen van getuigen die hadden verklaard mevrouw Wittenberg op vrijdag nog te hebben gezien, zodanig op papier te zetten (bijvoorbeeld: meent te hebben gezien in plaats van heeft verklaard te hebben gezien) dat de lezer ernstig twijfelt aan de waarde van de verklaring.

Of jarenlang blijft stellen dat Louwes belde vanaf ‘t Harde terwijl hij vanaf het eerste begin had verklaard dat hij belde tussen Harderwijk en ‘t Harde, waarschijnlijk in de buurt van Nunspeet. Vergissing of moedwil?

Het is de Waarheid tegenover de Leugens.

Om met de huidige minister van VWS Hugo de Jonge te spreken: Hier is geen kruid tegen gewassen.

Kranten als bewijs

De auteur van de website deemzet.nl is duidelijk van mening dat de moord niet op donderdag maar op vrijdag heeft plaats gevonden. Waarom denkt hij dat?

Hij heeft hiervoor diverse redenen. Een ervan berust op belangrijke observaties die hij deed aan het dode lichaam van mevrouw Wittenberg. Die staan in het volgende artikel.

Het is onder anderen aan hem te danken dat zijn waarnemingen door een team van forensische deskundigen is besproken.

In het proces verbaal van die besprekingen (hoornvlies en livor mortis) komt men tot de conclusie dat het misdrijf niet op donderdagavond maar ongeveer 24 later is gepleegd en bovendien dat het lichaam tussen de 6-24 uur na overlijden is verplaatst.

Maar er zijn ook andere observaties die hem ervan overtuigen dat de moord niet op donderdag is gepleegd. Hij noemt hiertoe een aantal ‘dwaalsporen’.

Een zo’n dwaalspoor zijn de kranten en de overige post achter de voordeur, de deur waarlangs de dader of daders het pand hebben verlaten.

De auteur toont overtuigend aan dat de volgorde in de stapel post weliswaar suggereert dat ze op de verwachte volgorde liggen: als de moord donderdagavond is gepleegd zijn sindsdien kranten en overige post op een stapel gevallen.

Maar in het artikel Dwaalsporen wordt aangetoond dat deze volgorde niet klopt. Ze zijn door de dader(s) zorgvuldig zo gestapeld om die suggestie te wekken maar daarbij hebben ze een fout in de volgorde gemaakt.

Spannend om over dit staaltje speurwerk te lezen.

Nederlands Juristenblad 2008

Ook in het NJB van 18 juni 2008 werd aandacht besteed aan de Deventer Moordzaak. In een artikel heeft Hieke Snijders-Borst ernstige twijfels over het daderschap van Louwes.

Zoals kan worden verwacht van een gepensioneerd inspecteur vennootschapsbelasting formuleert ze haar opvatting zorgvuldig en nauwkeurig.

In haar artikel legt ze de vinger regelmatig op de vele zere plekken.

Let op: dit artikel is zes jaar eerder verschenen dan het herzieningsonderzoek (2014) dat sedertdien door mr. Aben wordt gedaan.

Over het type verdachte.

Mr. Ernest Louwes was de meest onaannemelijke verdachte die men zich kan voorstellen: een harde werker, zeer toegewijd aan zijn gezin, weinig fantasierijk en op 46-jarige leeftijd nog nimmer van enig kwaad beticht.

Over het type misdrijf.

De moord zelf en het verslepen van het slachtoffer tot vóór het schilderij van haar man, waar zij zevenmaal in de borst is gestoken, wezen op bepaalde emoties die bij Louwes ontbraken. 

Over het type moordwapen

Dit mes was 1,5 km van de woning van mevrouw in een portiek gevonden. Het lemmet was te breed, te dik, te lang en te recht om te kloppen met de steekwonden in mevrouw. Bij later onderzoek werd noch van mevrouw noch van Louwes lichaamsmateriaal op het mes aangetroffen.

Over het handelen van de Technische Recherche.

Eerst nu is vast komen te staan dat kort na de ontdekking van de moord de Technische Recherche één van de belangrijkste voorschriften heeft veronachtzaamd: de stukjes plakfolie om van huid en kleding van het slachtoffer slecht zichtbaar bewijsmateriaal te verzamelen – bijvoorbeeld haren van de dader – zijn diverse malen op het voorpand van de blouse hergebruikt. 

Over de aard en hoeveelheid bewijs.

De wetenschappelijke basis voor het toch al schamele en wankele beetje bewijs tegen Louwes is daarmee geheel vervallen. Het is te hopen dat een gezwinde afhandeling van een derde herzieningsverzoek van hem nu snel een einde maakt aan deze beschamende zaak.

Daarmee zijn de beginselen geschonden van artikel 6 EVRM (…), in het bijzonder van het ‘audi et alteram partem’ en van de ’sub iudice’-regel.

Over het proces Hof Den Bosch.

… Deze schendingen klemmen temeer, wanneer men zich rekenschap geeft dat ook de behandeling indertijd in Den Bosch niet vlekkeloos is verlopen. De verdediging is opvallend weinig tijd gegund om zich te weren (…) heeft het Hof op 9 februari 2004 arrest gewezen: op de veertiende dag dus na de zitting …

Over de Hoge Raad.

… de Hoge Raad gelast een onderzoek en benoemt daartoe een raadsheer-commissaris uit zijn midden (art. 465 Sv), waarna dat onderzoek buiten aanwezigheid van pers en publiek plaatsvindt (art. 466 Sv). Zodoende zijn bij het verzoek van Louwes gegevens uit een geheim gehouden onderzoeksrapport in het geheim onderzocht en zijn nieuwe getuigen ondervraagd op een niet-openbare zitting.

Over de geheimhouding.

… De geheimhouding van de rapporten van het OM van het ‘oriënterend vooronderzoek’ is gemotiveerd met de noodzaak de privacy van derden te beschermen. Maar de feiten en de namen van die derden zijn in een handomdraai te verwijderen zonder tekort te doen aan de inhoud. Het lijkt dan ook evident dat de geheimhouding slechts dient om de incompetentie en andere tekortkomingen van vele betrokkenen en – vooral! – de werkelijke feiten voor het oog van pers en publiek verborgen te houden …

Over de grondbeginselen van de rechtsstaat.

Wie nodeloos een strafrechtelijk onderzoeksrapport geheimhoudt heeft niet alleen een krachtig bewijs geleverd voor de incompetentie van zichzelf en/of van sommige collega’s en/of ondergeschikten, maar ook de grondbeginselen van de rechtsstaat geweld aangedaan.

Dit alles moet de Hoge Raad niet zijn ontgaan?

Deventer Moordzaak langstlopend herzieningsonderzoek

Het duurt maar en het duurt maar: het herzieningsonderzoek door mr. Aben loopt al sinds 2014 en is daarmee het langstlopende onderzoek.

Laten we even kijken naar het jaarverslag 2018 van de Hoge Raad. Na een korte inleiding lezen we:

… In 2018 waren er nog 11 verzoeken uit 2013, 2014, 2015, 2016 en 2017 in behandeling …

Het onderzoek uit 2013 is inmiddels afgerond.

Na een korte beschrijving van een aantal in 2018 nog lopende onderzoeken heeft de Deventer Moordzaak de eer onder een apart kopje te worden beschreven.

We lezen onder het kopje Deventer-moordzaak:

… In de zogenoemde Deventer-moordzaak – een veroordeling uit december 2000 tot 12 jaar gevangenisstraf wegens moord, waarin al meerdere keren herziening is verzocht – had de advocaat-generaal, op basis van het advies van de ACAS, in 2014 al besloten om nader onderzoek in te stellen …

Inderdaad, al in 2014, en de advocaat-generaal zou meer onderzoeken dan waartoe door de ACAS geadviseerd.

We lezen verder:

… In 2016 is een pathologisch anatomisch onderzoek afgerond. In het verslagjaar is het onderzoek naar gsm-verkeer, uitgevoerd door TNO/TU Delft, afgerond. Er was al door een deskundige gerapporteerd over DNA-onderzoek op activiteitenniveau; in het verslagjaar heeft ook de contradeskundige antwoord gegeven op aanvullende vragen …

Van het pathologisch anatomisch onderzoek is al in 2014 een proces verbaal opgemaakt waarin het merendeel van de forensische experts voor Louwes ontlastende conclusies trekt.

Alle reden dus om de uitkomst van dit onderzoek met vertrouwen tegemoet te zien.

Het TNO/TU onderzoek concludeert dat Louwes het mobiele gesprek met mevrouw Wittenberg wel op 23 september 1999 omstreeks 20:36 vanaf de A28 kon hebben gevoerd en dus niet in Deventer aanwezig hoefde te zijn. Dit ondergraaft een van de belangrijkste verdenkingen van het OM.

Mr. Aben noemde deze ontwikkeling eveneens in zijn interview van september 2019 met De Stentor. De kans hierop zou volgens hem 5% zijn.

Een deskundige van KPN trok bovendien zijn eerdere verklaringen in 2003/2004 hierover in. Ook hij was toen van mening dat op 23 september 1999 omstreeks 20:36 een mobiele telefoon vanaf de A28 een zendmast in Deventer kon bereiken.

… Het DNA-onderzoek bevond zich aan het einde van het verslagjaar in een afrondende fase …

En dan nog het DNA-onderzoek. Het NFI had eerder naar de DNA-sporen en de mogelijke gevolgen onderzoek gedaan.

Maar dit onderzoek door het NFI was knoeiwerk.

Lees de gedetailleerde beschrijving van dit knoeiwerk of de leesbare versie in een te verschijnen boek en concludeer dat ook dit onderzoek Louwes zal ontlasten.

Het verrast in februari 2021 dat na de betreffende zinsnede in het jaarverslag 2018 dit onderzoek nog steeds niet is afgerond.

Ambtelijke molens draaien langzaam, maar in dit geval lijken ze stil te staan.

Testamenten

Bij een moord wordt door de politie al snel gekeken naar eventuele financiële motieven. Zijn geld of kostbaarheden verdwenen, wie zou profiteren van de dood van het slachtoffer?

In de Deventer moordzaak doet zich inderdaad iets dergelijks voor.

Er is sprake van twee testamenten, een oud testament uit 1997 en een nieuw testament dat mevrouw Wittenberg tien dagen voor haar dood had opgesteld.

Zij had op 7 februari 1997 een testament opgesteld. Hierin noemde zij zestien legatarissen: neven, goede bekenden, een paar instellingen en zo meer. Ieder van hen kreeg wat. Verder benoemde ze iemand tot enige erfgenaam.

Bijzonder is dat ze dit testament op 13 september 1999 heeft aangepast, tien dagen voordat zij werd vermoord.

Dit was ook de politie opgevallen en tijdens enkele verhoren van getuigen zijn beide testamenten ter sprake gekomen.

Ongetwijfeld heeft de politie gedacht in de testamenten aanknopingspunten te vinden voor een of meer verdachten.

Het resultaat van hun onderzoek is geweest dat executeur-testamentair Louwes de verdachte werd. Veel verder zijn ze niet gekomen.

Hij moest immers de afwikkeling van het testament regelen en was door mevrouw Wittenberg bovendien benoemd als voorzitter van de Dr. Wittenberg stichting.

Hoe verdacht kun je het krijgen, moet het OM hebben gedacht?

Blunders en misleidingen

In de Deventer moordzaak zijn nogal wat blunders begaan. Zelfs mr. Aben is die mening toegedaan. Ook is er vaak sprake van misleiding. Wat ging er zoal mis?

Volgens de auteur van deemzet.nl komen in het onderzoek en de gerechtelijke procedures van de Deventer moordzaak veel blunders en misleidingen voor.

Een betrekkelijke buitenstaander als Louwes heeft hierdoor voor het delict een gevangenisstraf van 12 jaar uitgezeten en wordt een andere betrokkene – vrijwel zeker onterecht – beschuldigend nagewezen.

Ondertussen lopen de dader of daders vrij rond (die zeker niet enthousiast zullen zijn over de aandacht die de moordzaak maar blijft krijgen, ook na 21 jaar).

In een aparte sectie van de website loopt de auteur niet minder dan 46 gevallen langs waarop iets valt aan te merken. Per onderwerp wordt een uitgebreide toelichting gegeven.

Hieronder een voorbeeld (punt 27).

Peter R. de Vries (juist, die!) meldt:

Volgens Ernst L. was hij om 21.00 uur weer thuis in Lelystad. Hij heeft echter een nogal opvallende route naar huis genomen. Hij rijdt via Amersfoort, Harderwijk en ‘t Harde naar Lelystad. Bepaald niet de snelste weg vanuit Utrecht. Logischer lijkt het om via Almere naar Lelystad te rijden. Deze route is namelijk zo’n 50 kilometer korter.

Het commentaar op deze uitspraak is nogal onthutsend.

De bedoelde autorit werd op 23 september 1999 gemaakt, maar de door PRdV bedoelde route werd op 13 december 1999 geopend.

Toch wel belangrijk dat deze blunder in zo’n zaak wordt opgemerkt.

Het is zeker de moeite waard de andere punten ook eens te bekijken.

Louwes handelde juist bij openen beheer-rekening

Als executeur-testamentair wilde Louwes bij een SNS-bank een rekening openen op naam van een op te richten stichting. Dat kon niet omdat de KvK-inschrijving niet was afgerond.

Hij wilde een groot bedrag afkomstig uit een kluisje van het slachtoffer veilig op een bankrekening storten. En dus vroeg hij een medewerkster van een SNS-bank een rekening te openen op naam van de Dr. Wittenberg stichting.

De medewerkster vertelde hem dat dit niet kon, want de stichting bestond nog niet. Na veel over en weer gepraat tussen hem en het bankpersoneel opende hij op aanraden van de medewerkster een rekening op zijn eigen naam met de toevoeging beheer Wittenberg.

In het proces verbaal van het verhoor van de medewerkster staat (PV 11 januari 2000):

Zeer tegen de zin van Louwes werd aldus deze rekening op zijn naam geopend.

Lange tijd werd gedacht dat Louwes zo’n beheer-rekening wilde openen en dat werd door veel betrokkenen behoorlijk verdacht gevonden.

‘Zie je wel, hij probeert geld van het slachtoffer naar zijn eigen rekening te sluizen.’

‘Ernest Louwes heeft mevrouw Wittenberg vermoord en hij had daarvoor een financieel motief.’

Pas veel later heeft het Hof Den Bosch vastgesteld dat Louwes geen financieel motief had.

Met welk motief hij de moord dan wel zou hebben gepleegd, zegt het Hof er niet bij en veroordeelt vervolgens Louwes definitief voor 12 jaar.

Website deemzet.nl

De Deventer moordzaak is een van de meest onderzochte moordzaken van de afgelopen decennia en heeft veel stof doen opwaaien. Tot op de dag van vandaag.

Dat begon in 2002/2003 met een serie artikelen in HP/De Tijd door Stan de Jong, kort daarna gevolgd door zijn boek.

Vanaf 2005 begon Maurice de Hond zich met de affaire te bemoeien. Hij heeft zich geroerd op radio, tv en internet. Het is zijn verdienste dat de moordzaak daarmee nationale bekendheid kreeg.

Nog belangrijker is zijn rol als aanjager van uitgebreid onderzoek door veel deskundige vrijwilligers (onder andere politiemensen en forensische deskundigen). De website geenonschuldigenvast.nl is hiervan het resultaat.

Sinds 2011 is er een belangrijke informatiebron bij gekomen: deemzet.nl.

De auteur achter deze website heeft in de loop der jaren niet alleen nauwkeurig verslag gedaan van de zaak maar is ook zelf onderzoek gaan doen.

Het telefoontje
Zo heeft hij zich ontwikkeld als deskundige op het gebied van mobiele telefonie. Door nauwgezet alle aspecten te bestuderen, kwam hij erachter dat door atmosferische omstandigheden het telefoontje wel mogelijk was, dat tot dan door verschillende deskundigen voor onmogelijk werd gehouden. De verklaringen van Louwes kregen hiermee een onderbouwing.

Post-mortem kenmerken
Door uitgebreid literaratuuronderzoek naar post-mortem kenmerken ontdekte hij dat het lichaam ongeveer 6-24 uur na overlijden moet zijn verplaatst, wat Louwes een alibi verschafte. Hij werd hierin gesteund door een team van deskundigen. Lees de artikelen Expert team 1 en Expert team 2.

DNA
Een omvangrijk deel van zijn onderzoek in de Deventer moordzaak betrof het DNA-onderzoek. Hij stuitte op diverse tekortkomingen (onder andere van het NFI) en kwam tot de conclusie dat de DNA-sporen op de blouse daar op vreedzame wijze op zijn terechtgekomen (vochtig spreken, lichte aanraking, etc.).

Dit alles en nog veel meer is op zijn website te lezen in een groot aantal artikelen. Het is niet alleen een kwestie van lezen. De teksten gaan vaak gepaard met uitgebreide illustraties.

Ook heeft hij over de belangrijkste onderdelen van het onderzoek een aantal YouTube-video’s gemaakt. Die nemen de kijker mee in de vaak ingewikkelde materie.

Korte cursus livor mortis

In de Deventer Moordzaak speelt een medisch-forensisch verschijnsel een belangrijke rol: livor mortis (lijkvlekken of paarskleuring). Dat wijst erop dat het slachtoffer na haar dood is verplaatst.

In een artikel op de website deemzet.nl wordt precies uitgelegd wat livor mortis is en hoe die ontstaat.

Verder moet de lezer ook met de term rigor mortis of lijkstijfheid bekend zijn om het artikel goed te kunnen begrijpen.

Waarom is dat nu belangrijk, hoor je de geïnteresseerde lezer denken?

Dit is heel belangrijk omdat daarmee wordt aangetoond dat donderdagavond niet het tijdstip van de moord kan zijn geweest.

En dat is weer van groot belang voor Louwes. Als de moord niet op donderdagavond is gepleegd maar op vrijdagavond of zaterdagmorgen vroeg, dan is hij daarmee vrijgepleit.

Want voor vrijdagavond heeft hij een alibi.

Mr. Aben: hoe moet dat verder na herziening?

Het kan haast niet anders dan dat mr. Aben met een herzieningsverzoek komt. En, gezien de vele ontwikkelingen, dat dit uiteindelijk leidt tot vrijspraak.

Gezien het tempo tot dusver kan het verzoek nog wel even duren. Maar toch, de kans is inmiddels groot dat het die kant opgaat.

En dus vragen mr. Aben, en met hem het OM, zich af hoe het dan verder moet. Wat de consequenties zullen zijn.

Want in dat geval zitten politie en OM plotseling opgescheept met een cold case.

En dat ruim 22 jaar na de moord die helemaal van binnen en buiten is onderzocht.

Het is moeilijk denkbaar dat het OM in deze geruchtmakende zaak alleen maar zou concluderen: jammer, toch leuk voor Louwes!

En vervolgens zou overgaan tot de orde van de dag.

Want als Louwes niet meer als dader wordt gezien, wie is dan wel de dader? Ga er maar aanstaan, na zo’n lange tijd.

Het OM kan dan eigenlijk alleen maar afgaan op dossiers: processen verbaal, laboratoriumverslagen, rapporten.

Maar dat is niet meer voldoende want de zaken liggen nu wel anders dan in 1999.

Bijvoorbeeld. Het is heel goed mogelijk dat er definitief vanuit wordt gegaan dat de moord niet op donderdag 23 september 1999 is gepleegd maar ruim 24 uur later.

Hoe zit het dan met de alibi’s?

Wie zou het een ondervraagde nu kwalijk nemen wanneer die op de vraag:
“Meneer, mevrouw, waar was u vrijdagavond 24 september 1999 na 21 uur?”
zou antwoorden:
“Geen idee joh, dat is bijna 22 jaar geleden!”

En dan moeten getuigen nog wel leven, want veel van de betrokkenen van toen zijn inmiddels al ruim de 70 gepasseerd.

Het is een groot probleem, maar daar heeft mr. Aben dan geen last meer van.

De ochtend voor de moord

Louwes heeft verklaard dat hij de ochtend voor de moord op bezoek was bij mevrouw Wittenberg. En toen mogelijk sporen heeft achtergelaten.

Lang heeft het OM deze versie ontkend en dat deed het niet altijd even eerlijk (lees in het boek van Ton Derksen hoe soms wordt gelogen).

Het wrong zich in allerlei bochten om toch maar te kunnen aantonen dat Louwes het slachtoffer die dag niet eerder had bezocht.

En dat dus eventuele (DNA) sporen op de plaats delict er ‘s avonds moeten zijn achtergebleven, tijdens de moord.

En dan zou het daderschap van Louwes zijn aangetoond.

In het hoofdstuk IJzersterk bewijs op de website deemzet.nl maakt de auteur korte metten met dit rare gekonkel.

Hij toont aan de hand van tenminste 9 punten aan dat de lezing van Louwes onmiskenbaar de juiste is.

Het OM gaat uiteindelijk overstag maar van harte gaat het niet.

Zo kan het gebeuren dat in een notitie wordt beweerd:

Vanaf de kant van het Noorderplein kon de Zwolseweg niet worden ingereden. Die ochtend is verdachte ook bij het slachtoffer geweest. Hij is toen van de kant van Wijhe gekomen. Van die kant kon hij wel met de auto bij haar woning komen.

Maar de advocaat-generaal merkt dan toch nog op:

… is er maar één conclusie mogelijk: verdachte is die ochtend NIET in het huis van de weduwe geweest …

Er wordt inmiddels allang voor zeker aangenomen dat Louwes ‘s morgens wel in het huis van de weduwe is geweest.

Ook is het vrijwel zeker dat de moord niet op donderdagavond is gepleegd, maar op vrijdag ongeveer 24 uur later.

Slechte verliezers daar bij het OM.

Lees het gehele verhaal met alle argumenten nog eens rustig terug op de website deemzet.nl.

Het Mes: de risee van politie en OM

Een paar dagen nadat het dode lichaam van mevrouw Wittenberg door de politie was ontdekt, werd een mes gevonden. Niet bij het lichaam, niet in het huis.

Waar dan wel?

In de T.G. Gibsonstraat die op 1 km afstand van de Zwolseweg 157 ligt.

Op deze onwaarschijnlijk grote afstand had het twee dagen in weer en wind gelegen, tenminste als de moord op donderdag zou zijn gepleegd.

Het kost wel enige moeite om de plaats te vinden waar het mes door een oplettende burger was aangetroffen.

De lange Zwolseweg uit, rotonde om, de T.G. Gibsonstraat in, vanuit de straat rechtsaf, nog een keer rechtsaf, een trap af en daar had hij het gevonden, in het trapgat.

De vinder liet de politie weten dat hij het voorzichtig met zijn mouw had opgepakt en zeker gesteld. Voorzichtig, want hij had van de moord gehoord en wilde geen sporen wissen.

Iedere weldenkende burger zou nu al hebben gedacht: laat dat mes maar zitten. Dat wordt niets.

Niet de politie.

Een plus een is twee, moeten ze daar hebben gedacht. De moord is gepleegd met een mes en er is een verdacht mes gevonden. Dat komt goed uit!

Nog even een geuridentificatieproef doen en dan is de zaak rond.

Maar in de jaren die volgden stapelden de problemen met dit mes zich op.

Allereerst had de geurproef alleen met het mes mogen worden uitgevoerd wanneer had vastgestaan dat de moord ermee was gepleegd. En dat was niet het geval. Verre van dat.

Er was nog een ander probleem. De afdruk op de blouse van een mes paste niet bij de vorm van het gevonden mes. Een gevonden mes met een recht lemmet en een afdruk in de vorm van een kromme snavel, van een Global GS8 mes.

Bovendien had het gevonden mes een lemmet van 18 cm, terwijl de steekwonden rond de 10 cm diep waren.

En tot overmaat van ramp bleek tenslotte dat bij het afnemen van de geuridentificatieproef was gefraudeerd.

De gehardste aanklager zou na al deze feiten allang het bijltje erbij hebben neergegooid. Dan mogen er misschien nog wel andere aanwijzingen in de richting van Louwes zijn geweest, maar dit Mes is in elk geval niet het moordwapen.

Maar het OM besloot hier pas toe een paar dagen voordat een herzieningsproces voor het Hof Den Bosch zou beginnen, eind 2003.

Dus pas vijf jaar na de moord.

Beschamend. Het Mes bleek de risee van OM en politie.

Maar zat het OM nu met de handen in het haar?

Welnee, want er was inmiddels een plekje op de blouse van het slachtoffer ontdekt en alles kon weer van voren af aan beginnen.

En daarmee ging het al niet veel beter.

Vlekje #10

Plotseling, na jaren en als een donderslag bij heldere hemel, had het OM Het Mes als belangrijkste bewijsmiddel laten varen. Nu was opeens vlekje #10 de troef.

Wat iedereen al jarenlang belachelijk had gevonden, was Het Mes. Weliswaar na een paar dagen op 1 km afstand van de Zwolseweg 157 gevonden, maar dat maakte niet uit. Dit was Het Mes, het moordwapen!

Geuridentificatie ‘bewees’ dat Louwes hiermee de moord had gepleegd, maar later bleek dat daarbij fraude was gepleegd.

Uiteindelijk bewezen verborgen gehouden sporen op Het Mes dat dit helemaal niets met het misdrijf te maken had.

Maar vlak voor het herzieningsproces voor het Hof Den Bosch kwam een nieuwe aap uit de mouw van het OM. Er was een vlekje #10 op de kraag van de blouse van mevrouw Wittenberg gevonden.

En dat toonde overduidelijk het daderschap aan van Ernest Louwes.

Volgens het NFI.

Op de website deemzet.nl zijn diverse YouTube-video’s geplaatst over dit vlekje. Kijk nu naar de video Bloodstain on your collar … en huiver!

Kijk ook even naar de belachelijke sketch.

Het maanpak van Richard Eikelenboom

Richard Eikelenboom was de forensisch onderzoeker die Louwes’ DNA op de blouse van de weduwe vond en daarmee het beslissende bewijs aanleverde.

Tenminste, naar eigen zeggen.

Op 21 september 2019 wordt hij geïnterviewd door De Stentor.

Al in de eerste alinea doet hij een opmerkelijke uitspraak

Als iemand anders dan Louwes het gedaan heeft, dan deed diegene dat in een maanpak.

Die andere dader heeft in het huis geen sporen achtergelaten en dat is alleen mogelijk wanneer je in een maanpak aan het werk bent geweest, is zijn opvatting.

Hij zou zo graag willen dat hij daarmee het beslissende bewijs aanlevert.

En op het eerste gezicht is daar wel wat voor te zeggen.

Maar hoe zit het dan met de sporen die Louwes als mogelijke dader in het huis heeft achtergelaten?

Daar is in de eerste plaats een vingerafdruk. Maar daarvan is komen vast te staan dat die ‘s morgens kan zijn ontstaan toen Louwes op bezoek kwam om de grafrechten op te halen.

En verder is er het DNA-materiaal op de blouse van mevrouw Wittenberg maar hierover verschillen de meningen nogal.

Er is veel bewijs dat deze sporen ook dezelfde morgen op de blouse zijn terecht gekomen door speeksel (vochtig spreken) en lichte aanrakingen bij het bespreken van enkele documenten.

Zijn er dan nog andere sporen van Louwes aangetroffen als hij de moord zou hebben gepleegd?

Nee.

Als, als, als hij de moord op donderdagavond heeft gepleegd en er zijn door hem geen sporen achtergelaten, zou hij dan ook een maanpak hebben gedragen?

Wettig en overtuigend bewijs

Na meer dan 6 jaar herzieningsonderzoek is het tijd de balans op te maken. Telefoontje, tijdstip overlijden en DNA. Bijna drie keer wordt Louwes vrijgepleit.

Laten we de drie onderzoeksonderwerpen nog even langslopen.

1. Het tijdstip van overlijden

Al in 2014 kwamen de meeste experts in een forensisch team onder meer tot de volgende conclusie:

Er zijn – naar het oordeel van de meeste artsen- aanwijzingen gevonden dat het lichaam van het
slachtoffer een substantieel aantal uur (grofweg 6-24 uur) na de moord is verplaatst.

Dit oordeel pleit Louwes om diverse redenen vrij.

2. Het telefoontje

TNO kwam in 2017 tot de conclusie dat Louwes wel vanaf de A28 ter hoogte van Nunspeet een zendmast in Deventer heeft kunnen bereiken.

Hij zou mevrouw Wittenberg dus wel vanaf de A28 gebeld kunnen hebben zoals hij vanaf het begin heeft verklaard. En hoefde daarvoor niet in Deventer te zijn, zoals het OM steeds stelde.

De aanname van het OM dat hij in Deventer geweest moet zijn, stond daarmee op losse schroeven.

Het alibi van Louwes was dus wel degelijk mogelijk.

3. DNA-onderzoek

Hierover bestaat tussen deskundigen verschil van mening maar het bewijs dat tot de veroordeling leidde, blijkt minder degelijk te zijn.

Eerst werd zonder meer aangenomen dat een vlekje op de kraag van mevrouw Wittenberg duidelijk op het daderschap van Louwes wees.

Maar deze aanname wordt op de website deemzet.nl op wetenschappelijke wijze bestreden. De auteur brengt veel fouten aan het licht die de politie en het NFI tijdens het onderzoek hebben gemaakt.

Niet alleen de behandeling van de blouse (contaminatie) maar ook vaktechnische, inhoudelijke fouten worden in detail aangetoond.

Fouten met desastreuze gevolgen.

Er bestaat dus op zijn minst grote twijfel over het DNA-onderzoek, zelfs bij mr. Aben, de advocaat-generaal bij de Hoge Raad die het herzieningsonderzoek leidt.

Die heeft daarom medio 2019 een Cold Case team gevraagd nog eens naar de gegevens te kijken.

4. Wettig en overtuigend bewijs?

Twee van de drie onderzoeken pleiten Louwes geheel of grotendeels vrij, en over de resultaten van een derde onderzoek bestaat een groot verschil van mening tussen de deskundigen.

De twijfel over het DNA-bewijs is zo groot dat er – ook nu nog – onderzoek naar wordt gedaan.

Kan dan nog wel worden gesproken van overtuigend bewijs?

Is het onderhand geen tijd dat mr. Aben de knoop doorhakt en de Hoge Raad herziening van de Deventer Moordzaak adviseert?

Volkskrant volgt Deventer moordzaak op de voet

Wie bij de Volkskrant een zoekopdracht naar Ernest Louwes doet, wordt getrakteerd op niet minder dan 232 resultaten.

En het gaat niet om kleinigheden. Laten we de twee meest recente berichten nemen.

Op 14 april 2017 ging de krant in op het beruchte telefoontje dat volgens het OM niet vanaf de A28 kon zijn gevoerd.

Onder de kop Dit ging er allemaal mis in de Deventer Moordzaak volgde een artikel dat een geheel nieuwe wending aan de zaak gaf:

Het onderzoeksinstituut TNO concludeert nu dat het alibi van de veroordeelde, Ernest Louwes, kan kloppen.

Hoe zat het ook al weer?

Louwes had vanaf het begin volgehouden dat hij een kort mobiel gesprek met mevrouw Wittenberg had gevoerd vanuit zijn auto op de A28 in de buurt van Nunspeet.

Hij was niet in Deventer. Dat was zijn alibi.

Onmogelijk, volgens het OM. De zendmast in Deventer was door Louwes’ mobiele telefoon aangestraald.

Dus hij moest op dat moment in Deventer zijn geweest. Het OM noemde hem vervolgens leugenachtig en wees hem als de dader aan.

Maar het kon dus wel, zo stelde TNO nu dus vast.

Het volgende bericht stond in de krant van 27 maart 2019: Nieuw ontlastend bewijs in de Deventer moordzaak.

Het ging onder meer in op een proces verbaal dat in 2014 was opgemaakt van twee vergaderingen van forensische experts.

Hun conclusie luidde dat aanwijzingen aan het slachtoffer erop wezen dat het tussen de 6 en 24 uur na het tijdstip van overlijden moest zijn verplaatst. In dat geval was het uitgesloten dat Louwes de dader was geweest.

Op twee cruciale onderdelen werd Louwes vrijgepleit en in een derde onderzoek (DNA) verschilden experts zo van mening dat al sinds medio 2019 een Cold Case team nog eens naar de gegevens kijkt.

Wat moet er nog meer gebeuren om een herzieningsverzoek te honoreren?

Vragen aan de minister in voorjaar 2019

Op 27 maart 2019 stelde Kamerlid Attje Kuiken vragen over de Deventer Moordzaak naar aanleiding van een artikel in De Volkskrant: Nieuw ontlastend bewijs in Deventer moordzaak.

Maar lees eerst even het hilarische debat in de Tweede Kamer tussen een paar Kamerleden en de Minister van Onderwijs in het boek Pieter Bas van Godfried Bomans en zoek de overeenkomsten (kluitje in het riet).

En dan de vragen en antwoorden over de Deventer Moordzaak.

Er waren twee belangrijke vragen (zie de pdf-file):

  1. Kent de minister van Justitie en Veiligheid dit bericht, en
  2. Wat is de stand van zaken van het herzieningsonderzoek van de Hoge Raad in de zogenoemde Deventer moordzaak?

Op 16 mei 2019 komt het antwoord van de minister. Natuurlijk kende hij het bericht, was zijn antwoord op de eerste vraag.

Over de tweede vraag deed hij aanmerkelijk langer en dat is vaak geen goed teken. Er was sprake van drie onderzoeken.

Een onderzoek naar het tijdstip van overlijden (forensisch-pathologisch onderzoek) is enkele jaren geleden afgerond, zo meldde hij.

Dat is ook het geval met het tweede (forensisch-technisch) onderzoek naar het beruchte telefoontje. Kon Louwes op die avond met zijn mobiele telefoon vanaf de A28 een zendmast in Deventer bereiken?

Dus ook afgerond, volgens de minister.

Dan resteert er nog een laatste onderzoek naar DNA-aspecten en dat is in beginsel afgerond.

In beginsel afgerond.

Let wel, dit antwoord wordt gegeven in mei 2019, bijna twee jaar geleden. En nog is het onderzoek in beginsel niet afgerond.

Is de vragenstelster nu, ruim anderhalf jaar later, tevredengesteld?

Proces verbaal expert team (2)

Een expert team bestaande uit vijf forensische experts en een chemicus moest in 2013 van de advocaat-generaal mr. Aben een aantal post mortem verschijnselen bestuderen.

De experts zijn twee keer bijeen geweest, de eerste keer op 11 december 2013 en vervolgens op 18 februari 2014.

Van hun bevindingen is op 12 maart 2014 een proces verbaal opgesteld dat opzienbarende passages bevat.

We hebben al eerder de resultaten besproken over de cornea (hoornvlies).

Deze keer wordt de ligor mortis (LM) onder de loep genomen, beter bekend als lijkvlekken.

Zo hebben de experts gekeken naar de wegdrukbaarheid van LM. Dat is het verschijnsel dat de paarsblauwe lijkvlekken tijdelijk kunnen worden weggedrukt (net zoals dat het geval is bij zonnebrand).

Het team stelt in het proces verbaal dat er (tijdens de sectie):

Paarsblauwe, slechts in geringe mate wegdrukbare lijkvlekken aan de achterzijde lichaam

zijn waargenomen en concludeert:

Dit verschijnsel is niet verenigbaar met overlijden op 23-9

Over de positie van de lijkvlekken op het lichaam op de plaats delict, rapporteert het team:

De positie van de lijkvlekken in de handen komt niet overeen met de ligging van het lijk

en concludeert volgens het proces verbaal:

Dit kan er op duiden dat het lichaam van het slachtoffer een substantieel aantal uur (grofweg 6 tot 24 uur) na de moord is verplaatst.

Deze conclusie is ronduit zeer ontlastend voor Louwes.

Wanneer hij de moord op donderdagavond omstreeks 21 uur zou hebben gepleegd dan zou hij 6 tot 24 later het slachtoffer nog moeten hebben verplaatst.

Maar dat is onmogelijk. Voor deze periode heeft hij een alibi.

Je zou verwachten dat mr. Aben bij het lezen van deze schokkende conclusies onmiddellijk tot actie zou zijn overgegaan.

Maar dat is niet het geval.

We horen ruim 6 jaar niets meer van hem.

Wanneer deze zaak ooit tot afronding komt, ligt het voor de hand dat mr. Aben hierover verantwoording aflegt.

Proces verbaal expert team (1)

In 2013 heeft advocaat-generaal mr. Aben een expert team gevormd. Dit team is twee keer bijeen gekomen waarvan een proces verbaal is opgesteld.

Dit proces verbaal van 12 maart 2014 bevat een aantal passages die Louwes als dader vrijpleiten of sterke aanwijzingen vormen dat hij de dader niet zou kunnen zijn.

De eerste passage betreft de vertroebeling van de cornea (hoornvlies) zowel op de plaats delict op zaterdag 25 september 2019 om 14:30 als tijdens de sectie op zondag 26 september 2019 om 13:00 uur.

Volgens het proces verbaal is de conclusie van het expert team:

Volgens sommige wetenschappelijke literatuur had bij overlijden op 23-9 de vertroebeling reeds zichtbaar moeten zijn geweest. Kwestie moet worden voorgelegd aan deskundigen.

Dit is een conclusie van forensische artsen met een heel kleine slag om de arm.

Deze experts houden zich niet bezig met de mogelijke consequenties van hun onderzoek. Dat was hun opdracht niet. Maar wij mogen wel conclusies trekken.

Zo maakt het gegeven dat de vertroebeling nog niet zichtbaar was een tijdstip van overlijden op donderdag 23 september op zijn minst twijfelachtig

En dat betekent dat Louwes onmiddellijk als dader uit beeld verdwijnt want voor de volgende dag had hij een sterk alibi.

Bijzondere atmosferische omstandigheden (video)

Heel lang is het voor onmogelijk gehouden dat Louwes met zijn mobiele telefoon vanaf de A28 een zendmast in Deventer kon bereiken. Dus moest hij in Deventer zijn geweest.

Tenminste, dat heeft het Openbaar Ministerie steeds volgehouden op basis van diverse verklaringen van deskundigen die uiteindelijk niet zo deskundig bleken te zijn.

Tegelijkertijd bleef Louwes volhouden dat hij wel op de A28 reed, in de buurt van Nunspeet, op weg naar huis.

Dat hij dus een alibi had.

Maar die verklaring vond geen genade bij het OM. Dat is onmogelijk en dus is hij leugenachtig en dus de dader van de moord op mevrouw Wittenberg.

Maar intussen stapelen de bewijzen zich op dat het wel degelijk mogelijk is om vanaf de A28 de zendmast aan te stralen. Zelfs advocaat-generaal mr. Aben geeft dat inmiddels in een interview toe, zij het dat hij dat slechts een kans van 5% geeft.

Maar verder blijft het stil van zijn kant.

Het is de verdienste van de auteur van deemzet.nl die zich als leek in de ingewikkelde wereld van de mobiele telefonie heeft vastgebeten en zelfs ‘deskundigen’ van KPN tot inkeer wist te brengen.

Ook moest hij daarvoor nog wat natuurkundige wetten van stal halen om precies te kunnen uitleggen welke atmosferische omstandigheden het op donderdag 23 september 1999 om 20:36 uur mogelijk maakten dat met een mobiele telefoon vanaf de A28 toch een zendmast in Deventer kon worden bereikt.

Op een YouTube video legt hij dit op een interessante en goed begrijpelijke manier uit.

Kijken.

Expert team in 2014

Advocaat-generaal mr. Aben bij de Hoge Raad organiseerde op 11 december 2013 een expert team dat het juiste tijdstip van de moord op mevrouw Wittenberg moest onderzoeken.

Het expert team bestond uit vijf forensische artsen en een chemicus en kreeg als opdracht: wanneer is mevrouw Wittenberg precies vermoord?

Hierover bestond onduidelijkheid omdat de schouwarts van de politie geen onderzoek aan het dode lichaam mocht doen en dus ook geen nauwkeurig tijdstip van overlijden kon vaststellen.

Sindsdien is steeds aangenomen dat de moord op donderdagavond 23 september 1999 rond 21 uur had plaatsgevonden.

De chemicus in het gezelschap had evenwel diverse kenmerken aan het slachtoffer opgemerkt die niet overeenstemden met een overlijden op donderdagavond. Volgens hem moest het tijdstip van overlijden ongeveer 24 uur later zijn geweest.

Het expert team bleek het grotendeels met hem eens te zijn. Een schokkende conclusie die Louwes als dader zou vrijpleiten.

Een andere conclusie luidde, zo staat letterlijk in het proces-verbaal van de bijeenkomst: “Er zijn – naar het oordeel van de meeste artsen – aanwijzingen gevonden dat het lichaam van het slachtoffer een substantieel aantal uur (grofweg 6 tot 24 uur) na de moord is verplaatst.”

Ook deze conclusie pleit Louwes vrij. Zelfs al zou hij de moord op donderdagavond hebben gepleegd, hij was niet in de gelegenheid het slachtoffer 6 tot 24 uur later te verplaatsen.

Het proces verbaal van de bijeenkomst van het expert team is op 12 maart 2014 opgemaakt.

De Volkskrant wijdde op 5 juni 2014 een paginagroot artikel aan de Deventer Moordzaak.

Wat is sindsdien gebeurd?

Mr. Aben heeft een onderzoek gestart dat na bijna 8 jaar nog steeds niet is afgerond.

Video’s zeggen meer dan tekst alleen

Sinds deze website online is, hebben we diverse keren verwezen naar deemzet.nl, de website die vrijwel alle aspecten (bijna) wetenschappelijk onder de loep neemt.

Je hoort de lezer al denken: ik lees al zoveel en dan ook nog zo’n uitgebreide website doorspitten? Daar heb ik geen zin in en ook geen tijd voor.

De auteur achter de website heeft ook daaraan gedacht en een hele serie YouTube-video’s gemaakt. Die besparen tijd en zijn ook nog spannend om naar te kijken.

Verscheidene onderwerpen komen aan bod. De video’s worden met een voice-over begeleid:

  • De stille getuigen (post-mortem, postbezorging, etc.);
  • De getuigen;
  • Louwes’ alibi (gesprek A28, de gespreksduur);
  • DNA bewijs (uitgebreid).

Wanneer je geïnteresseerd bent in de Deventer Moordzaak moet je de video’s bekijken.

16 seconden

Wat kan een adviseur in 16 seconden bespreken in een mobiel gesprek met een cliënt? Bijvoorbeeld over de belastingvrije voet van een schenking?

We hebben het hier natuurlijk over Het Telefoontje dat financieel adviseur Ernest Louwes voerde met zijn cliënte mevrouw Wittenberg.

Jarenlang is dit gesprekje onderwerp van discussie geweest.

Wat hebben beiden in deze 16 seconden gewisseld of in deze beperkte tijd kunnen wisselen? We lopen een aantal scenario’s langs.

Maar eerst moeten we een paar kanttekeningen maken.

Mevrouw Wittenberg was een vormelijke dame die hechtte aan goede omgangsvormen. Even snel roepen: “1750 gulden!”, zou door haar zeker niet worden gewaardeerd.

Anderzijds was Ernest Louwes een beetje saaie man die het niet graag lang maakte. Onderzoek naar de lengte van zijn eerdere gesprekken wees uit dat zijn voorkeur uitging naar korte zakelijke gesprekken.

Dus, wat zou de inhoud van het gesprek kunnen zijn geweest dat paste binnen 16 seconden?

Lees verder of kijk en luister naar de YouTube video.

Gesprek 1 (34 seconden)
W. – Met mevrouw Wittenberg.
L. – Goedenavond, mevrouw Wittenberg. U spreekt met Louwes. Ik zou u nog even laten weten wanneer u belastingvrij kunt doneren aan de St. Jan.
W. – O ja, aardig dat u nog even belt.
L. – Ik heb het even nagegaan en dat blijkt vanaf 1750 gulden te zijn, dat is 1% van uw inkomen.
W. – Juist ja. Nou, dank u wel.
L. – Graag gedaan. Dag mevrouw Wittenberg.
W. – Dag meneer Louwes.

Gesprek 2 (38 seconden)
W. – Hallo.
L. – Goedenavond mevrouw Wittenberg. U spreekt met Louwes.
W. – O, goedenavond meneer Louwes.
L. – Ja, ik zou u nog even terugbellen over de belastingvrije voet van die gift aan de St. Jan.
W. – O ja, aardig dat u nog even belt.
L. – Ja. Dat blijkt 1% van uw inkomen te zijn. Dat zou dan 1750 gulden worden.
W. – Juist, ja. Nou, dank u wel.
L. – Geen probleem. Dag mevrouw Wittenberg.
W. – Dag meneer Louwes.

Gesprek 3 (22 seconden)
W. – Mevrouw Wittenberg.
L. – Dag mevrouw, met Louwes. Ik zou u nog even laten weten wanneer u belastingvrij kunt schenken. Dat blijkt vanaf 1750 gulden te zijn.
W. – Juist, ja. Nou, dank u wel.
L. – Graag gedaan. Dag mevrouw Wittenberg.
W. – Dag meneer Louwes.

Gesprek 4 (18 seconden)
W. – Hallo.
L. – Met Louwes. Ik zou u nog even laten weten wanneer u belastingvrij kunt schenken. Dat blijkt vanaf 1750 gulden te zijn.
W. – Juist. Nou, dank u wel.
L. – Graag gedaan. Dag mevrouw.
W. – Dag meneer Louwes.

Het is praktisch onmogelijk een fatsoenlijk gesprek te voeren binnen de gemeten 16 seconden. Geen van de hierboven gevoerde gesprekken waren langdradig. Het laatste gesprek is ronduit onbeleefd en toch duurde dat nog meer dan 18 seconden.

Later werd aangevoerd dat het ook mogelijk was dat Louwes tijdens het telefoontje alleen zou hebben aangekondigd dat hij binnen een paar minuten bij haar zou zijn.

Dat wil zeggen dat hij zijn komst niet eerder zou hebben aangekondigd en toch praktisch bij haar voor de deur zou staan. Aan deze variant kleven zoveel bezwaren dat we er verder geen aandacht aan besteden.

Dat is ook niet nodig omdat deemzet.nl een andere, heel plausibele verklaring geeft voor de 16 seconden: de dropped call. Het gesprek heeft wel langer geduurd maar onder bijzondere omstandigheden wordt de registratie na 16 seconden afgebroken.

Geen motief, geen moordwapen en geen getuigen

De Deventer Moordzaak sleept zich al 20 jaar voort. Burgers verbazen zich dat iemand tot 12 jaar celstraf kan worden veroordeeld op grond van zo’n flinterdun dossier.

Er zaten immers rare kanten aan deze zaak. Zo dacht het Openbaar Ministerie met Het Mes weliswaar het moordwapen te hebben gevonden maar dit was een paar dagen na de moord op 1 kilometer afstand op een onmogelijke plaats gevonden en dat zou dan het moordwapen zijn?

Dat ging er bij de meesten niet in. Terecht, zo bleek vele jaren later.

En zo waren er nog veel meer gerechtvaardigde vragen en serieuze bedenkingen.

Het was dan ook geen wonder dat velen zich met de zaak gingen bemoeien, ook al voordat Maurice de Hond in 2005 in beeld kwam. Denk bijvoorbeeld aan Stan de Jong en zijn serie artikelen in HP/De Tijd en zijn boek in 2003.

Maar ook gewone burgers gingen zich met de zaak bemoeien en stelden vragen of ventileerden opmerkingen.

Een van hen, H.J. Vonk, heeft de moeite genomen 114 vragen te formuleren over deze opzienbarende zaak. Niet zo maar wat vragen maar steekhoudende vragen.

Vraag 11 luidde:

Waarom is Louwes veroordeeld tot 12 jaar gevangenisstraf, terwijl motief, moordwapen en getuigen ontbreken?

Inderdaad, Louwes was financieel adviseur van mevrouw Wittenberg, maar zo lopen er nog een paar duizend in Nederland rond. Dat zou eventueel, misschien, een financieel motief hebben kunnen opleveren. Maar het Hof Den Bosch schoof een financieel motief in 2004 terzijde, maar veroordeelde Louwes wel.

Geen financieel motief dus maar ook geen ander motief.

Ook erg belangrijk, er is geen moordwapen gevonden. Vele jaren lang heeft het Openbaar Ministerie zich weliswaar vastgeklampt aan Het Mes totdat ook deze mogelijkheid kwam te vervallen bij aanvang van het proces voor het Hof Den Bosch.

Waren er dan geen getuigen van het misdrijf? Helaas, die waren er ook niet, wel andere getuigen.

Geen motief, geen moordwapen, geen getuigen.

Menige moordzaak wordt dan maar gestaakt. Zo niet de Deventer moordzaak.

Maar hoe kan het dan dat Louwes toch is veroordeeld?

Dat is gebeurd op basis van een klein vlekje DNA (#10, op de kraag van de blouse van het slachtoffer).

Maar over de betekenis van dit vlekje verschillen de deskundigen al sinds 2004 tot op de dag van vandaag van mening.

De verschillen van mening zijn zelfs zo erg dat de advocaat-generaal bij de Hoge Raad mr. Aben in 2019 een Cold Case team de opdracht heeft gegeven nog eens naar dit aspect te kijken.

Op korte afstand

Af en toe kom je in de Deventer moordzaak lachwekkende zaken tegen. Een ervan is de plaats waar Het Mes, dat jarenlang als het moordwapen werd beschouwd, is gevonden.

Waar is het gevonden?

Op korte afstand, volgens de officier van justitie.

Oh? In de tuin? Om de hoek? In een vuilcontainer 40 meter verderop?

Nee. Het Mes is gevonden in een kelderportiek in de T.G. Gibsonstraat, een flink stuk lopen vanaf de plaats-delict.

1 kilometer verderop.

Een paar dagen later, ook dat nog.

Laten we even Google Maps erbij nemen en de route tussen de Zwolseweg 157 en de T.G. Gibsonstraat bekijken, dat werkt beter dan een kaartje.

We zien dat de loopafstand inderdaad 1 kilometer is en dat je daar gewoon lopend ongeveer 12 minuten over doet.

Het moet wel lopend, want de Zwolseweg was in de richting van de T.G. Gibsonstraat afgesloten voor verkeer.

We zien het al voor ons. De dader komt onopvallend het huis uit, loopt rustig met een bebloed mes, waarschijnlijk verborgen onder zijn kleren, langs vele woonhuizen in de richting van de T.G. Gibsonstraat.

Hij moet dan nog wel een forse, zeer overzichtelijke rotonde Noorderplein passeren, om dan langs vijvers en bosschages de T.G. Gibsonstraat te bereiken.

Nee, hij heeft zijn wapen niet in het water gegooid. Had gekund, maar hij weet een betere oplossing. Hij loopt nog even door, dan rechtsaf, nog een keer rechtsaf, tenslotte een lange trap af en dan zijn we er. Daar legt hij tevreden zijn Mes neer.

“Dat vinden ze nooit”, hoor je hem denken.

Twee dagen later wordt het gevonden.

Een scenarioschrijver zou met zo’n verhaal niet moeten aankomen. Maar een officier van justitie kan het zonder blikken of blozen aan de rechtbank voorleggen.

De rechters schieten niet in de lach, maar spreken Louwes wel vrij.

Jaren later blijkt Het Mes niet het moordwapen te zijn.

Ook dat nog.

Harderwijk of ‘t Harde

Op donderdagavond om 20:36 uur belt Louwes gedurende 16 seconden met mevrouw Wittenberg, het slachtoffer van de moord.

Tijdens een verhoor zegt Louwes (proces verbaal van 29 november 1999):

Ik heb u reeds eerder verklaard dat ik toen dus onderweg was van Utrecht naar Lelystad. Voor zover ik mij herinner vond dit gesprek plaats tussen Harderwijk en ‘t Harde.

Het OM en rechters waren er echter van overtuigd dat hij dit gesprek niet vanaf de A28 kon hebben gevoerd maar wel in of in de omgeving van Deventer en vonden zijn verklaring leugenachtig.

Immers, het gesprek was door een zendmast in Deventer afgehandeld en deskundigen stelden (naar later bleek ten onrechte) dat die vanaf de A28 niet door een mobiele telefoon kon worden bereikt en zeker niet vanaf ‘t Harde, ‘zoals Louwes had verklaard’.

Maar Louwes had helemaal niet verklaard dat hij bij ‘t Harde was. Hij had bij herhaling verklaard dat hij tussen Harderwijk en ‘t Harde reed, waarschijnlijk in de buurt van Nunspeet.

Waarom wilden het OM en rechters hem zo graag in ‘t Harde positioneren?

De volgende verklaring is aannemelijk.

Zelfs bij zekere atmosferische omstandigheden zou een gesprek vanuit ‘t Harde de zendmast niet hebben kunnen bereiken, maar wel vanuit Nunspeet.

Door nu te blijven stellen dat Louwes vanaf ‘t Harde zou hebben gebeld werd hem een belangrijk verweer ontnomen. Vanaf Nunspeet zou een gesprek eventueel nog wel mogelijk zijn geweest, maar vanaf ‘t Harde niet.

In deemzet.nl wordt duidelijk zichtbaar gemaakt dat bij ‘t Harde alleen het bakensignaal van Nunspeet – 10515 kan doordringen en niet het bakensignaal Deventer 14501.

Maar bij Nunspeet ligt dit totaal anders. Daar kan Deventer 14501 wel ontvangen worden. En dat zou het verweer van Louwes ondersteunen.

Zou het opzet zijn dat het OM volhardt in ‘t Harde en hem hierdoor leugenachtig gemaakt?

Dat zou je in een rechtstaat toch niet moeten geloven?

Stil rond boek Ton Derksen

Prof. Ton Derksen is niet de eerste de beste. Hij was degene die Lucia de Berk wist vrij te pleiten. Zijn boek over deze zaak was een bestseller die ook succesvol is verfilmd.

Een onderzoeker met een grote reputatie dus.

Op dezelfde grondige manier ging hij te werk in de Deventer moordzaak met als resultaat een boek van 256 pagina’s: Leugens over Louwes, dat al in 2011 verscheen.

Het is in een aantal opzichten een bijzonder boek.

In de eerste plaats is het opnieuw degelijk en uitgebreid gedocumenteerd met een zes pagina’s tellende bibliografie.

Verder zijn er per hoofdstuk vele verwijzingen die samen ongeveer veertig pagina’s tellen: naar requisitoirs, arresten van de Hoge Raad, het zaakdossier, verklaringen in processen-verbaal, getuigen, etc.

Heel precies allemaal.

Ook is het bijzonder dat alle betrokkenen van Derksen een alias hebben gekregen. Zo spreekt hij over OvJ Zwolle, AG Den Bosch, de DNA-man van het NFI, de Schaduw van het NFI, terwijl hij met hetzelfde gemak de echte namen had kunnen gebruiken.

Het is Derksen duidelijk niet te doen om de poppetjes, maar om de zaak zelf.

Toch is het voor de wat meer ingewijde in deze zaak al snel duidelijk wie wordt bedoeld. En dat is voor veel betrokkenen vervelend, want ze komen er in het boek niet allemaal goed vanaf.

Dit is met name te lezen in de leugenboxen waarmee hoofdstukken worden afgesloten. Hierin worden functionarissen ten tonele gevoerd met leugens die Derksen in de zaak heeft geconstateerd.

Je zult maar zo’n herkenbare functionaris zijn en van een leugen worden beticht. Wat doe je dan?

Van Derksen een rectificatie eisen? Dat hij zo’n passage terugneemt?

Of gewoon laten passeren en dan de verdenking op je laden dat je inderdaad hebt gelogen, misschien ter wille van de zaak.

Opmerkelijk is het dat geen van de functionarissen van zich heeft laten horen.

Cold Case team

Pas na 6 jaar heeft mr. Aben in het kader van het onderzoek in de Deventer Moordzaak een Cold Case team de opdracht gegeven ook nog eens naar het DNA-onderzoek te kijken.

Wie de website deemzet.nl leest, begrijpt niet dat er nog veel moet worden onderzocht. De auteur heeft van drie onderdelen veel werk gemaakt: mobiele telefonie, tijdstip van overlijden en DNA.

Over het onderwerp mobiele telefonie (in verband met het telefoontje vanaf de A28) komen we later nog te spreken.

In deze bijdrage zullen we het hebben over het DNA-onderzoek. Niet over het onderzoek zelf, want voor leken is dit (te) zware kost.

Wie hierover toch het naadje uit de kous wil weten moet vooral de website er op nalezen. Ook kan het boek van Ton Derksen worden gebruikt. Die gaat er wat minder diep op in en dat boek is iets gemakkelijker te verteren.

De auteur van de website heeft zich er niet met een Jantje van Leiden vanaf gemaakt. In een serie hoofdstukken geeft hij een gedetailleerd inzicht in de chemische aspecten van DNA en waarom DNA een zo belangrijk hulpmiddel is.

DNA

En natuurlijk heeft hij het ook uitgebreid over het DNA dat op de blouse is aangetroffen. Was het afkomstig van Louwes of van het slachtoffer, of van beide tegelijk (mengsporen)? Waren het sporen die in het alledaagse, vreedzame leven voorkomen (spreken met consumptie, licht aanraken) of geweldssporen?

Allemaal zaken die uitgebreid aan bod komen.

Een belangrijk aspect is het begrip contaminatie. Sporen die aanvankelijk niet op bepaalde plaatsen op de blouse voorkwamen, bleken daar later toch door een onoordeelkundige of slordige behandeling (bijvoorbeeld opvouwen) te worden aangetroffen en dat bemoeilijkt hun betekenis vast te stellen.

Cold case team

Waarom dit alles hier te berde wordt gebracht is omdat dit onderwerp ook tijdens het interview van De Stentor met mr. Aben ter sprake komt.

Mr. Aben had tijdens zijn onderzoek al eens een second opinion laten uitvoeren. Advocaat Mr. Knoops had bezwaar aangetekend tegen de wijze waarop dit was gedaan. Het OM zou de onderzoeker teveel hebben gestuurd en te weinig aanvullende informatie hebben gegeven.

Hierop zegt mr. Aben:

Daar ben ik het niet mee eens en ik heb ook besloten niet nog eens nieuw dna-onderzoek te laten doen. Daardoor belandde ik met Knoops in een impasse. Als compromis hebben we toen dat coldcaseteam gevraagd nog eens alles wat afstandelijker te bekijken en te beoordelen of we toch nog iets gemist hebben.

Wanneer mr. Aben er met zijn onderzoek echt op uit is de onderste steen boven te krijgen, zou hij niet alleen een Cold case team moeten vragen ‘er nog eens naar te kijken’, maar zou hij het tevens de opdracht moeten geven in contact te treden met de auteur van de website.

En niet alleen om ‘er nog eens naar [te] kijken’.

Maar uit het interview kan die instelling niet worden opgemaakt. Eerder lijkt het zijn bedoeling de zaak te laten doodbloeden.

Deskundigen

Wie wil nog als deskundige optreden in een moordzaak? Je geeft de rechtbank of gerechtshof desgevraagd je deskundig oordeel. Maar dat gaat niet altijd goed.

Een bekend voorbeeld is de geruchtmakende rechtszaak waarin Lucia de Berk tot in hoogste instantie tot levenslang werd veroordeeld.

De basis voor haar veroordeling vormden statistische berekeningen die later niet (geheel) correct bleken. Uiteindelijk verscheen een definitief rapport met de titel: Statistisch gezien is Lucia de B. onschuldig en zijn er lessen uit de zaak te leren.

Wie alles van deze schokkende dwaling nog eens rustig wil opfrissen, kan het boek van Ton Derksen goed gebruiken.

En Lucia was weer een vrije vrouw.

Ook in de Deventer Moordzaak hebben diverse deskundigen een belangrijke rol gespeeld bij de veroordeling van Louwes. Klopten hun verklaringen wel?

Om die vraag te beantwoorden is in de artikelen deskundigen 1 en deskundigen 2 gedetailleerde aandacht besteed aan hun bijdragen. Wat verklaarden ze zoal en waren hun verklaringen juist?

De deskundigen deden nogal wat uitspraken die onjuist zijn maar niet alle zijn even desastreus (… zendt afhankelijk van de provider elke 30 of 60 minuten zijn location update …), maar minuten moeten seconden zijn). Die laten we maar voor wat ze waard zijn.

Maar er zijn ook verklaringen met ernstige gevolgen.

Zo verklaarde een hoogleraar dat er op 23 september 1999 geen sprake was van propagatie op de 900 megahertz GSM-band en dat hem een mobiele verbinding tussen de site in Deventer en de A28 bij ‘t Harde bijna uitgesloten lijkt.

Door deze verklaring werd het verweer van Louwes leugenachtig genoemd.

Onjuist, zo bleek later.

Ook verklaarde dezelfde hoogleraar dat … uit rapporten van het KNMI blijkt dat er op die bewuste dag sprake was van (winterse) buien en wind. Hierdoor mengt de atmosfeer zich en ontstaan er geen stabiele lagen …

Heel gênant, want hij had naar de verkeerde rapporten gekeken. Op 23 september 1999 was er natuurlijk geen sprake van dergelijke weersomstandigheden.

Een deskundige van KPN verklaarde dat het onmogelijk is dat een mobiele telefoon vanaf de A28 een zendmast in Deventer zou kunnen bereiken.

Onjuist, zoals hij jaren later erkende.

Ook DNA-deskundigen deden verwarrende, discutabele of onjuiste uitspraken. Lees hun verklaringen nog maar eens rustig na.

En wie van de rol van DNA in de Deventer Moordzaak het naadje van de kous wil weten, kan hier zijn hart ophalen.

Deskundigen hebben dus een belangrijke (te vaak onjuiste) bijdrage geleverd aan de veroordeling van Louwes.

Maar wie van hen wil – net zoals de KPN-deskundige – na zoveel jaren ruiterlijk zijn ongelijk geheel of gedeeltelijk toegeven?

Sketch over Het Mes

Het Openbaar Ministerie geloofde jarenlang dat Het Mes het moordwapen was. Tegen beter in, dat wel. En toen, heel plotseling, maakte Het Mes plaats voor DNA.

Wanneer het niet om een ernstige moordzaak zou zijn gegaan, zou men over zo’n enorme abrupte koerswijziging kunnen schateren.

Dat moeten we dus niet doen.

Wel wil de redactie 25 euro uitloven voor de beste YouTube- video van de onderstaande sketch.

Deze is geïnspireerd door een hilarische youtube-video waarin een meisje woorden tekort komt om haar liefde voor de cavia te tonen die ze liefdevol in haar schoot streelt.
Toen iemand vroeg of ze nog meer huisdieren had, antwoordde ze enthousiast: “Ja”, en gooide de cavia over haar schouder heen.

Een mevrouw van het Openbaar Ministerie (ze heeft een soort kapje op haar hoofd met OM er op) zit op een stoel en kijkt liefdevol naar wat ze in haar armen heeft gesloten. Af en toe streelt ze het met een verliefde blik.

Een passerende heer vraagt:
‘Dag mevrouw. U bent van het Openbaar Ministerie?’

De mevrouw kijkt even op en antwoordt:
‘Ja, ik ben de advocaat-generaal van het Hof Den Bosch.’

Ze kijkt weer snel naar wat ze in haar armen houdt en gaat door met strelen en spreekt liefdevolle woordjes:
‘Ach, wat zou ik toch zonder jou moeten, wat ben ik toch gelukkig met jou!’

De heer buigt zich wat voorover.
‘Mag ik vragen wat u daar in uw armen houdt?’

De mevrouw kijkt de heer even aan en zegt:
‘Ja hoor, dit is een belangrijk bewijsstuk in de Deventer moordzaak. Ik ben er zo ontzettend blij mee.’

De heer reageert verbaasd.
‘Wat is het dan?’

‘Ja, dit is het moordwapen en daar ben ik erg op gesteld. Ja, heel erg zelfs.’

Ze drukt het voorwerp nog eens extra tegen zich aan en kijkt opnieuw verliefd naar beneden.

‘Het moordwapen?’

‘Ja, het mes waarmee de weduwe Wittenberg is vermoord.’

De heer richt zich weer op.
‘Maar dat mes is toch helemaal het moordwapen niet! Dat hebben ze toch vastgesteld? Geen DNA, geen bloed en die geurproef deugde ook al niet, die was vervalst. Dus, nee, dat mes is echt het moordwapen niet hoor!’

De mevrouw kijkt de heer ontsteld aan en stopt onmiddellijk met strelen.
‘Echt? Dus dit is niet het moordwapen?’

‘Nee.’

Zonder aarzelen pakt de mevrouw het mes uit haar schoot en werpt het met een royaal gebaar weg over haar schouder.
‘O, nou, dat is niet erg hoor. Ik heb hier nog een ander bewijsstuk. Een blouse met een vlekje.’

Ze pakt de blouse vanaf een tafeltje naast haar, neemt die liefdevol in haar armen en begint het te strelen.
‘Wat ben jij een mooi bewijsstuk, zo mooi!’

Ze kijkt weer verliefd naar de blouse en zegt, tegen de heer opkijkend:
‘Vindt u het ook geen prachtig bewijsstuk?’

De heer haalt zijn schouders op en loopt weer verder.

Wel of niet thuis gegeten?

Op zondag 21 november 1999, twee dagen na de arrestatie van haar man, wordt Anneke verhoord. De agenten nemen met haar de huisagenda in zwart-wit door.

Ze willen meer weten over de aantekening op 23 september 1999. En dan is het oppassen, zo heeft Ina Post ervaren. Vragen over een zwart-wit kopie (de onderste) in plaats van een kleurenkopie (de bovenste).

Wat stond daar nu eerst geschreven. Er zijn twee mogelijkheden.

1. … wel eten daarna weer weg Ernst … Maar wel was doorgehaald en vervangen door niet?

of

2. … niet eten daarna weer weg Ernst … Maar niet was doorgehaald en vervangen door wel?

Op het origineel in kleur is dat al moeilijk te zien, maar in zwart-wit bijna onmogelijk. (Overigens, dezelfde methode is ook toegepast in de zaak Ina Post die een zwart-wit fotokopie kreeg voorgelegd in plaats van een kleurenkopie. Hierdoor kon ze niet goed onderscheiden met welke kleur inkt was geschreven.)

Het woord wel kan worden herkend, maar dat is niet zo eenvoudig met het woord niet.

Het is ook mogelijk dat het woord wel gewoon is doorgehaald.

Wat er eerst heeft gestaan blijkt in het verloop veel verschil te maken.

Op grond van de zwart-wit kopie meent Anneke dat er eerst heeft gestaan niet eten daarna weer weg Ernst (‘Ik denk dat er Niet staat’) en dat door het woordje niet heen is geschreven wel.

Maar er is iets mis met die mening.

Wat is het nut om te schrijven dat Ernest niet komt eten en dan weer weggaat?

Eerst niet maakt van de hele zin onzin. Eerst wel is de enige logische mogelijkheid.

De politie denkt daar toch anders over:

Er stond eerst niet en daar doorheen geschreven wel.

En concludeert dat Ernest dus wel thuis heeft gegeten en daarna weer is weggegaan.

En dus moet hij pas om 22:30 uur zijn thuisgekomen, want dat gebeurt volgens Anneke normaliter als hij thuis heeft gegeten en daarna voor een afspraak weer weggaat. (Die tijd blijkt ook uit een Monte Carlo simulatie van de gebeurtenissen die avond onmogelijk).

Maar voor de politie en het OM is het zonneklaar.

Ernest heeft op 23 september 1999 om 18:00 uur thuis gegeten, is daarna vertrokken en is pas om 22:30 uur weer thuisgekomen. Hij had dus ruim de gelegenheid gehad om even na 20:36 uur in Deventer de moord te plegen. Weg alibi.

Er zijn drie redenen waarom de verklaring van Anneke niet kan kloppen.

  1. Haar oorspronkelijke verklaring dat er zou staan: niet eten daarna weer weg Ernst, tart elke logica;
  2. Nauwgezette bestudering van de kleurenkopie van de huisagenda wijst integendeel op: wel eten daarna weer weg Ernst en dat is een logische zin; ook een animatie van de agenda toont aan dat de e in het woord wel even groot is als in eten. De e in niet is veel groter dan de e in eten. Het woord niet is er later overheen geschreven
  3. Het is feitelijk onmogelijk dat Ernest om 17 uur bij een klant zou zijn vertrokken, thuis om 18 uur hebben gegeten en om 19 uur in de Jaarbeurs de presentielijst hebben getekend.

De betrokken OM’ers hebben bij herhaling de verklaringen van mevrouw Louwes tegen Louwes gebruikt, als waren ze waar, terwijl ze anders wisten. Daarmee hebben ze dus bewust de rechter met onware uitspraken proberen te overtuigen.

Want ook een verbalisant ziet al een probleem en rapporteert:

… dat de verdachte waarschijnlijk niet thuis met zijn gezin heeft gegeten omdat hij anders niet om 18.30 uur op de afspraak in Amersfoort kan zijn geweest en ook niet om 19.00 uur in de Jaarbeurs in Utrecht …

Toch vinden het OM en het hof: wettig en overtuigend bewijs.

Donderdag of vrijdag: een wereld van verschil

Rechters en raadsheren hebben steeds aangenomen dat de moord in de Deventer Moordzaak op donderdagavond is gepleegd maar dat was slechts een aanname.

Donderdag | Zomerspelen Delden

of:

Programma vrijdag - Carnaval Mill | Aldendrielpark

Ze konden ook niet anders want er was geen schouwrapport. Een nauwkeurig tijdstip kon dus niet worden vastgesteld. Dit had elke rechter moeten alarmeren.

Er zijn inmiddels sterke aanwijzingen dat de moord niet op donderdagavond maar op vrijdagavond heeft plaatsgevonden. Vooral op de website www.deemzet.nl worden hiervoor veel steekhoudende argumenten aangedragen.

Het verschil is slechts 24 uur maar het heeft grote consequenties. Dat Louwes de dader zou zijn geweest op donderdag was al hoogst twijfelachtig, maar een moord op vrijdagavond zou hem gewoon vrijpleiten.

Dat vindt ook advocaat-generaal mr. Aben, maar in een interview met De Stentor houdt hij nog een slag om de arm.

Er zijn dus geen medische gegevens om dat [donderdag of vrijdag] definitief vast te stellen. Alleen tactische informatie, zoals een volle brievenbus met post van vrijdag en afspraken die de weduwe op vrijdag niet nakwam. Ik kan nog niks zeggen over de bevindingen van de huidige onderzoekers. Maar als zou blijken dat ze pas op vrijdag is overleden, is er op dit punt een probleem met de bewijsvoering.

Er kan over de vele medisch-forensische gegevens die onder andere op de website www.deemzet.nl worden aangedragen worden gediscussieerd maar het zijn wel degelijk argumenten die wijzen op een tijdstip van overlijden op vrijdagavond.

Mr. Aben hoeft dus zeker niet alleen af te gaan op tactische informatie. Hij heeft ook de medisch-forensische argumenten van de forensische deskundigen ter beschikking maar daarover kan mr. Aben helaas ‘nog niks zeggen’, nog steeds niet.

Wel merkt hij zuinigjes op dat er met ‘vrijdag’ ‘een probleem met de bewijsvoering is’.

Hij kan het kennelijk niet opbrengen om een steviger uitspraak te doen.

Mr. Aben over het beruchte telefoontje

Louwes werd verdacht toen bleek dat hij op donderdagavond 23 september 1999 om 20:37 uur een mobiel gesprek van 16 seconden met mevrouw Wittenberg had gevoerd.

Dit bracht Louwes in de problemen, omdat KPN meldde dat zijn mobieltje een telefoonmast in Deventer had aangestraald. Hij moest dus in of in de omgeving van Deventer zijn geweest.

Volgens het OM.

Louwes ontkende dit en heeft vanaf het eerste begin verklaard dat hij het gesprek had gevoerd toen hij in een file op de A28 stond, tussen Harderwijk en ’t Harde.

Dat was onmogelijk, volgens de experts van KPN.

Maurice de Hond en vooral de website deemzet.nl hebben aangetoond dat onder bepaalde atmosferische omstandigheden het gesprek wel degelijk vanaf de A28 kon zijn gevoerd en dat die omstandigheden zich op het moment van het gesprek hadden voorgedaan.

Twee tegengestelde standpunten dus die van doorslaggevend belang zijn voor de schuldvraag: volgens de lezing van het OM kon het niet anders dan dat Louwes de moord had gepleegd, maar volgens de lezing van Louwes zou hij de moord niet hebben kunnen plegen.

Tijdens het interview in september 2019 met De Stentor wordt advocaat-generaal mr. Aben gevraagd of er volgens hem sluitend bewijs bestond voor de lezing van Louwes. Volgens mr. Aben niet.

Nee. De weersomstandigheden van toen geven inderdaad aan dat het mogelijk is dat Louwes veel verder weg was en zijn telefoon toch op de mast in Deventer aanstraalde. De kans wordt geschat op zo’n 5 procent dat hij niet in de buurt van Deventer was. Voor een advocaat is dat voldoende om twijfel te zaaien. Dus hier heeft advocaat Knoops een punt.

5% kans op onschuld! Een juridische leek weet niet hoe rechtbanken en mr. Aben 5% kans op onschuld waarderen. Betekent 5% kans op onschuld ook 95% overtuiging van schuld?

Vrouw sterft bij spelletje Russische roulette | Bizar | AD.nl
Met 20 cilinders is het niet zoveel ongevaarlijker.

Zou een rechter zonder zweet op zijn voorhoofd en bevende wijsvinger Russische roulette willen spelen met een revolver met 20 cilinders, waarvan slechts 1 cilinder een echte kogel bevat?

Daarbij komt dat er zijn nog zoveel meer omstandigheden zijn waarbij twijfel of onzekerheid dominant is.

Zo wordt met een Monte Carlo simulatie aangetoond (zie Een moord plegen kost tijd) dat het vrijwel onmogelijk (ongeveer 0.07%) is dat Louwes voldoende tijd had om de moord te plegen (van de Jaarbeurs naar Deventer reizen, auto parkeren, naar Zwolsestraatweg lopen, moorden, plaats delict grondig reinigen, terug naar de auto, en naar huis, etc.) en toch op tijd thuis in Lelystad te zijn.

Vormen al deze onzekerheden tezamen toch voldoende grond voor raadsheren om het bewijs wettig en overtuigend te vinden?

Zijn 5 getuigen niet overtuigend genoeg?

Mevrouw Wittenberg is niet op donderdagavond 23 september 1999 vermoord maar ruim 24 uur later. Dat wordt beweerd op de website deemzet.nl.

De argumenten zijn voornamelijk van medisch-forensische aard. Het tijdstip van de moord is – zoals zo vaak – cruciaal. Louwes was veroordeeld voor de moord op donderdag, maar het was uitgesloten dat hij op vrijdag de dader kon zijn geweest.

Volgens sommigen waren de argumenten voor vrijdagavond niet overtuigend genoeg.

Waren er dan geen getuigen die konden verklaren dat zij mevrouw Wittenberg nog op vrijdag hadden gezien? Dat zou enorm helpen.

Jazeker, die getuigen waren er.

Niet een, niet twee, maar niet minder dan vijf getuigen verklaarden dat zij mevrouw Wittenberg op vrijdag hadden gezien. Op verschillende tijdstippen en onder verschillende omstandigheden, maar wel steeds op vrijdag 24 september 1999.

De bijzonderheden van de getuigen en hun getuigenissen zijn hier terug te lezen.

Belangrijk is dat sommige getuigen mevrouw Wittenberg goed kenden en nauwelijks twijfels toonden, andere wisten zo specifiek de omstandigheden te beschrijven waaronder ze haar hadden gezien dat twijfel vrijwel was uitgesloten.

Toch hebben deze zeven getuigenissen geen gewicht in de schaal gelegd bij de gerechtshoven. En dat is opmerkelijk. Zeker, een getuige kan zich vergissen, ook bij twee getuigen is dat niet uitgesloten.

Maar om aan te nemen dat niet minder dan 7 getuigen zich onder ede vergissen, moeten andere bewijsmiddelen wel zeer overtuigend zijn geweest. Was dat ook zo?

Nee, de andere bewijsmiddelen waren misschien wel wettig maar verre van overtuigend. Zo blijkt nu vele jaren later bij het ‘telefoontje’, het medisch-forensische onderzoek en het onderzoek naar DNA-sporen.

Wat ooit door raadsheren als overtuigend was aangemerkt, is nu onderhevig aan – om het zwak uit te drukken – grote twijfel.

En dat is dus verre van overtuigend. En dus zouden ook die getuigenissen weer de aandacht moeten krijgen die ze verdienen.

Door de traagheid dan wel besluiteloosheid van advocaat-generaal mr. Aben heeft al die twijfel nog steeds niet geleid tot een herzieningsverzoek. Als het al zover komt is het te hopen dat de getuigen, 21 jaar na de moord, nog in leven zijn.

Een moord plegen kost tijd

In de Deventer Moordzaak is het tijdstip van de moord nooit vastgesteld.
De schouwarts mocht van de politie zijn werk niet doen. Vandaar.

Rechters namen aan dat Louwes de moord op donderdagavond 23 september 1999 is gepleegd, even na 20:36 uur.

Ook namen ze aan dat hij tussen 22:30 en 23:00 thuis in Lelystad is gekomen.

Aannames dus, want voor beide ontbreekt goed bewijs.

Vaststaat dat hij om 19:00 uur of iets later in de Jaarbeurs op een presentielijst van een lezing zijn handtekening zette en volgens eigen zeggen kwam hij later die avond tussen 21:00-21:30 uur weer thuis in Lelystad.

Zijn vrouw nam tijdens een eerste verhoor aan dat hij tussen 22:30-23:00 uur was thuisgekomen.

Ze had dat niet zelf waargenomen maar haar man kwam altijd rond die tijd thuis als hij ‘s avonds had gewerkt en dus nam ze aan dat dit ook op die avond zou zijn gebeurd.

Later kwam ze hierop trouwens terug.

De vraag is nu: had Louwes gegeven deze randvoorwaarden wel voldoende tijd voor de moord? En niet alleen voor de moord.

Hij moest eerst van de Jaarbeurs naar Deventer rijden en later die avond weer naar huis.

Hij moest zijn auto parkeren en naar de Zwolseweg 157 lopen en na de moord weer terug naar de auto.

En natuurlijk moest hij ook nog de moord plegen. En niet alleen dat, hij heeft het slachtoffer naar de huiskamer gesleept voor het schilderij van haar overleden man en het bijna overleden slachtoffer daar ook nog vijf keer gestoken, met chirurgische precisie.

Het slachtoffer werd gesleept van gang naar woonkamer. Een heel karwei. (Bron: deemzet.nl)

Daarna moest hij het huis grondig reinigen, vooral de gang, en hij heeft het huis doorzocht.

Onder andere.

Want er zijn tenminste 40 activiteiten gedefinieerd die Louwes heeft moeten uitvoeren tussen 19:00 uur (Jaarbeurs) en 22:30 uur (weer thuis), waaronder de moord.

Omdat de precieze tijdsduren van al die activiteiten niet met zekerheid zijn te bepalen worden ze met behulp van statistische methoden zo redelijk mogelijk geschat.

Vervolgens is gebruik gemaakt van Monte Carlo simulatie, een wiskundige techniek die mogelijke scenario’s statistisch doorrekent en die in dit type problemen veel wordt toegepast.

Onderstaande grafiek toont het resultaat dat ronduit schokkend mag worden genoemd.

In slechts 7 van de 10000 scenario’s kon Louwes alle activiteiten afronden
en toch voor 23 uur thuiskomen.

De grafiek verdient enige toelichting.

Het model gaat uit van 40 activiteiten. Binnen 1 zogeheten scenario worden de tijdsduren van al die activiteiten random geschat.

De som van deze tijdsduren geeft de totale randomtijd om al deze activiteiten uit te voeren.
Voor een tweede scenario worden de tijdsduren opnieuw random geschat en we krijgen dus andere waarden.
Weer wordt de totale tijd berekend die natuurlijk afwijkt van de eerst berekende totale tijd.

Op deze wijze worden 10000 scenario’s doorgerekend en 10000 totale tijden berekend.

In de figuur kan nu worden afgelezen dat het in slechts 7 van de 10000 scenario’s voorkomt dat de totale tijd kleiner is dan 240.6 minuten, dus 4 uur.

Met andere woorden, in slechts 7 van de 10000 gevallen kunnen alle activiteiten binnen de 4 uur tussen Jaarbeurs en thuiskomst om 23 uur worden afgerond.

Een kans dus van 0.07%. De kans dat hij om 22:30 uur thuis kon komen is ronduit 0.00%, dus feitelijk onmogelijk.

Trouwens, zo nieuw is deze constatering niet, hij is alleen uitgebreider onderbouwd. Stan de Jong is al in 2003 van mening dat het Louwes aan tijd moet hebben ontbroken. Op pagina 52 constateert hij met enige verbazing dat Louwes na de moord vlak na 20:36 uur nog maar twee uur had om ‘het Formule I-traject naar Lelystad met zijn Volkswagen af te leggen’, nog afgezien van de wandeling naar zijn auto. Louwes vindt hij dan geen saaie Piet maar meer een ‘Superman’ om dit voor elkaar te krijgen.